Ad Valvas 1990-1991 - pagina 331
AD VALVAS 14 FEBRUARI 1991
PAGINA 7
=%
'De VU is voor mij nooit een iiondemand geweest om steeds weer in terug te l^ruipen'. Dat zegt de theoloog dr. S.J. Noorda, die zesentwintig jaar aan de Vrije Universiteit doorbraciit, waarvan vier jaar ais lid van fiet college van bestuur. Vrijdag neemt Noorda definitief afscheid. Hij heeft ais collegelid van de 'stadsuniversiteit', de UvA, Inmiddels zijn Intrek genomen in het Maagdenhuis. Martin Ense rink
Zijn kamer met uitzicht op het Spui ruikt nog naar verf. Alles is er groot: de kroonluchter, de bonkige houten kast, de drie abstracte schilderwerken getiteld Who knows the beginning and who knows the end, die ook het omslag van zijn proefschrift verluch tigden. Verder weinig franje; als de inrichting blijft zoals ze nu is, houdt Sybolt Noorda van soberheid. Zijn eigen huis staat aan de Wete ringschans. "Ik vind de binnenstad een ideale plek om te wonen en ik voel me er erg thuis", zegt hij. "Ik vind het ook bijzonder leuk om 's ochtends in zeven minuten naar mijn werk te lopen en midden in die stad te werken. Dat is een van de redenen geweest om ja te zeggen tegen deze baan". En de overige redenen? Waarom be sloot Noorda na ruim een kwart eeuw aan de VU nu naar de grootste concurrent te gaan? "Ik stap niet naar de concurrentie, ik ga naar een andere universiteit", merkt hij op. "Dat is wekelijks aan de orde, dat mensen van de ene naar de andere universiteit overstappen, daar zie ik niets bijzonders in. Universiteiten lij ken op elkaar, zijn voor negentig pro cent hetzelfde. De tien procent waar in ze verschillen, die maakt natuurlijk de lol uit. Maar het belangrijkste mo tief voor mijn overstap was: als je er gens zo lang zit, ga je serieus overwe gen eens wat anders te zoeken. En als die gelegenheid zich voordoet..."
Bestuurlijk Sybolt Jan Noorda kwam op negen tienjarige leeftijd uit het Groningse naar Amsterdam om er theologie te studeren. Zesentwintig jaar later keert hij de universiteit in Buitenvel dert de rug toe, om deel te gaan uit maken van het driemanschap dat de universiteit van Amsterdam bestuurt. Eerder, van 1984 tot 1988, was Noorda lid van het college van be stuur van de Vrije Universiteit, in de tijd dat dat nog gekozen leden telde. Een wetswijziging die het aantal col legeleden tot drie beperkte, beteken de in 1988 een voorlopig einde van zijn bestuurlijke carrière. Het afgelopen jaar nam Noorda op verzoek van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam de drastische reorganisatie van de verkommerde theologische faculteit ter hand; een karwei dat hem onge twijfeld sterke papieren voor zijn hui dige functie heeft opgeleverd. Noorda formuleert bedachtzaam. Hij lijkt in zijn antwoorden rekening te willen houden met zijn oude èn zijn nieuwe broodheer. Het zou de pro fessionele voorzichtigheid van een rasbestuurder kunnen zijn. Naast zijn nieuwe functie is Noorda bestuurslid van theater Mickery en van het stich tingsbestuur van de Hogeschool van Amsterdam functies die hij niet al te lang meer denkt aan te houden en voorzitter van de IKON. Met dat laatste ("vreselijk aardig om te doen") wil hij voorlopig doorgaan.
Gouden tijd Toen Noorda in 71 afstudeerde be leefden de universiteiten een gouden tijd. Zowel de studentenaantallen als
de budgetten groeiden; voor docen ten was er volop emplooi. Noorda's doctoraalexamen sloot dan ook naad loos aan op een aanstelling als weten schappelijk medewerker. Vrijwel even snel kwam de vurig gevoelde wens de VU voor enige tijd te verla ten. Werd het klimaat aan de univer siteit soms te benauwend? "Nee, nee! Voor mij is de VU nooit benauwend geweest, geen sprake van. Ik had al leen een grote behoefte om op mijn vakgebied wat nieuwe impulsen te ondergaan, bij voorkeur in Enge land". Het werd New York. Noorda werkte een jaar aan Columbia University, waar hij de graad van Master of sa cred Theology behaalde. "Een fantas tische tijd. Amerika lag in die tijd niet zo voor de hand; het waren de laatste jaren van de Vietnamoorlog. Er heerste dus, zeker in Amsterdam, een heel nadrukkelijke stemming van 'daar ga je niet naar toe'. Ik weet nog dat wij ook aarzelden of we wel zou den gaan. Ik heb er nooit een mo ment spijt van gehad.
Klimaat "Zo'n verblijf in het buitenland geeft je twee dingen: het zet alle ervarin gen die je in je eigen omgeving hebt opgedaan in een ander perspectief; en je doet er vrienden en collega's voor het leven op. Ik heb dan ook alle studenten die ik later onder mijn hoede heb gehad, aangeraden ook zo iets te doen. Het is me altijd opgeval len dat er zo weinig waren die het ook echt deden, ook onder de men sen waar ik wel wat in zag. De een z'n verloofde wilde niet, de ander dacht 'wat mot ik daar?', of ze had den net een baan..." Wat Noorda vooral beviel in het Newyorkse theologische klimaat was dat wetenschappers van protestantse, katholieke en joodse origine onbe kommerd samen konden werken iets wat in Amsterdam maar niet wil de lukken. "Terug in Nederland heb ik altijd het idee gehouden dat we op z'n mmst een poging moesten doen om de theologische faculteiten van de VU en van de Universiteit van Amsterdam bij elkaar te brengen, sa men met de Katholieke Theologi sche Hogeschool, om op het terrein van de christelijke achtergrond een soort 'verenigde theologische facul teit Amsterdam' te bewerkstelligen. Daar is nooit veel van terecht geko men. De katholieken worden nu op gedoekt en aan de UvA moet de theo logie eerst weer stevig op z'n benen staan voordat samenwerking aan de orde is."
Bibliotheken Meer samenwerking tussen de uni versiteiten, mits ze hun eigen identi teit behouden, daar is Noorda voor. Niet alleen in de theologie, maar ook bijvoorbeeld in "de computerij" en in een kwestie die hem al jaren een doorn in het oog is: de universiteits bibliotheken. "Dan hebben we het over een onderwerp dat in Neder land überhaupt tot de diepste treurig heden van de universiteit behoort. Neem het interuniversitaire leenver keer. Goed, je kunt via de ene UB iets bestellen bij een andere. Als je geluk hebt krijg je dan na zes weken een briefje dat ze het niet hebben, dat het
% ; . . ^
' - ^
.
..
,:
« * •
Noorda: " H i e r aan de UvA is men niet zo gauw » a n ^ ciat er een conflict is , dat partijen tegenover elkaar komen te staan. Dat heeft het effect dat het wat levendiger is dan aan de V U . " Foto Bram de Hollander
'Universiteiten zijn voor negentig procent lietzelfde' Een gesprek met dr. Noorda over zijn opmerkelijke overstap naar de UvA uitgeleend is, of dat ze geen zin heb ben om het uit te lenen." Zichtbaar opgewonden: 'Toen ik in 1972 in New York werkte compu ters had men nog niet eens toen kon je van bibUotheken uit de wijde omgeving de catalogus raadplegen en een artikel bestellen. De volgende dag had je de fotokopie bij de post. De volgende dag! Hier in Nederland kon je voorheen echt op frisse tegen werking rekenen als je van een ande re universiteit wilde lenen. Nu gaat dat dan een klein beetje beter, maar nog steeds is het een kwestie van we ken in plaats van dagen. "Ook de landelijke coördinatie is treurig. Veertig procent van de boe ken wordt overal aangeschaft, twintig procent op een of twee plaatsen, en veertig procent nergens. Dat is toch volstrekt zot! "Uiteindelijk komt dat doordat alle Nederlandse bibliotheken de traditie hebben een soort museum van het boek te zijn, in plaats van een dienst verlenende instelling ten behoeve van wetenschappers. Dat zit me erg dwars en ik zal waar het in mijn ver mogen ligt trachten te bevorderen dat bibliotheken hun gedrag meer op elkaar af gaan stemmen. Er moet in Nederland toch een goede complete wetenschappelijke boekverzameling zijn!"
Pafferig In de gang van het Maagdenhuis hangt een poster met het wat pafferi ge gezicht van Noorda's nieuwe col lega, drs. J.K.M. Gevers. Eronder de tekst Jankarel zoekt collega's (v/v). Het lijkt een typerend voorbeeld van de frivole en ontspannen manier waarop de bestuurders van de stadsu niversiteit opereren. Eenzelfde poster met Gevers' evenknie aan de VU, drs.
H.J. Brinkman, lijkt welhaast on denkbaar. Als iemand geschikt is voor een be spiegeling over die verschillen in be stuurlijke cultuur, dan is het wel Noorda. Zou je zeggen. Hij verkiest echter zich op de vlakte te houden. Toch, na enig aandringen: "Ach, hier aan de UvA gaat het wat losser, men is niet zo gauw bang dat er een conflict is, dat partijen tegenover el kaar komen te staan. Dat heeft inder daad het effect dat het wat levendiger is. "Wat ik ook opvallend vind: de men sen die aan de VU werken, wonen voor het merendeel niet in Amster dam, en zijn er ook niet thuis. Die wonen in Abcoude, Uithoorn, het Gooi of Purmerend, Hetzelfde geldt voor de studenten. Dat geeft toch een ander klimaat dan de UvA, waar het beeld van de stad de overhand heeft. De VU is een beetje Amst elveenach tig, een beetje Haarlemachtig. Dat verschil dat zie je overal. "Dat imago van de stadsuniversiteit dat de UvA heeft, daar zit dus wel wat in, hoewel het ook enigszins een vooroordeelkarakter heeft. Hier zit ten ook hele keurige, deftige, burger lijke mensen. Feit is wel dat het stad simago uit de aard der zaak geschik ter is om studenten te trekken dan het 'degelijk maar dufbeeld van de VU. Dat is het probleem van de VU: hoe moet je het verkopen. Ze hebben nu een mooie advertentie. Voor het eerst trouwens."
Identiteit De identiteit van de VU heeft nog steeds Noorda's bijzondere belang stelling. Hij leverde een bijdrage aan een binnenkort te verschijnen bun del, waarin de discussie over de doel stelling van de universiteit weer eens wordt aangezwengeld. In mei organi
seert het bezinningscentrum een symposium over de kwestie. Noorda hoopt dat de discussie in elk geval op zal leveren dat de t nst emmmgsver klaring binnenkort ten grave wordt gedragen. Nu nog worden aspirant medewerkers geacht hun handteke ning onder de doelstelling van de universiteit te plaatsen ('het dienen van God en Zijn wereld'). Noorda: "Zo'n maatstaf bij het aanstellingsbe leid, die heeft z'n tijd gehad. Dat is geen nieuw standpunt. Daar is ook al over gesproken toen ik in het college van bestuur van de VU zat. Ook toen was al de gedachte: daar moet iets gaan veranderen. Alleen zou het wel kortzichtig zijn om dat soort dingen te doen als het draagvlak er nog niet helemaal is." Voor het kwijtraken van haar be staansgrond als de poorten nog ver der worden opengegooid, hoeft de VU niet te vrezen, verzeken Noorda. "Een universiteit uit een nadrukkelijk protestantschristelijke achtergrond heeft zeker bestaansrecht. In de eer ste plaats door gewoon goed onder zoek en onderwijs te leveren diezelf de negentig procent van daarnet. Daarnaast door bijzondere projecten aan te pakken, te werken vanuit een gemeenschappelijke basisfilosofie. Dat kan nog steeds heel goed." "Of ik die VUcultuur zal missen? Ach, ik weet niet of je dat in termen van missen moet zien. Natuurlijk, een omgeving waar je zo lang in hebt verkeerd, waar je zoveel mensen, ge schiedenissen en voorvallen kent, dat heeft iets vertrouwds. Maar mijn le ven heeft zich niet helemaal rond die VU afgespeeld, zoals bij sommigen. De VU was geen hondemand in een hoekje waarin ik steeds weer terug kroop. Ik heb me met ontzettend veel zaken beziggehouden. De VU was daarbij een thuisbasis".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's