Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 539

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 539

11 minuten leestijd

PAGINA 9

AD VALVAS 6 JUNI 1991

ivinnaars

idij aten waren er, en slechts vier winnaars: voor ileringsfonds-nieuwe stijl komen alleen de oeksgroepen van de VU in aanmerking. ;nd welke vakgroepen als eerste met de eer niversiteitsraad akkoord gaat. In september ;hien nog eens vijf gelukkige winnaars. eej Ie wetenschappers die nu In de prijzen vallen? ig met de vier geselecteerde groepen. Jan-Jaap Heij en MarK Plekker

econoom als inspirator Van inhoudelijke overeenkomsten tussen de beide onderzoekprogram­ ma's lijkt nauwelijks sprake. Toch zien de hoogleraren wel degelijk samen­ hang. Den Butter: "Er zijn allerlei raakpunten. De ontwikkeling van de arbeidsmarkt in verschillende regio's is voor beide groepen van belang." Rietveld vult aan: "Neem nou het woon­werkverkeer. Dat zorgt voor een belangrijk deel van de files op het wegennet. Die files zijn van invloed op de prijzen van huizen en daarmee op de bereidheid van werknemers om zich elders te vestigen."

Paraplu De gepremieerde VU­economen willen het geld dat ze van de universi­ teit krijgen in principe gebruiken voor projecten van het nog op te richten Tinbergen Research Institute (T RI). Het T RI moet de onderzoeksafdeling worden van het al bestaande T inber­ gen Instituut, een vijf jaar oud AIO­ netwerk van de VU, de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus­uni­ versiteit. In de toekomst moeten het huidige AlO­netwerk en het TRI on­

der de paraplu van het T inbergen Instituut ­ dat volgens Den Butter, bestuurslid van het instituut, dan "een soort holdingmaatschappij" wordt ­ uitgroeien tot een prestigieuze onder­ zoekschool. De drie economische fa­ culteiten zullen er tijdelijk een deel van hun personeel onderbrengen. Den Butter vindt dat dit econo­ menplan een beetje is doorkruist door de universitaire selectie van toponder­ zoek. Alleen de beste onderzoeksgroe­ pen van de economen mogen deelne­ men aan het T RI. De ruimtelijk­ en arbeidseconomen zijn nu van hoger­ hand voorzien van het predikaat 'bril­ jant', maar dat betekent volgens Den Butter absoluut niet dat de rest van het economisch onderzoek inferieur zou zijn ­ en dus niet mee zou kunnen doen aan de onderzoekschool. "Er is hier veel kennis van algemeen­even­ wichtsmodellen. Die kennis is inter­ nationaal befaamd en die moet je dus inbrengen bij zo'n onderzoeksinsti­ tuut. Ik hoop dat er meer onderzoe­ kers naar het TRI kunnen dan alleen de mensen die nu onderscheiden zijn."

Aardwetenscliappers onderzoeiten liet slijk der aarde Niet veel wetenschappers zullen met hun onderzoek twee zulke tegenstrijdige belangengroepen bedienen als de vakgroep sedi­ mentaire geologie. Aan de ene kant van het laboratorium wacht de olie­industrie watertandend op de nieuwste onderzoeksresulta­ ten, terwijl aan de andere kant de milieubeweging en overheidsor­ ganisaties trappelen om recente kennis van deze aardwetenschap­ pers op te doen. "Ik denk dat de belangstelling van deze twee uiteenlopende sectoren il­ lustratief is voor het onderzoek dat wij doen, zegt prof.dr. Sierd Cloetingh, hoogleraar tektoniek en voorzitter van de vakgroep sedimentaire geologie. De verklaring voor de gemeenschap­ pelijke interesse van olie­industrie en verschillende overheids­ en milieuor­ ganisaties is dat ze allebei graag willen weten hoe in het geologisch verleden het zeespiegelniveau op aarde in hoogte is veranderd. De olie­industrie kan hier onder meer uit afleiden waar ze olie en gas kunnen vinden, terwijl voor de hoe­ ders van het milieu de gegevens over de zeespiegel van belang zijn om ver­ anderingen in het aardse milieu te begrijpen. Het onderzoek naar ver­ schillende aspecten van de ontwikke­ ling van de zeespiegel is uitgegroeid tot een van de specialiteiten van de vakgroep sedimentaire geologie. "Dit type onderzoek krijgt door de USF­ toewijzing nu een extra zetje in de goede richting," zegt Cloetingh.

Neurowetenschappers winnen onderzoeksrace met poelslak De poelslak loopt nog steeds vooraan in de race om het beste onderzoek aan de Vrije Universi­ teit. D e vakgroep organismale dierkunde gebruikt het diertje o m de werking van het zenuwstelsel te doorgronden. Het slakkenonderzoek is onderge­ bracht in de werkgroep Neuroweten­ schappen. Alles wat maar enigszins te maken heeft met het onderzoek naar zenuwen is hierin ondergebracht. De biologen en geneeskundigen vormen de grootste groep onderzoekers. De neurowetenschappers doen het goed, zo vindt de universiteit. Dat kan nog beter. Daarom krijgt het bio­medische onderzoek naar zenuwcellen extra geld uit het USF­onderzoeksfonds. "Wij weten niet hoeveel geld we uiteindelijk zullen krijgen toegewe­ zen. Je moet je ook realiseren dat geneeskunde en biologie samen de "prijs" hebben gewonnen. We moeten dus ook samen bepalen wat we precies gaan doen." Prof.dr. J.C. Stoof houdt de nodige slagen om de arm als hem gevraagd wordt wat hij met de USF­ stimulering gaat doen. Stoof is voor­ zitter van de werkgroep centraal ze­ nuwstelsel (WCZ). In deze werkgroep is het genees­ kundig onderzoek naar de werking van de hersenen en de zenuwen ge­ bundeld. Het biologisch onderzoek naar de werking van zenuwcellen wordt voornamelijk binnen de vak­ groep organismale dierkunde ver­ richt. "Driekwart van het neurowe­ tenschappelijk onderzoek dat wij aan de faculteit geneeskunde verrichten is nog fundamenteel van aard. We on­ derzoeken bepaalde hersengebieden en proberen de structuur van de her­

senen en hersencellen te doorgron­ den. Ook zijn we benieuwd naar stof­ fen die het functioneren van de herse­ nen beïnvloeden. We letten daarbij in het bijzonder op gebieden in de hersenen die belangrijk zijn voor het geheugen en het leervermogen en gebieden die de motoriek en het ge­ drag van mensen sturen." Onderzoek naar de hersenen en de biochemische processen die daarbij een rol spelen, is van groot belang om bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson of de ziekte van Alzheimer te kunnen behandelen. Bij deze ziekten gaat er van alles mis met de motoriek en het geheugen van de mens. Het meer op de praktijk gerichte onderzoek van de werkgroep centraal zenuwstelsel richt zich op deze twee ziekten. "Door ons te beperken tot slechts twee ziekten die te maken hebben met de werking van de hersenen hopen we meer diep­ gang aan het onderzoek te kunnen geven," zegt Stoof. De biologen en de geneeskundigen hebben elkaar in het verleden menig­ maal verder geholpen. De biologen hebben zich in de vakgroep organis­ male dierkunde gestort op het zenuw­ stelsel van de poelslak. Die cellen zijn goed te onderzoeken omdat een slak er niet zoveel van heeft. De omstreeks 20.000 zenuwcellen van de slak zijn enorm groot. Dat is ideaal voor expe­ rimenteel onderzoek. Uit onderzoek is gebleken dat bij Parkinson­patienten in de hersenen bepaalde cellen zijn afgestorven. Nor­ maal produceren deze cellen een stof (dopamine), die betrokken is bij het overbrengen van prikkels van de ene zenuwcel op de ander, zogenaamde neurotransmitters. Ook de poelslak van de biologen bleek deze stof aan te maken. "Zo zijn er een hoop stoffen

die een neurotransmitterfunctie heb­ ben in zowel de zenuwcellen van de slak als in de zenuwcellen van zoog­ dieren en daarmee dus ook van de mens," legt Stoof uit. "Bij dit type onderzoek komen biologen en medici elkaar tegen." Een tweede raakvlak tussen het bio­ logisch en het medisch speurwerk is het onderzoek naar de overbrenging van zenuwprikkels van de ene zenuw­ cel naar de andere cel. Stoof: "Het centraal zenuwstelsel van de slak is groot en bevat kanjers van neuronen. In deze zenuwcellen kan je een elek­ trode aanbrengen waarmee je de elek­ trische signalen meet waarmee ze­ nuwpulsen worden doorgegeven. Dat levert informatie over de werking van zenuwcellen waar wij op voort kun­ nen borduren." De krachtenbundeling van de neu­ rowetenschappers houdt niet op bij de muren van de VU. De zenuwonder­ zoekers hier op de campus werken al een aantal jaar samen met onderzoe­ kers van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek, het Interuni­ versitair Oogheelkundig Instituut en de Universiteit van Amsterdam. Sa­ men vormen deze instellingen het AlO­netwerk Neurowetenschappen Amsterdam. De voornaamste taak van deze club was tot nog toe het scholen van de AIO's. Zo'n 75 AIO's krijgen er hun opleiding. Het is de bedoeling dat dit AlO­centrum omgevormd gaat worden tot een onderzoekschool Neurowetenschappen. "Het aardige van de samenwerking op het gebied van de neuroweten­ schappen is dat hij is ontstaan op de werkvloer. Het is niet van boven af geregisseerd," zo beschrijft Stoof het succes van de groepsvorming onder neurowetenschappers.*

Bij de vakgroep werken momenteel 25 promotie­onderzoekers, vijf gepro­ moveerden (zogenaamde post­docs met een tijdelijk contract) en een klei­ ne 20 wetenschappers in vaste dienst. "De aarde is zo'n vier miljard jaar oud," legt Cloetingh over zijn vakge­ bied uit. "De huidige oceanen bestaan op zijn hoogst 200 miljoen jaar. De geologische geschiedenis van de ocea­ nen is dus veel korter." Dit maakt het voor aardweten­ schappers aantrekkelijk zich hier op toe te leggen. T weehonderd miljoen jaar is voor geologen een goed te re­ construeren tijdvak. Maar er is nog een andere verklaring voor de belang­ stelling voor de relatief jonge ocea­ nen. "Het kader voor ons onderzoek is de zogenaamde plaattektoniek. Deze theorie verdeelt het aardoppervlak in een aantal aardschollen of platen die begrensd worden door oceanische ruggen en troggen. Wij willen onder andere weten wat er op het grensge­ bied tussen die platen onder water gebeurt," zegt Cloetingh. De oceaan­ bodem en het zeegaand onderzoek spelen dus een voorname rol in het aardwetenschappelijk onderzoek. "Waar we als geologen in geïnteres­ seerd zijn is de geschiedenis van de aarde als geologisch systeem. We wil­ len niet alleen weten hoe dat systeem er nu uitziet, maar ook hoe het er vroeger uitzag. Vandaar dat we vooral kijken naar de gebieden die in het geologische verleden onder water hebben gelegen. Die plaatsen zijn door veranderingen in de zeespiegel onder 'marine­omstandigheden' afge­ zet. Soms liggen die gebieden nu op het land," zegt Cloetingh. Zulke plekken waar afbraakpro­ dukten van het land zi)n afgezet, zoge­ naamde sedimentaire bekkens, noemt Cloetingh de bandrecorder van de geologische geschiedenis. De opbouw van de aardlagen daar bevat namelijk een schat aan informatie over de geo­ logische geschiedenis van zo'n gebied. De vakgroep sedimentaire geologie beschikt volgens Cloetingh over de kennis om deze geologische 'bandre­ corder' optimaal te analyseren. De samenwerking tussen de ver­ schillende onderzoekers binnen de vakgroep is de laatste jaren steeds hechter geworden. "De USF­onder­ zoeksaanvraag bouwt die samenwer­ king verder uit," zegt Cloetingh. "De verschillende secties binnen onze vak­ groep dragen vanuit verschillende in­ valshoeken allemaal kennis aan die van belang is voor de bestudering van de veranderingen in de zeespiegel. Als je de zeespiegel wilt onderzoeken dan zijn kalklagen, zoals bijvoorbeeld rif­ fen, hele gevoelige recorders.

"De informatie die ligt opgeslagen in deze kalkformaties kunnen wij goed uit elkaar pluizen. Dat is een sterke kant van onze vakgroep. Daar­ naast hebben we ook veel kennis in huis om de sedimenten die we bestu­ deren goed te dateren, zodat we weten hoe oud een bepaald gebied is. Dat noemen we de stratigrafie. Van groot belang voor het bepalen van bijvoor­ beeld de ouderdom van afzettingen is de komst van het Isotopenlaboratori­ um naar de VU in 1990. We werken steeds nauwer samen met dit labora­ torium," zegt Cloetingh. Het sluitstuk wordt gevormd door de onderzoekers binnen de vakgroep sedimentaire geologie die zich toelegt op het in modellen vangen van de informatie op de 'bandrecorders'. Zij gaan proberen te verklaren waarom de zeespiegel verandert en wat de oorzaak is van de bewegingen in de aardkorst. Op die manier kunnen de verschuivingen van of binnen aard­ schollen beter bestudeerd en getest worden. "De onderzoeksaanvraag die nu door de universiteitsraad is goed­ gekeurd, versnelt de integratie tussen de verschillende specialiteiten binnen de vakgroep," aldus Cloetingh. Hij geeft aan dat zijn vakgroep niet alleen goed onderzoek doet maar ook een leidende rol heeft gespeeld bij de recrutering van nieuwe onderzoekers. "We hebben een grote inbreng gehad bij de totstandkoming van het AIO­ netwerk marine aardwetenschappen. We doen met veel samen met de Rijksuniversiteit Utrecht. Ook het Nederland Instituut voor het onder­ zoek van de Zee (NIOZ) en de TU­ Delft zitten in dit netwerk. De onder­ zoekschool bouwt voort op deze sa­ menwerking," zegt Cloetingh. Hoewel het USF­fonds AlO­plaat­ sen uitlooft, hoopt Cloetingh dat zijn vakgroep in plaats van AIO's, gepro­ moveerde onderzoekers (post­docs) mag aanstellen. "Als je gepromoveer­ de onderzoekers kan aanstellen zal het onderzoek veel sneller wat opleveren. Maar het is natuurlijk ook zo dat een post­doc duurder is dan een AIO." Cloetingh durft dan ook niet in te schatten of dit verzoek bij het College van Bestuur kans maakt.B

Het onderzoek naar het zenuwstelsel van de poelslak krijgt financiële steun van de universiteit. Foto Bram de Hollander

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 539

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's