Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 135

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 135

6 minuten leestijd

AD VALVAS 18 OKTOBER 19901

1110 jaar Vrije Universiteit i

PAGINA 15

Jan Wat, goeroe voor het gereformeerde gezin Pedagoog-psycholoog-theoloog Waterink verzon wel eens een statistiekje Johan Sturm Toen prof. dr Jan Waterink in 1961 afscheid nam van de Vrije Universiteit, betekende dat in meerdere opzichten het einde van een tijdperk. Vanaf zijn aantreden als hoogleraar in 1926 had Waterink volledig het gezicht van de pedagogiek en psychologie aan de VU bepaald. Rond 1960 groeiden de studierichtingen psychologie en pedagogiek echter meer uit elkaar. Het aantal studenten nam op ongekende wijze toe, en daarmee het aantal differentiaties en leerstoelen. En onder invloed van ontwikkelingen in Amerika en Duitsland kregen de menswetenschappen een moderner aanzien. De nadruk kwam steeds meer te liggen op empirische, experimentele en maatschappijkritische wetenschap. Het type wetenschap waar Waterink vijfendertig jaar voor had gestaan, verdween naar de achtergrond. De hoogleraren die Waterink opvolgden, zagen hun taak niet meer op de eerste plaats in het geven van praktische adviezen of in het verspreiden van academische kennis en wijsheden. Zij zochten de laboratoria en de studeertafels op. Daarbij speelde tevens de ontzuiling van Nederland een rol, die ertoe leidde dat ook de menswetenschappen aan de VU hun normatieve en gereformeerde inslag geleidelijk verloren. Jan Waterink werd een eeuw geleden geboren: 20 oktober 1890. Dat was toevallig precies de dag dat de VU, waaraan hij een groot deel van zijn werkzaam leven zou wijden, haar tweede lustrum vierde. Zijn levensloop vormt het prototype van een gereformeerde success-story. Als begenadigde zoon van een eenvoudige godsdienstleraar uit Overijssel, mocht hij in Kampen, Amsterdam en Bonn theologie gaan studeren, waardoor hij zich kon opwerken tot predikant. In de neo-calvinistische emancipatiebeweging rond de stichter van de VU, Abraham Kuyper, vond Waterink de gelegenheid om zijn talenten nog verder te ontplooien, tot hij al ras vooraan liep in "de parade der mannenbroeders". Waterink was een opmerkelijk, maar tevens een ijdel mens. Zijn achterban bewonderde hem, maar verkneukelde zich tegelijkertijd heimelijk over het kennelijke behagen dat hij schepte in zijn bekendheid en over de naïeve wijze waarop hij bijvoorbeeld prat ging op zijn relaties met het koningshuis en op zijn vriendschap met prins Bernhard. Waterink voelde zich uitstekend thuis in de rollen van voorman en vader. Hoewel hij en zijn vrouw zelf geen kinderen hadden, namen ze steeds pleegkinderen in huis. En ook tegenover zijn medewerkers en tegenover de bewonertjes van het door hem gestichte Paedologisch Instituut voor moeilijk opvoedbare kinderen, stelde hij zich als vanzelfsprekend paternalistisch op.

Duimzuigen Reeds als jonge Friese dominee was Waterink opgevallen door zijn studiezin en zijn scherpe kijk op eigenaardigheden en karakters van mensen. Zijn hele leven door wist hij goed gebruik te maken van zijn bijzondere intuïtieve gaven. Het is bekend dat hij zelf liever vertrouwde op zijn (vaak rake) indrukken dan op systematisch wetenschappelijk onderzoek, ofschoon hij zijn medewerkers, bijvoorbeeld in het door hem opgerichte bureau voor beroepskeuzeadviezen, heel wat testen en psychotechnische onderzoeken heeft laten verrichten. Toch schreef Waterink ook verschillende wetenschappelijke verhandelingen, hoofdzakelijk van theoretische aard. Maar het merendeel van de geschriften van zijn hand moet het toch vooral hebben van persoonlijke ervaringen, van levensechte voorbeelden, van treffende anekdotes, van bezwerende formules, en van een gemeenzame toon die bij het grote publiek aansloeg. Tegen een vertrouweling durfde hij te bekennen dat hij om de juistheid van zijn rotsvaste overtuigingen te onderstrepen wel eens een grafiekje of statistiekje uit de duim zoog.

Moeder Vooral als spreker bij massale herdenkingen, op toogdagen van jongelings- en meisjesverenigingen, voor onderwijzersconferenties, vanaf de preekstoel in Gereformeerde kerken, via de radio, en dergelijke, kwam Waterink goed tot zijn recht. Veel invloed heeft hij ook gehad met zijn tijdschrift Moeder, waarvoor hij gedurende de ge-

Een 'spelanalyse' van Waterink: jongetje gooit met pijltjes naar een tekening van een gezin.

Als "Jan Wat" was hij bekend in het ganse land. Talloze ouders met zorgenkinderen ontving hij in zijn spreekkamer. In veel protestantse gezinnen werd zijn tijdschrift 'Moeder' iedere maand gespeld. De meest uiteenlopende organisaties zochten zijn adviezen. Ook ons koningshuis ging regelmatig bij hem te rade. Een portret van de creatieve en kleunijke pedagoog-psycholoogtheoloog Jan Waterink.

Waterink voelde zich thuis in de rol van voorman en vader. hele verschijningsperiode, tussen 1934 en 1961, de hoofdartikelen verzorgde. In gereformeerde kringen gold Waterink als een vooruitstrevend mens. Deze houding kwam bijvoorbeeld tot uiting in de wijze waarop hij allerlei heikele huwelijks- en gezinsvraagstukken voor een breed publiek bespreekbaar maakte. Steeds combineerde hij daarbij een calvinistisch besef van de zondigheid en afhankelijkheid van de mens enerzijds met een milde houding ten aanzien van menselijke zwakheden en een scherpe veroordeling van onnodig streng en eigengereid optreden van ouders tegenover hun kinderen anderzijds. Temidden van mode voor jonge moeders en maggireclame behandelde Waterink, met een voor academici ongewoon inlevingsvermogen, de (kleine) zorgen, tegen-

slagen en twijfels van opvoeders. Met name ten aanzien van de sexuele opvoeding op het calvinistisch erf heeft Waterink baanbrekend werk verricht. In zijn boek Hoe vertellen we het onze kinderen? (1957) zat een uitneembare brochure, die ouders desgewenst aan hun kroost ter lezing konden geven. Weliswaar is de toonzetting van dit geschriftje in moderne ogen wat neerbuigend en legt Waterink uiteraard de nadruk op de noodzaak van zelfbeheersing en gebed, maar ongetwijfeld heeft zijn aanpak bij vele jongeren angst, onzekerheid en schuldgevoelens ten aanzien van puberale sexuele woelingen weggenomen. Ook in zijn bekende Brieven aan jonge mensen (1951) wordt de lezer getroffen door de begrijpende en meegaande houding ten aanzien van

zaken als masturbatie, kerkverlating, en het zich afzetten tegen de ouders. In het Waterinkarchief vindt men zelfs brieven van jonge mensen uit Amerika die hun problemen aan de gereformeerde goeroe uit Amsterdam voorlegden. Het initiatief tot de oprichting in 1926 van Waterinks leerstoel in de pedagogiek, pedologie, psychotechniek en catechetiek kwam niet vanuit de VU zelf. Sinds het einde van de schoolstrijd (1920) leefde in het gereformeerd onderwijs de behoefte aan een wetenschappelijke onderbouwing en doordenking van de christelijke identiteit van het onderwijs. Tientallen jaren heeft het Gereformeerd School Verband (GSV) dan ook financieel bijgedragen aan Waterinks hoogleraarschap. Als adviseur van dit GSV, als hoofdredacteur van het Paedagogisch Tijdschrift voor het Christelijk Onderwijs, als stichter en studieleider van de aan de VU verbonden MO-opleiding voor onderwijzers die door wilden leren, en als betrokkene bij menige onderwijsconferentie, heeft Waterink veel bijgedragen aan de professionalisering van de onderwijzers en aan een vernieuwing van het christelijk onderwijs, waarbij het lerend kind als kind serieuzer genomen werd. Waterink keerde zich, met vele tijdgenoten, tegen de traditionele school, waar de klassemiddelmaat norm was, de leerstof heilig, en de ordehandhaving het voornaamste opvoedingsdoel. Curieus is dat nog in 1990 een boekje verscheen waarin Waterinks pedagogische en didactische denkbeelden als bruikbaar voor de huidige (groeiende en bloeiende) reformatorische scholen worden gepresenteerd. • Aanstaande zaterdag, 20 oktober 1990, wordt vanaf 9.45 uur een studiedag rond persoon en werk van Waterink georganiseerd in de kerkzaal op de 16de verdieping van het hoofdge bouw Bel Johan Sturm, tel. 020-5486957 of 020-6650207.

Dr. J.C. Sturm is docent historische pedagogiek aan de VU.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 135

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's