Ad Valvas 1990-1991 - pagina 247
I PAGINA 7
AD VALVAS 13 DECEMBER 1990
i
/y
e raadsel
"^''m^/i"0,lf.^-l^^
'^Vm"^^f' ^ g
':--'k-
rtin inserink
w
tenscliappers krijgen eindelijk greep op liet meest bsi ies komen steeds gemakkelijker los. Onlangs riep it )t het decennium van het hersenonderzoek. ccjicentreerd in de vakgroep Organismale Dierkunde van Zënustelsel, een breed werkverband van vakgroepen bij eetkunde. de hersenen. Hoe zijn ze ontstaan? Hoe worden ze ziek, "o igelooflijk moeilijke probleem": hoe werken ze?
De Fran se bioloog en beeldhouwer P. Richer legde al rond 1 8 7 0 de typische houdin g van een Parkin son -patiën t vast.
iiuil
Een horloge repararen met een nijptang Parkinsononderzoekers houden vast aan implantatie cellen in brein patiënt Aan sommige hersen zlektes valt weinig te doen. Toch gaat het on derzoek naar de ziekte van Parkinson door, met ups en downs. Aan de VU houden vijf vak groepen bij geneeskun de zich ermee bezig. Verdraaid fascinerend onderzoek, vinden ze daar.
Het gebeurt niet zo vaak dat er over universitair onderzoek een heftige ethische discussie losbarst, maar in 1988 was het raak. Dr. H.W.M. Stein busch, medewerker van de vakgroep Farmacologie, kondigde aan te gaan experimenteren met cellen van men selijke embryo's. Door die te implan teren in de hersenen van Parkinson patienten zou de ziekte bestreden kunnen worden. Twee jaar later is er, mede door de tegenvallende resulta ten elders, nog steeds geen foetale cel geïmplanteerd. Het onderzoek is ove rigens wel doorgegaan. Onderzoekers uit maar liefst vijf vakgroepen wer ken mee. Dr. E.C. Welters behandelt als neu roloog Parkinsonpatienten in het
ichts bouwstenen aan' rv n het hersenonderzoek
l
vuziekenhuis en doet daarnaast on derzoek naar de behandeling van de ziekte. "Je hoeft er niet aan dood te gaan, je kunt er wel honderd mee worden", is zijn nuchtere constate ring. "Maar het is wel een zeer ingrij pende ziekte. Je hele leven verandert erdoor". Parkinsonpatienten krijgen steeds meer moeite zich te bewegen. Ze worden stijf, langzaam en gaan houterig lopen. Daarbij krijgen ze een typische gebogen lichaamshou ding en een maskerachtige, starre ge zichtsuitdrukking. Wolters: "Opval lend is dat die onbeweeglijkheid ook psychisch is. Ze komen vaak moeilijk tot besluiten". De andere, meer be kende, kant van de ziekte is het onbe daarlijk trillen van de ledematen, de tremor.
Engelse arts Sinds de ziekte in 1817 werd beschre ven door, inderdaad, de Engelse arts Parkinson, zijn de oorzaken nog maar zeer ten dele duidelijk geworden. Wat vaststaat: bij Parkinsonpatienten sterven de cellen in een bepaalde kleine hersenkern, de substantia ni gra, af. Die cellen produceren nor maal gesproken dopamine, een stof die betrokken is bij de overdracht van prikkels van de ene zenuwcel op de andere. Hoe het komt dat de cellen afsterven, is veel minder duidelijk. 'Erfelijke oorzaken' luidde een van de hypothe sen; onderzoek bij eeneiige tweelin gen, die genetisch identiek zijn, sloot dit echter uit. Milieufactoren dan, stoffen waardoor de patient langzaam vergiftigd is geraakt? Dat zou kun nen, maar dan wel factoren waarvoor de ene persoon veel gevoeliger is dan de andere, zo blijkt uit onderzoek bij echtparen die vele jaren in dezelfde omgeving hadden vertoefd, en waar van de een wel Parkinson kreeg en de ander niet.
Celsterfte Een zenuwcel, met cellichaam en uitlopers, zichtbaar gemaakt door een kleuring met een fluorescerende stof
De anatomen beschikken over een groot arsenaal aan stoffen waarmee bepaalde zenuwcellen selectief ge kleurd kunnen worden. Voor bijna ieder soort cel is er een eigen kleu ringsmethode. Waarom de cellen die ene kleurstof opnemen is niet eens in alle gevallen bekend; maar er wordt dankbaar gebruik van ge maakt, bijvoorbeeld om de loop van een zenuwcel door de herse nen te volgen. Gefotografeerd
door een microscoop levert dat al jaren de mooiste plaatjes van het hersenonderzoek op, die bovendien essentieel zijn voor het begrijpen van de functie van het weefsel. "Ik voel me heel wel bij zo'n rol, waarin ik anderen argumenten verschaf om hun experimenten op een rationele manier op te zetten", zegt Groenewegen. "Natuurlijk ben je altijd een radartje in het gro te geheel."
Onderzoekers zijn vooral zo geïnte resseerd in de oorzaken van Parkin son omdat kennis daarover misschien een betere therapie oplevert. Op het eerste gezicht lijkt de oplossing een voudig: de hersenen hebben, als ge volg van celsterfte, een tekort aan do pamine. Vul het dopaminetekort dus aan en het probleem is opgelost. Die voor de hand liggende aanpak heeft inderdaad succes gehad. Sinds in de jaren zeventig Ldopa op de markt kwam is de ziekte veel beter te behandelen. Ldopa wordt in de her senen keurig omgezet in dopamine. Het is niet bij dat ene middel geble
ven: een hele reeks stoffen kan nu het dopaminetekort aanvullen. Maar ze hebben allemaal hun bijwerkin gen, zoals misselijkheid, overbewee glijkheid, of zelfs psychosen. Boven dien hebben de patiënten er steeds meer van nodig, omdat de celsterfte onverminderd doorgaat. Het zoeken naar nieuwe, net iets be tere medicijnen duurt mede dankzij krachtige steun van de farmaceuti sche industrie nog steeds voort. Vol gens de Parkinsononderzoekers aan de VU is het einde van de mogelijk heden echter in zicht. Wat er nog bij komt aan geneesmiddelen is vooral meer van hetzelfde.
Levende cellen Sinds een jaar of tien is de hoop ge vestigd op een veel ambitieuzere me thode: geen medicijnen, maar nieu we, levende cellen de hersenen in brengen, die zelf weer dopamine moeten gaan maken. Dat zouden de dopamineproduce rende cellen van embryo's kunnen zijn; die hebben nog de mogelijkheid om uit te groeien en contact te leg gen met de zenuwcellen van de pa tient. Technisch is die implantatie best te doen; gewoon een gaatje in het schedeldak boren en de cellen met een lange naald precies op de juiste plaats deponeren. Bij proefdieren is de implantatie een succes gebleken. De verwachtingen voor behandeling met mensen waren een paar jaar geleden dan ook hoog gespannen. Inmiddels zijn er experi menten gedaan, vooral in landen met soepele ethische regels, zoals Spanje, Cuba, Mexico, en China. Ze werden een enorme teleurstelling. "Het bleek behoorlijk moeilijk de cellen te laten groeien en dopamine te laten produ ceren in het toch al wat krakkemikki ge hersenweefsel van de patient", vat Stoof samen. Steinbusch: "Er zijn nooit die opzienbarende resultaten gehaald die bij proefdieren wel waren gezien. Er is aanvankelijk te veel wishful thinking geweest, te veel jumping to conclusions."
onderzoek gedaan naar verbetering van de implantatietechniek. Stein busch, Stoof en Wolters doen dat nu bij ratten en apen. De belangrijkste vraag: hoe laten we de geïmplanteer de cellen zo goed mogelijk uitgroei en? Er blijken verschillende stoffen te zijn die de uitgroei bevorderen, de zogenaamde groeifactoren. Mis schien moet bovendien bij patiënten die een operatie ondergaan, de 'ge wone' therapie met medicijnen wel gestopt worden, denkt Steinbusch. Het lijkt erop dat die het succes van de implantatie in de weg staan. Aan de horizon doemt overigens al weer een nieuwe mogelijkheid: in plaats van cellen uit een foetus of een bijnier, die van nature al dopamine produceren, kunnen de implantatie cellen via genetische manipulatie ge programmeerd kunnen worden om flinke hoeveelheden dopamine te maken. Daarvoor worden huidcellen gebruikt van de patient zelf. Ook daarmee zijn experimenten ge daan, maar dit type cellen blijkt nogal eens op hol te slaan en als kankercel len te gaan groeien. Steinbusch: "Dan zou je een soort hersentumor implanteren, en dat is natuurlijk niet de bedoeling". Toch verwacht Stein busch dat deze techniek, het inbren gen van genetisch gemanipuleerde cellen, de komende jaren een hoge vlucht zal nemen, en niet alleen bij de ziekte van Parkinson. Ook de VU onderzoekers willen samen met TNO de methode beproeven.
Contact Welke techniek uiteindelijk ook de beste zal blijken, een ding staat vast: de onvoorstelbare complexiteit van het brein blijft de onderzoekers par ten spelen. "Je moet die morfologie van één zo'n zenuwcel zien", zegt Stoof. "Er zijn tegenwoordig allerlei technieken om die zichtbaar te ma ken. Dan zie je bijvoorbeeld datie op wel vijftigduizend plaatsen dopamine afgeeft. Als zo'n cel bij een Parkin sonpatient doodgaat, zijn al die mini structuurtjes verdwenen. Het enige wat wij dan kunnen doen om de boel een beetje te redden, is er een hele hoop dopamine overheen kieperen. Als je ziet hoe goed dat uitpakt, is het eigenlijk nog verbazingwekkend. Het blijft toch alsof je een horloge gaat re pareren met een nijptang". "Soms krijg je het gevoel: we zullen wel nooit begrijpen wat er onder dat schedeldak gebeurt", zegt Stoof. "Aan de andere kant is er toch wel wat voortgang geweest. Zelf doe ik vooral onderzoek naar de signaalo verdracht tussen zenuwcellen. De cellen in de hersenen, die praten met elkaar. Als je ze in een simpel kweek bak)e legt, dan zie je ze groeien, je ziet ze elkaar opzoeken, ze maken con tact." "Als je die processen nu heel nauw keurig volgt, krijg je op een gegeven moment het gevoel: 'ja, ik begrijp er toch een heel klein beetje van. Dat vind ik echt verdraaid fascinerend. Ik zou niet weten wat ik liever zou doen dan dit".
Abortusmateriaal Er is ook nog een andere methode. In plaats van foetale cellen kunnen ook cellen uit het bijniermerg van de patient zelf worden verhuisd naar de grijze massa onder de schedel. Zo wordt met alleen de ethische discus sie over gebruik van abortusmateriaal omzeild; er is ook geen risico op af weerreacties. Ook die techniek heeft niet het gewenste resultaat gehad. Voorlopig wordt er dan ook vooral
•n,
4^»>
>^ f
'>S^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's