Ad Valvas 1990-1991 - pagina 77
De restauratie van literaire teksten De boeken van Vestdijk heeft vele drukken beleefd. Maar welke is de goede? "Literaire teksten zijn heel goed ver gelijkbaar met schilderijen. Ze moe ten, zeker als het om oudere teksten gaat, de nodige restauraties onder gaan. Je laat een schilderij van Rem brandt toch ook niet door een ama teur restaureren die nog nooit een penseel heeft vastgehouden!", zegt Dick van Vliet. Hij is sinds 1 septem ber de eerste (bijzonder) hoogleraar in de editietechniek in Nederland. Editietechniek is een specialisme binnen de literatuurwetenschap dat zich bezighoudt met de problemen die zich voordoen bij het uitgeven van literaire teksten. Het heeft nogal wat tijd gekost voordat men in Ne derland doordrongen is geraakt van het belang hiervan. L iteratuurweten schappers waren hier traditioneel veel meer gericht geweest op biogra fisch en historisch onderzoek. "Iedereen begrijpt dat je bij een hand schrift uit de middeleeuwen of uit de oudheid problemen hebt met het ontcijferen en dat je er daarom com mentaar bij moet geven zodat de lezer van vandaag er ook nog iets van kan volgen. Iedereen begrijpt dat je daar bepaalde afspraken over moet maken en onderzoek moet verrichten voor dat je zo'n tekst gaat uitgeven. Maar voor teksten die zijn uitgegeven na de uitvinding van de boekdrukkunst scheen dat in Nederland vreemd ge noeg ineens niet meer te gelden."
Vestdijk Van Vliet schetst de problemen die ontstaan bij het verzorgen van een betrouwbare editie van bijvoorbeeld het werk van Simon Vestdijk. De boeken van Vestdijk hebben vaak vele drukken beleefd. "Welke druk moet een uitgever dan nemen? De tiende, de negende of de eerste? En op basis waarvan kies je die dan?" De editietechnicus probeert in zo'n geval te achterhalen met welke druk de auteur nog te maken heeft gehad. Veel auteurs bemoeien zich wel met de eerste druk, maar latere drukken laten ze veelal over aan de uitgever. Bij herdrukken gaat er nogal eens wat mis en dat heeft tot gevolg dat druk na druk het aantal fouten toe neemt. "Vroeger nam men gewoon de laatste druk die tijdens het leven van de schrijver verschenen was, maar dat is dus juist de meest corrup te tekst." Als Van Vliet een betrouwbare editie wil maken zijn dagelijks werk bij het Bureau Basisvoorziening Tekstedities van de KNAW gaat hij eerst na of de correspondentie tussen uitgever en auteur of tussen uitgever en drukker bewaard is gebleven. Daaruit pro beert hij af te leiden of de auteur de drukproeven heeft gezien en of hij die zelf heeft gecorrigeerd. De drukproeven die de auteur niet heeft gezien kunnen dan verder bui ten beschouwing blijven. "Maar dat zegt nog niet alles, want de bemoeie nis van een auteur kan per druk nog al verschillen. De ene keer heeft de auteur de drukproeven heel zorgvul dig gecorrigeerd en de andere keer heeft hij er alleen oppervlakkig naar gekeken." Bovendien worden er elke keer fou ten gemaakt als een tekst wordt over geschreven van het klad in het net of overgetypt van de kopij. De auteur merkt zelf lang niet alle fouten op. "Hij zou de drukproeven eigenUjk met het vingertje erbij moeten verge lijken met de kopij die hij heeft aan geleverd, maar in plaats daarvan gaat hij gewoon lezen. Dan lees je over dingen heen, want je bent gauw ge neigd om iets vreemds te accepteren. Dat overkomt zelfs Hermans." Als is vastgesteld welke bemoeienis de auteur heeft gehad met het ge
Zelfs W.F. Hermans leest wel eens ergens over heen, en ook Louis Couperus schreef be paald niet foutloos. Alle maal voer voor Dick van Vliet, die sinds kort de eerste hoogleraar edi tietechniek is in Neder land.
Dick van Vliet: 'Teksten moeten voor zichzelf spreken, zeggen sommigen. Dat is leuk bedacht, maar zo werkt het niet' Foto Bram de Hollander
drukte werk, gaat de editietechnicus ook nog op zoek naar handschriften die bewaard zijn gebleven, want die staan het dichtste bij de bedoelingen van de auteur. Ook die handschriften vergelijkt hij met de gedrukte tekst en dat levert meestal varianten op. "Dan vraag ik me af of er sprake is van een verandering die de auteur zelf heeft aangebracht of dat de auteur een fout van de zetter over het hoofd heeft ge zien." Sommige fouten kan de editeur al leen maar constateren in een noot, en niet verbeteren. In de roman 'Langs lijnen van geleidelijkheid' van Couperus is een jongeman in het ene hoofdstuk zeventien en in het andere achttien jaar, terwijl er zo weinig tijd
"Op een gegeven moment heeft Couperus haar echter veranderd in een gescheiden vrouw, maar dat bot ste stilistisch met het feit dat hij in het pension ook al een gescheiden dochter van een Duitse barones had laten wonen. Couperus moest leven van het geld en daarom kon hij niet zomaar een heel stuk van een roman in de prullemand gooien. Dat heeft tot gevolg gehad dat hij het begin van de roman niet meer goed organisch in de veranderde opzet van het ver haal heeft kunnen inpassen." In een betrouwbare wetenschappelij ke editie worden alle gegevens die bekend zijn over een tekst, inclusief de varianten, opgenomen. De litera tuurwetenschapper kan dan de tekst
VU heeft unieke leerstoel: editietechniek is verstreken dat hij onmogelijk in de tussentijd jarig kan zijn geweest. Zijn leeftijd wordt geen derde keer ge noemd, dus hier staat de editeur machteloos. Het streven naar het maken van een zo betrouwbaar mogelijke tekst is maar één kant van de editietechniek. Belangrijk is ook het bieden van een zo volledig mogelijke basis voor we tenschappelijk onderzoek. De diverse varianten van een tekst vormen bij voorbeeld prachtig materiaal voor een literatuuronderzoeker. Van Vliet noemt als voorbeeld Cou perus, die in de drukproeven soms nog hele hoofdstukken toevoegde. Het raadplegen van het oorspronke lijke handschrift van 'Langs Lijnen van geleidelijkheid', maakt duidelijk waarom de structuur van dit werk enigszins krakkemikkig is. "Couperus wilde eerst een pension anekdote schrijven. Dat staat er in het handschrift ook boven als titel. Hij had al tientallen pagina's ge schreven en toen is hij overgestapt op een andere kleur inkt en heeft de ti tel doorgehaald. Het verhaal gaat over een jonge Nederlandse vrouw die in Rome in een pension gaat wo nen nadat ze haar verloving heeft verbroken."
geschiedenis gebruiken bij zijn inter pretatie. Een editie waarin de samen steller heeft volstaan met een verant woording van een alinea of een blad zij, kan volgens Van Vliet nooit betrouwbaar zijn. Hij vindt het merk waardig om het verzameld werk van een auteur uit te geven zonder zo'n verantwoording. "Als je onderzoek verricht kom je voor zoveel problemen te staan en moet je zoveel keuzes maken dat je daarvan verslag moet doen aan de le zer. Ook al is de editie gericht op een groter publiek, dan nog moet de edi teur de lezer de informatie in handen geven. Als de editeiu verzwijgt welke keuzes hij heeft gemaakt weet de le zer nooit of hij een bepaald probleem wel heeft gezien." Van Vliet vindt dat een standaardedi tie altijd moet worden uitgegeven in de oorspronkelijke spelling. Niet uit elitaire overwegingen, maar omdat de hele editie weer de prullemand in zou kunnen bij een nieuwe spellings herziening. "Het mag dan nu even rustig zijn op het spellingsfront, we hebben in deze eeuw toch al drie ver schillende spellingen toegepast. Als het om zeventiendeeeuwse teksten gaat vindt ik dat niet zo belangrijk.
omdat er toen nog geen vaste spel ling bestond in Nederland. De spel ling was toen afhankelijk van de huis regels van de drukker in kwestie." Als die standaardeditie er eenmaal is, mogen er naar hartelust edities van worden afgeleid voor een groter pu bliek, waarin de spelling wel is aan gepast. "Dan hebben we in ieder ge val zeker gesteld dat de wetenschap pelijke onderzoeker uit de voeten kan. Ik wil dus helemaal geen rigide standpunt innemen wat betreft de spelling." Het Bureau Basisvoorziening Tekste dities van de KNAW streeft ernaar standaardedities te maken van het werk van de belangrijkste Nederland se auteurs. Van die edities kunnen uitgevers dan edities voor een groter publiek worden afgeleid, eventueel met aangepaste spelling. Een voor beeld is het verzameld werk van Cou perus, waarvan nu een historischkri tische editie zal verschijnen in een oplage van 700 exemplaren, en waar van uitgeverij Veen een leeseditie maakt in een oplage van 6500. Soms zullen die gepopulariseerde edities ook becommentarieerd moe ten worden, zeker bij wat oudere teksten. "Wat je bij een wetenschap pelijk onderzoeker bekend mag ver onderstellen mag je niet bij de be langstellende lezer bekend veronder stellen. Die schrik je dan juist af. Een roman van Vestdijk hoeft niet be commentarieerd te worden, maar de Camera Obscura bevat bijvoorbeeld talrijke zaken die ons onbekend zijn." Van VUet vindt de bloemlezing die Gerrit Komrij heeft gemaakt van de zeventiende en achttiendeeeuwse poëzie een voorbeeld van een slechte bloemlezing, omdat een lezer daar volgens hem niets mee kan. "Komrij zegt dat hij met opzet geen toelich ting heeft gegeven en dat die teksten voor zichzelf moeten spreken. Dat is leuk bedacht, maar zo werkt het niet. De twintigsteeeuwer heeft bij zulke oude teksten uitleg nodig."
Leesedities Het Bureau Tekstedities, dat in 1983 is opgericht na een initiatief van de Utrechtse hoogleraar Sotemann, hecht er veel waarde aan dat uitge vers hun edities afleiden van de stan daardedities en daarom reserveert het
Bureau ieder jaar een deel van zijn begroting (620.000 gulden) voor on derzoek ten behoeve van de leesedi ties. Couperus is daar een voorbeeld van een uitgave die vijftig delen moet gaan bevatten maar ook de 'Ver spreid gepubliceerde gedichten' van Marsman (Querido) en de gedichten van Bloem en Leopold (Atheneum, Polak Van Gennep) kwamen tot stand met financiële steun van het Bureau Tekstedities. "Als de KNAW het onderzoek niet zou betalen zou den de edities nooit kimnen verschij nen. In Engeland zal niemand beslui ten om het werk van Couperus maar eens te gaan uitgeven." Van Vliet blikt jaloers naar het bui tenland als het gaat om het aanboren van geld voor het maken van stan daardedities. In Duitsland bestaan grote uitgeverijen die deze edities be talen van de winst die ze maken met hun goed lopende titels. Bovendien is het daar ook makkelijk om geld los te krijgen bij de deelstaatregeringen en de gemeenten. "In Duitsland, maar ook in Frankrijk leeft de nationale li teratuur veel meer. Als je in Amster dam naar de burgemeester toestapt en zegt dat de een of andere grote schrijver in zijn stad heeft gewoond, dan zegt hij hoogstens 'Wat leuk.'" Ondanks de relatieve armoe ver schijnt er nog genoeg boeiend werk. Binnenkort publiceert het Bureau een standaardeditie van 'De uitvreter' van Nescio, van de poëzie van de ze ventiendeeeuwse dichter Six van Chandelier, een wetenschappelijk kritische uitgave van de 'Max Have laar', die alle varianten bevat en de lang verwachte verzamelde gedichten van Nijhoff, waarin ook alle nietge publiceerde jeugdgedichten zijn op genomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's