Ad Valvas 1990-1991 - pagina 359
AD VALVAS 28 FEBRUARI 1991 I
I PAGINA 5
Geschiedschrijving zonder sjablonen Hoogleraar wil af van marxistische invuloefeningen Frank van Kolfschooten De oprichter van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), de sociaaldemocraat Nico Postuhumus, moet zich in zijn graf hebben omgedraaid. Deze maand aanvaardde de historicus Jan Lucas sen aan de VU de bijzondere leerstoel Internationale en Comparatieve So ciale Geschiedenis, die is ingesteld door dit eens zo 'rode' instituut. Waarom werkt de VU samen met een instituut dat wereldberoemd is door zijn collecties over de geschiedenis van de arbeidersbeweging, waaronder de manuscripten en brieven van Marx, Engels, Bakoenin, Troelstra en Domela Nieuwenhuis? Lucassen: "Het IISG was traditioneel een vrij hechte gesloten club, maar het is aan het begin van de jaren tachtig open gebroken na een reorganisatie door onze huidige directeur Eric Fischer. Hij vond dat het IISG het potentieel van de collectie onvoldoende benutte en daarom heeft hij de banden met de universiteiten aangehaald. Mede werkers van het IISG geven nu regel matig gastcolleges, en sommigen werken parttime bij universiteiten. Toen de VU ons benaderde voor de vestiging van een leerstoel paste dat dus uitstekend in onze vernieuwing. Er zijn inderdaad geen historische connecties tussen de VU en het IISG, maar de vakgroep Economische en Sociale Geschiedenis van de VU heeft landelijk een heel goede naam, dus daarom hebben we de mogelijk heid met beide handen aangegre pen."
Politiek De kwaliteit staat tegenwoordig voor op bij het IISG, en niet de ideologie. De labour history, de geschiedschrij ving van de arbeidersbeweging, is al tijd sterk gedomineerd door politiek geinpireerden. Dat lijkt nu langzaam te veranderen, tot tevredenheid van Lucassen. "Die schrijvers zaten aan sterke sja blonen vast. Vaak trokken ze zich te rug in historische reflecties als hun politieke idealen niet meer verwezen lijkt konden worden. Ze keken dan of Marx wel of niet gelijk had. Dat lukte altijd, want het marxistische model is een soort invuloefening. Je kunt overal voorbeelden voor vinden en alles bewijzen, zonder dat je feiten hoeft te vervalsen. Je moet er hoog stens een paar weglaten. Toch is het niet zinloos om als een trotskist la bour history te bedrijven, want zo ie
De studenten van Jan Lucassen moeten leren hoe je een schop vast houdt en hoe een kolen fornuis te stoken. De nieuwe bijzonder hoog leraar Internationale en Comparatieve Sociale Geschiedenis wil de ge schiedschrijving van de arbeidersbeweging nieuw leven inblazen. Die is volgens hem te lang gedomineerd door marxistische invuloefe ningen waarin de wereld wordt opgedeeld in goed en slecht. Een historicus moet alle klassen even serieus nemen.
'..}
i * 's,»»! •,
ir Het voormali ge pakhui s 'Koni ng Wi llem het I I S G .
mand ziet dingen die ik als niettrots kist nooit zou zien. De geschied schrijving van het eerste uur van emancipatiebewegingen wordt overi gens altijd gedomineerd door activis ten. Dat zie je ook bij vrouwenge schiedenis. Bij de artikelen die ik krijg aangeboden voor het Internatio nal Review for Social History, waar van ik redaCtievoorzitter ben, zie ik dat de labour history nu langzamer hand een tweede fase ingaat, net als de vrouwengeschiedenis. Het heeft bij ons alleen wat lang geduurd."
Zwart gat Voor veel labourhistorici begint de Nederlandse arbeidersgeschiedenis pas na de Industriële Revolutie. De periode die daaraan voorafgaat wordt volgens Lucassen ten onrechte be handeld als een soort 'zwart gat'. Het beeld van de Nederlandse preindus triele arbeider als iemand "die zich in zijn armoedige bestaan in doffe be rusting schikt (en) wie de lichamelij ke en geestelijke kracht ontbreekt om zich op te werken", moet nodig wor
Kuyper was furieus over de weigering van de Kiescommissie om zijn lijst toe te laten tot de verkiezingen voor de Univer steitsraad. Er was echter nog een lichtpuntje, want mr. Violet Fijnvandraat had hem erop gewezen dat hij bij het College van Beroep voor de Verkiezingen kon protesteren tegen deze be slissing. Het leek hem raadzaam nu eens niet in zijn eentje te opereren en een advocaat in de arm te nemen. Bladerend in de Gele Gids stuitte hij op Advocatenkantoor Leibowicz Leibo wicz Leibowicz aan de Keizersgracht. Dat klonk hem zeer bekend in de oren, en hij greep meteen de telefoon. De telefo niste zei hem dat de heren helaas allen in bespreking waren. Kuyper legde haar de urgentie van het geval uit. Hij moest binnen twee dagen beroep aantekenen, anders was zijn kans om raadslid te worden verkeken. "Oh meneer Kuyper, maar dan denk ik toch dat er een misverstand in het spel is. Weet u niet dat Leibowicz Leibowicz Leibowicz alleen verkrach ters, lustmoordenaars en incestplegers verdedigen? Als u nou een milieucrimineel was dan zouden we nog een oogje kunnen dichtknijpen, maar ik vrees dat dit zaakje niet genoeg stinkt." "Nou nee, dat wist ik niet. Neemt u mij niet kwalijk, ik..." "Oh maar wacht eens, daar komt net de jonge meneer Leibo wicz binnenlopen. Ik zal even overleggen. Heeft u een mo ment?" Kuyper wachtte geduldig. Na vijf minuten kwam de telefonis te weer aan de lijn en zei: "Meneer Kuyper, ik heb een verheu gende mededeling voor u. De heer Leibowicz heeft nog een gaatje vrij op zijn agenda. Ik heb hem alles voorgelegd en hij laat mij u zeggen dat u alle stukken van belang vandaag nog moet opsturen. U treft hem donderdag een half uur voor de beroepszaak om de details te regelen. Het lijkt hem een gewon nen zaak."
II.
den bijgesteld. Stakingen en sociale onrust op de arbeidsmarkt zijn feno menen van alle tijden, en beginnen niet pas met de opkomst van de mo derne vakbeweging. Door hun politieke vooringenomen heid hebben labourhistorici vaak te weinig respect getoond voor groepen arbeiders die niet in hun schema's pasten. Lucassen: "Er is bijvoorbeeld geschreven dat het onbegrijpelijk is dat christelijke arbeiders achter het werkliedenverbond Patrimonium of de ARP aanliepen. Een historicus moet er juist van uitgaan dat ze wel goed bij hun verstand waren en zich vervolgens afvragen waarom ze dat dan deden. Maar ja, het waren nu eenmaal zelf vaak geen vakhistorici, en ze waren dikwijls met handen en voeten gebonden aan de eigen vakor ganisatie, en daarmee ook aan de bronnen die die organisatie zelf pro duceerde. Daar zaten overigens ook positieve kanten aan. Ze kenden de activisten van het eerste uur en zoch ten die op voor hun onderzoek. Ze praatten met ze, schreven hun herin
aan de Cruqui usweg: si nds mei 1 9 8 9 onderkomen van Foto Bram de Hollander
neringen op en verzamelden hun persoonlijke documenten. Het IISG heeft zijn bestaan toch mede te dan ken aan dit soort verzamelaars. Bo vendien kenden veel van deze histori ci het arbeidersbestaao van binnen uit. Dat is denk ik een groot pro bleem voor de komenden generatie historici. Die hebben door hun socia le achtergrond en ervaring eigenlijk twee linkerhanden. Studenten weten niet meer wat een schop is, want die hebben ze nooit in handen gehad. Ze kunnen dat wel zien op een plaatje, maar daar kunnen ze niet op zien dat je blaren op je handen krijgt als je een schop verkeerd hanteert."
Zeis "Het is misschien een luxe verhaaltje om op te dissen, en het stelt ook niks voor, maar ik kom zelf van een boe rendorp, en ik heb op het land en in de mijnen en in steenfabrieken ge werkt om mijn geld te verdienen. Dus ik kan me daar wel iets bij voor stellen. Bij een lezing die ik een keer heb gehouden in Abcoude sputterde
A. Kuyper Zn.
De belevenissen van een achterkleinkind (25) Kuyper liep zenuwachtig heen en weer te banjeren voor de deur van de Beroepskamer. De zitting van de Commissie van Beroep was al begonnen. Over twee minuten was het zijn beurt, en van Leibowicz nog geen spoor. Als hij een verkrach ter was geweest had hi) vast niet zo lang hoeven wachten, dacht hij. Toen kwam in de verte iemand aanlopen in een keu rig pak en met een diplomatenkoffer in zijn hand. Dat moest hem zijn! Het viel Kuyper op dat hij erg jong was, maar hij had geen tijd om daar lang bij stil te staan. Hij schudde hem snel de hand en duwde hem de Beroepskamer binnen. Nog voor ze konden gaan zitten werd Kuypers naam al voorgelezen door de collegevoorzitter, Fons Schellevisch. Deze aartsconservatieve jurist was door handig lobbyen doorgedrongen tot alle juridi sche organen die de VU rijk was. Hij was ook voorzitter van het
een grote oude man van een jaar of tachtig: 'Maar meneer Lucassen, hebt u zelf ooit wel eens een zeis in uw handen gehad?' Ik kon toen ge lukkig zeggen dat ik wist hoe moeilijk dat is, en dat het het makkelijkst gaat als het gras nat is. Mijn kinderen we ten echt niet wat een kolenfornuis is, laat staan hoe je dat moet stoken. Wat dat betreft is geschiedenis een lastig vak. Je moet niet alleen theoretische, maar ook praktische kennis hebben. Veel van de oude academische histo rici hadden dat denk ik ook niet, want dat waren typisch stadsmensen. Ik vraag me af of Huizinga iets afwist van dit soort zaken. Mijn studenten zal ik in ieder geval regelmatig naar het Amsterdams Historisch Museum sturen. Ze moeten zich de komende tijd inleven in de beëdigde turfdra gers van Amsterdam. Dat was een gilde van 500 a 600 man, dat het mo nopolie had op het dragen van de turf die uit Zwartsluis kwam. Die club is in de jaren 1860 afgeschaft, en is een mooi voorbeeld van een vroege arbeidersbeweging."
College van Beroep voor Examens, het College Van Beroep voor Geschillen en het College van Beroep voor O ngewenste Intimiteiten. Zijn wetenschappelijke activiteiten waren daar door nogal in het gedrang gekomen, want hij had alleen nog tijd om zijn college 'Inleiding in het Zeerecht' te geven. Dat tentamen stond overigens bekend als het grote struikelblok in de propaedeuse Rechten. Kuyper begreep niet waarom mr. Schellevisch zo vreemd grijnsde toen ze naar voren kwamen. Hij inspecteerde zijn kle ding om te zien of er misschien wat mee mis was, maar kon niets ontdekken. De voorzitter gaf het woord aan Kuypers raadsman. Leibowicz begon stotterend en met een vuurrood hoofd. Kuyper stond herhaaldelijk op het punt om hem te ver beteren, maar beheerste zich omdat hij vreesde dat het zijn zaak geen goed zou doen. Hij bekeek zijn advocaat nog eens goed en zag dat hij nauwelijks baardgroei had. Hij had wel eens gelezen dat de baardgroei van mannen tegenwoordig langza mer op gang kwam door het eten van goedkoop, met hormo nen volgespoten varkensvlees, maar ja, iemand die kantoor hield op de Keizersgracht zou zichzelf toch wel op dikke var kenshazen tracteren. En misschien at hij zelfs wel koosjer. Lei bowicz eindigde met horten en stoten zijn pleidooi, waarna het College zich voor beraad terugtrok. Mr. Schellevisch las de uitspraak met satanisch genoegen voor: "Zelden heeft het College zo'n zwakke verdediging aan schouwd. De heer Kuyper heeft bovendien blijk gegeven van minachting voor het College door een eerstejaars student Rechten als raadsman in te huren, die nota bene een twee heeft behaald bij het tentamen 'Inleidmg tot het Zeerecht'. Zijn verzoek is dan ook verworpen."
«4!l
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's