Ad Valvas 1990-1991 - pagina 178
AD VALVAS 8 NOVEMBER 1990
PAGINA 6
'Ik ben een alfa-mens, maar ik voel dat als een manco' Minister Andriessen wil de handelsnatie achter de PC loodsen Frank S t e e n k a m p Lizet Kruyff
Voorspellen is moeilijk. Begin sep tember schreef minister Andriessen nog in zijn nota 'Economie met Open Grenzen' over het groeiende tekort aan ondermeer lassers en bankwerkers; en nu moet hij die uit spraak alweer relativeren. "Ik vrees dat die schaarste wel eens snel voorbij kan zijn," geeft de ex voorzitter van werkgeversbond NCW ruiterlijk toe. "De economische vooruitzichten zijn verslechterd. In Amerika zitten ze al dicht tegen een recessie aan. En ook wij zullen de effecten daarvan binnen een jaar gaan merken." Maar groei of niet, de noodzaak van meer technologische vernieuwing blijft volgens Andriessen volledig overeind. Onderwijs en onderzoek moeten daarin een rol in spelen. Vandaar dat de bewindsman zich steeds vaker op het terrein van zijn collega Ritzen begeeft. Vijfentwintig jaar geleden zat An driessen op hetzelfde ministerie, als jongste lid van het kabinetM arijnen. Technologiebeleid speelde geen rol: "In de jaren vijftig heb ik hier als ambtenaar wel de herindustrialisatie meegemaakt. Toen ik in 1963 minis ter werd, was dat alweer voorbij. Het was alles macroeconomie wat de klok sloeg: als je maar iets wist van Keynes en economische modellen, had je goeie kans om minister te wor den." Het bevorderen van economische groei en verdeling van de nationale koek stonden m die tijd voorop. "Dat ging goed, totdat ik minister werd," zegt hij lachend. "Net in dat jaar ont stond er een stemming van: laten we de kasregisters gaan leeghalen. Er ging veel geld naar sociale voorzie ningen. Men wilde enorm veel hui zen gaan bouwen. En er kwam een loongolf, waarbij de lonen ineens zes tien procent omhoog gingen sinds dien sta ik niet meer te kijken van een paar procent. Intussen moest Economische Zaken de prijzen laag zien te houden." Met een groot aantal prijsbeschikkin gen lukte het Andriessen, bijna tegen beter weten in, de prijsstijging te be perken tot zes procent. De enige link met techniek en indus trie was in de jaren zestig het energie beleid. "In die kabinetsperiode is het Directoraat Generaal Energie opge zet. Dat vond ik het leukste onder deel van het ministerie. Dat ging toen om de Staatsmijnen en de elek triciteitscentrales. Het aardgas begon net te komen; en we moesten een wet maken voor het continentaal plat. Het was en is een eigen sector van de industrie, waar EZ veel invloed heeft. Daar speel je een beetje ondernemer tje. En het gaat om tien procent van het Bruto Nationaal Produkt." "Nu is dit hele ministerie eigenlijk een technologiedepartement. Je hebt Advertentie
"Nederland is te veel een alfa en gamma natie." Met die stelling kwam minister dr. J.E. Andriessen van Econo mische Zai<en begin september in de publici teit. In een nota ver klaarde hij dat er in ons land te weinig animo is voor technologische vernieuwing. Die bood schap strekte zich uit tot het onderwijs, inclu sief de universiteiten. Ook daar leidt "de ge ringe gerichtheid van Nederlandse jongeren op technische vakken" tot tekorten, vindt de 62jarige nestor van het derde kabinet Lubbers. Een gesprek over de handicaps van een han delsnatie, het nut van Chriet Titulaer en de rol van de universiteiten.
Dr. J.E. Andriessen: vaak op het territorium van collega Ritzen Foto Bram de Hollander
wel energiebeleid, midden en klein bedrijf en industriebeleid. Maar dat beleid wordt toch allemaal gedragen door technologiebeleid. Zomaar steun geven aan bedrijfstakken, daar doen we nauwelijks meer aan." Uit
mineekoopman' valt, en de CDA minister (bloedgroep: CHU) knikt in stemmend. "Gevolg van die traditie is dat er in ons onderwijs minder belangstelling is voor natuurwetenschap en tech
''Als ik tegenwoordig iets doe, is het bijna altijd in het kader van het technologiebeleid" zondering is de scheepsbouw, waar het ministerie zich door subsidierege lingen in omringende landen ge dwongen ziet. Maar verder geldt vol gens de bewindsman: "Als ik tegen woordig iets doe, is het bijna altijd in het kader van het technologiebeleid." In de visie van Andriessen is techno logische modernisering niet alleen noodzaak voor onze concurrentiepo sitie. Ook kan die innovatie, mits in goede banen geleid, de sleutel zijn voor verbetering van werk en leef omstandigheden. Daarvoor is echter een draagvlak nodig, in de vorm van genoeg technische scholing en alge mener een opener opstelling tegen over techniek. Aan beide ontbreekt het volgens hem nogal. "Nederland is nogal een alfa en gammaland. Duitsland, Frankrijk, ook België zijn veel meer gedreven door technologie dan wij. Als je de vraag stelt hoe dat komt, beland je bij onze traditie als handelsnatie. Zelfs in periodes van grotere aandacht voor de industrie bleef het devies dat onze grote kracht toch de handel en dienstverlening was.!' De kreet 'do
niek. Men kiest nog steeds veel alfa en gamma. En dat baart mij zorgen. Ik ben zelf ook een alfamens, maar ik voel dat als een manco. In de toe komst zal je mee moeten kunnen in de technologie. Jazeker, óók in de dienstverlening kan je niet meer om de rol van de techniek heen. Je zult er op zijn minst gevoel voor moeten hebben." "Hoe moet je hiervoor belangstelling wekken?" vraagt Andriessen zich af. Zelf probeert hij in redes wel eens een goed verhaal te houden over nieuwe technologie, maar hij vindt het 'hardstikke moeilijk'. Des te gro ter is zijn bewondering voor iemand als Chriet Titulaer. Maar in het alge meen mist hij in ons land goede po pulairwetenschappelijke TVpro gramma's van het niveau van onze buurlanden. En op zijn ministerie heeft hij een paar mensen aan het denken gezet over de vraag, hoe het grote publiek 'bewerkt' kan worden. "Misschien biedt de Eurekaconfe rentie, aanstaande juni in Den Haag, wel een geschikte gelegenheid," zegt hij peinzend.
Maar de minister beseft terdege dat geringe belangstelling en gebrekkige popularisatie niet de enige verklarin gen zijn: "Ik was laatst op de Twentse universiteit. Daar werd me verteld dat men hard werkt aan werving van meisjesstudenten. Maar een groot aantal daarvan haakt al na korte tijd af: het studieklimaat en de stof spre ken hen niet aan. Dat betekent dus, dat je de helft van de bevolking een kleinere kans geeft om een techni sche studie af te maken." Volgens Andriessen zou het schelen als er meer aandacht was voor maat schapelijke toepassingen van tech niek, zoals dat al het geval is bij rich tingen als milieu en medische tech nologie. Op die manier is beter aan sluiting te vinden bij de belevingswe reld van studenten, die niet louter om de sommetjes een bètastudie wil len kiezen. Vooral voor meisjesstu denten is dat belangrijk.
Nauw contact Zoals gezegd dringt Andriessen vaak door tot het territorium van zijn col lega Ritzen. "Wij hebben nauw con tact met het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. We proberen het beleid inzake fundamenteel en strate gisch onderzoek naar elkaar toe te praten. De reactie op de commissie Rauwenhoff, over aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt, is goeddeels door Ritzen en mij samen voorbereid. Ook in het kader van Eu ropese onderzoeksprogramma's wer ken we nauw samen. Er is zelfs een ambtenaar van Wetenschapsbeleid waarvan ik steeds dacht dat hi) van mij was. Maar hij bleek bij Ritzen te werken." Tot 1982 vielen wetenschaps en technologiebeleid onder één zelfstan dig ministerie. Bij de formatie van
het eerste kabinetLubbers werd de boedel gesplitst. "Hoe ze dat gedaan hebben, is me volstrekt een raadsel," zegt Andriessen vrolijk. "TNO is bij OW gebleven. Dat is niet logisch: vanwege zijn toegepaste karakter had het veel beter bij EZ gepast. En van andere onderdelen vraag ik me af of die niet meer bij Onderwijs horen," Andriessen is geen voorstander van een bundeling, naar Duits voorbeeld, van het wetenschaps en technologie beleid onder één sterk onderzoeksmi nisterie. "Dat BMFT (Bundesministe rium für Forschung und Technolo gie) is een goeie club. Het heeft ook een budget waarmee het heel wat kan vertimmeren. Maar op het rege ringsbeleid heeft het volgens mij niet veel invloed. Zo'n apart ministerie, los van onderwijs en economie, blijft toch een beetje zweven. Daarom vind ik onze constructie toch beter." Wat hij wèl belangrijk vindt, is de komst van een gezamenlijke Advies raad voor Wetenschaps en Techno logiebeleid. "Ik verwacht daar veel van. We werken er goed aan samen." En dat geldt voor meer terreinen. "Omdat Ritzen wel eens in geldpro blemen zit, kan ik hem soms ook hel pen. Dat is bijvoorbeeld gebeurd bij de vernieuwing van inventarissen van technische scholen. Maar voortaan moet hij daar zelf meer zijn best op doen", zegt Andriessen op vaderlijke toon. En de Technische Universiteiten? "Ik denk wel eens: als ik zeg dat ik de TU's wil hebben, zou Ritzen zeggen 'nou neem ze maar'. Maar of ik het zou doen? Ik weet niet of dat wel ver standig zou zijn. Nu heb je in de mi nisterraad bij discussies over onder wijs al dat eerst Ritzen zijn zegje doet. Daarna mag meneer Bukman nog even over de landbouw universiteit; en dan zou je ddarna straks ook nog; meneer Andriessen krijgen voor de TU's."
Apparatuur Toch zouden sommige TUbestuur ders graag naar Economische Zaken verhuizen. Ze verwachten daar meer begrip en vooral ook meer geld voor hun apparatuurbehoefte. "M aar juist daarom ben ik zo voorzichtig!" lacht de bewindsman. Belangrijk is volgens hem vooral dat Ritzen zich bewust is van de behoeften van de technische wetenschappers. EZ kan daarbij met subsidies als katalysator werken, voor al ook bij de samenwerking met TNO en andere onderzoeksinstellingen. Toch laat Andriessen het universitai re onderzoek niet helemaal links lig gen bij zijn acties voor technologische vernieuwing. Al langer geeft EZ steun aan de Stichting Technische Wetenschappen en aan een tiental innovatiegerichte onderzoekpro gramma's (lOP's), op gebieden als biotechnologie, katalyse en nu ook milieutechnologie. Als volgende stap heeft hij inmiddels geld uitgetrokken voor steun aan 'onderzoekscholen' op technische vakgebieden. "Dat moeten dan echte 'centers of excellence' zijn," vindt Andriessen. "Het veel genoemde aantal van hon derd universitaire onderzoekscholen lijkt mij daarvoor wat veel. Collega Ritzen spreekt liever van tien tot vijf tien scholen. Ik denk dat we het in derdaad zo moeten doen." Zoals er in Engeland en Duitsland bijvoorbeeld één instituut is waar men alles weet van plastics, zo zou het ook bij ons straks moeten zijn. Vroeger vervulde TNO op verschil lende gebieden die rol, maar dat is volgens de minister te veel 'de markt opgejaagd'. Dus hangt de vorming van nieuwe kenniscentra af van de universiteiten. De minister trekt er zo'n tien miljoen gulden per jaar voor uit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's