Ad Valvas 1990-1991 - pagina 466
I AD VALVAS 25 APRIL 1991
PAGINA 8 1
Er moest heel wat geld worden ingeleverd onn de begroting sluitend te krijgen en verder liet het bestuur zich niet graag In de kaart kijken: een korte samenvatting van één jaar vergaderen in de faculteitsraad van psychologie en pedago gische wetenschappen (PPW). Een representa tief gezelschapje uit de raad de decaan, een wetenschapper en een student blikt terug.
van de notitie waarop het onder zoeksbeleid van de faculteit is gefun deerd. Daarnaast is Oriebeke niet al leen bestuurder maar ook een ambi tieus wetenschapsman met een eigen onderzoeksprogramma. En daarvoor moet natuurlijk ook geknokt worden.
Onderzoeksbelangen
De raadsleden Johan Sturm ( I . ) en Jaap Peen, en decaan Oriebeke
NICO Boink AVC/VU
Haat en liefde in de faculteitsraad Twee raadsleden en een decaan blikken terug op een woelig jaar Mark Plekker en Arjan Spit
Wat brengt iemand ertoe raadslid te worden? Jaap Peen, derdejaars psy chologie, was dit jaar lid van de facul teitsraad PPW en voor het komend jaar is hij verkiesbaar. "Sommigen zeggen dat je het doet voor de stu dentenbelangen. Ik geloof zelf niet zo in dat altruïsme. Je doet het omdat je het zelf leuk vind. Het is interessant om te weten hoe een faculteit in el kaar zit." Zo'n overweging geldt niet voor staf leden. Het bestuurswerk is een on derdeel van hun taak. Maar toch merkt Johan Sturm, docent histori sche pedagogiek en lid van de facul teitsraad, vaak dat zijn bestuurswerk zaamheden weinig serieus genomen worden. "Al jaren is er de cultuur om bestuurstaken te zien als iets dat ei genlijk niet tot de kerntaken van de stafleden behoort. Ik vind dat onjuist en ook jammer. Maar het effect is wel dat veel raadsleden zich er met onvoldoende toewijding mee bezig houden. Sommigen weten nauwelijks hoe het bestuur op een faculteit functioneert." Gebrek aan inzet en onvoldoende voorbereiding van de leden belem meren de daadkracht van de facul teitsraad. De raadsleden geven echter ook aan dat de werkwijze van de raad niet bepaald stimuleert tot grotere in spanningen. Zo constateert Peen dat er in de raad vaak stukken aan de orde komen die door commissies, en vakgroepen al helemaal zijn voorge kookt. "Je gaat er dan vanuit dat ze goed in elkaar zitten, zodat je er als raad maar weinig aan verandert, hoogstens wat kleine dingen."
Onvermijdelijk Johan Sturm, een van de weten schappers in de raad, kan dat wel aanvullen: "Je ziet in de hele univer sitaire bestuurscultuur dat heel veel dingen gepresenteerd worden als noodzakelijk, als onvermijdelijk, als beslissingen waar eigenlijk geen alter natief voor is. Als raad heb je op die manier in feite ontzettend weinig mogelijkheden om iets te veranderen. De raad is tot op grote hoogte een in stituut dat ja zegt op voorstellen die van het bestuur komen." De verhouding tussen raad en be stuur is er een van haat en liefde. De raad moet het bestuur controleren, maar is voor zijn informatievoorzie
ning vrijwel geheel afhankelijk van dat zelfde bestuur. Vaak heeft het be stuur geen trek in ellenlange discus sies met een lastige raad, maar van de andere kant kan het ook weer niet om de formele bevoegdheden van de raad heen. Nu eens overheerst de goede verstandhouding en het ge meenschappelijk belang, dan weer het gezonde wantrouwen en de ge scheiden verantwoordelijkheden. De relatie tussen de faculteitsraad en het bestuur van PPW heeft de afgelo pen maanden danig onder druk ge staan. De raad wilde meer inspraak bij de ophanden zijnde reorganisatie, maar kreeg die niet. Daarentegen vverd het bestuur door de raad op de vingers getikt over de voorstellen voor de verdeling van de gelden uit
het Universitaire stimuleringsfonds (USF). Maar de brief met die voor stellen was toen al in bezit van het College van Bestuur.
Hoogmoed en arrogantie Decaan J.F. Oriebeke geeft ronduit toe dat de gang van zaken met de USFvoorstellen een fout van het be stuur is geweest. Sturm ziet het voor val echter als een voorbeeld van be stuurlijke hoogmoed en arrogantie van de macht. "Die arrogantie komt natuurlijk niet uit de lucht vallen, die is gebaseerd op het feit dat het bestuur veel beter gemformeerd is en zich langer met een probleem heeft bezig gehouden." "Ik heb de afgelopen jaren bij meer dere kwesties vastgesteld dat er een
geringe gretigheid is bij het bestuur om kennis te nemen van wat de raad vindt. Er is natuurlijk wel een forme le noodzaak om dingen aan te dragen voor de raad, maar besturen hebben de neiging niet erg geintresseerd te zijn in discussies met de raad." Prof. Oriebeke vindt de genoemde infor matievoorsprong een kenmerk van het systeem en die gretigheid zal vol gens hem wel haast nergens bestaan. De belichaming van de informatie voorsprong lijkt de decaan zelf te zijn. De invloed van Oriebeke is groot, omdat hij de centrale figuur is bij een aantal heikele operaties die de facul teit voor de boeg heeft. Zo is hij voor zitter van de reorganisatiecommissie, leidsman in de commissie voor de onderzoekscholen en medeopsteller
Loopt hij als decaan, die aan zoveel touwtjes trekt, niet het risico dat hij niet meer boven de partijen staat? "Ja dat is een gevaar," zegt hij. Maar Or iebeke benadrukt dat hij binnen de faculteit niet de enige is met veel in vloed. En wat zijn belangen als on derzoeker betreft, er zijn meer men sen die als bestuurder ook nog eigen onderzoeksbelangen hebben. "Als de voorzitter van de vaste wetenschaps commissie het onderzoek van de fa culteit moet beoordelen, komt hij zijn eigen onderzoek ook tegen. Daar is de belangenverstrengeling minstens zo groot, zo niet groter." Sturm voegt daar aan toe dat de spanning tussen persoonlijke en fa cultaire belangen bij raadsleden evengoed speelt. "Je ziet vaak dat raadsleden inspringen waar hun clubje ter sprake komt. Dat zie je bij voorbeeld bij de verdeling van bud getten. Mensen proberen dan toch een paar duizend gulden voor hun eigen club veilig te stellen." Oriebeke maakt duidelijk dat de raad wat hem betreft niet altijd het laatste woord kan hebben. Wat de raad wil moet ook bestuurlijk mogelijk zijn. Als dit niet het geval is zal hij, in de wetenschap dat de raad hem als de caan niet af kan zetten, zijn poot stijf houden. "Als de raad een motie van wantrouwen zou aannemen, moet het bestuur zich daar wel wat van aantrekken, maar formeel gezien is het voor mij persoonlijk geen ver plichting om af te treden. Ik zou het misschien wel doen, maar niemand verplicht mij." Peen vindt deze hou ding illustratief voor de moeilijke po sitie van de raad. "We kunnen nog zo kritisch zijn, maar vaak trekt het be stuur zich daar niets van aan."
Verkiezingen? Welke verkiezingen? Martin Enserink
Het is weer verkiezingstijd, dus moet er flink campagne worden gevoerd om iedereen naar de stembus te krij gen. Hoewel... Bij nader inzien valt dat wel mee. Vooral bij het perso neel is er geen sprake van verkie zingskoorts. Zelfs niet van een lichte verhoging. Van alle VUmedewerkers hoeven dit jaar alleen een paar technici, analisten en secretaresses van de fa culteit scheikunde een kruisje te zet ten. De rest van de duizenden perso neelsleden kan de jaarlijkse kermis rustig aan zich voorbij laten trekken. Hoe dat mogelijk is? Voor de uni versiteitsraad stemt het personeel dit jaar niet; de huidige leden hebben een zittingstermijn van twee jaar. Hetzelfde geldt voor acht faculteits raden. Bij de resterende zeven facul teiten, waar wel gestemd zou kun nen worden, gebeurt dat niet, dank zij artikel 38 van het Kiesreglement. Deze clausule, beter bekend als de 35-procentsregehng, houdt in dat stemmen niet nodig is als er precies evenveel kandidaten zijn als be schikbare zetels èn als minstens 35 procent van de kiezers die kandi
daatstelUing met een handtekening ondersteund heeft. Bij de faculteitsraadsverkiezingen wordt door het personeel overal ge bruik gemaakt van die regeling, be halve door het ondersteunend en beheerspersoneel (O BP) van Schei kunde. In de praktijk gaat de 35procents regeling eenvoudig in zijn werk. Als er in februari kandidaten gezocht moeten worden, gaat aan elke fa culteit een 'verkiezingsgedelegeer de' rond. Een van hen is dr. J. de Jong. "Voor het WP geldt bij ons de regel dat alle vakgroepen ten min ste één vertegenwoordiger in de raad krijgen", licht hij toe. "Ze kun nen zelf kiezen wie; de meeste vak groepen hebben daar een soort rou latieschema voor." Is zo eenmaal een lijst gemaakt die evenveel kandidaten als vacante ze tels telt, dan hoeft De Jong alleen nog een aantal collega's langs voor een krabbeltje. "O nze faculteit heeft 99 WP'ers, dus ik moet 35 handtekeningen hebben. Meestal vraag ik er wat meer, een stuk of 45." "Dit systeem bevalt heel goed. Het loopt al jaren zo", zegt De Jong. Dat de raadsleden nu eigenlijk hun vak
groep vertegenwoordigen in plaats van hun geleding, vindt niemand een bezwaar. In de faculteitsraad zijn immers om de haverklap vak groepsbelangen in het geding; dus heeft elke groep recht op een woordvoerder. Wordt bij de chemici nog wel ge stemd door OBP en studenten, voor de faculteit sociaalculturele weten schappen (SCW) hoeven helemaal geen stembiljetten meer gedrukt te worden. O ok de studenten hebben daar het nut van artikel 38 ontdekt, nadat de opkomst in '89 was gekel derd tot een droevig stemmmende 24,8 procent. Zo'n lage opkomst betekent dat niet alle zetels in de raad bezet mogen worden. Nu regelen de twee studentenclubs bij SCW, Mundus en Fono, samen de kandidaatstelling. Daarna wordt een aantal grote collegezalen afge lopen om voldoende handtekenin gen te vergaren. Zo blijkt de 35 procent wel haalbaar, die bij verkie zingen niet op komt dagen. Ook bij SCW geen enkele klacht over de regeling, meldt secretaris beheerder en verkiezingsgedele geerde drs. P. Heemskerk. "Mede door mijn lidmaatschap van de Am
stelveense gemeenteraad ben ik toch heel alert op de democratische verhoudingen", zegt hij, "maar te gen dit systeem heb ik nog nooit oppositionele geluiden gehoord." Dr. J.T. Goldschmeding, voorziner van de Kiescommissie, heeft geen problemen met de toenemende po pulariteit van artikel 38. "Het is bedoeld om geen verkiezingen te hoeven houden in die gevallen waarin toch wel duidelijk is wie men in de raad wil hebben", zegt hij. "En zo werkt het ook." Het systeem heeft een ingebouwde veiligheid, zegt de voorzitter: zodra er één kiezer het niet met de gang van zaken eens is, kan hij zichzelf kandidaat stellen mits vijf mensen die kandidatuur steunen en zo alsnog verkiezingen afdwingen. Dat studenten de regeling gebrui ken om een lage opkomst te omzei len en de navenante zetelkorting noemt Goldschmeding een "se cundair mechanisme". "Daar denk ik van: 'als dat een manier is om alle zetels te kunnen bezetten, dan is daar niets op tegen'. Dat is beter dan die halve raad leeg te laten staan."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's