Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 61

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 61

10 minuten leestijd

PAGINA 9

AD VALVAS 13 SEPTEMBER 1990

Het lezen van de stad Auke van der Woud over de bronnen van de architectuurhistoricus Frank van Kolfschooten

Het heeft even geduurd, maar na ruim twee jaar heeft de VU weer een hoogleraar voor de geschiedenis van de bouwkunst: Auke van der Woud. Het bleek niet mee te vallen om een waardige opvolger te vinden voor prof.dr.mr. CA, van Swighem, die in april 1988 afscheid nam. Van Swig­ hem was (en is) een grote naam in de wereld van de monumentenzorg en de architectuurgeschiedenis. Zijn be­ langrijkste publicaties gaan over de geschiedenis van het protestantse kerkinterieur. Een specialisme dat de VU op het lijf is geschreven. Van der Woud is uit heel ander hout gesneden. Zijn intellectuele nieuws­ gierigheid lijkt geen grenzen te ken­ nen, maar beschouwingen over ker­ kinterieuren zijn van hem niet te ver­ wachten. In een artikel in het tijd­ schrift Archis stelde hij onlangs zelfs voor om alleen nog overheidsgeld uit te geven aan het overeind houden van de skeletten van kerken. Dit plei­ dooi kwam niet voort uit een boos­ aardig atheïsme, maar uit bezorgd­ heid over het lot van de duizenden andere monumenten die op restaura­ tie wachten.

"De architect heeft al­ leen een muur nodig om een culturele bijdrage te leveren aan de stad," zegt Auke van der Woud, de nieuwe hoog­ leraar in de geschiede­ nis van de bouwkunst. "Die vierkante meters aan de binnenkant kan je het beste in handen geven van de firma Ah­ rend, want die weet al­ les van tafels en stoe­ len."

Auke van der Woud: 'Er heerst hier een ethische opvatting over gebouwen, die eist dat de buitenkant van een gebouw beantwoordt aan de binnenkant'

Slokop De monumentenlijst wordt binnen­ kort uitgebreid met liefst 200.000 ge­ bouwen uit de periode 1850­1940 en de spoeling zal dus alleen maar dun­ ner worden. De kerkgebouwen slok­ ken nu 21 % op van het jaarUjkse rijksbudget, terwijl ze slechts 4,5 % van het totaal aantal rijksmonumen­ ten uitmaken, en de vanzelfsprekend­ heid van die verdeelsleutel wil Van der Woud ter discussie stellen. "De middeleeuwse kerken vormen natuurlijk een buitengewoon belang­ rijk element in onze beleving van de stad," erkent Van der Woud. "Maar dan wel het openbare gedeelte van de stad, datgene wat je vanaf de straat van de stad ervaart. Het gaat om het beeld van zo'n kerk in de openbare ruimte. Laten we reëel zijn, een hele­ boel van die middeleeuwse kerken functioneren helemaal niet en wor­ den met kunst en vliegwerk op de been gehouden. Er worden hoog­ stens wat markten of congressen in georganiseerd." "Dan moet je volgens mij zeggen: houd die oude kerken constructief overeind. Dat wil zeggen dat je het dak moet onderhouden, de goot en de buitenkant en verder doe je de deur op slot. Ik weet wel dat je som­ mige kerken moet verwarmen, omdat anders de conditie achteruitgaat, maar verwarming is nog wel even wat anders dan voor multimiljoenen verspijkeren en restaureren van ge­ welfschilderingen. De financiering van de restauratie van de binnenkant is een particuliere aangelegenheid." "Zie daarvoor maar een bedrijf zo gek te krijgen, maar uit de algemene middelen kan het niet betaald wor­ den. Als een kerk een architectuur­ historische waarde van de eerste orde heeft, is het wat anders, dan kan je de samenleving wel aanspreken om mee te betalen."

Foto Bram de Hollander

veling van de Nederlandse architec­ tuurhistorici. Er heerst hier een ethi­ sche opvatting over gebouwen, die eist dat de buitenkant van een ge­ bouw beantwoordt aan de binnen­ kant. Cuypers was ideologisch zuiver op de graat omdat hij vond dat een gebouw aan de buitenkant moest re­ flecteren hoe het aan de binnenkant constructief in elkaar zit." "Dat soort gevoel voor een ethische laag in gebouwen spreekt Nederlan­ ders ontzettend aan. Het is heel moeilijk om daarover een vakdiscus­ sie te voeren, omdat de argumentatie moralistisch van aard is. Je dreigt te worden buitengesloten als je een an­ dere opvatting hebt. Maar een appel is toch ook alleen aan de buitenkant groen en niet aan de binnenkant?" ­ Volgens Van Swighem moet een ar­ chitectuurhistoncus goed kunnen te­ kenen. Vindt u dat ook?

Lieveling

"Ik denk dat hij bedoelt dat goed kij­ ken eigenlijk de essentie van het vak is, en dat geldt ook voor een kunst­ historicus. Het verschil tussen een kunsthistoricus/architectuurhistori­ cus en een gewone historicus is dat een historicus boeken leest en ge­ schreven bronnen. Een kunsthistori­ cus doet dat ook, maar is ook ge­ traind om het artefact, het schilderij, de tekening, of het gebouw te lezen als een bron. Voor mijn stedebouw­ kundig onderzoek probeer ik ook de stad te lezen als een bron van histori­ sche kennis." "Al die artefacten zijn vormgegeven, en er hebben beslissingen aan ten grondslag gelegen. Die kun je trace­ ren als je daarin getraind bent. Het had immers ook anders gekund, en waarom is dan die keus gemaakt. Die vorm van analyseren is alleen maar mogelijk als je waanzinnig goed gaat kijken, en daarom is inderdaad het te­ kenen bij uitstek geschikt om goed te leren kijken. Kunsthistorici zijn Au­ genmenschen, zoals mijn leermeester, de Groningse hoogleraar Gerzon, placht te zeggen."

"De architect P.J.H. Cuypers (van het Rijksmuseum en het Centraal Station, FvK) is niet voor niets de lie­

­ Uw proefschrift 'Het lege land' ging over ruimtelijke ordening, en uw

­ Denkt u dat veel architecten dtt met u eens zijn? "Het bepleiten van fa^ade­architec­ tuur komt in Nederland ongeveer neer op vloeken in de kerk. Nou kan je zeggen: laat ik dat dan maar niet doen, want dat hoort niet, maar ik vind nou net het voordeel van een academische positie dat je stelling kunt nemen zonder dat het je brood­ winning in gevaar brengt."

nieuwste boek gaat over de ideeèn die tussen 1750 en 1850 in Nederland leefden over de Batavieren. Dat heeft toch weinig te maken met k unstge­ schiedenis. Heeft de VU zich niet ver­ gist door u aan te stellen als hoogle­ raar bij kunstgeschiedenis? "Die boeken hebben inderdaad wei­ nig of niets met kunstgeschiedenis te maken. Ik voel me ook langzamer­ hand redelijk ver verwijderd van de kunstgeschiedenis. Kunstgeschiede­ nis en architectuurgeschiedenis zijn in de afgelopen decennia twee ver­ schillende vakken geworden, ook al komt dat niet tot uitdrukking in de naam van deze vakgroep. Architec­ tuurhistorici werken in heel Neder­ land op een kunsthistorisch insti­ tuut."

Schilderijen "In de architectuur zijn de afgelopen decennia enorme veranderingen te zien geweest. De geschiedenis van de architectuur reflecteert die verande­ ringen en dat betekent dat de archi­ tectuurgeschiedenis wegdrijft van de kunstgeschiedenis. Kunstgeschiede­ nis houdt zich bezig met schilderijen en beelden, en de architectuurge­ schiedenis houdt zich bezig met ge­ bouwen." "In de 17de eeuw waren er heel dui­ delijk omschreven opdrachtsituaties, die de beeldend kunstenaar heel gro­ te beperkingen oplegden. Rembrandt kon in de meeste gevallen helemaal niet schilderen wat er in zijn hoofd opkwam. Maar de beeldende kunst is in de late 19de eeuw autonoom ge­ worden en laat zich door niets of nie­ mand meer de wet voorschrijven. Het vak kunstgeschiedenis is daardoor ook aangeraakt." "Het object van de architectuurge­ schiedenis is het gebouw, en dat ont­ staat vrijwel nooit in een ongebonden situatie. Het is een gebruiksvoorwerp en de opdrachtgever heeft er vaak heel duidelijk omschreven bedoelin­ gen mee. Dat maakt de vrije persoon­ lijke ruimte van een architect relatief beperkt, vergeleken met die van een beeldend kunstenaar." "Als je je met architectuurgeschiede­

nis bezighoudt, als je architectuur wilt interpreteren in een historisch perspectief, dan zul je die 95% mate­ riele onderbouw van de ontwerpvrij­ heid moeten kennen. Je moet weten binnen welke kaders die vrijheid be­ stond: de financiële achtergrond van het gebouw, de bouwi;echniek. Dat legt een geweldige claim op je hele interpretatieapparaat, want die zaken moet je integreren om tot interpreta­ ties te kunnen komen."

Stadion "Een voetbalstadion is daar een voor­ beeld van. Dat is een hoogstandje van een bepaald type architectuuropvat­ ung, en daar kan je heel esthetisch over praten, maar dan praat je maar over 5 % van de klus. Er zit heel veel ingenieurswerk in, niet alleen wat be­ treft de constructie van het stadion, maar ook het functioneel doorden­ ken: hoeveel mensen moeten er in kunnen, hoe snel moeten ze er weer uit kunnen, hoeveel wc's zijn er no­ dig, hoe breed moeten de gangen zijn, hoeveel parkeerplaatsen zijn er nodig voor die 50.000 bezoekers." "De architect staat helemaal aan het eind van al die overwegingen en dat betekent dat het schrijven over archi­ tectuur van een heel andere orde is dan het schrijven over een schilderij." "Daar komt nog bij dat ook de stede­ bouw object van studie is geworden. Een gebied dat veel onzichtbaarder is dan architectuur en daarom ook ver van het publiek af staat. Het is on­ zichtbaarder, maar toch bepalender. Om een beeld van de Franse antro­ poloog Lévi­Strauss te gebruiken: de architectuur en de stedebouw ver­ houden zich tot elkaar als het ge­ boomte en de akkers tot de diepere aardlagen." "De stedebouw is de manier waarop de stad structureel in elkaar zit, met het hele apparaat van financiering, wetgeving, verordening, politieke doelstellingen: kortom de hele maat­ schappelijke context eromheen. Dat maakt stedebouw tot een heel com­ plex en moeilijk grijpbaar gebeuren dat niettemin zeer sturend is in de manier waarop we een stad ervaren."

­ Welk onderzoek gaat u aan de VU doen? "Ik ga nu werken aan een boek over de stedebouw in de late 19de eeuw. Over de transformatie van Amster­ dam, Den Haag en Rotterdam, drie zeer verschillende steden, die rond 1850 nog zeer zeventiende­eeuws wa­ ren qua ruimtelijke organisatie en qua ruimtelijk beeld. Door de enor­ me veranderingen in de late 19de eeuw werden ze gedwongen mee te veranderen en dat veranderingspro­ ces wordt mijn nieuwe onderzoek." "Mijn interesse ligt niet zo zeer in de politieke discussies, daar is ook al vrij veel onderzoek naar gedaan. Ik wil het gereedschap van de stedebouwer proberen te identificeren. Hoe maak­ ten ze een straat, hoe maakten ze een hoek, hoe maakten ze een passage. Wat lag er onder de grond aan riole­ ring en gasbuizen, dat soort dingen. Ik wil de stad als ruimtelijk artefact beschrijven: dat is mijn fascinatie." ­ Wat vindt u van het hoofdgebouw van de VU? "Architectonisch vind ik het niet vre­ selijk interessant. Het is een onder­ deel van een stadsplan dat alleen ge­ realiseerd is in de vorm van brede wegen. Als dat plan nou helemaal uitgevoerd was dan had het er prima in gepast, maar dat gebeurt bijna nooit in Nederland. Als je uit het raam kijkt zie je een paar flats en wat laagbouw uit de jaren zeventig, toen iedereen zich dood was geschrokken van hoogbouw. Nu staat deze toren helemaal alleen en vindt iedereen hem lelijk. Dat was niet nodig ge­ weest, kijk maar naar al die hoog­ bouw in Rotterdam: dat is toch prachtig?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 61

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's