Ad Valvas 1990-1991 - pagina 411
AD VALVAS 21 MAART 1991
PAGINA 9
Aan de evolutietheorie mankeert niks Filosoof verdedigt theorieën die geen empirische inhoud hebben Frank van Kolfschooten Geen enkele serieuze bioloog twijfelt vandaag de dag nog aan de waarheid van de evolutietheorie. Dat in diverse staten in de VS sinds enige jaren op school naast de evolutietheorie ook het creationisme (God heeft de soor ten in één klap geschapen) weer wordt onderwezen, zegt meer over het merkwaardige Amerikaanse rechtssysteem dan over het weten schappelijk gehalte van deze theorie. De Engelse bioloog Richard Daw kins schreef in 1982 in New Scientist over het creationisme: "Ik ben bang dat ik nogal korte metten zal moeten maken met God. Hij heeft misschien vele deugden: ongetwijfeld is hij on schatbaar als gewetensangel en als troost voor de stervenden en de rou wende achterblijvers, maar hij vol doet gewoonweg niet als verklaring voor de georganiseerde complexiteit van het leven. Het is deze georgani seerde complexiteit die we proberen te verklaren, en daarom is het dwaas heid om bij de verklaring de hulp in te roepen van een wezen dat vol doende georganiseerd en complex is om het te creëren."
De evolutietheorie staat na 130 jaar nog fier overeind, maar volgens vele we tenschapsfilosofen mankeert er iets essentieels aan: de evolutietheorie ver dient de kwalificatie 'theorie' helemaal niet. De bezwaren van de weten schapsfilosofen richten zich tegen het principe van de natuurlijke selectie: de organismen met de grootste 'fitness' hebben het grootste nageslacht. Dit zou een tautologie zijn, en tautologieën verklaren, zoals bekend, niets. De fi losoof Tjeerd Jongeling probeert in zijn proefschrift 'The sceptical biologist' nu ook de wetenschapsfilosofen tevreden te stellen.
Wonder van eenvoud Vergeleken met een gecompliceerde God is de kern van de evolutietheo rie, het principe van de natuurlijke selectie, een wonder van eenvoud. Dit principe zegt dat de eigenschap pen van organismen variëren door toevallige veranderingen in het gene tisch materiaal (mutaties). Soms is zo'n verandering een succes en slaagt het organisme erin om zich voort te planten; soms is het geen succes en sterft het organisme zonder (levens vatbaar) nageslacht. Anders gesteld: volgens het principe van de natuurlij ke selectie bestaat er een onmisken baar verband tussen de fitness van een organisme en zijn reproduktief succes. De eenvoud van de evolutietheorie gaat echter gepaard met een lastige complicatie: de theorie voldoet niet aan de gangbare eisen die gelden voor een wetenschappelijke theorie. Een theorie of een algemeen begin sel moet in principe falsifieerbaar zijn door één tegenvoorbeeld. Het princi pe van de natuurlijke selectie lijkt echter niet te voldoen aan dit criteri um. Want de uitspraak dat organis men met de grooisle fitness het grootste aantal nakomelingen voort brengen is circulair. De fitste organismen zijn immers de organismen met het grootste nage slacht. Als organismen geen nage slacht hebben dan zijn ze blijkbaar niet fit. Het principe van de natuur lijke selectie is met andere woorden altijd waar, net zoals twee plus twee altijd vier is.
Identiteit
Ellende Betekent dit nu dat de evolutietheo rie terzijde moet worden geschoven? De filosoof Tjeerd Jongeling denkt van niet. In The sceptical biologist. An enquiry into the structure of evo lutionary theory , het proefschrift waarop hij afgelopen woensdag is ge promoveerd, geeft hij een oplossing voor de wetenschapsfilosofische pro blemen. De aanstichters van de ellende zijn de wetenschapsfilosofen die bekend staan als de 'logisch empiristen'. Ze hebben uit een aantal natuurkundige theorieën een model gedestilleerd waaraan alle wetenschappelijke theo rieën zouden moeten voldoen. Een deugdelijke verklaring moet bijvoor beeld ten minste één natuurwet met een empirische inhoud moet bevat ten, zo stellen zij. Jongeling: "Zoiets simpels als een af leiding van een wiskundige steUing mag je volgens hen dus al geen ver
poten een poiere fitness hebben dan antilopen met kortere poten kan een voudig gefalsifieerd worden door het aantreffen van grote aantallen kort potige antilopen. En als lange poten wel van levensbelang zijn bij antilo pen dan wil dit helemaal niet zeggen dat dit ook geldt voor bijvoorbeeld muizen. Waar het Jongeling om gaat is dat de selectieprocessen van de ver schillende organismen zo uiteenlo pen dat ze nooit onder één overkoe pelend empirisch begrip \An fitness kunnen worden gebracht. De pogingen die tot nu toe zijn ge daan om fitness in te passen in het gangbare wetenschapstheoretische model wijst hij allemaal van de hand. Ook de gezaghebbende engineering analysis van de paleontoloog Step hen Jay Gould voldoet niet volgens Jongeling: "Gould kijkt naar een or ganisme zoals een ingenieur het ont werp van een machine analyseert. Die kan bijvoorbeeld aan de hand van een aantal criteria achterhalen dat de ene auto zuiniger rijdt dan de andere. Op dezelfde manier zou je dan de fitness kunnen berekenen van een organisme. "Het problematische daaraan is dat de criteria voor een goed ontwerp af hankelijk zijn van de fimctie van dat ontwerp. Bij een auto zou dat zuinig rijden of snel rijden kunnen zijn, en bij een organisme is het kennelijk re produktief succes. Dan raak je toch weer verstrikt in die circulariteit. Stel bijvoorbeeld dat je een organisme los van het reproduktieve succes pro beert te beschrijven, dan loop je vast. Want wat moet je dan met een muil dier aan, een kruising tussen een ezel en een paard? "Dat is een uitstekend beest als je naar zijn manier van lopen en zijn stofwisseling kijkt. Op grond daarvan heeft hij dus een hoge fitness. Maar zijn reproduktieve succes is altijd nul, omdat hij steriel is. Aan zo'n soort be paling van de fitness heb je dus niks."
Tjeerd Jongeling: 'Ook een econoom is gedwongen simplificerende v ooronderstellingen in t e bouwen' Foto NICO Boink AVCAU
klaring noemen. Aan de afleiding van de stelling van Pythagoras komt bijvoorbeeld geen natuurwet te pas. Toch begrijp je iets meer van recht hoekige driehoeken als je voor het eerst van je leven het bewijs van die stelling ziet. Ook logische afleidingen kunnen inzicht geven, verbanden duidelijk maken die je daarvoor niet zag. Ik denk daarom dat je dat ook een verklaring moet noemen, ook al komt er geen natuurwet in voor."
Volgens Jongeling behoort het prin cipe van de natuurlijke selectie in de biologie ook tot dit type verklaringen. Hij erkent dat het principe circulair is, maar dat is niet bezwaarlijk omdat het toch tot een verrijking van het in zicht leidt. Juist door het ontbreken van een empirische inhoud is het principe van de natuurlijke selectie een volkomen bevredigende weten schappelijke theorie. Dit wil niet zeggen dat er voor de
empirie geen plaats meer is in de evolutietheorie. Jongeling: "Het be langrijkste aspect van mijn voorstel is dat je voor elk model verschiUende empirische claims kunt doen die los van elkaar op hun waarheidsgehalte getoetst kunnen worden. Die afzon derlijke claims slaan op één situatie of op een beperkt aantal situaties, en die kunnen dus wel gefalsifieerd worden." De stelling dat antilopen met lange
Jongeling vermoedt dat zijn nieuwe type theorie zonder empirische in houd ook van toepassing is op andere wetenschapsgebieden die kampen met hun theoretische identiteit. "In de economie bestaat ook met die re latie tussen theorievorming en empi rie die je hebt in de natuurkunde. De modellen van economen stemmen vaak ook niet overeen met de empi rie, maar een econoom vindt dan niet dat zijn model weerlegd is. Een eco noom is gedwongen om simplifice rende vooronderstellingen in te bou wen over hoe consumenten en kapi taalverschaffers zich gedragen. Maar die gedragen zich in de praktijk altijd anders." Jongeling gaat nog een populaire versie maken van zijn proefschrift, omdat hij zich realiseert dat de ver breiding van zijn standpunt mede een kwestie van presentatie is. Hij heeft de wetenschappelijke versie in het Engels geschreven, omdat de discus sie over deze thematiek voornamelijk in de angelsaksische landen is ge voerd. Jongeling: "Promoveren is iets geks. Je wordt geacht een gedegen werkstuk af te leveren, zoveel moge lijk recht te doen aan de bestaande li teratuur, en dan pas je eigen stand punt daar tegenover te zetten. De presentatie komt pas op de laatste plaats. Ik ga deze versie in ieder geval opsturen naar alle mensen die actief zijn op dit terrein. Van Stephen Jay Gould heb ik helaas het adres niet." Met dit proefschrift heeft Jongeling wel definitief gebroken met het va derlijk erfgoed. Zijn vader was predi kant bij de 'vrijgemaakte' gerefor meerden van Artikel 31. In die krin gen geldt het creationisme nog steeds de enige juiste verklaring voor het ontstaan der soorten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's