Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 394

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 394

9 minuten leestijd

PAGINA 8

AD VALVAS 14 MAART 1991

Methadon als redder in nood Sociaal­geneeskundige Plomp: hulpverleners en junkies moeten vaker de balans opmaken Diana Doornenbal Het aantal drugsverslaafden dat zijn methadon van de huisarts krijgt, is tussen 1984 en 1987 toegenomen met twintig procent. Dat is een gunstig teken, vindt Plomp. Een verslaafde die bij de huisarts z'n methadon haalt, functioneert maatschappelijk immers redelijk, omdat de arts meer eisen aan hem stelt. Hij leeft minder in de criminele sfeer. "Dat blijkt ook uit ons onderzoek. De kans op een arrestatie wegens crimineel gedrag is bij huisartsclienten drie keer zo klein als bij degenen die bij de methadon­ bus lopen. De groep die weliswaar verslaafd is, maar daarnaast gewoon werkt, is veel groier dan we denken." Plomp, sociaal geneeskundige, bracht onlangs in een rapport voor het eerst de Amsterdamse methadonverstrek­ king over de jaren 1984 tot 1987 in kaart. Hij deed dat samen met drs. S.A. Reijneveld, momenteel mede­ werker van de GG GD. Uit de ana­ lyses van de onderzoekers blijkt dat de Centrale Methadonregistratie sinds 1984 de methadonverstrekking betrouwbaar registreert, niet alleen bij de GG GD, de huisartsen en het Constultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD), maar ook de verstrek­ king in gevangenissen en politiebu­ reau's.

Duitsers en Surinamers Enkele cijfers uit het onderzoek: in 1987 kregen in totaal 6019 verslaaf­ den methadon. In 1984 waren dat er tweehonderd meer. Het aandeel van het CAD in de totale methadonver­ strekking is slechts 2,5 procent. In 1987 gaven 194 huisartsen methadon; twee huisartsen namen daarbij veer­ tig procent van de verstrekking voor hun rekening. Van de klanten van huisartsen komt 93 procent langer dan een jaar bij de arts. Ook bij de methadonbus 'loopt' 95 procent lan­ ger dan een jaar. Nederlanders vormen met 43 pro­ cent de grootste groep klanten van de methadonverstrekking. Het aandeel

"De overlast door drugsverslaafden op straat is redelijk be­ heersbaar geworden. Op de tweehonderd psy­ chiatrische, desolate straatjunks na, die een draaideur­relatie met het politiebureau heb­ ben", zegt dr.H.N. Plomp, die onderzoek deed naar methadon­ verstrekking aan jun­ kies. Ondanks de voor­ uitgang zou het Amster­ damse methadonbeleid nog effectiever kunnen werken, vindt hij.

'Verstrekking in de metliadonbus kost de gemeente vijftien gulden per keer'

Duitsers en Surinamers schommelt samen rond de 34 procent. Omdat uit het onderzoek blijkt hoe verschillend de klanten van de me­ thadon­programma's zijn, vraagt Plomp zich af of er niet meer kan worden doorverwezen binnen het circuit: "Misschien kunnen er veel meer gebruikers naar de huisarts of het CAD. Ik denk dan vooral aan de groep die een jaar lang niet is gear­ resteerd. Uit ons onderzoek blijkt bij­ voorbeeld ook dat zeer weinig huis­ artsen doorverwijzen naar het CAD. Nu krijgt de verslaafde z'n methadon en daar blijft het vaak bij. Het is een automatisme geworden. Hulpverle­ ners zouden echter vaker de balans met hun klanten moeten opmaken", vindt Plomp.

De filosofie achter het Amsterdamse methadonbeleid is natural recovery, oftewel afkicken op eigen initiatief, en vaak met familie of vrienden als triggers. Door de methadon worden de gebruikers ­ en daarmee ook de openbare orde ­ rustiger; ze zijn niet zo afhankelijk van de dure heroine. Plomp: "Maar daarbij moet je het probleem wel regelmatig ter sprake brengen. Een beetje stimuleren: 'We zijn nu al zolang bezig; moeten we zo door blijven gaan of kan het anders?' Zo kun je ook kijken of de verslaafde z'n methadon wel op de voor hem meest geschikte plaats haalt. Zowel uit therapeutische als economische overwegingen." Plomp duidt hiermee op de specifie­ ke functie die elk methadonverstrek­

kingspunt zou moeten hebben. Vol­ gens het Amsterdamse model ver­ loopt de drugscarrière van de ver­ slaafde van laagdrempelige naar hoogdrempelige hulpverlening. Het circuit ziet er als volgt uit: de wijkpost is de entree. Dan meestal dagelijks een slokje methadon 'in de bus' ha­ len, die door de stad rijdt. Hier wor­ den praktisch geen eisen aan de ver­ slaafde gesteld. Daarna volgen de methadon­tabletten van de huisarts, eens in de twee weken. Om daarvoor in aanmerking te komen moet je als verslaafde beter gereguleerd zijn, of­ tewel: je maatschappelijk acceptabel kunnen gedragen. Dan tenslotte: een afkickprogramma en methadonver­ strekking via het CAD. Methadon op recept van de huisarts

Foto Bram de Hollander

kost de gemeente niks. In de bus zo'n vijftien gulden per keer. Plomp: "Je kunt je afvragen of je voor iedereen die methadonverstekking zo onvoor­ waardelijk open moet stellen. Uit in­ terviews die we hebben gedaan voor een vervolgonderzoek blijkt ook dat veel verslaafden ambivalent staan ten opzichte van methadon. Ze vinden het smerig en zijn zich ervan bewust dat 't verslaafd maakt, maar het is ook een redder in de nood." Plomp is inmiddels begonnen met een vervolgonderzoek. Hij gaat daar­ bij onder meer mensen interviewen die het hele circuit van bus tot CAD hebben doorlopen.

Academie voor Informatica loopt op laatste benen 'Vlucht naar voren' biedt waarschijnlijk geen redding meer Toen de Academie voor Informatica in 1988 of­ ficieel van start ging, was bescheidenheid de eigenschap waarop de betrokkenen zich het meest beroemden. Toch was men kennelijk nog niet bescheiden genoeg: de academie staat nu aan de rand van de af­ grond en gaat met nog meer bescheidenheid verder. Hanne Obbink (HOP) De Academie voor Informatica moest een soort 'facilitair bedrijf wor­ den, zei de toenmalige interim­direc­ teur Van Houten. Ze zou zelf geen onderwijs gaan verzorgen, maar slechts de voorwaarden scheppen. De academie zou gebruik maken van wat er aan de betrokken universiteiten (die van Utrecht en de twee Amster­

damse) al voorhanden was. Ze zou de markt onderzoeken, docenten en stu­ denten bij elkaar brengen en nieuwe initiatieven nemen, zowel op het ge­ bied van de informatica als op dat van de informatiekunde (de toepassingen van de informatica in andere vakge­ bieden). Het bedrijf is nooit goed van de grond gekomen. Een aantal bestaande opleidingen kwam onder de paraplu van de academie terecht. Deze oplei­ dingen hadden zich tot dusver echter zelf weten te bedruipen en hadden geen enkele behoefte aan de diensten die de academie hun ­ tegen betaling ­ aanbood. Aan het ontwikkelen van eigen op­ leidingen kwam de academie nauwe­ lijks toe, vooral omdat het bureau van de academie onderbezet was, maar ook omdat de markt nogal moeilijk te bespelen bleek. Het aanbod, niet de vraag, bepaalt deze markt. "De uni­ versiteiten bieden onderwijs aan dat toevallig voorhanden is", zo karakteri­ seerde de academie de markt. "In de praktijk blijkt of er wel of niet vol­ doende vraag aanwezig is". Om te voorkomen dat er opleidmgen opge­ zet worden waarvoor bij nader inzien geen markt blijkt te zijn, is er eigenlijk een marktonderzoek nodig. Het bu­

reau zag onder meer op dit gebied een taak voor zichzelf weggelegd, maar dan moest het wel flink uitgebreid worden.

Kritische massa In een ondernemingsplan dat in de loop van 1990 werd opgesteld, werd dan ook een soort vlucht naar voren bepleit. Het aanbod van de academie moest groeien tot tenminste twaalf opleidingen; danzij deze 'kritische massa' zou het haalbaar zijn het bu­ reau van de academie fors te verster­ ken. Als aan deze voorwaarden zou worden voldaan, kon de academie uit­ groeien tot hèt adres voor postdocto­ rale opleidingen in de informatica. Als iets dergelijks niet verwezenlijkt kon worden, dan moest gevreesd wor­ den ­ daarvan maakte het plan geen geheim ­ voor het voortbestaan van de academie. Top of flop dus, en het werd flop. Het bureau van de academie was nog maar nauwelijks begonnen aan de uit­ voering van het ondernemingsplan, toen directeur Zwager vertrok, weg­ gelokt door een aantrekkelijk aanbod van elders. Dat bleek de doodsteek voor de academie in haar huidige opzet. Er blijft niet veel meer over dan een bureau dat opleidingen die aan

één van de deelnemende instellingen (waaronder inmiddels ook het Cen­ trum voor Wiskunde en Informatica en de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten) ontwikkeld worden, des­ gewenst van het keurmerk 'Academie voor Informatica' voorziet. Insiders houden er echter rekening mee dat dit plan niet veel meer is dan "een nette manier" om de academie ten grave te dragen.

Slecht gesternte De Academie voor Informatica stond van meet af aan onder een slecht gesternte. De oprichting van de academie viel vrijwel smen met het echec van de zogeheten Informatica­ Universiteit; het eerste wat de betrok­ kenen te doen stond was zich ontwor­ stelen aan de donkere schaduw van deze mislukking. De Informatica­ Universiteit was een plan van een groep hoge functionarissen uit het bedrijfsleven onder leiding van NMB­ topman drs. A.A. Soetekouw. Hun voorstel, in het najaar van 1985, liep over van de ambities. De bestaande universitaire informatica­opleidin­ gen, vertelden de ondernemers aan ieder die het horen wilde, leverden veel te weinig mensen af en ook nog eens de verkeerde. Het moest dus

allemaal anders, en daarom moest er een Informatica­Universiteit komen, die jaarlijks 250 streng geselecteerde studenten toe zou laten tot een oplei­ ding die hen een ton zou kosten. Mi­ nister Deetman kwam over de brug met een startsubsidie van twaalf mil­ joen.

Glossy brochures Een deel van dit geld zag Deetman niet meer terug, want The Hague Advanced School of Applied Infor­ maties is er nooit gekomen. De onder­ nemers bleken zich domweg vergist te hebben. Er bleek geen markt te zijn voor de opleidingen die zij in gedach­ ten hadden; slechts weinig bedrijven waren van zins hun personeel twee jaar vrij te maken. Het debacle van de Informatica­Universiteit maakte de weg vrij voor andere initiatieven op het gebied van het postdoctorale on­ derwijs in de informatica. "Dit is iets heel anders dan de Informatica­Uni­ versiteit", zei ex­directeur Van Hou­ ten bij de start van de Academie voor Informatica. "Bij de start moet je niet met 'glossy' brochures zwaaien, maar met een cursus beginnen." Ook deze aanpak staat kennelijk niet borg voor een geslaagde onderneming.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 394

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's