Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 219

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 219

9 minuten leestijd

PAGINA 7

AD VALVAS 29 NOVEMBER 1990

Abraham Pais, natuurkundige, werkte samen met de grootste fysici van deze eeuw: Albert Einstein en Nieis Bolir. Zijn biografie van Einstein, die aciit jaar geleden verscheen, werd een bestseller. Onlangs legde hij de laatste hand aan een boek over Bohr. "Bohr, dat was een soort tweede vader voor me. Hij had een enorme belangstelling voor jonge mensen. Einstein was veel ontoegankelijker, die praatte eigenlijk alleen over wat hem zelf interesseerde." Vorige week was Pais even aan de VU, als spreker op een symposium. Een gesprek met een fysicus die schrijver werd. Martin Enserink De jaren dertig waren voor kernfysici een opwindende tijd. Aan de Vrije Universiteit richtte prof.dr. G.J. Sizoo, een pionier in de kernfysica, in 1930 de natuurkundefaculteit op. "Een ideale tijd om dat te doen", zegt Bram Pais, die in die tijd natuurkunde studeerde. "In de jaren dertig kwam in de kernfysica de ene grote doorbraak na de andere. Het was het frontgebied van de natuurkunde." Pais heeft Sizoo tijdens zijn studie enkele malen ontmoet. "Ik was als student eens op een lezing over bèta-radioactiviteit, daar was hij ook." Zelf studeerde Pais aan de Universiteit van Amsterdam; hij promoveerde in Utrecht, in 1942, vlak voordat het voor joden onmogelijk werd de doctorstitel te verwerven. In 1943 dook hij onder. Na de oorlog vertrok hij naar Kopenhagen, waar hij enkele jaren werkte bij Niels Bohr, de grondlegger van de quantummechanica. In 1946 werd hij aangesteld aan de universiteit van Princeton in de Verenigde Staten, waar hij die andere natuurkundige reus ontmoette: Albert Einstein. Sindsdien is Pais in Amerika blijven werken. Wel zag hij Bohr nog regelmatig: bijna ieder jaar deed hij Kopenhagen aan. Acht jaar geleden kwam Pais' biografie van Einstein uit, getiteld Subtle is the Li^rd.... Hij won er verschillende prijzen mee. Wat deed u besluiten om de fysica vaarwel te zeggen en te gaan schrijven? "Ik kan me dat moment nog tamelijk goed herinneren, het was in 1978. Het kwam door een meeting in Princeton. Daar moest ik een verhaal houden over een belangrijk deel van Einsteins oeuvre. Dat viel goed in de smaak bij de mensen, dus toen dacht ik: het is misschien de moeite waard om het helemaal te doen. "Ik was toen zestig, en ik dacht, ja Jezus, ik kan natuurlijk nog wel wat fysica doen, maar dat kunnen de jongeren veel beter. Fysica is in essentie een zaak voor jonge mensen. Ik be-

alleen bestond als ik er naar keek." Op de terugweg vroeg Pais zich af hoe het mogelijk was dat een man die zoveel had bijgedragen aan de moderne fysica, zich zo vastklampte aan de negentiende-eeuwse gedachtenwereld. Hebt u inmiddels een antwoord op die vraag? "Einstein zat eenvoudig verkeerd, daarvan is nu 99 procent van de fysici overtuigd. Maar hoe het kon dat hij voet bij stuk hield... Ik heb er nog steeds geen goed antwoord op. Ik begrijp nu wel veel meer over zijn denken dan destijds. Maar waarom hij zo koppig vasthield aan zijn overtuiging, ik weet het niet. Dat gaat veel verder dan het puur wetenschappelijke, dat heeft met zijn persoonlijkheid te maken. Hij wilde gewoon niet mee. Hij was wel geïnteresseerd, maar hij kon de moderne quantummechanica eenvoudig niet als het laatste woord beschouwen."

'Fysica is in essentie een zaak voor jonge mensen. Ais je oud wordt lieb je niet zo veel meer te zeggen' Foto Bram de Hollander

Wandelingen met Einstein Abraham Pais, biograaf van Einstein en Bohr, was even op bezoek in zijn geboorteland doel niet dat je niet meer mee mag doen als je oud bent, maar je hebt steeds minder te zeggen. "De geschiedenis van de twintigsteeeuwse fysica vind ik eigenlijk enorm interessant. Door omstandigheden heb ik heel veel mensen persoonlijk gekend. Dus heb ik gedacht: ik weet bepaalde dingen, ik kan zo'n biografie dat persoonlijke cachet geven. Eigenlijk vond ik het ook een soort verplichting. Als je jong bent, heb je ambities; als je oud wordt krijg je verplichtingen. "Gemakkelijk is het niet. Ik zeg vaak tegen m'n vrouw: 'writing is very painful and very delicious'. Allebei. Ik bedoel, het is pijnlijk hoor..." Pijnlijk? "Je zit vaak zo te hannesen. Soms heb je een bepaald onderwerp, je hebt je huiswerk gedaan, je weet wat je moet schrijven, en dan komt er niks uit je pen. Dat is painful."

Bestseller U hebt gekozen voor een biografie die zowel het leven als het wetenschappelijk werk van Einstein behandelt. Er staan honderden wiskundige formules in het boek. "Ja. Dat is mijn stijl; van het persoonlijke en het wetenschappelijke een soort mengsel maken. Ik heb allereerst geprobeerd zijn werk te belichten, door een beeld te geven van de geest van een man. En dat verder geïllustreerd met veel persoonlijke trekken. "Het mirakel is dat het boek ondanks die formules toch door veel mensen gelezen wordt. Ik begrijp het zelf niet. Op dat niveau, in dit vakgebied, is het een bestseller. In het Engels zijn

er meer dan honderdduizend van verkocht. Het is al vertaald in zeven talen en daar komen er nog drie bij." En uw biosrafie van Bohr. vordert die? "Daar heb ik net de laatste hand aan gelegd. In januari krijg ik de zetproeven, in september komt het uit. Met dat boek ben ik viereneenhalf jaar bezig geweest. Dag in dag uit zwoegen, piekeren en peuteren." In uw boek over Einstein schrijft u dat u de evolutie in zijn denken pas tijdens het schrijven echt goed bent gaan begrijpen. Toen u hem kende las u zijn artikelen eigenlijk nooit. Dat verbaasde me nogal. "Dat klopt, ik heb tijdens zijn leven zijn papers vrijwel nooit gelezen. Het kwam misschien omdat ik nooit zo'n lezer was, ik hield er meer van dingen zelf uit te knobbelen. Het was ook niet zo nodig. Natuurlijk wist ik wel wat Einstein gedaan had; dat werd uitgebreid behandeld in colleges en tekstboeken. Althans, zijn goede werk. En het slechte deel, waarom zou je dat lezen? Voor een student was het ook niet nodig om naar de originele literatuur terug te gaan. De theorieën waren in de loop der tijd toch vereenvoudigd en verfijnd."

Onvoorstelbaar Vele jaren van hun leven hebben Einstein en Boh' gediscussieerd over een grote tegenstelling in hun wetenschappelijke opvattingen. De quantumtheorie, het levenswerk van Bohr, heeft een aantal consequenties waar wij stervelingen niet mee uit de voeten kunnen, omdat ze volledig strijdig zijn met onze ervaringen uit

het dagelijks leven. Zo is er de vraag waaruit licht bestaat: uit golven of deeltjes. Bohr had er vrede mee dat licht (en materie) zich nu eens als deeltjes, dan weer als golven voordoen. Op atomaire schaal, zei hij, bestaat er niet meer zoiets als een objectieve werkelijkheid; wat wij waarnemen is sterk afhankelijk van de manier waarop we het waarnemen. Metingen doen aan een atoom betekent het resultaat van de meting beïnvloeden. Einstein was niét bevredigd door deze uitleg. Hij zag de juistheid van de quantumtheorie wel in, maar bleef volhouden dat daarachter nog een ander theoretisch bouwwerk moest schuilgaan, zodat alles weer begrijpelijk zou worden. Er moest toch een objectieve, absolute werkelijkheid bestaan, onafhankelijk van alle meetapparatuur? "Als een muis naar het heelal kijkt, verandert er dan iets aan het heelal?", vroeg hij zich retorisch af. Een groot deel van zijn leven heeft Einstein geprobeerd die achterliggende theorie te vinden. Het is hem niet gelukt.

De bom In zijn tijd in Princeton had Abraham Pais de gewoonte Einstein tijdens de lunchpauze te vergezellen tot diens huis. Tijdens hun wandelingen spraken ze over van alles: politiek, de bom, het jodendom. Pais maakte joodse grapjes, waar Einstein erg om moest lachen. Maar het belangrijkste onderwerp was de fysica. Op een van die wandelingen herhaalde Einstein in een andere vorm de vraag over de muis. "Einstein hield plotseling halt, wendde zich tot mij, en vroeg me of ik dacht de maan

Voor wie van de twee had u meer persoonlijke sympathie, Einstein of Bohr? "Bohr. Bohr was eigenlijk mijn tweede vader. Hij was een vaderfiguur par excellence, en niet voor mij alleen, maar voor een hele generatie fysici. Bohr had een enorme interesse in het wel en wee van de jonge natuurkundigen. Hij had er behoefte aan om met jongere mensen over allerlei actuele problemen te praten. Einstein was veel minder toegankelijk. Die praatte eigenlijk alleen maar over wat hèm op dat moment interesseerde. Bohr had belangstelling voor de fysica in zeer brede zin. Hij hield ook veel meer van college geven. Einstein deed dat niet zo graag. Het waren echt totaal verschillende persoonlijkheden."

Arrogantie Hebt u iets vernomen van het debat onder Nederlandse fysici, vorig jaar, naar aanleiding van de inaugurele van Lagendijk? Die beweerde dat steeds meer natuurkundigen, ook gerenommeerde, zich bezondigen aan filosofische bespiegelingen over de wereld, terwijl dat hun vakgebied helemaal niet is. Lagendijk noemde dat 'de arrogantie van de fysicus'. "Oh..! Dat heb ik niets over gehoord, maar u zou me een groot plezier doen als u me een xerox van die oratie stuurt. Ik lees zulke dingen met veel interesse. Dat zal ik doen. Maar wat vindt u van die opvatting? "Tja, ik moet die man wel een beetje gelijk geven. Er worden door sommige zeer geachte collega's wel eens uitspraken gedaan die ik een beetje primitief vind. Misschien zelfs een beetje naïef. Ik zou ze nu niet zo kunnen noemen, want dat zit op het ogenblik niet helder in mijn hoofd. Nou ja, er is bijvoorbeeld dat boek van Stephen Hawking, die schrijft dat we op den duur God zullen kunnen begrijpen, iets van dien aard. Ik weet dat ik bij het lezen daarvan dacht: voor een fysicus zijn zulke uitspraken nogal wild." Moeten fysici zich dan maar gewoon beperken tot hun vak, tot zaken die meetbaar en verifieerbaar zijn? "Nee hoor, ieder mens heeft het recht een tseetje buiten z'n vakgebied te praten en misschien zelfs te schrijven. Zoals wij zeggen: It's a free country. Het is fijn dat ze dat doen. Een vakman is in z'n werk tamelijk nauw bezig, en dat hoort ook zo. Maar in de avonduren denk je soms na over allerlei andere dingen. Dat is normaal en dat is gezond. Ik vind alleen dat het niet allemaal even diep

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 219

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's