Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 495

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 495

11 minuten leestijd

PAGINA 9

AD VALVAS 13 MEI 1991 I

Christelijke nestluclitjes

mj

Dagblad Trouw onderwierp God aan een marketing­experiment

Jaffe Vink (red.): Geloof het of niet. Uitgave Trouw 1991 (uitverkocht).

Aan het einde van een eeuw van se­ cularisatie, temidden van een door technologie gedicteerde omgeving, lijkt de rol van religie geenszins uit­ gespeeld. Integendeel. Daarbij moe­ ten wij een duidelijk onderscheid ma­ ken tussen 'terugval' en 'opkomst'. Onder het eerste valt het dogmatisch inblikken van verouderde normen en waarden. Het tweede kenmerkt zich door een open, doch kritische en uit­ dagende houding ('Kom maar op') tegenover de manier waarop mensen hun aardse bestaan en de zin ervan interpreteren en vormgeven. Dat deze tweede religieuze houding zich laat doodverven als 'ongeloof, typeert slechts de fase van het achter­ hoedegevecht tegenover een God die alle schepselen zo commandeerde dat gezondheid en ziekte, rijkdom en ar­ moe niet bij toeval ons deel werden, maar uit Zijn Vaderhand. Bij het 110­ jarig bestaan van de Vrije Universiteit in november 1990 heeft de Leidse historicus professor H.S . Versnel ­ opgegroeid in de gereformeerde or­ thodoxie ­ een rede van de tweede geloofscategorie gehouden. Het pro­ testants­christelijke ochtendblad Trouw heeft die naderhand onver­ kort afgedrukt in zijn culturele bijlage Letter Geest. Op een gevoelig tijd­ stip, tussen Kerst en Oudjaar. Wat de redactie gehoopt had, gebeur­ de. In de maanden januari en februa­

Theoloog H.S. Versnel ri 1991 ontving de krant een reeks (ofschoon geen lawine) van artikelen en brieven als reactie op Versnels boodschap: "Wie gelooft in een God, gelooft in een eigen constructie waarvoor men niettemin algemene geldigheid postuleert". Trouw heeft dit discours nu gebundeld in een bro­ chure van 40 pagina's op oblong­for­ maal, met als omslagtekening een door Mare Terstroet getekende slang, onder de titel "Geloof het of niet". Een enkele briefschrijver bleek zich in Versnels benadering thuis te voe­ len. De meeste reacties komen inder­ daad neer op een eigen Godscon­ structie waarvoor terloops algemene

et oefte aan ficties' Tib(

int zich op eigen bestaan

calvi st, graag de waarheid onder ogen zien' Foto Peter Wolters AVCA/U

de projectaanvragen beoordeelt be­ twijfelde of de betrokken faculteiten wel bereid waren het initiatief over te nemen. Musschenga denkt dat dit wel zal lukken. "Je hebt tijd nodig om iets te ontwikkelen en aan te kunnen bie­ den. Dan kun je zeggen: 'Dit is leuk en belangrijk, trek je portemonnee.' Het is echter moeilijk om commit­

ments los te krijgen als er nog niets op een presenteerblad ligt." Voor de studiegroepen is onder een bepaalde groep van het wetenschap­ pelijk personeel nog een redelijk ani­ mo te vinden. Studenten hebben echter alleen enige belangstelling voor activiteiten met een incidenteel karakter zoal' lezingen en cursussen. De gespreksg oepen tellen maximaal acht deelnemers en een poging van het Bezinningscentrum om studen­ ten te betrekken bij de activiteiten van het centrum flopte vorig jaar to­ taal. Musschenga geeft de moed echter niet op. "Het idee is nu te streven naar een herstructurering van de Wijsgerige Vorming. In dat verplich­ te filosofie­vak zouden studenten ge­ voelig gemaakt kunnen worden voor levensbeschouwelijke en ethische vragen, aansluitend bij hun discipli­ ne, zodat ze geïnteresseerd raken in vervolgactiviteiten. We proberen in de toekomst een gedifferentieerd on­ derwijsaanbod te realiseren, waarvoor de student ook studiepunten moet kunnen krijgen." Dat bij een recente evaluatie van de Wijsgerige Vorming geconstateerd werd dat de belangstelling van stu­ denten voor dit vak uiterst gering is, legt Musschenga naast zich neer: "Als je puur op je studie gefixeerd bent, zul je alles wat buiten het pro­ gramma valt, ook al heeft het er wel degelijk mee te maken, niet zien zit­ ten."

Strategisch opereren Wanneer, zoals voor de bundel van het symposium, medewerkers wordt gevraagd het bijzondere van de VU te definiëren, noemen ze al snel, om het

geldigheid gepostuleerd wordt. Met andere woorden, het achterhoedege­ vecht is hier nog in volle gang. Een emeritus van de VU belijdt zijn geloof in God als "de van alle menselijke voorstellingen onafhankelijke macht der voorzienigheid". Het spijt hem voor zijn collega, maar diens artikel "kan bijgezet worden in het mauso­ leum der overbodige geschriften". De jongere VU­generatie pakt het ogenschijnlijk subtieler aan, maar he­ melsbreed is er weinig verschil met het emeritaat. Een student die aan de faculteit wijsbegeerte een doctoraal­ scriptie zegt voor te bereiden "over de fundeerbaarheid van (geloofs)o­ antwoord niet helemaal schuldig te blijven, het Bezinningscentrum. Het gevaar dreigt dat het centrum zo een alibi gaat vormen: 'Laat het Bezin­ ningscentrum zich maar druk maken over levensbeschouwing, godsdienst en ethiek, dan kunnen wij gewoon rustig wetenschap bedrijven.' Musschenga keert zich tegen deze alibifunctie, zeker wanneer deze ge­ combineerd wordt met een doelstel­ ling die alleen behouden wordt als overlevingsvoorwaarde van de VU als zelfstandige universiteit. "Ik vind het best dat mensen naar het Bezinnings­ centrum verwijzen als ze daar maar wel het patroon van relaties bij be­ trekken dat we onderhouden met de faculteiten. Als er geen inhoudelijke waardering meer is voor wat wij doen, als men alleen zegt dat het cen­ trum om strategische redenen in stand moet worden gehouden, omdat de VU anders moet fuseren met de UvA, dan hoeft het voor mij niet meer. Die situatie is nog niet aange­ broken, maar ik sluit niets uit. Ik hoop het niet meer mee te hoeven maken."

Aan de kaak Musschenga hoopt dit strategisch opereren met de doelstelling van de VU bij het symposium aan de kaak te stellen. Dan zal ook moeten blijken hoeveel waarde men op de VU nog daadwerkelijk hecht aan het bijzonde­ re karakter. Een negatieve uitkomst zal ook zijn consequenties hebben voor het voortbestaan van het Bezin­ ningscentrum. Musschenga wil die confrontatie niet uit de weg gaan: "Ik hecht grote waarde aan duidelijkheid op dit punt. Als het binnen de VU een wijd verbreid idee is dat het bij­ zondere van de VU moet worden af­ geschaft, moet je daar rekening mee houden. "Er is niets erger dan dingen veron­ derstellen en suggereren die feitelijk niet meer zo zijn. Ik wil graag ­ en misschien ben ik daarin een echte calvinist ­ de waarheid onder ogen zien, liever dan zo'n centrum voort laten bestaan, gedekt door allerlei fic­ ties. Ik heb geen behoefte aan ficties. Er is steun, of er is geen steun."

Foto Bram de Hollander

vertuigingen" begint met Versnel naar de strot te vliegen vanwege "de neerbuigende en spottende toon waarop deze over geloof in God schrijft". Ook na Auschwitz blijft het mogelijk om in God te geloven, aldus de student. "We geloven in zoveel dingen die we niet kunnen beredene­ ren. Het centrale probleem is waar­ om ik bij voorbeeld wel in het denken van anderen, de ouderdom van de wereld, mijn dagelijkse koffie en God mag geloven, maar bij voorbeeld niet in de Kerstman of de eenhoorn". De briefschrijver boft dat hij zijn scriptie niet ter beoordeling hoeft voor te leggen aan prof. Versnel, die van Trouw ter afsluiting van de dis­ cussie een uitvoerig laatste woord kreeg. Daarin staat te lezen: "Is het niet fantastisch? De schrijver kleedt zijn vraag alvast maar zo in dat God aan de goede kant staat. Terwijl het echte, centrale probleem nou juist gelegen is in de vraag aan welke kant we God eigenlijk moeten plaatsen in deze oppositie: aan de kant van de koffie of aan die van de eenhoorn?" Deze religieuze hamvraag ­ God tus­ sen koffie en eenhoorn ­ bepaalt ook de marketingpositie van Trouw tus­ sen dagbladen met een ongelovige of een gelovige achterban. Er zijn lezers geweest, aldus hoofdredacteur Gre­ ven, die zich afvroegen waarom wij dit stuk geplaatst hebben. Sommigen vonden zelfs dat Trouw zich hiermee aan de kop van de 'los­van­god­bewe­ ging' gesteld had. Maar die hebben Versnel dan niet goed gelezen of in elk geval verkeerd begrepen. Diens betoog mist ten enenmale de 'hybris' (overmoed) die zoveel hedendaagse anti­godsdienstige verklaringen ken­ merkt. "Hij beschrijft, stelt vragen en verwoordt twijfel. Hij biedt geen pro­ gramma, maar noodt tot meedenken in een gesprek waarin het laatste woord niet gesproken kan worden." De hoofdredacteur probeert met dit soort bezweringen de verschillende categorieën waaruit de lezerskring is opgebouwd te vriend te houden. Hoe ziet het lezersbestand van Trouw er eigenlijk uit? Hier volgt een beknop­ te analyse, gebaseerd op een verken­ nend onderzoek door mijn Gronin­ ger theologiestudenten in het kader van het vak mediasociologie.

Drie categorieën Allereerst zijn er de behoudende le­ zers, die op Trouw geabonneerd zijn omdat het een christelijke krant is. Zij staan over het algemeen rechts van het midden in de gereformeerde kerk en meten voor een groot deel de kwaliteit van Trouw af aan de chris­ telijkheid ervan. Het probleem is dat deze categorie bezig is uit te sterven. De redactie kan en mag ze niet losla­ ten, omdat dan de grond onder haar voeten zou bezwijken. Maar zich krampachtig aan hen vastklampen zou betekenen dat de krant mee graf­ waarts ging.

Een tweede groepering van enige omvang bestaat uit mensen met nog wel een christelijk nestluchtje, maar met tegelijk al een flinke tik van de secularisatie. Het zijn opportunisten, waar zich moeilijk een redactioneel beleid op laat richten. De groep heeft weinig binding meer met de kerk maar leest Trouw omdat dat vroeger thuis ook gebeurde, of om op de hoogte te blijven van wat zich in Ne­ derland op kerkelijk gebied afspeelt. Onder het motto: 'Al hoor je niet meer bij de kerk, het blijft je toch in­ teresseren'. Deze lezers lopen het eerst weg naar NRC of Volkskrant zodra ze niet langer tevreden zijn. Ten derde is er de groep die ik hier­ boven omschreef als gekenmerkt 'door een open, doch kritische en uit­ dagende houding tegenover de ma­ nier waarop mensen hun aardse be­ staan en de zin ervan interpreteren en vormgeven.' Een houding die bij hen voorkomt uit (protestants­) chris­ telijke traditie en inspiratie. Zij lezen net als de behoudende groep Trouw omdat het een christelijk dagblad is, maar zij verwachten juist een onor­ thodoxe, kritische houding van hun krant. Daarbij tonen zij een her­ nieuwde belangstelling voor religie los van kerkelijke binding. En voor spiritualiteit. Hoe meer nieuws over de geestelijke aspecten van het leven, in de ruimste zin, hoe liever het hen is. Dit zijn waarschijnlijk de lezers waar Trouw het in de toekomst van moet hebben.

Geestverwante ideologie De rede van Versnel was voor Trouw gefundenes Pressen omdat de redac­ tie op haar vingers kon natellen dat de teneur ervan bij de laatstbedoelde categorie goed zou vallen, terwijl de meer behoudende lezers zich voluit konden herkennen in het gros van de reacties. Als zodanig mag men spre­ ken van een geslaagd symposium van de krant voor en met zijn lezers. Aan­ gaande een onderwerp waarover het laatste woord niet gesproken kan worden. "De cultuur waar dat ge­ sprek verstomt, verliest veel", schrijft de hoofdredacteur. "Het wordt er zo plat als een dubbeltje. Bij te dragen aan de voortgang van het gesprek lijkt me belangrijk voor onze krant." Dat haalt je de koekoek. O wee na­ melijk indien dat laatste woord wèl gesproken kon worden. Dan was het ook meteen afgelopen met een krant die op de grondslag van het Evange­ lie van Jezus Christus een open oog heeft voor de noden en problemen van de moderne wereld. Tot slot: instituties als Trouw en de VU, met een geestverwant ideolo­ gisch uitgangspunt, hebben ook een gezamenlijk belang bij wat Foucault genoemd heeft 'discoursieve forma­ ties'. Dat wil zeggen het vormgeven en sturen van het maatschappelijke c.q. wetenschappelijke discours, het bepalen van wat er kan en moet wor­ den gezegd vanuit een bepaalde posi­ tie binnen het sociale geheel. Wat dit aangaat mag de jubileumrede van professor Versnel een treffend staaltje van ­ overigens ongeplande ­ samen­ werking heten. Waarvan de strekking ook weer treffend werd verwoord door de gelovige Trouw­columnist Guus van Hemert, die het gevoel kreeg toch met de feestredenaar "op het stroomnet van een zelfde ethiek en een zelfde redelijkheid en een zelfde zorg te zijn aangesloten." In het tijdperk van electronische op­ permacht geldt voor Trouw en VU gelijkelijk, dat hun voortbestaan af­ hangt van het besef van zo'n alterna­ tief stroomnet en van het bijbehoren­ de zelfrespect. Dr. Peter Hofstede is mediasocioloog. Hij vnas van 1971 tot 1990 als docent verbonden aan de fa­ culteit godgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 495

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's