Ad Valvas 1990-1991 - pagina 149
AD VALVAS 25 OKT OBER 1990
PAGINA 9
Basisarts moet beter worden Rapport bepleit betere structurering van geneeskundeonderwijs Alette Kleinsman (HOP) Vanaf 1973 werd de basisopleiding geneeskunde niet meer toereikend geacht om het huisartsenvak uit te oefenen. Afgestudeerden waren voortaan basisarts, en er kwam een aparte vervolgopleiding voor dege nen die huisarts wilden worden, zoals die ook voor andere specialismen be stond. Vanuit die nieuwe huisartsen opleiding waren ook de eerste kriti sche geluiden over het niveau van af gestudeerde basisartsen te horen, al aan het eind van de zeventiger jaren. Een jaar geleden werd een voorstel tot verbetering geformuleerd. De ge neeskundigen BorstEilers, Querido en De KoekVan Leeuwen pleitten voor het instellen van een klinische vormingsperiode van een jaar na het artsexamen. De begeleidingscommissie van het Beleidsgericht Onderzoek Coassis tentschappen (BO C) vindt de huidige cursusduur van zes jaar voldoende, maar de coschappen moeten beter gestructureerd worden. Naar de me ning van staatssecretaris Simons, en kele dagen voor het symposium ge ventileerd, kan de basisartsopleiding echter wel korter, en moeten er min der, maar beter opgeleide artsen ko men. Het verst gaan bij WVC levende idee ën, die drs J. Verhoeff, hoofddirec teur gezondheidszorg bij het ministe rie, tijdens het symposium onthulde. Een eerste fase van drie jaar, met een combinatie van theorie en praktijk. Daarna twee jaar coschappen, waar in al differentiatie moet plaatsvinden. Na nog een algemeen klinisch jaar moet de basisarts klaar zijn om naar een van de vervolgopleidingen door te stromen.
Ongefundeerd De plannen van Verhoeff schrikken de zaal op. "De HBOopleiding tot arts," is het eerste commentaar. Vol gens de Nijmeegse hoogleraar In wendige Geneeskunde Van 't Laar is de achtergrond van dit plan waar 'schijnlijk dat de juniorarts door het ziekenhuis een dienstverband aange boden krijgt. Dat scheelt weer een jaar studiefinanciering. Als basis voor de WVCplannen wordt de "erfenis van Querido" genoemd. En met dat rapport van de Leidse emeritus is menigeen hoogst onge lukkig. "Ongefundeerd", is de me ning van prof. M.F. Kramer, decaan van de Utrechtse medische faculteit en voorzitter van het Nederlands de canenoverleg van medische facultei ten, ten aanzien van dat rapport. "Querido stelt: in het verleden is het niet gelukt de specialisatie in twee jaar rond te krijgen, dus kan het niet in twee jaar. Maar hij zegt niet hoe die door hem voorgestelde 'ervarings periode' gestructureerd zou moeten worden." "Het treurige van het rapport Queri do vind ik dat het totaal niet is geba seerd op onderzoek. Bovendien biedt het een remedie aan, waarvan totaal niet overdacht is, of het een remedie is tegen de kwaal," voegt symposium voorzitter prof. L.N. Bouman, voor zitter van de Nederlandse Vereniging voor Medisch O nderwijs, daaraan toe. De BOCaanbevelingen zijn in ieder geval wel, zo is de algemene mening, gebaseerd op grondig onderzoek. De onderwijsprogramma's voor de twee de fase van alle Nederlandse facultei ten zijn in kaart gebracht. Er blijken grote verschillen in duur van de op leiding te zijn, verschillen waarvoor geen onderbouwing aanwezig lijkt. Onderwijskundig hebben de co schappen weinig structuur, en con crete doelstellingen zijn er nauwe lijks. Aan opleiders is gevraagd over welke kennis en vaardigheden basis artsen zouden moeten beschikken.
Basisartsen ontbreekt het soms aan elementaire vaardigheden
Basisartsen, net afge studeerde medici, we ten te weinig. Dat is al tijd de klacht van de specialisten die hen ver der moet opleiden. De vraag "Basisarts, be voegd maar ook be kwaam?" was uit gangspunt voor een lan delijk onderzoek naar het praktisch klinisch onderwijs (de coschap pen), uitgevoerd door de
Nijmeegse medische fa culteit In opdracht van de minister van Onder wijs en Wetenschappen. Dezelfde vraag stond enkele weken terug In Nijmegen tijdens een symposium centraal. Zo'n driehonderd mede werkers van faculteiten en ziekenhuizen, hoog leraren en studenten uit het hele land wisselden meningen uit.
Over ruim 75% van de gewenste leer doelen blijkt concensus te bestaan, zowel wat betreft disciplinespecifie ke als algemene leerdoelen. De verwachtingen van de opleiders werden vervolgens getoetst aan de er varingen van coassistenten en van huisartseninopleiding. Met betrek king tot ziektebeelden schiet de prak tijk ruim tien procent tekort, bij de vaardigheden ligt dat percentage op dertig. Ook werd aan een groep nauw bij de artsopleiding betrokken deskundigen een aantal onderwerpen voorgelegd die in het kader van de opleiding mogelijk van belang zou den kunnen zijn. Over bijna alle on derwerpen bleken zij het met elkaar eens te kunnen worden. Zo wordt bijvoorbeeld differentiatie vóór het artsexamen afgewezen, en moet er een artsexamen volgens lan delijk protocol komen. Op grond van
de onderzoeksresultaten formuleerde een landelijke begeleidingscommissie onder leiding van prof. G.B.A. Stoe linga, decaan van de faculteit der ge neeskunde en tandheelkunde van de KU Nijmegen, aanbevelingen voor het ministerie van Onderwijs en We tenschappen. Duidelijk omschreven eindtermen, een gestructureerd on derwijsprogramma en procedures voor kwaliteitsbewaking zijn volgens de commissie de belangrijkste midde len om de opleiding te verbeteren.
Foto Peter Wolters AVCA/U
worden," legt onderzoeker dr. J.C.M. Metz uit. "En dat roept toch wat weerstanden op." "Het probleem is dat uit de resultaten van dat onderzoek nooit eenduidige conclusies te trekken zijn, omdat zo veel andere variabelen een rol spelen, dat het heel moeilijk is te bepalen wat de invloed van de vooropleiding is," illustreert Bouman de huiver van de instellingen. Weerstanden of niet, dr. L.H.C. Tan, projectleider bij het uit voerend bureau van het Samenwer kingsverband Interfacultair O verleg Huisartsgeneeskunde in Utrecht, laat met uit kleinschalig onderzoek af komstige resultaten zien dat verder onderzoek geen luxe zou zijn. Vier entwintig beginnende huisartsen werden aan een toets onderworpen. Zij moesten een aantal relevant ge achte vaardigheden demonstreren, die werden beoordeeld naar het aan tal correct uitgevoerde handelingen. Conclusie was dat de kundigheid van de artsen sterk verschilde. Afhanke lijk van het gebruikte toetsingssys teem zou een aanzienlijk deel tot ver reweg de meerderheid voor dit "exa men" zakken.
Communicatie
Competentie De onderzoekers hebben hun rapport de gewaagde titel Basisarts, bevoegd en bekwaam meegegeven, maar com petentiegegevens ontbreken in het geheel. De wenselijkheid van onder zoek daarnaar wordt overigens wel erkend. "Maar daarvoor moeten me tingen op het eindproduct gedaan
Naast opleidende, methodische en oriënterende functies hebben co schappen ook een belangrijk sociali serend doel. Met de communicatieve vaardigheden van basisartsen is het echter vaak droevig gesteld. Prof. L.J. Krol van de vakgroep medische psy chologie van de Universiteit van Am sterdam organiseert daarom al sinds 1984 terugkombijeenkomsten voor coassistenten. Centraal staan de eigen ervaringen van de studenten. Na de doctoraalfa se, waarin vooral het succes van de geneeskunde naar voren komt, wor den zij geconfronteerd met de on machtige praktijk. Al snel wordt er competent gedrag van hen verwacht, en moeten ze voldoen aan allerlei verwachtingen. "Turning off your feelings" is het kenmerk van de soci alisatie, een steeds cynischer houding waarvan de wortels, meent Krol, al in
het snijzaalpracticum liggen. Waar eigenlijk de patiënt centraal zou moe ten staan draait alles om de diagnose. Daarom moet er meer aandacht zijn voor communicatieve vaardigheden, zodat de basisarts uiteindelijk verder kan kijken dan alleen de ziekte van de patiënt.
Prijskaartje Om de BOCaanbevelingen uit te voeren zullen er zowel landelijke als facultaire werkgroepen moeten wor den gevormd, stelt de begeleidings commissie. Eerste stap moet het ont werpen van een "Algemeen Raam plan" zijn. Aan deze plannen hangt een fors prijskaartje, en met steeds krimpende middelen zou dat weleens het grote struikelblok kimnen zijn. Kramer: "Geef ons acht ton per jaar, om een projectgroep samen te stellen van mensen met kwaliteit. Dan kan ik een hoogleraar inwendige genees kunde of chirurgie vrijmaken. Als dat niet lukt, dan zie ik het toch heel langzaam verlopen, en niet met hoge kwaliteit." Ook de scholing van docenten heeft extra aandacht nodig. "De huisartsen hebben het goed geregeld," vindt Kramer, "maar bij de klinische vak groepen valt nog wel iets te verbete ren. Ik denk dat het hard nodig is dat zowel de zaalartsen als de seniorstaf nog eens een keer een cursus krijgen in wat de operationele doelen van een coassistentschap zijn. Dat is een aanbeveling die ik aan het BOCrap port toevoeg." Maar ook hier is de financiering het grote probleem. Kramer: "Je mag blij zijn als je een arts op zestien coassis tentschappen hebt, gemiddeld. Als je dan dit soort eisen opvoert, en die mensen hebben ook nog hun prak tijkvoering en hun wetenschappelijk werk, nou, dan voel je wel de lood zware belasting die wij op de staf gaan leggen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's