Ad Valvas 1990-1991 - pagina 553
AD VALVAS 13 JUNI 19911
I PAGINA 7
Help, de wetenschap vergrijst! Dreigende vergrijzing vereist flexibel personeelsbeleid Fr ank Steenkamp Op de eerste verdieping van het Maagdenhuis - bestuurscentrum van de Amsterdamse universiteit - geeft dr. Hans Acherman, interim-personeelschef, een klein privé-college. Vergrijzing van de wetenschappelijke staf, zo betoogt hij, is geen natuurverschijnsel. Niet elke ouder wordende wetenschapper belandt immers op dood spoor. En zelfs als we vergrijzing kil definiëren als een stijgend aandeel van 45of 50-plussers is die stijging geen automatisme. Elk individu wordt wel vanzelf ouder, maar voor de grijsheid van de totale staf draait het erom, wie blijft en wie gaat. Ook dat proces is althans in theorie - te bemvloeden. Dus schetst Acherman op etn flipover de in-, door- en uitstroming van het personeel. Kort samengevat zegt hij: om de staf op peil te houden moet je mensen aannemen die niet alleen nu maar ook straks geschikt zijn voor hun werk. Dat werk verandert, dus je moet mensen in beweging houden. Eigenlijk moet je steeds zorgen dat ze concurrerend blijven op de arbeidsmarkt - en niet als norm hanteren dat iemand hier tot het pensioen blijft. Wie toch uitgeblust raakt, moet je tijdig omscholing en overplaatsing kunnen bieden. En dat schept weer ruimte voor vers bloed. Voor deze aanpak van 'human resources management' of HRM wil Acherman de universiteit enthousiast maken. Want alleen faculteiten die deze kringloop van menselijk kapitaal tot systematische inzet van beleid maken, ontsnappen volgens hem op den duur aan verstarring of kwaliteitsverlies in onderwijs en onderzoek. In de toekomst moet HRM ook de vergrijzing - zo niet fysiek, dan toch geestelijk - van faculteiten voorkomen. Maar, hij moet het toegeven: voor delen van de universiteit "is het in feite nu al te laat". Want loopbaanombuiging is eigenlijk alleen goed te doen met mensen onder de veertig. En enkele faculteiten kampen nu juist met een bult van veertigplussers, die niet allemaal meer zo produktief zijn.
derzoekers trekt. anderde, geeft echter aan dat - zonDe universiteiten vergrijzen. Door de aio's valt het Terwijl voor de bèta's het abrupte der dwang door reorganisaties - tusniet op, maar de kern van de staf bestaat uit honk- eind van de vergrijzing in zicht is, sen de 40 en de 55 jaarlijks slechts de RUG-sociologen en -psytwee of drie procent van de staf vervaste veertigers. "Eigenlijk sturen we de verkeerde moeten chologen iets langer geduld hebben. trekt. In dat geval is het perspectief mensen weg", zei een enkele bestuurder toen in Zij kampen met het schoolvoorbeeld voor veel faculteiten voorlopig inderde 'leeftijdsprop' - zoals persodaad: voortgaande vergrijzing. Waarde jaren tachtig veel vijftig-plussers met wachtgeld van neelschef H.M. Bolle het noemt. De bij groei van een faculteit de situatie en VUT gingen. Want de massa veertigers - erfenis groep tussen de 35 en 50 beslaat bijna uiteraard zal verlichten - en krimp (72 procent) van de staf; en het probleem net zozeer kan vergrovaneen ongenuanceerde groeistuip in het verleden driekwart alleen de veertigers zijn al goed voor ten. 58 procent. Te oud voor omscholing - bleef zitten. Een groot deel ervan wordt de koRemedies of mobiliteit, te jong voor pensioen mende jaren minder produktief. Hoe kan er, onvoor het aantrekken van jong talent Het is de vraag wat de universiteiten danks de krappe financiën toch ruimte komen voor blijft de eerste tien jaar weinig ruimte nog kunnen doen om de wetenover. In iets mindere mate gaat dit schappelijke staf tijdig te ontgrijzen. jong talent? En hoe krijg je de zittende staf letterook op voor de letterenfaculteit. Zowel voor het terugdringen van ouderen als voor de aanstelling van jong lijk en figuurlijk in beweging? De instellingen lijken Fris talent is de ruimte vooralsnog zeer nauwelijks klaar voor deze opdracht. beperkt. De staf bij economie, recht en be-
evenwichtig. De situatie zou verbeterd zijn door afvloeiing van ouder personeel. Ook melden ze trots het De aap is uit de mouw: enkele faculverjongende effect van het groeiend teiten van de UvA zijn hard bezig te aantal aio's. vergrijzen - fysiek en geestelijk. Veel ruimte om nieuw talent binnen te Na een herschikking van de cijfers halen, is er niet. En omdat wachtgelkrijgt de minister echter gelijk. Corridoperaties niet in het verschiet liggeert men de WOPI-gegevens voor gen, is het tij uiterst moeilijk te keren. aio's en tijdelijke medewerkers, dan Bij gebrek aan cijfermatige analyses blijkt dat nog slechts een op de zes erfenis uit de tijd dat personeelsbeleid stafleden onder de 35 is. Maar liefst slechts een passief soort beheer was 55 procent is nu tussen de 35 en 50. noemt Acherman liever geen voorDat is precies de gevreesde 'bult' in beeld. Maar als we scheikunde noede populatie, die de komende jaren men, bevestigt hij dat dit een 'zwaar' vergrijst en pas begin volgende eeuw geval is. geleidelijk plaats maakt voor nieuw Omdat de meeste andere instellingen talent. Tot die tijd zullen weinig aio's na hun promotie mogen blijven. nog minder doen aan omscholing en Ook cijfers van Groningen - de best mobiliteitsbeleid, zal het probleem gedocumenteerde universiteit - gedaar al gauw groter zijn. Maar wat ven ditzelfde beeld: de 'bult' van stafzeggen de personeelsstatistieken eileden tussen de 35 en 50 vormt daar genlijk? zelfs 59 procent van het totaal. Slechts acht procent is jonger. Hier Rookgordijn geldt de komende tijd wat een Leidse De feiten: wie daarnaar zoekt, vindt personeelsfunctionaris al in 1988 opeerst tegenstrijdige gegevens. Ritzen schreef: "Voor de dertigers is te weischreef in zijn HOOP-slotdocument: nig plaats in de organisatie". Op den "De vergrijzing in het hoger onderduur zullen wel vaste plaatsen vrijkowijs gaat de komende tien jaar sterker men door vertrek van de nu 40-jarispelen." Hij verwees naar universitai-' gen, "maar de huidige generatie derre statistieken die aangaven dat ruim de helft van de vaste staf tussen de 35 tigers is daar niet mee geholpen." en 50 jaar oud was. Voor hem genoeg reden om 'human resources manage- Vastroesten ment' bij de universiteiten te gaan sti- Eigenlijk heeft het feit dat veel 50muleren. plussers bij recente bezuinigingen met wachtgeld gingen, het vastroesEn nu zeggen de universiteiten in de ten van de staf zelfs in de hand genieuwe Wetenschappelijk Onderwijs Personeelsinformatie (WOPI): "Effec- werkt. Het was - omdat wachtgeld onbetaalbaar wordt - de laatste geleten van vergrijzing zijn (...) niet aan genheid voor zulke sanering en die de orde." Ze noemen de leeftijdsopwerd averechts benut. Degenen die bouw - behalve bij de hoogleraren -
Geestelijk
toch spoedig met pensioen zouden gaan, werden weggestuurd. De veertigers - ook de minderen onder hen bleven zitten. "De verkeerde mensen gaan eruit", moet voormalig OWtopambtenaar dr. R.J. In 't Veld in een kritische bui verzucht hebben. Per universiteit en discipline zijn er door verschillen in historie - uiteraard variaties op het thema. Goede landelijke gegevens hierover zijn moeilijk te vinden. Maar de Groningse cijfers over de vaste staf per faculteit geven vermoedelijk een aardig beeld. "Het meest vergrijsd zijn de Groningse bèta's. Als erfenis van de 'booming sixties' bestaat bijna de helft (48 procent) van hun staf uit vijftig-plussers. Zelfs 85 procent is ouder dan veertig. Bij de medici ligt de leeftijd net wat lager, zodat 'slechts' 76 procent boven de veertig is. Maar deze faculteiten naderen snel een omslagpunt: binnen vijf jaar begint een forse pensioengolf. De onvrede over veroudering kan dan snel plaats maken voor een acuut tekort aan geschikte opvolgers." Precies daarvoor waarschuwden eerder enkele technische vakgebieden (telecommunicatie, procestechnologie) en dit voorjaar de landelijke chemici. Maar liefst 65 procent van de chemiehoogleraren is boven de 50. Als de jongsten van die groep vervroegd uit willen treden, dan moeten deze binnen tien jaar allemaal worden vervangen. Een groot tekort aan goede kandidaten wordt gevreesd, omdat het bedrijfsleven met hoge salarissen aan de kleine groep top-on-
drijfskunde blijkt in Groningen het jongst: alleen daar zijn er meer dertigers dan vijftigers. Voorspellen is hier moeilijk, omdat het personeel jonger is en meer mobiel. Maar zelfs deze meest frisse faculteiten vertonen de in het HOOP genoemde kiem voor toekomstige verstarring. Ook bij hen is de categorie tussen 35 en 50 jaar met zijn zestig procent van de staf onevenredig groot. Mocht de markt voor deze richtingen minder gunstig worden, dan zijn juist dit de vastgeroeste faculteiten van de toekomst. Globale gegevens uit Leiden bevestigen de indruk dat de toestand per discipline landelijk niet zover uiteenloopt. Ook in Leiden zijn de veertigers steeds oververtegenwoordigd. En ook hier maken vooral de natuurwetenschappers het nogal grijs, gevolgd door letteren en sociale wetenschappen.
Maar wat belangrijker is: om in te schatten of de over tien jaar dreigende veroudering ook echt zal plaatsvinden, moeten we meer weten over de dynamiek in het personeelsbestand. Welk deel van de staf - en vooral de veertigers - zal tussentijds vertrekken? Om die vraag te beantwoorden zouden gegevens over mobiliteit van het personeel in het recente verleden var nut zijn. Maar die blijken praktisch afwezig. Maar wat er is, blijkt te grof of vervuild door de invloed van reorganisaties - zpdat de gegevens onbruikbaar zijn voor voorspelling. Een onderzoekster die voor het ministerie een verkennende studie deed, stelt dan ook vast: "Wie de mobiliteit van het personeel wil onderzoeken, zal eerst zelf basisgegevens moeten verzamelen." Een schatting op basis van wat er in Leiden en Groningen in vijf jaar ver-
"Die leeftijdsprop van veertigers," zegt het Groningse personeelshoofd Bolle, "die los je met reorganisaties niet op. Mensen selectief ontslaan op grond van kwaliteit of leeftijd is strijdig met het arbeidsrecht. Dus moet je op zoek naar een individuele aanpak. Wij bieden mensen die dreigen vast te lopen een aantal faciliteiten om zich te heroriënteren - van omscholing en een tijdje elders rondkijken tot begeleiding bij outplacement. Het is dezelfde aanpak die Acherman wil invoeren in Amsterdam, en waarvan hij vreest dat die bij personeel boven de 35 maar moeilijk zal aanslaan. Om jong talent voor de universiteit te behouden, moeten er snel vaste plaatsen voor hen vrijkomen. Landelijk worden voor de bedreigde generatie een aantal 'fellowships' en Pioniersubsidies verdeeld. Maar per universiteit gaat het nog steeds om een handjevol mensen. In antwoord op Kamervragen erkende minister Ritzen dat twee jaar geleden al. Het scheppen van verdere ruimte was volgens hem echter een taak van de universiteiten. En die moesten daartoe streven naar een flexibeler personeelsbeleid.
Met die laatste opmerking van Ritzen is de vicieuze cirkel rond. De mogelijkheden om op korte termijn iets te doen tegen de dreigende vergrijzing van vooral de bètafaculteiten zijn uiterst klein. Alleen op langere termijn is er kans om onaangename bulten en gaten in de universitaire personeelsopbouw te voorkomen. Maar zelfs dat lukt misschien alleen als de universiteiten definitef overstappen op een strategisch gericht personeelsbeleid, en meer ruimte krijgen om rangenopbouw, ontslag en beloning op maat te hanteren.B
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's