Ad Valvas 1990-1991 - pagina 33
PAGINA 5
AD VALVAS 30 AUGUSTUS 19901
Een vinger aan de pols Onderv^^ijs Adviesbureau houdt vorderingen VUstudenten in de gaten Martin Ensennk Er wordt de laatste tijd weer volop geschreven en gepubliceerd over het onderwijsrendement, het magische getal dat aangeeft welk deel van de studenten die aan een studie begon nen ook daadwerkelijk de eindstreep haalt. Voor de minister van Onder wijs, Ritzen, ligt de zaak duidelijk: hij streeft naar een zo hoog mogelijk rendement en een zo kort mogelijke gemiddelde studieduur. Elke maand die een student aan de universiteit verblijft kost hem immers geld. Ook de universiteiten hebben belang bij een hoog rendement: de hoeveel heid geld die ze uit Den Haag ont vangen is mede gebaseerd op de rendementscijfers van de propaedeuse en het doctoraal. Helaas voor de minis ter hebben veel studenten een min der groot belang bij een snelle studie carrière. Een groot deel van hen haast zich niet, loopt nog wat extra vakken om de kansen op de arbeids markt te vergroten, of stort zich in het verenigingsleven. Het gevolg is dat de gemiddelde verblijfsduur aan de universiteit ruim boven de vijf jaar ligt, hoewel alle studieprogramma's in principe in vier jaar voltooid moe ten kunnen zijn.
Probleem Aan rendementscijfers, die aangeven hoeveel studenten hun propaedeuse of doctoraalbul bemachtigen, kleeft een groot probleem: ze zijn een nogal grove indicatie. De getallen zeggen immers alleen iets over het al dan niet bereiken van de finish; over de vele tussenliggende studiejaren geven ze geen informatie. Om dat zwarte gat in de kennis op te vullen houdt het Onderwijs Adviesbureau (OAB) sinds 1984 de vorderingen van VU studenten veel nauwkeuriger bij. Met het Analyse Model voor het Onder wijs in Studierichtingen (AMOS) wordt bij alle studierichtingen regel matig onderzocht welk percentage van de studenten nog op schema ligt, en welk deel achterop raakt. Op die manier kunnen knelpunten in het onderwijs sneller opgespoord worden, luidt de achterliggende gedachte. Dat sommige studenten na een paar jaar studeren wat achter raken is nor maal; maar als dat percentage ex treem groot wordt, is er wat aan de hand met het onderwijs, en wordt het tijd om in te grijpen. Dat gebeurt soms dan ook: de resultaten van de voortgangsregistratie van het OAB
Ooit, lang geleden, maakte het niet zoveel uit hoe lang je over je studie deed. Acht, ne gen of tien jaar studeren was de gewoonste zaak van de wereld. Tegen woordig ligt dat anders. Wie niet binnen zes jaar klaar is, komt in de pro blemen. Een goede studievoort gang is dan ook belang rijker dan ooit, ook al omdat uitvallers de uni versiteit geld kosten. Het Onderwijs Adviesbu reau houdt bij alle stu dierichtingen de vinger aan de pols.
zijn een vast agendapunt bij de be sprekingen van het college van be stuur en de faculteitsbesturen.
Verschillen "De boodschap die we voor eerste jaars hebben", zegt drs. W. van Os, hoofd van het OAB, "is dat we aan de
v y goed in de gaten houden hoe het met ze gaat. Beter dan aan de meeste andere universiteiten." De VU is, voor zover Van Os weet, de enige universiteit die de onderwijsvoort gang zo uitgebreid bijhoudt. De cijfers van het OAB tonen aan dat er enorme verschillen bestaan tussen
de faculteiten. Zo zijn studievertra ging en uitval bij de medische facul teit bijzonder laag, terwijl bij sommi ge studierichtingen aan de letterenfa culteit ongeveer de helft van de stu denten tijdens de doctoraalfase nog afhaakt. "Bij letteren stoppen er meer mensen na dan voor de propaedeu
Wenken voor eerstejaars In december zijn de kaarten voor de propaedeuse geschud Geen periode in het studentenleven is zo gevaarlijk als het eerste semester van het eerste studiejaar. Koud van de middelbare school en zo groen als gras wordt de student gedropt in het universitaire leven met zijn totaal andere onderwijssysteem. De vrijheden van het studentenleven lonken. Maar pas op! Wie de studie in de eerste maanden laat verslonzen, vergaat het vaak slecht. Volgens de wet van de remmende achterstand
Zijn blik gleed langs de tafels. Hij zocht een plekje waar hij on gestoord zijn lunch kon opeten. Kuyper had vandaag geen zin in gezeur aan zijn hoofd. Zijn vaste stek bleek tot zijn ergernis bezet door Paulus Griffijn, de man die zich met succes sterk had gemaakt voor het stopzetten van zijn colleges over Karl Marx. Hij was zo te zien weer in een opperbest humeur en dat trof Kuyper als een persoonlijke belediging. Hij liep snel door naar het volgende bordes, terwijl hij zich afvroeg of Griffijn, met zijn babykruUen en zijn uitgestreken smoelwerk, met opzet zijn plek had ingepikt. Ook boven was het afgeladen. De mensa gonsde van het ge luid van de talloze eerstejaars, die elkaar opgewonden verhalen venelden over hun eerste studiedag. De herrie werkte op zijn zenuwen. Kuyper had vorig jaar al eens geklaagd over de akoestiek van de mensa in een brief aan Plugge, het hoofd van de mensa. "De lunch," zo had hij geschreven, "is bedoeld om bij te ko men van geleverde geestelijke inspanningen, vandaar ook dat de werkgever er niet voor betaalt. Een bezoek aan de mensa pleegt onder de huidige omstandigheden echter zo'n aanslag op het wetenschappelijk gestel, dat het nog het best te vergelij ken vah met een lichte vorm van dwangarbeid. Het verbaast mij dan ook dat het ziekteverzuim aan de VU zo laag ligt. Mij rest niets anders dan voortaan mijn dienblad mee te nemen in de lift naar de dertiende verdieping." Plugge had hem een briefje gestuurd met de mededeling dat zijn klacht zeker zou worden meegenomen bij de evaluatie van de enquête die hij toevallig zojuist had doen verspreiden onder
plegen studievertragingen zich op te stapelen; wie eenmaal een paar tentamens heeft gemist, loopt kans steeds meer te willen doen en daardoor steeds minder te bereiken. Dat is een van de boodschappen in Studeren , een boekje van drs. W. Smit, medewerker van het Onderwijs Adviesbureau (OAB). De uitgave, met als ondertitel Wat aankomende stu denten moeten weten en kunnen, ligt momenteel bij de drukker en
wordt binnenkort gratis uitgereikt aan alle eerstejaars. Van de studenten die hun eerste twee tentamens verprutsen, blijkt 95 procent de propaedeuse over te moeten doen. Met andere woorden, aldus het boekje, in december zijn de kaarten voor wat betreft de propaedeuse geschud. Met het oog daarop bevat het hoofdstuk 'Wat men moet kunnen', een groot aantal wenken die de kans op succes verhogen.
A. Kuyper Zn.
De belevenissen van een achterkleinkind (2) de cliënten van de mensa. Het nuttigen van spijzen op de ka mers was om hygiënische redenen uit den boze, had Plugge er in een PS aan toegevoegd. Sinds die week stond er tussen twaalf en twee plotseling een Ghanees naast de liften, die iedereen die met een dienblad de lift in wilde stappen er beleefd op wees dat dit niet mocht. Na deze sluwe manoeuvre van Plugge stroomde de mensa vol. Vrijwel iedereen wilde een beschamende confrontatie met deze buitenlandse werknemer uit de weg gaan, en slechts een enkeling nam de moeite om zijn werkkamer via een sluiproute te bereiken. Kuyper vond een plekje achter in de mensa bij het raam. Hji
se", zegt Van Os. "Terwijl een van de functies van de propaedeuse juist is: een selectiedrempel. De gegevens die wij verzamelen zijn vaak reden om het onderwijs eens aan een nadere beschouwing te onderwerpen".
Zo wordt uitgelegd hoe een goed collegedictaat eruit ziet, hoe je maximaal profiteert van de aanwezigheid bij een werkcollege, en wat een goede strategie is tijdens zelfstudie. Aparte hoofdstukjes met behartigenswaardige tips zijn er over boekenstudie (waarbij ook de soms moeizame worsteling met boeken in vreemde talen aan bod komt), het afleggen van tentamens en wat te doen bij tentamenvrees. Studeren is geen sinecure. "Al met al kunnen we maar beter afrekenen met het gerucht dat studenten een vrij leventje leiden", klinkt het ernstig. "Nine tillfive is als eerste benadering reëler." (Martin Enserink)
staarde naar buiten en lepelde intussen snel zijn soep naar bin nen. Het was de vertrouwde brij die werd verkocht onder de naam 'goulashsoep', waarin alle kliekjes van de vorige dagen een bestemming vonden. Toen hij zijn soep op had fixeerde hij langdurig de gehaktbal in satehsaus, die in een plastic bakje voor hem stond. Hij verlangde terug naar de Turkse keuken. Tijdens zijn va kantie had hij kofte gegeten met de heerlijkste sauzen. Kuyper nam zich voor om minder vaak eten te halen en op te warmen in de magnetron, en weer eens wat vaker zelf te gaan koken. Misschien moest hij Bokking, zijn buurman, uitnodigen voor een maal van schapegehakt. In De Pijp zaten diverse Turkse slagers, dus dat was geen probleem. Kuyper sneed een plak van de gehaktbal af, doopte die in de saus en stopte haar toen in zijn mond. In de mensa was even later een grove vloek te horen, die men niet zou verwachten van een achterkleinzoon van Abraham Kuyper, de oprichter van de VU. Die middag bezorgde de interne post een uitpuilende blauwe envelop bij Plugge. De inhoud bestond uit een koude bal ge hakt waar een hap uit was, een stuk van een kies en een loden kogeltje. Op een servetje stond geschreven: "Deze gehaktbal, die gegarandeerd 50% wild vlees bevat, is een aanwinst op de menukaart van de mensa. Zet hem op, Plugge! Complimen ten, drs. Bram Kuyper. De eerste aflevering van deze feuilleton stond in Ad Valvas van 23 au gu stu s
/
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's