Ad Valvas 1990-1991 - pagina 314
I AD VALVAS 7 FEBRUARI 199i
PAGINA 6 I
1 shall strive for peace, justice and freedom' Scheikundige analyseert de beroepscodes van wetenschappers "In het bijzonder zal ik niet meewer ken aan projecten die naar mijn me ning direct de bewapeningswedloop dienen". Deze krachtige stellingname tegen de rol van de wetenschap in de oor logsindustrie had in december 1989 Frank Dignum, promovendus in de informatica, tijdens zijn promotie plechtigheid willen declameren. De aankomende doctor had zelfs nog veel meer willen beloven: dat hij zijn werk in dienst zou stellen van de mensheid, dat hij niet zou meewer ken aan projecten die waarschijnlijk niet het gewenste resultaat zouden opleveren en dat hij zijn titel niet zou gebruiken "om kennis of kundigheid voor te wenden die ik niet heb". Tevergeefs probeerde rector magnifi cus Datema destijds nog een stokje te steken voor de ongewone daad. Het promotiereglement bood nu eenmaal geen ruimte voor een dergelijk initia tief, hoe goed bedoeld ook, vond hij. Dankzij een samenzwering tussen de promovendus en zijn leermeester kon de verklaring echter toch in de aula worden afgelegd. Dignum voegde bij zijn proefschrift een stelling, waarin hij het recht tot het afleggen van een belofte bepleitte; tijdens de plechtig heid zelf informeerde de promotor op zijn beurt belangstellend naar de aard van de belofte, die hij had willen afleggen in het geval dat recht hem was gegund. Was de plechtigheid voor de VU mis schien een nouveauté, als randver schijnsel van de wetenschap is een dergelijke plechtige belofte niets bij zonders. De medische wetenschap bij voorbeeld kent de eed van Hippocra tes, die al vele eeuwen standhoudt. In de loop van de geschiedenis heeft de gelofte van de medische stand echter gezelschap gekregen. Zo doen in de exacte wetenschappen, vooral sinds de Tweede Wereldoorlog, ver schillende beloftes, erecodes en ge dragsregels opgeld. Nico van Baren, student scheikunde, analyseerde en vergeleek 34 van zul ke codes. Het resultaat is het boekje Beroepscodes in de wetenschappelijke wereld, uitgegeven bij Chemie en Sa menlevmg. Volgens Van Baren kende onze eeuw drie perioden waarin welomschreven beroepscodes bijzonder populair wa ren. De eerste was kort na de Tweede
Foto NICO BoinkAVC/VU
Wereldoorlog, toen de atoombom eens en voor altijd de mogelijke ver schrikkelijke gevolgen van kennis en wetenschappelijk onderzoek aantoon de. Van Baren: "Daarvoor, vooral tot het einde van de negentiende eeuw, was de wetenschap toch vooral een soort ongevaarlijke hobby, in tegen stelling tot de geneeskunde, die altijd al met zaken van leven en dood te maken had gehad." Een nieuwe golf van codes kwam op gang in de jaren zestig. In tegenstel ling tot de eerste werden ze nu vooral gepropageerd door jonge weten schappers en studenten. Bovendien moest de wetenschappelijke metho de, die tijdens eerdere gedragscodes nog als heilig werd beschouwd, er nu ook aan geloven. Vond men eerder nog dat de samenleving zoveel moge lijk buiten het laboratorium moest worden gehouden, nu werd juist een grotere betrokkenheid van de maat schappij bij de wetenschap verwacht. De derde golf, stelt Van Baren, is van recente datum, want kwam pas de af gelopen jaren bovendrijven op de gol
Martin Enserink
Mag een scheikundige meewerken aan de pro duktie van gifgas? Is een bioioog die super koeien fokt die over vioeien van meik, ethiscii op de verkeerde weg? De student schei kunde Nico van Baren schreeft een boek over beroepscodes in de we tenschappelijke wereld. ven van het nieuwe wï/zewbewustzijn. Opvallend is het, vindt Van Baren, dat veel van deze codes toch in ethi sche termen zijn gesteld. Kennelijk is
het milieu inmiddels van een prak tisch probleem veranderd in een ethische kwestie. Beroepscodes zijn er in alle soorten en maten. Erecodes zijn meestal kort, en bestaan uit voornamelijk algeme ne termen ('Ik zal mijn beroep nauw gezet en waardig uitoefenen'; 'I shall strive for peace, justice, freedom and betterment of the human condition'). Echte gedragsregels zijn vaak uitge breid en zeer gedetailleerd, en daar door geschikt voor beroepsverenigin gen. Een voorbeeld van zo'n code staat in Van Barens rapport, en be paalt de handelingsvrijheid van de le den van de Nederlandse Vereniging van registerinformatici. Maar naast de vorm kan ook de in houd van de code variëren. Beogen sommige beloftes vooral te voorko men dat wetenschappelijk onderzoek wordt verricht in dienst van defensie, andere hameren op een goede voor lichting aan het publiek, of op volle dige openheid over de opdrachtge ver. De verklaring van promovendus Frank Dignum wijst verder op de be
roepseer om goed werk af te leveren, en de academische titel niet te mis bruiken, zoals veel charlatans nog maar al te vaak plegen te doen. Dat de informaticus Dignum niet veel navolging heeft gekregen bete kent niet dat wetenschappers van daag de dag niet meer van beroepsco des zijn gecharmeerd. Naast zijn on derzoekje van bekende codes werkte Van Baren de resultaten uit van een enquête, gehouden in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Chemi sche Vereniging. De belangstelling voor de invoering van een code bleek zeer groot. In de ogen van de chemici moest de code vooral dienen als een bescherming te gen werkgevers met andere opvattin gen. De chemicus die niet mee zou willen werken aan milieuvervuiling, riskant biotechnologisch onderzoek of de produktie van gifgas, zou ster ker in zijn schoenen staan wanneer zijn beroepsvereniging kon zwaaien met een erecode. De chemici wekten in dezelfde en quête echter de verdenking op zich wel de lusten, maar niet de lasten van een beroepscode te accepteren. Op de vraag of overtreding van de code gestraft zou moeten worden bijvoor beeld door uitstoting uit de gelederen van de vereniging antwoordde slechts de helft met 'ja'. Veel chemici voelden zich al zozeer beperkt door allerlei regels, dat zij zich niet ook nog willen binden aan een ethische code. Van Baren zelf moet nog minstens een jaar studeren, voordat hij zich ook scheikundige mag noemen. Gaat hij bij gelegenheid van zijn afstude ren ook een plechtige gelofte afleg gen? "Ik zou daar erg voorzichtig mee zijn. Voordat je een sluitende tekst hebt niet vaag en algemeen, maar ook weer niet zo strak en gedetailleerd dat alles verboden is daar zitten ontzet tend veel haken en ogen aan." Maar ook als zo'n belofte er uiteinde lijk niet van komt, erover nadenken kan volgens Van Baren in ieder geval geen kwaad. "Ik denk dat je over je code moet discussieren en herdiscus sieren of het nu om een persoonlij ke belofte gaat of om een algemene code voor een beroepsvereniging."
DiBze hoogleraar is hier niet op z'n plaats Twee studenten over de vertrouwenscrisis bij Sociale Pedagogiek Heleen Jumelet en Wilmie Voortman Gedurende het verloop van de ver trouwenscrisis bij de sectie sociale pe dagogiek ook studenten lopen door de wandelgangen! is tot nu toe met name informatie over de organisatori sche chaos naar buiten gekomen. Wij willen het belang van de studie zelf, zoals wij dat ervaren, benadrukken. We zouden het ontoelaatbaar vinden als de enige sectie sociale pedagogiek van Nederland zou verdwijnen. Het doel van de sociale pedagogiek is, kort samengevat, het analyseren van de actuele verhouding tussen maatschappij en jongeren. Hierin on derscheidt de sociale pedagogiek zich van andere pedagogische weten schappen binnen de VU. De sociale pedagogiek heeft een aantal aan dachtsgebieden die duidelijk de maat schappelijke relevantie aantonen: • Sinds de economische recessie
De reo rganisatieplannen bij de faculteit der psycho lo gie en peda gogische wetenschappen (PPW) hebben geleid tot een vertrouwens breuk tussen de medewerkers van de sectie sociale pedagogiek en hun hoogleraar, pro f.dr. H.J. Schulze. Schulze wo rdt verweten akko o rd te zijn gegaan met de opheffing van zijn werkgro ep, terwijl hij zelf de dans o ntspringt. H. Jumelet en W. Voortman, beiden studente so ciale pedagogiek, nemen het op voor de bedreigde sectie. Het vakgebied heeft no g vo lo p maatschappelijke relevantie, beto gen zij.
OPINIE van de jaren zeventig blijkt dat jonge ren onevenredig zwaar getroffen wor den door werkloosheid. De sociale
pedagogiek zoekt naar de oorzaken en geeft beleidsaanbevelingen. • Jongeren zijn geen homogene groep. In het leefwereldonderzoek wordt niet 'van bovenaf gekeken naar jongeren, maar wordt de nadruk ge legd op wat jongeren zélf als probleem ervaren en wat hun eigen behoeften zijn. De sociale pedagogiek heeft on derzoeksmodellen ontwikkeld om jon gerenculturen te analyseren.
Soft We kunnen hier geen volledige op somming van de verdiensten van de sociale pedagogiek geven; wel laten bovenstaande voorbeelden zien dat dit onderzoeksgebied aansluit op maat schappelijke ontwikkelingen. Binnen het landelijk interdisciplinair jeug donderzoek neemt de sectie sociale pedagogiek van de VU het pedagogi sche deel voor haar rekening. Ook in internationaal opzicht neemt het soci aalpedagogisch perspectief een steeds belangrijker plaats in. In de jaren tachtig hebben de socia
le wetenschappen, misschien niet ge heel onterecht, het imago soft opge prikt gekregen. Het al dan niet ge chargeerde beeld bestaat dat een aan tal sociale wetenschappen thans nog steeds op dezelfde manier is ingericht als in de jaren zestig; als eilanden die weinig voor de alledaagse werkelijk heid te betekenen hebben. Binnen onze studie ligt de nadruk echter niet alleen op de voorbereiding op wetenschappelijk onderzoek. Wij ervaren dat juist het bijbrengen van probleemoplossend denken en han delen een belangrijk onderdeel is van de studie. Dit speelt in op een behoef te van de arbeidsmarkt. Eén van ons werkt parttime bij de Europese Ge meenschap. De studie sociale pedago giek blijkt hiervoor een adequate on dergrond te bieden.
Jammer en schadelijk Binnen de sectie en de faculteit heeft zich qua sfeer en organisatie een aantal wantoestanden voorgedaan waarvan ook wij hinder ondervonden
hebben. Dankzij een aantal docenten en onze motivatie is die hinder be perkt gebleven. Bepaalde aspecten en onderdelen binnen onze studie kunnen geactuali seerd en verbeterd worden. De (aan trekkings)kracht van sociale pedago giek bestaat uit het samenbrengen van theorie en empirisch onderzoek, ge richt op maatschappelijke ontwikke lingen. Een gezinssocioloog als hoog leraar heeft de kwaliteit van de sectie en de studie geen goed gedaan. De interne ontwikkelingen bewijzen he laas dat deze man niet op zijn plaats is binnen de studierichting sociale peda gogiek. Zijn kwaliteiten liggen waar schijnlijk op een ander vlak. Het zou heel jammer en schadelijk zijn als de interessante studierichting sociale pedagogiek binnen de PPW faculteit zou verdwijnen. De nu be dreigde sectie heeft, vanzelfsprekend onder leiding van een sociaalpedago gische hoogleraar, recht op voortbe staan. De kwaliteit heeft de VU al in huis!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's