Ad Valvas 1990-1991 - pagina 554
PAGINA 8
AD VALVAS 13^ JUNI 1991
'Die universiteiten i^omen tot niets metz'n 13'en' "Ik ben een lastpost, met een uitgesproken mening. Dat zal ik niet ontkennen". Dat zei Van Spiegel eind mei, bij zijn afscheidspartij op het Binnenhof. Als directeur-generaal diende hij vijftien jaar het wetenschapsbeleid. Wars van bureaucratie was hij volgens een oud-coUega. Toch paste hij erin, als lid van een generatie 'inhoudelijk leidende' ambtenaren. Sommige bewindslieden - waaronder juist Deetman, degene die er het langste zat - hadden misschien een wat gevoeglijker dienaar gewild. Zelf vindt hij dat ambtenaren er zijn om ideeën te lanceren; minister en parlement mogen daaruit hun keuzes maken. Ritzen, zijn achtste bewindsman, was het daar hartgrondig mee eens en speldde hem eind mei het tweede lintje uit zijn carrière op: "Wie wil vernieuwen, moet ergens voor staan." De wis- en natuurkundige Van Spiegel (64) werkte eerst op het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, ging in 1960 naar Delft als hoogleraar toegepaste wiskunde, werd actief in de PvdA en was enige tijd zowel dekaan als voorzitter van de gemeenteraadsfractie. De eerste minister van wetenschapsbeleid, dr. F. Trip, vroeg hem in 1975 als hoogste beleidsambtenaar. Hij verliet zijn leerstoel, en kreeg naar eigen zeggen nooit heimwee: "Na vijftien jaar hoogleraarschap dacht ik: jongens, dat wordt nu toch een onderwijsfabriek. Ik moet nog maar 'ns een nieuwe uitdaging hebben". Van Spiegel drukte zijn stempel op de innovatienota van oktober 1979 (nu nog richtsnoer van veel beleid), op de reorganisatie van TNO tot een zelfstandig en slagvaardig geleid instituut, op het informatica-stimuleringsplan (INSP), en op vele kleinere programma's. En recent speelde hij een rol bij thema's als internationalisering en wetenschaps-verkenningen. Voor de universiteiten bleef hij vooral in de jaren tachtig - een beetje een man achter de schermen. Het hoger onderwijs viel ook onder een ander deel van het ministerie, het directoraat-generaal Hoger Onderwijs en Wetenschappen (DGHW). Dat werd geleid door de minstens even eigenzinnige dr. R.J. In 't Veld: geen man van grote beleidslijnen, maar een pragmaticus, zo niet machiavellist. Het DGHW regelde als broodheer van de universiteiten zijn zaakjes liever zelf, en Wetenschapsbeleid leek alleen van belang voor kleine stimuleringspotjes en voor zaken als voorlichting en ethische aspecten.
Muur Die vreemde scheiding valt nu langzaam weg. Bij kabinet en Kamer groeit het idee dat men de honderden miljoenen die besteed worden aan het universitaire onderzoek niet los kan blijven zien van het nationale wetenschapsbeleid. En binnen het ministerie is de muur tussen beide beleidsterreinen vorige maand officieel omver getrokken. Geen wonder dus dat Van Spiegel, als we hem vragen aan welke uitdaging hij graag nog was toegekomen, direct antwoordt: "De universiteiten. Daar heb ik altijd vanaf moeten blijven. Dat vind ik jammer". Hij had heel goed geweten wat hem te doen stond. Voor sommige universiteitsbestuurders wellicht een reden om bij zijn vertrek opgelucht adem te halen. Maar het betoog van Van Spiegel wekt de indruk dat ook zonder hem de tijden veranderen. Er moet gekozen worden, en de regering wil dat niet helemaal passief afwachten. De universiteiten kunnen hun borst natmaken. Ze moeten een sterk centraal onderzoeksbeleid gaan voeren. Zelf zeggen ze regelmatig dat ze
Er wordt vaak gezegd dat er extra geld naar de bèta's moet, maar dat kan niet zo maar: "Je mag ook de alfavakken niet verminderen. Na de technologiegolf is toch heel markant dat je ook aan de culturele dingen in de maatschappij weer aandacht moet besteden." Ook hier zal, zonder veel extra geld, versterking nodig zijn van onderdelen: Kleine Letteren, maar ook kunstgeschiedenis. Van Spiegel: "Nederland heeft daar een plicht. We hebben grote schilders als Rembrandt gehad in de zeventiende eeuw. Maar het onderzoek ernaar gebeurt door de Amerikanen." Er is overigens al enige tijd sprake van een verkenningscommissie voor het kunstonderzoek. Maar gestart is die nog niet. En dan het gamma-onderzoek. Daar is Van Spiegels belangrijkste punt, dat ze gematigder moeten zijn in het aantrekken van derde geldstroom-onderzoek. Anders komt men niet toe aan het ontwikkelen van het eigen vak. Hij ziet het er nog wel van komen dat Ritzen een limiet stelt aan het aandeel contractresearch bij deze faculteiten. "Nu verdienen ze te makkelijk in allerlei grabbeltjes." Verder vindt hij de sterk opkomende 'kundes' flauwekul. "Mensen moeten eerst opgeleid worden in disciplines, met een wezenlijke theorievorming. Daarna zou je dan specifieke kundes moeten doen." Dat geldt zelfs voor een massa-studie als bedrijfskunde. De groei van dat vak is ook ten koste gegaan van de ruimte voor economie - een discipline die volgens Van Spiegel hard toe is aan kwaliteitsverbetering. Hij beseft dat de kundes zich niet zo makkelijk zullen laten uitroeien. Hoewel: via de bekostiging' van studierichtingen zou de minister de universiteiten kunnen dwingen dit soort theorie-arme vakken aan het HBO te laten. Maar of de politiek rijp is om de scheiding tussen WO en HBO weer aan te scherpen?
Zeshonderd miljoen daaraan werken: profilering, met strategisch gebruik van sterke punten en inspelend op actuele ontwikkelingen. Maar op het idee dat ze, net als TNO, straks elke vier jaar met de overheid over onderzoeksprioriteiten moeten overleggen, waren ze kennelijk niet voorbereid. Als door een horzel gestoken reageerden ze onlangs op een plan van Ritzen om hun financiering voor een deel aan zo'n overleg te koppelen.
Gepalaver "Koudwatervrees" is het volgens Van Spiegel. Het gaat immers niet om dirigisme of detailbemoeienis, waarmee het ministerie de universiteiten in het verleden wel benaderde. Het gaat nu om hoofdlijnen: in een 'dialoog' tot strategische keuzes komen. Dat is hard nodig: "Op den duur zal iedereen gelukkiger zijn met een duidelijk en sterk profiel van de Nederlandse wetenschap. En: de politiek is er rijp voor. De Kamer heeft weinig behoefte meer aan het gepalaver van: we hebben het allemaal zo moeilijk en nu moet u ons helpen." En de universiteiten kunnen zich wel stoer verzetten tegen dirigisme, maar in praktijk hebben ze de overheid vaak nodig: "Als er problemen zijn, blijken ze het zelf nog steeds niet aan te kunnen. Dan roepen ze de overheid te hulp. Kleine Letteren is een voorbeeld." Op dit terrein doet de overheid nu de aftrap. Van Spiegel verwacht van zo'n ervaring een opvoedend effect, zodat de universiteiten in de toekomst wèl zelf knopen doorhakken. "De Kleine Letteren zijn eigenlijk", zegt Van Spiegel, "slachtoffers van het verdeelmodel, dat gebaseerd is op
"De universiteiten doen afbreuk aan hun Imago door zich vaak zo star te tonen. Dat geeft de politiek teveel ruimte om te zeggen: laat ze het zelf maar uitzoeken". Aldus dr. E. (Egbert) van Spiegel, de man die de laatste vijftien jaar het wetenschapsbeleid van de overheid leidde. Je kan niet elk specialisme op vier universiteiten koesteren. En het heeft geen zin als elke medische faculteit zich profileert met kanker-onderzoek. studentenaantallen; die kalven af. Je ziet ook een zekere versplintering: kleine groepjes, een hoop geweeklaag - deels terecht. Maar ook sterk individueel gerichte mensen, niet gewend aan elkaar te vinden." "Op een goed moment zeg je dan: het afkalven gaat te ver, er raken wezenlijke cultuur-aspecten bedreigd. Toen hebben we besloten professor Staal uit Amerika te halen. En die heeft het probleem in zijn rapport
duidelijk gemarkeerd. Maar ook nu zie je dat men weer zit te wachten op een aftrap door de overheid." Onderzoekscholen: dat is op dit moment het belangrijkste strijdperk waar universiteiten (en overheid) tot keuzes moeten zien te komen. Van Spiegel, die in Deetmans laatste onderzoeksnota twee jaar geleden het idee 'graduate school' hielp lanceren, ziet de huidige ontwikkeling met gemengde gevoelens aan. "Het was eigenlijk onze bedoeling, het stelsel geleidelijk te ontwikkelen, met een duidelijk top-down element. Ook Economische 2^ken stelde als voorwaarde voor steun dat er selectie zou plaatsvinden." Teleurgesteld was Van Spiegel daarom over het rapport van de commissie Rinnooy Kan in oktober, dat hij kenschetst als laat duizend bloemen bloeien'. Het regeringsstandpunt perkte de vrijheid nauwelijks in. "Mag ik u eerlijk zeggen: in de Kamer gelooft men hier niet zo erg in. Er is het gevoel dat je keuzes moet maken." Zoals de operatie onderzoekscholen nu loopt, verwacht hij er toch ook heilzame effecten van. Het gevaar van verstarring, doordat universiteiten juist hun oude zwaartepunten naar voren schuiven, acht hij beperkt: "Kijk, voor zwakke vakgebieden - hoe relevant ze ook zijn - moet je geen school opzetten. Daar zijn eerst andere dingen nodig. Maar verder: onderzoekscholen dwingen tot keuzes; en niet iedereen kan zich op dezelfde klassieke sterktes profileren. Neem het medisch-biologisch onderzoek. Bijna elke faculteit zal vinden dat-ie daar sterk in is. Toch moet er gekozen worden."
Keuzes maken. Efficiënter omgaan met het geld. Het gesprek komt op de zogenaamde nullijn. Andere landen laten hun onderzoeksuitgaven stijgen. Is die bijna tien jaar oude bevriezing van het wetenschapsbudget nog wel zo vanzelfsprekend? Nee, onthult Van Spiegel. Anderhalf jaar geleden had de Nederlandse bijna een enorme financiële impuls gekregen. "Dat was in de laatste dagen van Deetman. We brachten een onderzoeksnota in het kabinet, waarin 600 a 700 miljoen gevraagd werd. Ondermeer voor onderzoekscholen en apparatuur. Maar Deetman kreeg het niet meer voor elkaar, want nieuwe claims behandelde dat kabinet niet meer. Dus is die paragraaf geschrapt." "In de kabinetsformatie hebben allerlei instanties nog geroepen dat er fors geld bij moest. Maar politiek was daar niet genoeg steun voor. Er bestaat toch het gevoel van: Onderwijs beheert het grootste budget, 30 miljard. En dan krijg je het probleem van de afweging tegen basisonderwijs, voortgezet onderwijs, hoger onderwijs. In dat dilemma zit de zaak gevangen. Ja, en de studiefinanciering!" "Maar ook de positie van de universiteiten speelt een rol. De instellingen zouden zich eens moeten realiseren dat ze intern betere afspraken moeten maken. Alleen dan kan er in dit land een consensus ontstaan dat er meer geld in moet. Ze doen afbreuk aan hun imago door zich vaak zo star te tonen. Dat geeft de politiek te veel handvaten om te zeggen: 'laat ze het maar uitzoeken.' Elke universiteit voor zich doet het misschien best aardig. Maar met z'n dertienen komen ze tot niets."B
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's