Ad Valvas 1990-1991 - pagina 207
PAGINA /
AD VALVAS 22 NOVEMBER 1990
'Dat jasje kan absoluut niet!' PRman Rudolf Bevaart wil de VU van haar grauwe imago afhelpen Frank van Kolfschooten Haalt de Vrije Universiteit volgende week vrijdag de landelijke pers? Die vraag gonst de komende dagen door het hoofd van PRman Rudolf Be vaart. Pas als de camera's van de foto grafen massaal klikken, zal blijken of hij een dertigtal hoogleraren voor niets heeft blootgesteld aan de Bui tenveldertse rukwinden. De publiciteitsstimt die Bevaart heeft bedacht voor de opening van de Am stelveenlijn viel aanvankelijk met in goede aarde. "Zoiets doen wij niet als VU," kreeg hij te horen toen hij voor stelde om een stoet hoogleraren in toga onder aanvoering van een drumband te laten oprukken naar halteplaatsvu van de Amstelveen lijn. De rector magnificus zou vervolgens een cadeau aanbieden aan burge meester Van Thijn, en de persfoto grafen in de tram zouden dit gedenk waardige moment dan volgens Be vaarts scenario vastleggen op de foto. Uiteindelijk is het hem toch gelukt om de bezwaren van het bevoegd ge zag weg te nemen. Als het koud is kunnen de hoogleraren gewoon hun overjas aanhouden onder de toga, en als het regent biedt de nieuwe grif fioenparaplu uitkomst.
Zwembroek Alleen rector magnificus Datema zal verstek laten gaan, want die had al een andere afspraak. Het cadeau, een haltebord met de letters VU erop, zal nu worden aangeboden door de con rector van de VU, prof.dr. P. de Waart. Bevaart vindt het jammer dat dit "stukje VUpromotion" pas na veel aandringen is geaccepteerd. "Ik vraag ze toch niet in hun zwembroek de straat op te gaan of met een ballon de lucht in te stijgen. Dat soon krank zinnige dingen zou mij te ver gaan." De meeste VUmedewerkers zijn zich onvoldoende bewust van het belang van PRactiviteiten, meent hij. "Dat klinkt misschien als preken voor ei gen parochie, maar dat is het niet. De terugloop van het aantal studen ten bij de meeste faculteiten kan ook consequenties hebben voor hun ei gen baan. Ik denk dan wel eens: mensen kom eens uit de veren en wees eens creatief en inventief, en
Een PRman is geen overbodige franje, meent Rudolf Bevaart, die de public relations verzorgt van de facultei ten Economie en Rech ten. Zijn publiciteits stunts moeten de VU van haar grauwe imago afhelpen. "De elemen ten zijn er, maar ik ben nog lang niet uitgepé erd."
Rudolf Bevaar t: " I k vraag ze toch niet in hun zwembroek de straat op t e gaan?!"
probeer met ons professionals mee te denken." Bevaart wet kt voor twee faculteiten, economie en rechten. Hij is zijn VU carrière twee jaar geleden begonnen bij de economen en vermeldt niet zonder trots dat die faculteit als enige meer eerstejaars studenten heeft dan vorig jaar. "Dat komt door goed ma nagement, maar ook doordat het fa culteitsbestuur inziet dat PR ook no dig is als het goed gaat. Vaak ontstaat de roep naar reclame pas als de stu dentenaantallen teruglopen." Zo ging het in ieder geval bij Be vaarts tweede werkgever, de juridi sche faculteit. De juristen trokken weliswaar drie jaar geleden als eerste faculteit een PRmedewerkster aan, maar ze dachten die weer te kurmen missen toen er een aantal projecten op poten was gezet. "Als er bezuinigd wordt, dan moet de PRmedewerker als eerste het veld ruimen, omdat die als franje wordt gezien. Maar PR is een kwestie van de lange termijn, je moet doorgaan. Je hebt tenminste drie jaar nodig om een aardig PRbe
leid van de grond te tillen." Daar kwamen de juristen ook achter, want toen de studentenaantallen weer te rugliepen, rinkelde bij Bevaart de te lefoon.
Wijgevoel Hij keek zijn ogen uit toen hij aan de VU kwam. Academici bleken nogal formeel vergeleken met het extraver te theatervollqe waarvoor hij jaren lang de publiciteit heeft verzorgd. "Docenten zeggen u tegen hun stu denten. In de theaterwereld gaat men veel meer met elkaar om als een gro te familie. Wat me opviel bij de de economische faculteit, die toch een gigantisch bedrijf is met 300 mensen jjersoneel en 2500 studenten, was het ontbreken van het wij-gevoel." Het creëren van dit wijgevoel ziet Bevaart als een van de peilers van een goed PRbeleid. De medewerkers moeten samen de schouders onder de faculteit zetten. "De verschillende vakgroepen zijn nu nog eilandjes in de faculteit. Het verbaasde me in het begin dat de ene vakgroep zich totaal
niet interesseert voor wat de andere vakgroep doet." Dat probeert hij te verbeteren door het organiseren van onder meer in formele facidtaire borrels, en het schrijven van een nieuwsbulletin. Bo vendien stopt hij regelmatig folders in de postvakjes van de VUmedewer kers om hen op de hoogte te stellen van de bezigheden van hun collega's. Het zwaanepunt van het PRbeleid ligt echter bij het maken van goed verzorgd informatiemateriaal over het onderwijs (en in mindere mate onderzoek), volgens Bevaart. "De VWO'ers interesseren, dat is nummer een." Daarvoor is in samenwerking met het Onderwijsvoorlichtingscen trum een strategie ontwikkeld. Schooldecanen kunnen schoolreisjes boeken naar de VU, waar ze bijvoor beeld een proefcollege kunnen vol gen. Het algemene PRbeleid van Bevaart is gericht op het bewerken van de pers. Als de Miljoenennota verschijnt zoekt hij een econoom die een artikel wil schrijven voor een van de opinie
Foto Bram de Hollander
pagina's van de grote dagbladen. "Zo kun je je ook profileren, want dan zeggen de mensen: hé, aan de VU zit ten ze ook niet stil." Verder probeert hij nieuws op te spo ren binnen zijn twee faculteiten. Be vaart snelt regelmatig in een kleurig colbert door de gangen met een pers bericht in zijn hand of een folder van een belangwekkend congres. Hij is dan ook een bekende figuur op de re dactie van Ad Valvas. De universi teitskrant zou een belangrijk P Rin strument kurmen zijn, meent hij. Tot zijn teleurstelling oordeelt de redactie vaak anders over de nieuwswaarde van zijn persberichten. "Ad Valvas is natuurlijk onafhankelijk, maar soms denk ik dat het wel een ietq'e enthou siaster zou kimnen als er een PRme dewerker langs komt." De economen en juristen hebben met Bevaart ook een kledingadviseur in huis gehaald. Hij verstrekt zijn ad viezen desnoods ongevraagd. On langs sprak hij nog een jurist bestraf fend toe: "Dat jasje kan absoluut niet."
Kleine teams moeten 'softwarecrisis' oplossen Hoogleraar informatica breekt lans voor Japanse werkwijze Waarom is de 'Poen flop', een studiefinan cieringsprogramma van een Delfste student, wel geslaagd, terwijl het equivalent van een be kend softwarehuis een fiasco werd? Henk Vlaming Een typisch voorbeeld van de softwarecnsis, de hedendaagse stagnatie in de automatisering. Als een soort profeet wees prof. dr. ir. Wouter Jaques Keiler gisteren in de aula van de VU naar de uitweg uit de crisis: minder mensen aan een project laten werken. Systeemontwikkeling, het maken van computerprogramrüa's, moet bij voorkeur door kleine, strak geleide teams gebeuren, in plaats van door
grote, bureaucratisch werkende en gespecialiseerde afdelingen. Dat laat ste gebeurt nog op grote schaal en daarom mislukken zoveel automati seringsprojecten, stelde de informati cus Keiler gisteren tijdens zijn inau gurele rede in de aula van de VU. Als voorbeeld noemde hij de automatise ring van de studiefinanciering. Al vier jaar lang verkondigt Keiler als medewerker van het Centraal Bu reau voor de Statistiek dezelfde bood schap. Keiler werd in 1989 tot hoog leraar kwantitatieve informatica be noemd. Voor die tijd was hij overi gens al deeltijdhoogleraar in de wis kundige economie. Keilers rede was minder saai dan de gemiddelde inaugurele oratie. Hij doorspekte zijn betoog met aanspre kende voorbeelden, waarin hij reto riek ("hebben we dan niets geleerd van de SovjetUme?") en ferme uit spraken ("hier past geen democratie, maar slechts aristocratie") niet schuwde. De softwarecrisis is ontstaan doordat de markt in de loop der jaren is over
laden met verschillende computer systemen en programma's. De appa ratuur is in dertig jaar duizend maal goedkoper geworden; de evenredige aanwas van programma's heeft infor matiesystemen steeds onoverzichtelij ker gemaakt. Veel tijd en energie van automatiseerders gaat op aan onder houd: bestaande systemen in stand houden en verbeteren. Nieuwe syste men komen moeizaam van de grond, terwijl de vraag ernaar groeit. De kloof tussen deze vraag en wat er ge realiseerd wordt is zo groot geworden dat men van een softwarecrisis spreekt. Handige amateurs blijken vaak won derwel te slagen waar geroutineerde professionele informatici falen. Zo maakte in 1989 een student aan de VU een elektronisch spoorboekje. Daarvoor was dat nog nooit iemand gelukt. Volgens Keiler is vooral de werkwijze van professionele informatici fout. Omdat systeemontwikkeling inge wikkeld is en de risico's groot zijn, la ten veel softwarehuizen er grote, ge
specialiseerde afdelingen aan wer ken. Dat is onwerkbaar, omdat zoveel mensen bij het ontwikkelingsproces zijn betrokken dat de onderlinge communicatie niet meer goed func tioneert. Afgeleverd werk gaat voort durend ter screening en correctie heen en weer tussen verschillende af delingen. Dat vreet tijd en werkt fnuikend voor de creativiteit. Alles moet volgens het boekje. Om de ontwikkeltijd niet nog langer te laten duren, neigen veel systeem ontwikkelaars naar het vermijden van risico's. "Zelfs eenvoudige proble men, die een gebruiker met een per sonal computer birmen enkele dagen oplost, duren op die manier maanden en leveren stapels papier op met plannen, studies, ontwerpen en mo dellen", stelde Keiler. "Doch helaas niet altijd een goed werkend sys teem."
Japan Veel werkbaarder is het om in kleine teams te opereren, die alle benodigde specialismes in zich verenigen en
waar een duidelijke taakverdeling be staat. Zo'n team werkt met minder voorschriften, procedures en fases. Met een schuin oog keek Keiler naar de automobielfabrieken. Arbeiders houden zich daar niet de hele dag be zig met een enkele opdracht, zoals het inzetten van een ruit; een klein team zet samen een complete auto in elkaar. Dat werkt sneller en er hoeft niet te worden teruggekoppeld naar andere afdelingen. Fouten worden in het team zelf gesignaleerd en verhol pen. "Dat gebeurt al lang in Japan", verduidelijkte Keiler daags voor zijn lezing. "In plaats van in tien jaar, ont wikkelen ze daar in drie jaar een nieuw model. Niet omdat ze daar harder werken dan in Europa en Amerika, maar omdat ze het doen met parallelle teams."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's