Ad Valvas 1991-1992 - pagina 292
I AD VALVAS 16 JANUARI 1992
PAGINA 16 I
Alternatieve verhalen over de zondvloed Seltna Schepel Het Gilgamesj-epos is een compilatie van enkele mythen rond een Mesopotamische koning, die in het oude Nabije Oosten wijd verbreid waren. De in diverse antieke talen gestelde spijkerschrift-tabletten en fragmenten daarvan - enkele dateren zelfs van 4.000 jaar her - zijn gevonden in uiteenlopende streken als Iran, Turkije en Palestina. Dit Gilgamesj-epos is vooral beroemd vanwege de avonturen van een 'Babylonische Noach', waar het elfde tablet over verhaalt. Na de ontdekking en de ontcijfering zijn er rond het begin van deze eeuw verhitte debatten gevoerd over welk Zondvloedverhaal ouder of oorspronkelijker zou zijn: dat van de Bij-
*
'De jongens zien er allemaal hetzelfde uit, vergeleken met de dames is het eigenlijk saai'
bel of dat uit Gilgamesj. En nog staan emoties, geloof en wetenschap niet geheel ontspannen met elkaar om rond dit thema. De laatste Nederlandse vertaling is meer dan dertig jaar oud. Een moderne versie was niet onnodig, omdat er sindsdien weer nieuwe fragmenten zijn opgedoken en er veel onderzoek is gedaan. Theo de Feyter heeft een zeer leesbare Nederlandse tekst gecomponeerd. Een plezier om te lezen, ook omdat dit cultuurhistorische document, in orde van belangrijkheid te vergelijken met werken van Homerus, op deze manier toegankelijk wordt voor een groter publiek. In zijn voorwoord schrijft De Feyter dat zijn vertahng geen wetenschappelijke pretentie heeft. Toch heeft hij wel degelijk Akkadisch (de uitgestorven Semitische taal waarin grote delen van het Gilgamesj-epos zijn overgeleverd) gestudeerd aan de vu en bronnenonderzoek gedaan. Gelukkig maar, want zijn boek is uitgegeven bij Vrij Geestesleven. Achter deze vederlichte naam verschuilt zich de antroposofie, een Reinlebenkult die mij wat al te graag oermythen en volkssprookjes armexeert, en daarbij tendentieus te werk gaat. Een eerder heldenepos op het conto van deze uitgeverij kwam uit Finland en werd, hoewel er 2.000 Finnen in Nederland wonen, door een antroposofische juffrouw uit het Duits 'vertaald'. Misschien is De Feyter ook wel van die club, want in zijn inleiding trakteert hij ons op de Zondvloedideeen van Rudolf Steiner, de Heilige Vader van de antroposofie. Persoonlijk vind ik dergelijke interpretaties vervuiling van zo'n uitgave. Iedereen kan zijn tijdelijke fantasieën wel op de oudheid projecteren. Er is een wildgroei van strommgen die alle Zondvloedverhalen (er bestaan zelfs Indiaanse) voor eigen parochie weten te verklaren. Daar kun je een paar boeken mee vullen, maar een feit is dat we maar heel weinig begrijpen van de werkelijke betekenis. Verder mag deze Gilgamesj-vertaling hogelijk geprezen worden: de bezorger heeft zich flink uitgesloofd, ook als illustrator, oorspronkelijke teksten vormen de basis en het Nederlands is van een gehalte dat je het boek in één ruk uit doet lezen. Op één ding na: de oe-klank komt veelvuldig voor in Akkadische namen. Internationaal wordt deze klinker getranscribeerd als 'u', maar De Feyter kiest voor de Nederlandse spelling 'oe'. Dat geeft een nogal kinderachtig woordbeeld, alsof president Bush naar Luzem gaat en je leest dat Boes) Loetsem bezoekt. Maar ik ben een kniesoor. Gewoon lezen dat boek. Gilgamesj, een zoektocht naar onsterfelijkheid Vert almg Theo de Feyter uitg Vnj Geestesleven, f 45,
,vf ' -- -i' %'. Foto Bram de Hollander
Op jacht naar een goedkope rok martin Enserink "De aandacht voor het zich een beetje leuk aankleden is sterk in opkomst, absoluut, daarom verkopen wij het ook zo goed, de gelegenheidskleding, aimex de rokkostuums, daarbij, voor de studenten, en dat gaat heel goed." De verkoper van Tip de Bruin struikelt over zijn woorden, zo vol is hij van de opmars van het verschijnsel gelegenheidskleding. Smokings, rokkostuums, jacquets, ze vliegen tegenwoordig weg. "Vroeger wilde men niet netjes gekleed. Naar concerten of feestjes deed iedereen gewoon een spijkerbroek aan. Tegenwoordig heeft men toch zoiets van: ik ga me eens lekker aankleden, een beetje optutten, dan kom je toch leuk voor de dag." Tip de Bruin probeert zich via een intensieve reclamecampagne in de universiteitsbladen een vaste markt onder studenten te verwerven. En dat lukt aardig, aldus nog steeds de verkoper. Maar ook andere verkopers en verhuurders van gelegenheidskleding zeggen een opwaartse trend te bespeuren. Het rokkostuum is nog altijd het gelegenheidskostuum voor de student bij uitstek. Dat wil zeggen: de corpsstudent. Aan niet-studenten wordt het kostuum nauwelijks verkocht. Nu ja, leden van de Rotary Club en de Red Lions komen er wel eens om. Bij het vu-corps worden rokken vooral gedragen op de gala-avond waarmee de jaarlijkse bestuurswisseling gepaard gaat en bij verjaardagen van de disputen. Vlak voor zulke typische studentenevenementen zijn het vaak hectische tijden voor de onberispelijk geklede en
gekapte Verkopers van Tip de Bruin. "Dan komt er soms in een keer een groep van tien jongens binnen", verzucht de verkoper. Maar meestal komen ze in groepjes van twee tot vier. Al pratende laat de verkoper zijn drie modellen zien: "Deze loopt het beste, dat is een rok van wol-polyester, die gaat voor ƒ 399,50. WU je iets meer luxe en comfort dan pakken we deze, van ƒ 499,50. En voor de hele luxe jongens onder ons is er het 100 procent wollen lichtgewicht rokkostuum, voor 1.000 gulden." Daarmee zijn we er nog niet. "Het rokwit - een shirt - gaat je ƒ 149,50 kosten", vervolgt de handelaar. "Het vestje, ook wit: ƒ 199,50. De knoopjes komen er los bij, drie stuks, van parelmoer, voor 36 gulden. Het strikje, ook wit, komt op ƒ 29,90. Alles bij elkaar ben je dus voor een kleine 800 gulden klaar." Volgens Tip de Bruin ben je tegenwoordig gek als je nog zo'n kostuum huurt. "Vierhonderd gulden, dat haalt een student, die zo'n pak toch regelmatig moet dragen in zijn studieloopbaantje, er wel uit", meent de verkoper stellig. "Huren kost ook al gauw honderd gulden." Taco Zimmerman, praeses van het vucorps, IS dol op zijn rokkostuum. "Ik vind een rok echt heel erg mooi. Klassiek, stijlvol... Die lange flappen aan het jasje vind ik prachtig. Natuurlijk zien de jongens er wel allemaal hetzelfde uit, vergeleken met de dames is het eigenlijk saai, maar ik vind het heel stijlvol." Maar dat het moderne student in z'n eerste jaar de portemormee trekt om zich voor de rest van zijn leven een rok aan te schaffen, dat gelooft hij niet.
JOOL HUL
"Dat is echt veel te duur. De meeste mensen lenen het toch van vrienden of familie, dat lukt meestal wel. Behalve bij verenigingsfeesten natuurlijk, want dan loopt iedereen in rok. Maar dan kun je het altijd nog huren." Zelfheeft Zimmerman er een "voor eeuwig in bruikleen" van zijn oom. "Veel leden krijgen hem ook van vader of oudere broer", zegt hij. Huren, lenen of kopen? Bij verhuurbedrijf Joh. Huyer ("hele aardige mensen," volgens de praeses, "ze hebben ook twee kinderen die aan de vu studeren") weten ze het wel. "Een rokkostuum kopen voor 400 gulden, dat zal best, maar over wat voor kwaliteit heb je het dan!", smaalt de verkoper. "Wij hebben hier alleen zuiver scheerwoUen rokken. Die kosten nieuw, alles inbegrepen, rond de 1.600 gulden. Dat is wel even een andere kwaliteit." De firma verhuurt haar rokkostuums voornamelijk aan studenten. Ze moeten wel altijd een waarborgsom betalen en legitimatie tonen want, zo leert de ervaring, ze zijn minder zuinig op de kleding dan de gewone burger. "Studenten leveren ze vaak viezer in dan andere klanten. Soms is erop overgegeven, of er zitten biervlekken op. Als het heel erg IS moeten ze bijbetalen voor de stomerijrekening." 150 gulden kost het kostuum bij Huyer, met alles erop en eraan. Ook bij Maison van den Hoogen, een ander verhuurbedrijf, komen de kleren nogal eens terug "alsof de studenten flink aan de zwier geweest zijn", vertelt een medewerkster van de zaak. Van den Hoogen brengt de student overigens wel 25 gulden minder in rekening dan Huyer.
Zijn daarmee de mogelijkheden uitgeput? Nog niet helemaal. Vorige week werden in een rubrieksadvertentie in Ad Valvas volledige rokkostumms aangeboden voor maar 395 gulden: de helft dus van wat Tip de Bruin voor het hele pakket vraagt. Als we het in de advertentie genoemde telefoonnummer bellen, neemt ene Michiel op. Jazeker, we kunnen bij hem een rok kopen. Maandag krijgt hij een partij van 65 stuks birmen. Hoe dat zit? Michiel is de tussenpersoon van een Maastrichtse vriend, die met een eigen BV'tje 200 kostuums heeft opgekocht "uit een faillisementspartij". Ze komen uit Duitsland, "ergens waar heel goedkoop geproduceerd wordt". Oostelijk Duitsland? Ja, maar meer wil Michiel er niet over kwijt, want het is niet de bedoeling dat half Nederland straks rokken importeert. "We verdienen er natuurlijk ook een paar centen aan", zegt hij. De voormalige heilstaat staat weliswaar niet bekend om de hoge kwaliteit van de daar vervaardigde produkten maar, verzekert Michiel, deze pakken zijn "allemaal in orde en van uitstekende kwaliteit". Als we belangstelling hebben moeten we maar een afspraak bij hem thuis maken. "Ik help je het juiste kostuum uit te zoeken. Je betaalt mij contant en even later stap je met je rok naar buiten, keurig in plastic verpakt." Michiel heeft vier volledige dagen voor de verkoop van de rokken gereserveerd. "Maar de mensen moeten wel even van te voren bellen, want ik wil niet meer dan vijf mensen tegelijk in mijn huis. Anders kan ik het niet overzien en ben ik bang dat ze mijn spullen gaan meenemen."
door Aad Meijer Vl?.o£(^ NMR^ B E D c.f\ zeij.'ScHiEr M o f ^ *\M*eRj t-\ir ')^
ir
^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's