Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 77

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 77

12 minuten leestijd

991

AD VALVAS 19 SEPTEMBER 1991 I

PAGINA 7

Het dodelijke spuitje blijft vaak in de la Opleiding tot verpleeghuisarts komt euthanasie­probleem tegen De gedachte dat euthanasie op grote schaal wordt toegepast, blijkt onjuist. Z elfs In het verpleeghuis wordt maar weinig om een levensbeëindigend spuitje gevraagd. Prof.dr. M.W. Ribbe, hoogleraar verpleeghuisgeneeskunde wist het al: "Men denkt dat het in verpleeghuizen één grote ellende is. Dat is dus niet zo." Diana Doornenbal Door de grote aandacht van de media voor het R emmelink­rapport (over eu­ thanasie­verzoeken onder Nederlandse artsen), is het onderzoek van R ibbes vakgroep nogal ondergesneeuwd. Lo­ gisch ook, want dit onderzoek gaat al­ I leen over euthanasie in verpleeghuizen. Toch komen de resultaten, voor zover ze te vergelijken zijn, redelijk overeen. Volgens de commissie­R emmelink heeft de helft van de verpleeghuisartsen ooit een verzoek om euthanasie gehad. D e vu­onderzoekers, met R ibbe en prof.dr. J. van Eijk als projectleider, komen met het volgende resultaat: de 750 verpleeghuisartsen die in ons land werken, kregen in de afgelopen vijfjaar samen ongeveer driehonderd keer een verzoek om euthanasie. Vijfentwintig keer werd de wens vervuld. D e anonie­ me gegevens werden verzameld door een onafhankelijk onderzoeksbureau. Ribbe kijkt er niet van op: "We hadden vanuit de praktijk dat gevoel al. D e cij­ fers bevestigen dat nu. Er zitten niet al­ leen maar wegkwijnende, ellendige mensen in de verpleeghuizen. Ze heb­ 4 ben plezier in het leven. Het zijn soms mensen waar je geweldig veel lol mee kunt hebben." Wat ook meetelt, is dat euthanasie voor bejaarden niet zo'n bekend terrein is. Ze komen er gewoon niet zo gemakke­ lijk mee, weet de hoogleraar uit eigen ervanng te vertellen. "Het past niet bij de bejaarde generatie om met dat soort dingen te komen. Bejaarden zijn niet zo absoluut in het aangeven van h u n wen­ sen. Bovendien moet je toch behoorlijk

M.W. Ribbe: "Vroeger moesten we het als arts allemaal zelf uitzoeken" Foto Nico Boink AVC/VU

precies weten wat je wilt, wil je met het verzoek om euthanasie komen. En in het verpleeghuis zit natuurlijk een hele categorie mensen die door dementie of spraakstoomissen zo'n wens niet eens kunnen uiten." Maar er zijn nog meer redenen waarom euthanasie en verpleeghuizen met on­ verbrekelijk met elkaar verbonden zijn. "Je komt niet in het verpleeghuis omdat je twee weken geleden ziek ge­ worden bent, maar omdat je een ziekte­ geschiedenis hebt. Deze mensen heb­ ben inmiddels behoorlijk leren leven met ziekte en invaliditeit." In de toekomst kijkend, verwacht de hoogleraar wel, dat het aantal verzoe­ ken zal stijgen. De taboesfeer rondom euthanasie is immers aan het verdwij­ nen. "We krijgen andere mensen in het verpleeghuis. Niet degenen van 1900, maar van later. Die zijn mondiger én minder religieus, waardoor levens­ beëindiging bespreekbaar is." Dat er van de driehonderd verzoeken uiteindelijk maar 25 worden ingewilligd ­ "en dat kan heel elegant gebeuren" ­, komt omdat de vraag vaak wegebt na een paar gesprekken met de arts, spe­ culeert R ibbe. "Het lijkt alsof de zeker­ heid dat het kan, al genoeg is." D e beroepsopleiding verpleeghuisge­ neeskunde bestaat twee jaar. Drie weken terug zijn de eerste vijftien bul­ len uitgereikt. In maart 1990 werd ver­ pleeghuisgeneeskunde erkend als een nieuw specialisme. R ibbe is er trots op.

"Dit is uniek. Ik heb de wetenschappe­ lijke attaché van de Italiaanse ambassa­ de al op bezoek gehad. Ze wilden van alles over de opleiding weten! Ik ver­ wacht dat er vanuit het buitenland meer belangstelling zal komen voor deze speciale opleiding." Studenten kiezen over het algemeen zeer bewust voor het verpleeghuis, is R ibbe opge­ vallen. Over het aantrekkelijke van het vak kan hij uren over vertellen. Maar het is vooral de confrontatie met het hele mens­zijn, wat de studenten boeit. Bovendien is de opleiding aantrekkelijk vanwege de generalistische trekken. Geriatrie, neurologie, revalidatie; als verpleeghuisarts krijg je ermee te maken. "Bovendien bouw je een enor­ m e vertrouwensrelatie met de patiënten op. Je maakt immers een behandelsche­ ma voor de patiënten over een lange periode." Momenteel zijn er zestig verpleeghuis­ artsen in opleiding. "Dat is gigantisch, want dat wil zeggen," vertelt de hoogle­ raar enthousiast, "dat in zestig van de 333 verpleeghuizen die er in Nederland zijn, een arts wordt opgeleid." ledere student gaat immers een dag per week naar de universiteit. D e andere dagen werkt hij. "Het beleid in het verpleeg­ huis wordt er kwahtatief hoger door. Ook op het gebied van de euthanasie." Euthanasie is ook een onderdeel van de opleiding. H o e ga je in op zo'n wens? Stel je de verpleging op de hoogte? Hoe

hanteer je de zorgvuldigheidsregels? Het komt allemaal aan de orde. R ibbe denkt terug aan z'n eigen pioniersjaren in het verpleeghuis: "Alleen al het feit dat er over gepraat wordt, is zo prettig. Wij moesten het als a n s allemaal zelf uitzoeken. Je vroeg je hooguit af of een collega­arts met dezelfde probleem zat." In het begin vinden de studenten het idee dat ze met de eindigheid van het leven, en soms met euthanasie, te maken krijgen, wel wat eng. En ze schrikken van de vele problemen die ze tegenkomen. " D e ernst van de invalidi­ teit, de psychische belasting voor de pa­ tiënten. Maar al snel zien ze wat ze als verpleeghuisarts kunnen doen. 't Is een enorme uitdaging om daar waar het lijkt alsof de geneeskunde z'n grenzen bereikt heeft, toch iets te kunnen doen. Mensen met chronische ziekten kun je niet beter maken, maar je kunt ze wél een hogere kwaliteit van leven geven door te reactiveren. E n ze weer h u n ei­ genwaarde teruggeven, want dat zijn veel patiënten kwijt. Die mensen kun­ nen natuurlijk nooit meer een vierdaag­ se lopen, maar dat hoeft ook niet. We leren ze een beetje beter lopen en geven ze vooral het geloof in h u n eigen kun­ nen terug. Je ziet ze opbloeien. Bedenk ook, dat maar liefst veertig procent van de patiënten op een goede dag het ver­ pleeghuis weer verlaat. En de meeste daarvan gaan weer naar huis. Nee, het verpleeghuis is geen eindstation."

Timo Schrama (18) uit Haarlem studeert Bedrijfswiskunde en Informatica (BWI). Hij ziet zichzelf als een halve computerfreak en als een kind van zijn tijd.

"Ik blijf lekker bij mijn ouders wonen, want zo'n kamertje in de stad waar je in )e eentje zit, dat lijkt mij niets. Mis­ schien dat ik nog eens op Uilenstede ga wonen, maar voorlopig blijf ik heen en weer reizen. Ik vind het eigenlijk ook wel makkelijk om thuis te blijven wonen, want ik zie mezelf nog niet koken. Het is maar een uurtje vanuit Haarlem en op­die­mémier kan ik. ook .

'Ik vind het wel makkelijk om thuis te blijven wonen' een beetje sparen voor een grotere computer. Bij mijn studie zal ik die wel nodig hebben. Op zich ben ik niet zo'n computerfreak, hoor. Daarom ben ik juist bedrijfs­, wiskunde en informatica (BWI) gaan studeren. Ik heb wel getwijfeld over in­

formatica, maar ik zet mijn computer ook wel eens uit. Bij BWi draait het ge­ lukkig niet alleen om computers. Die studie bevat ook veel bestuurskunde en economie. Omdat die combinatie van vakken m e zo leuk lijkt, ben ik naar de vu gegaan. Dat is de enige plaats waar

Foto Bram de Hollander

je BWI kunt studeren. EigenHjk heb ik verder geen enkele band met de vu. Ik word opgeleid tot een soort ma­ nager, verwacht ik. Je leert de goede vragen te stellen om een bedrijf te kun­ nen automatiseren. E n daar kun je dus , banen mee krijgen, waarmee je goed

Defensieminister is eigenlijk een tragische figuur Als een m i n i s t e r het eerste e x e m ­ plaar van een b oek in ontvangst wil n e m e n , m o e t er toch iets b ij­ zonders aan de h a n d zijn. M i n i s ­ ters zijn i m m e r s druk b ezette m e n s e n , die je niet voor elk n i e ­ mendalletje kunt o p t r o m m e l e n . M a a r geldt dat ook voor de m i ­ nister van defensie? Wat doet z o ' n m a n eigenlijk als Nederland niet i n oorlog is m e t e e n ander land? Als andere landen elkaar op leven en dood b e v e c h t e n , sturen w e er H a n s van den Broek op af en niet Relus ter Beek. D i e b lijft thuis. E e n m i n i s t e r van defensie is ei­ genlijk m a a r een tragische figuur. Als het oorlog is hoopt hij dat het snel vrede wordt, en als het vrede is heeft hij niet m e e r te doen dan rondgaan m e t de oliespuit o m te zorgen dat de tanks soepel roUen als er per ongeluk toch oorlog m o c h t uitb reken. M a a r laat die oliespuit het n o u net h e b b e n laten afweten tijdens de Golfoorlog! O n z e jongens v a n de Witte de With m o e s t e n het doen m e t h a p e ­ rende luchtafweergeschut, en m o g e n van geluk spreken dat z e niet door een afgezwaaide S c u d r o e m l o o s aan h u n eind zijn geko­ m e n in de Golf. Over die inzet van de Nederland­ se m a r i n e in de Golf werd vorige week e e n s e m i n a r gewijd op het Binnenhof. N o u niet echt iets o m trots op te zijn als m i n i s t e r van defensie. B o v e n d i e n was Ter Beek gedurende een groot deel van de Golfoorlog ziek. Vandaar dat hij er vermoedelijk m a a r wat graag tussenuit kneep o m zich in p e r s c e n t r u m Nieuwspoort het boek The Israeli-Palestinian Conflict; security-dilemma's and -alternatives in the light of the gulf crisis te laten overhandigen. Hierin zijn de lezingen geb undeld die zijn g e h o u d e n tijdens e e n b i j ­ e e n k o m s t aan de v u in n o v e m b e r 1990. Voordat de aanwezige pers lastige vragen k o n stellen over de Nederlandse b ijdrage aan de vrede in Israël, was de wat troe­ bel uit zijn o g e n kijkende T e r Beek al w e e r verdwenen. D e trotse vaders van het b oek, Paul d e Waart (hoogleraar vol­ kenrecht aan de vu) en W i m B a r ­ tels (internationaal secretaris van het IKV), m o c h t e n vervolgens uit­ leggen w a a r o m het al heel wat is als a c a d e m i s c h geschoolde Israë­ liërs en Palestijnen m e t elkaar willen praten over v r e e d z a m e o p ­ lossingen i n h e t Israëlisch­Pale­ stijnse conflict. M a a r o m daar n o u een persconferentie voor te b e l e g g e n . . . (FvK)

kunt verdienen. Dat heeft ook wel mee­ gespeeld bij mijn keuze voor deze stu­ die. Ik zou nooit een studie doen die niet aansluit bij een baan. Ik hoef geen miljonair te worden, hoor ­ dat maakt me allemaal geen hol uit ­ maar ik wil gewoon een baan waar ik normaal van kan eten. Wat ook voor BWi pleitte, is het feit dat het een nieuwe studie is. Als ik klaar ben, zullen er hooguit dertig mensen eerder dan mij zijn opgeleid. Dat zijn er zo weinig dat ik straks mak­ kelijk aan de bak kom. Het liefst wil ik later een eigen bedrijfje oprichten op het gebied van de automa­ tisenng. Ik doe het denkwerk en stuur er dan een paar programmeurs op af. Dat lijkt me mooi. Het lijkt me ook wel wat om een programma te schrijven dat wereldwijd verkocht wordt en waarmee ik succes heb. Maar dat is natuurlijk een droom. Ik denk wel dat ik qua dromen een kind van mijn tijd ben. Onze generatie ver­ trouwt natuurlijk erg op de computer. E n wij zijn niet actief in politiek en zo. Dat is wel een verschil met de studen­ ten uit de jaren zeventig. Die hadden een eigen mening. Bij onze generatie is het toch meer zo van 'het zal wel'. Ik heb dat zelf ook. Ik heb mijn vertrou­ wen in de politiek verloren: politici lul­ len een hoop en doen geen flikker. Misschien moeten wij harder werken dan de vorige generatie studenten en worden we ook daarom niet meer zo snel actief. Ik zou bijvoorbeeld ook niet zo makkelijk op een vereniging gaan. Zeker het eerste jaar wil ik toch gewoon flink studeren, dan stort je je toch niet in het feestleven. D u s ik ga vol voor de propaedeuse en dat sociale leven... ach ik weet niet... ik wil voorlopig nog even niet. "(EE) ­

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 77

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's