Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 238

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 238

10 minuten leestijd

AD VALVAS

PAGINA 6 I

De ongevon student is k armetifc.lg lic

Mr. K.J. Cath: 'uiteindelijk moet de politiek de vorming redden' Foto Klaas Koppe

De universiteit als Itennisfabrielc Emo Eskens en Tom de Greef

Het ontbreekt studenten momenteel aan sociale vaardigheden, politiek en cultureel besef en aan zelfstandigheid, volgens mr. K.J. Cath, pleitbezorger van 'algemene vorming' en gepensio­ neerd bestuurder van de Leidse univer­ siteit. Cath ziet met lede ogen hoe de blik van de studenten zich verengt. "De studenten zelf zitten er niet mee," zegt hij in zijn Haagse huis, "maar hun ge­ brek aan algemene vorming zal hen eens opbreken. De eenzijdige, armetie­ rige mens zoals die nu op de universi­ teiten wordt opgeleid, zal het op den duur afleggen. Voor het functioneren in een organisatie is meer nodig dan al­ leen een vakopleiding." Sinds Cath in 1988, na 16 jaar zitting in college van bestuur, de Leidse uni­ versiteit heeft verlaten, is hij pessimisti­ scher geworden: de universiteiten doen te weinig aan de algemene vorming van de student en de kwaliteit van het on­ derwijs holt achteruit. "Ik denk dat ik daar veel somberder over ben dan de huidige studenten. Hun protesten vind ik gevaarlijk kalm." Door het lauwe protest kan de verloedering van het on­ derwijs ongemerkt verder gaan, vreest Cath. "En ook als ik kijk naar de ont­ wikkelingen in de rest van Europa zie ik de vorming steeds verder verdwijnen.

Marcus Bakker

Toen ik twintig was, werd ik lid van de Commimistische Partij. Dat was in 1943, in de bezettingstijd. De partij werkte ondergronds. Al haar activitei­ ten waren illegaal. Je werd niet zo maar lid; je moest eerst een poosje hebben meegewerkt, want het was een risico iemand in ondergrondse werkzaamhe­ den te betrekken. Hij kon een verrader zijn ­ of op z'n minst een kletskous zonder verantwoordeijkheidsgevoel. Het was dus min of meer alsof je door een turmel in die illegale partij kwam en dat versterkte het besef, zeker voor mij, dat je in een 'ander' milieu be­ landde. Mijn kennissen en vrienden waren tot dan toe studerenden geweest ­ ook al liepen ze geen college omdat ze de zo­ genaamde loyaliteitsverklaring tegen­ over het bezettingsregiem niet wilden afleggen. Ze waren intellectuelen in de dop. Mijn nieuwe milieu bestond voorna­ melijk uit arbeiders. Mijn instructies voor het partijwerk kreeg ik eerst van een houtwerker, later van een kantoor­ bediende en van een arbeidster wier

De Parijse universiteiten die op ons vooruitlopen zijn nu al echte kennisfa­ bneken." Eens was het anders. Aan het einde van de oorlog, in 1944 om precies te zijn, buigt rechtenstudent en corpslid Cath zich met enkele vrienden over de vraag hoe het verder moet met de universiteit na de oorlog. De bevnjding staat voor de deur, de stenguns staan in de kast en Cath wil meevechten met de bevnj­ ders. Maar de bevrijding laat nog een jaar op zich wachten. Cath zet zich in­ tussen aan het schrijven van een plan voor de toekomst van de universiteit, waarbij hij zich laat inspireren door Or­ tega y Gasset, een Spaanse filosoof die ageert tegen de verwording van de stu­ denten tot 'kennisrobots'. Er moet een 'algemene vorming' van studenten komen, zegt Cath in navolging van Or­ tega y Gasset, want het ontbreekt hen aan sociale vaardigheden, zelfstandig­ heid en culturele interesse. Dit gebrek is duidelijk geworden, daar veel studen­ ten de oorlog niet hebben voorzien. "Het idee van 'dit nooit weer' speelde zeker een rol bij ons pleidooi voor meer vorming. Het was duidelijk geworden dat er meer moest gebeuren dan alleen colleges geven. Een politieke vorming was nodig." De Leidse universiteitsbe­ stuurders nemen Caths plarmen na de oorlog grotendeels over. De vorming

krijgt gestalte in een 'Civitas Academi­ ca'; een universitair overlegorgaan waarin studenten en docenten vrijelijk van gedachten wisselen. "Let wel," waarschuwt de inmiddels gepensio­ neerde Cath tegen een al te mooie schildenng van zaken, "wij konden na­ tuurlijk alleen maar adviezen uitbren­ gen, het universiteitsbestuur en de uni­ versiteitssenaat beslisten." Een korte aarzeling. Cath stopt nog maar eens een van zijn vele pijpen. "Maar we heb­ ben wel wat bereikt. De mensa werd opgericht, om maar wat te noemen." Verder stimuleert de Civitas ook de op­ richting van debating clubs en een Stu­ dium Generale, zodat meer lezingen worden georganiseerd. Caths ideeën leiden ook tot een fusie van de Leidse studentenverenigingen. "De oorlog had ons allemaal in hetzelf­ de schuitje gebracht en we konden daarom in een vereniging opgaan." De gefuseerde verenigingen werpen zich na de oorlog direct op de culturele vor­ ming. "Twee dagen na de bevrijding hadden we al een pianist, want we wil­ den meer aan cultuur doen." Maar he­ laas de vreugde is van korte duur. In 1948 slaat de verzuiling toe. Het idee van algemene vorming wordt vervan­ gen door een 'vorming per zuil'. De confessionele studenten, ontevreden over de overheersende rol van het

corps, scheiden zich af van het conglo­ meraat van verenigingen. Het vormen­ de geesteskind van Cath valt uit elkaar. Cath zelf studeert in 1948 af en .belandt in het bedrijfsleven. Als alumni nog be­ trokken bij de Leidse universiteit, ziet hij hoe zijn idealen in de praktijk ver­ vallen. Met de vrije discussie van hoog­ leraren en studenten m de Civitas gaat het bergafwaarts. "Mijn opvatting is dat de hoogleraren vooral in de jaren vijftig enorm veel kansen hebben laten liggen om de Civitas gestalte te geven . Ze zijn op de oude, vooroorlogse voet doorge­ gaan en daar hebben ze aan het eind van de jaren zestig de rekening voor ge­ kregen." De studenten revolteerden en eisten inspraak. Als de Civitas serieus was genomen, was het niet zover geko­ men, volgens Cath.

Inspraak In 1972 krijgt Cath de kans om het een en ander recht te zetten. Hem wordt gevraagd lid te worden van het college van bestuur van de Leidse universiteit. "Toen ik in Leiden terugkwam lag de nadruk helemaal niet meer op vorming. Studenten wilden inspraak. Ik was een groot voorstander van een mondige student, maar door hun genchtheid op macht verloren de studenten hun alge­ meen politieke en culturele belangstel­ ling. De universiteit leidde 'goede vak­

Die andere school... beroep ik vergeten ben. Mijn kamera­ den in de groep waren stuk voor stuk arbeiders. Later kwam je met je politieke opstel­ ling in en bij allerlei groepen terecht. De studentenbeweging, de scheeps­ bouwers, rechtsbijstandverleners, on­ derwijzers, tuinbouwers. Maar de poli­ tieke basisvorming ­ die had plaatsge­ vonden onder arbeiders. Je moest ook wel, als jonge 'intellectueel'. Want je moest scholing geven en behandelen wat zij wel en niet wisten van hun eigen stroming. Ik ben heel lang die arbeiders uit die il­ legale groepen blijven vergelijken met mijn eigen vrijblijvende vnendschap­ pen van voor die tijd en met het optre­ den van anderen. Leraren op de HBS bijvoorbeeld die de echte moeilijkhe­ den ontliepen, ook doordat ze hun best deden om het ontstaan van een ver­ zetsgeest op school te ontmoedigen. De meeste leraren kwamen van de uni­ versiteit. Maar dat zegt niet veel.

Op sommige universiteiten stonden helden op. Maar lang niet overal ­ o, herejee, nee. En, tussen haakjes, hon­ derdduizenden arbeiders lieten zich ge­ willig naar Duitsland voeren. Wat wil ik hier nou mee zeggen? Eigenhjk wi ik in een tijd waann dat geen bon ton is, nog even de lof zingen van de Communistische Partij, die er was toen dat nodig was en toen zove­ len verstek lieten gaan. Maar dan wil ik dat op deze plaats en in dit verband, omdat die partij door haar aard en opzet niet­intellectuelen, niet­gevorm­ den, de ruimte bood om kennis te ver­ garen die nodig was om zich maat­ schappelijk op te stellen, dat wil zeg­ gen aan politiek te doen. Ze was het bewijs dat 'vorming' (vervelend woord) altijd en overal mogelijk is als er een vn\ en een gedachte achter zit. Een doctrine hoeft niet. Later ervoer ik dat opnieuw. Ik ben zesentwintig jaar voor de CPN lid ge­ weest van de Tweede Kamer en in die tijd heb ik achttien fractiegenoten

gehad. De meesten van hen waren ar­ beider geweest. Maar ik denk niet dat ik erg bevooroordeeld ben als ik zeg dat ze gemiddeld in bekwaamheid stel­ lig niet onderdeden voor de andere Kamerleden, die bijna allemaal acade­ mici waren. En hoeveel moeilijker had­ den ze het niet, in die koude oorlogs­ tijd. Men versta mij goed. Ik verdedig geen stellingen a la Hadjememaar. [De standwerker die voor de oorlog de Am­ sterdamse gemeentepolitiek op zijn kop zette met onzinnige acties] Intel­ lectuele vorming is niet overbodig in de politiek, of in het maatschappelijk bednjf daaromheen. Als ik dat zou zeg­ gen, kwam ik in strijd met alles wat ik op dat punt ooit gedacht en gezegd heb. Nee, groepen die zich te weer stellen tegen onrechtvaardigheden in de samenleving hebben behoefte aan mensen die ideëen kunnen ontwikke­ len en formuleren, die patronen kun­ nen ontwaren of ontwerpen en die ver­ schijnselen m grotere verbanden kun­

mensen' op en deed niet veel meer dan dat. De studenten wilden dat zo. Ik was wel alert op initiatieven voor meer vor­ ming en ik heb gezorgd dat er mooi theater kwam, maar de studenten wil­ den de vorming niet. En dan ben je machteloos." Pas in de loop van de jaren tachtig treedt er verandering op. De studenten herontdekken langzaam het belang van de vorming. Desondanks verzetten ze zich in Caths ogen nauwelijks tegen Haagse plannen die vorming dwarsbo­ men. "Het afstemmen van de financie­ ring op het studieprogramma beschouw ik bijvoorbeeld als een erg beperkte re­ geling. Maar de studenten hebben daar toch lauw op gereageerd. Ik vind het jammer dat de studie nu zo verschraalt, maar als de politiek geen geld voor de vorming over heeft...." Hoe het nu ver­ der moet het ideaal van de vorming dat voor het eerst door de Duitse filosoof Von Humboldt werd geformuleerd, weet Cath niet precies. "Misschien dat de universiteiten voor een deel het geld zelfbij hun alumni moeten halen." Maar het zal niet veel zoden aan de dijk zetten. Cath: "Uiteindelijk moet de po­ litiek de vorming redden. Zou het zo gek zijn als we één procent van de be­ groting van het hoger onderwijs zouden besteden aan die culturele, maatschap­ pelijke en politieke vorming?" nen plaatsen. Dat is allemaal typisch intellectuele bedrijvigheid en de uitge­ lezen plek om dat te leren is de univer­ siteit. Bovendien, in het verleden gold de klacht dat de universiteit hoofdza­ kelijk een stands­ en klassegezelschap was en klonk juist de eis dat jonge mensen uit alle bevolkingslagen recht op toegang hadden. Dat recht, dat in zekere mate verwor­ ven is, wordt nu al weer bedreigd. Zou men dan geringschattend spreken over de universiteit als vormend instituut? Integendeel ­ waar de tendens bestaat om andermaal de academische vor­ ming naar omvang te beperken en naar inhoud te richten op het kweken van vak­idioten, dient men juist op te komen voor de functie van de universi­ teit als plaats voor ontwikkeling en brede oriëntatie. En daar kan dan ook, bijvoorbeeld door het bijbrengen van wat historisch besef, het inzicht groeien dat diezelfde universiteit niet de enige plek is om er verstand van het land te krijgen. Andere scholen hebben hun waarde bewezen en hun afgestudeerden opge­ leverd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 238

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's