Ad Valvas 1991-1992 - pagina 582
AD VALVAS .IJL
PAGINA 8 1
Met ethiek eii e het ware najaji J.C. St urm Het begrip 'God' staat voor de motiva tie en de kracht van mensen om het goede, het ware en het schone na te jagen en slechtheid, leugen en lelijkheid te ontvlieden. Het begrip 'wetenschap' staat voor het zoeken naar de waarheid. Ware wetenschap is daarom goddelijk. Het is dan ook algemeen bekend dat men niet per se aan de vu hoeft te wer ken om God te kunnen dienen. Uiteraard bestaat het gevaar dat, indien het streven naar waarheid verabsolu teerd wordt, de wetenschap tot afgod verwordt. Goede wetenschapprs hou den daarom bij hun arbeid rekening met eisen uit de domeinen van ethiek en esthetiek. Ik verwacht dat deze hou ding aan de vu gestimuleerd wordt. Als ik de door mij begeerde baan van docent historische pedagogiek inder daad zou krijgen, ben ik van plan om zo'n goede wetenschapper te zijn, en daarmee mijn steentje bij te dragen aan het realiseren van de doelstelling van de vu. Het ligt voor de hand om hier aan de vu onder meer onderzoek te doen en onderwijs te geven op het terrein van de geschiedenis van de (protestants) chris telijke opvoeding. Het lijkt me de moei te waard om te laten zien in welke op zichten de christelijke opvoeding in het verleden heeft bijgedragen aan de be vordering van het ware, het goede en het schone, en in welke opzichten ze het tegenovergestelde effect heeft gehad, of zelfs beoogd. Het is nu eenmaal zo dat de geschiede nis van het christendom vol is van wit gepleisterde graven, schijnheiligheid.
Tegenwicht bieden aan bewustzijnsvernauwing J. de Bruijn De vraag 'Op welke wijze gaat u in uw werk aan de vu invulling geven aan uw (christelijke) levensovertuiging?' kan ik het beste beantwoorden aan de hand van twee literaire citaten. Het eerste citaat is afkomstig uit de roman Madame Bovary van Gustave Flaubert, waarin de apotheker Homais, die model staat voor het pedante ratio nalisme van de V erlichting, door de pastoor wordt berispt met de woorden: 'Taisezvous, monsieur Homais! vous êtes un impie! vous n'avez pas de reli gion!' Het tweede citaat ontleen ik aan de N e derlandse dichter P.C. Boutens niet te verwarren met de Surinaamse legerlei der, zoals een student geschiedenis laatst deed , die enkele regels van Omar Khayyam als volgt vertaalt (ik ci teer uit het hoofd): 'De ruchtige belij ders van een naam/Zijn grif ook tot ver loochenen bekwaam.' Wat betekenen deze citaten voor mijn werkkring het Historisch Documenta tiecentrum voor het Nederlands Prote stantisme van de vu? Het eerste citaat richt zich tegen de onkunde en eenzij digheid, waarmee in wetenschappelijke kringen vaak over de religie geschreven wordt. Men hoeft niet godsdienstig te zijn om over de religie als historisch fenomeen te kunnen meepraten, als
D.Th. Kuiper Gezien de inhoud van mijn wetenscha pelijke werk is mijn eerste spontane re actie op deze vraag vrij vanzelfspre kend. D e vu en ik stammen niet alleen uit dezelfde traditie, maar mijn eigen wetenschappelijke biografie is ook ver weven met deze traditie. Als historisch socioloog houd ik mij bezig met de ont wikkeling van het Protestantse volks deel vanaf de vorige eeuw tot heden, in religieus, politiek en sociaal opzicht. Dat is een ontwikkeling geweest met positieve én negatieve aspecten, voor de meesten uit die groeperingen, en voor de Nederlands samenleving. D e histori sche en sociologische studie daarvan hoort óók aan de vu een goede plaats te hebben. V oor mij persoonlijk zijn daar in onderscheiden én verheven een vorm van wetenschappelijk én een vorm van maatschappelijk engagement aanwezig. Het heeft te maken met le vende mensen, uit het verleden en in het heden. Ik maak zelf deel uit van de ontwikke
men maar oog heeft voor de wezenlijke, intrinsieke waarde van een religieuze inspiratie, overtuiging of traditie. Dit laatste is echter vaak niet het geval. Veel historici vooral verzui li ngshi stori ci blijven aan de buitenkant staan, mis sen elk begrip voor de religie als geeste lijk verschijnsel en kunnen haar dan ook slechts in sociologische of psycho logische termen duiden. Zij missen de empathie die men van een liistoricus mag verwachten. Het tweede citaat zegt iets over de wijze waarop het Historisch Documentatie centrum tegenwicht kan bieden aan deze bewoistzijnsvemauwing, die een belangrijk aspect van de historische werkelijkheid miskent. De historicus die wel recht wil doen aan de religieuze factor beschikt in de archieven van het Documentatiecentrum over voldoende bronnen om zijn standpunt op weten schappelijke wijze aannemelijk te kun nen maken. De kans dat hij zijn oppo nenten daarmee overtuigt is groter dan wanneer hij zich te buiten gaat aan be lijdenissen of getuigenissen. D e ge schiedenis van de vu zelf laat zien dat een al te 'ruchtig' belijden een teken van onzekerheid en een voorbode van verloochening kan zijn.
Het universiteitsbestuur wil dat het gesprek tijdens de sollicitatie over de instemming met de doelstelling van de VU anders gaat verlopen. In de toekomst moet de sollicitant duidelijk maken wat die doelstelling voor hem in zijn werk daadwerkelijk betekent. Om de discussie over dit voorstel met de beide benen op de grond te zetten legde Ad Valvas aan acht personen de volgende kwestie voor: *U solliciteert aan de VU en men vraagt u op welke wi jze u i n uw werk invulling gaat geven aan uw (christelijke) levensovertui gi ng. Wat zou uw anttüoord dan zi jn?' Vorige week werden de eerste drie antwoorden afgedrukt. Deze week het resterende vijftal.
F. Wiggermann Het huidige vu personeel vervult zijn taak 'in gehoorzaamheid aan het Evan gelie van Jezus Christus'. Wat duidelijk is aan het Evangelie staat al in de wet, en over de rest maakt iedereen ruzie. D e gedragingen van het personeel zijn dus niet aan iets bepaalds te toetsen, en kunnen net zo goed communistisch, li beraal, of heidens gemotiveerd zijn, als christelijk. Zo'n doelstelling betekent niets, en kan door iedereen straffeloos ondertekend worden. Het wetenschappelijk personeel bedrijft wetenschap. Wat wetenschap ook is, het is beslist geen levensovertuiging. Een empirische theologie of een chris telijke natuurkunde is ondenkbaar. Een (christelijke) levensovertuiging kan al leen blijken uit de keuze van de onder werpen, of uit de voorgestelde toepas sing van de resultaten. N u de strijdende theologen zich in een onontwarbare knoop geworsteld heb ben, mogen de toekomstige personeels leden zelfvertellen wat christelijke we
Een baan eldrs geen ander gpi
Dr. J. de Bruijn i s directeur van het Hi sto risch Documentatiecentrum voor het Ne derlands Protestanti sme.
Gevoeligheid voor levensbeschouwing en groepsvorming ling van de vu tot een universiteit met een oecumenische doelstelling. D e bro chure: De Vnje Uni versi tei t: Gewoon bi j zonder, die ik zelf in sollicitatiegesprek ken hanteer, geeft mijns inziens op een goede wijze uitdrukking aan de ver schillende stromen van instemming, die daarmee kunnen bestaan. Het 'alge meen christelijk geloof is in de huidige maatschappelijke constellatie niet meer zo 'onbetwijfeld' als vroeger, maar kan wel degelijk een uitgangspunt vormen voor bezinning en gedachtenwisseling in organisaties. In een universiteit ligt daarbij voor mijn
Een onderzop voor milieute
gevoel een sterke verantwoordelijkheid voor personen. Een sterk gespecificeerd kader, waarnaar in vroegere tijden wel werd gestreefd, ligt thans niet voor de hand. Een centrale notie, zij het verschillend per tijdsfase uitgewerkt, aan de vu is al tijd geweest het verband tussen weten schap en samenleving, tussen denken en handelen. In een ontzuilende sa menleving kan de vu, naast andere uni versiteiten, op een nietexclusieve wijze, deze traditie 'in rapport met de moderne tijd' brengen. In mijn maat schappelijke activiteiten heeft dat te .
maken met de discussie over christelijk sociaal denken en handelen en waarden in politiek, samenleving en onderwijs. Door de langzamerhand gegroeide openheid van de vu ontmoet ik daar gelukkig ook mensen, die daartoe soms andere wegen gaan dan ikzelf. Het zal ook per wetenschapsgebied en faculteit verschillen hoe je daarmee omgaat. Eén van de aspecten, die ik in mijn on derwijs in de algemene sociologie, pro beer in te weven is gevoeligheid voor de relaties tussen levensbeschouwing en groepsvorming, en de positieve en ne gatieve kanten, die dit in de maatschap pelijke praktijk van de Nederlandse sa menleving heeft gehad. D e v u is daar een levend onderdeel van, en het is de moeite waard daaraan te participeren. Studenten hebben er recht op dat een docent zijn eigen opvattingen en posi ties en zijn eigen twijfels daarover expliciteert, zonder dat daarbij sprake hoeft te zijn van indoctrinatie. Prof. dr. D. Th. Kui per i s hoogleraar in de sociologie..
D e opgeworpen vraag stellen aan ie mand die op het punt staat voor het eerst in zijn leven een baan aan de vu te aanvaarden of aan iemand (zoals ik) die er al 30 jaar werkt en de hele organi satie, de sfeer, de manier van omgaan met elkaar, de dagelijkse gang van zaken rond de doelstelling (met z'n op rechtheden en hypocrisieën) etcetera redelijk goed kent is een wereld van verschil. Ik ga er geen invulling aan geven: ik doe dat al jaren of laat het al jaren na net zo u wilt. H o e dan ook, ik denk dat het een illusie is om te menen dat een mens vanwege het feit dat hij of zij aan de vu wordt aangesteld z'n werk anders zal gaan in vullen dan hij op een andere plaats zou doen: het beoefenen van de wetenschap behoort waardenvrij te zijn en dat is aan de vu naar ik aanneem met an ders dan elders. Als daarbij soms kwes ties van moreelethische aard aan de orde komen bijvoorbeeld is een be
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's