Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 253

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 253

9 minuten leestijd

r

AD VALVAS 12 DECEMBER 19911

I PAGINA 9

Matigheid en matelooslieid bij de icerstkalicoen

Alleen over eten is al heel wat afgefilosofeerd. Verder is overmatig eten en kerstmis veel mensen een gruwel. Maar kerstmis en beschouwelijkheid is ook een mooi thema. En wat kan daarin de rol zijn van zinnelijkheid? Een beknopte beschouwing. Erno Eskens "Een kalkoen met truffels van Ferney, zo mals als een jong duifje en zo vet als de bisschop van Geneve," daar kon je de verlichtingsdenker Voltaire voor uit zijn bed halen. Als rechtge­ aarde bourgondiër lustte hij pap van dit meest geliefde kerstmaal. Dit in tegenstelling tot zijn tijdgenoot Jean Jacques Rousseau. Rousseau, een al te optimistische democraat die meen­ de dat de mening van het volk, de zo­ genaamde volonté generale Frankrijk zonder meer tot een betere staat zou hervormen, raadde het eten van kerst­ kalkoen sterk af. Vlees is niet goed voor de mens, schrijft Rousseau. Het snelle rottings­ proces waar het aan onderhevig is, kan op de hersenen overslaan. Boven­ dien: "De grote schurken verharden zich tot moord door het drinken van bloed." Het was natuurlijk mooi ge­ zegd van die Rousseau, maar hele­ maal juist was het niet. Al was het al­ leen maar omdat een van de grootste schurken, Adolf Hider, zijn moord­ plannen beraamde onder het genot van een glaasje vruchtesap. Hitler was een overtuigd vegetariër. Ook Diogenes van Sinope, van wie gezegd wordt dat hij kannibale neigin­ gen had en in een vat leefde, had een onjuiste visie omtrent kalkoen (vlees). In de ogen van deze Griekse cynicus was eten van gebraden vlees gekun­ steld en onnatuurlijk. Hij pleitte voor

Bert Boeksc hoten Er zijn van die studierichtingen waar­ voor veldwerk noodzakelijk is. De broedgewoonten van de kokmeeuw, de steenlagen in de Alpen en de afvalbel­ ten van de Romeinen laten zich niet overbrengen naar Buitenveldert om tij­ dens kantooruren bestudeerd te wor­ den. Dus moeten studenten biologie, aardwetenschap en archeologie zich tij­ dens doctoraalanalysen in studietijd op­ houden in de onherbergzaamheid, ver van de vrolijke mensa en het huiselijk pot­eten. Terwijl ze op wetenschappe­ lijke wijze aUerlei bestuderen, moeten ze ook nog hun magen zien te vullen. Het thuisfront heeft voor daarbij optre­ dende problemen weinig tot geen be­ grip, en noemt het barre veldwerk een "doevakantie", verbaast zich erover dat zulke feestreizen zelfs gesubsidieerd worden, en wijst erop dat anderen voor zulk vertier dik moeten betalen. Je kunt eenzaam op exploratie, dan wel met 'n groepje soortgenoten. Zo'n groepje bestaat uit personen die uitslui­ tend het veldwerk delen, en overigens hemelsbreed verschillen. Onvermijde­ lijk stelt zich een grootste gemene deler in. Altijd doet er wel een schriep mee die niets om eten geeft en er nogmin­

een 'natuurlijke soberheid'. Daarbij hield hij van een simpele en dus rauwe maaltijd die hij met eenvoudig bronwater naar binnen werkte. He­ laas, hij kon zijn vreemde eetgewoon­ ten niet volhouden. Een niet helemaal verse, doch ongekunstelde inktvis werd hem noodlottig, zo gaat het ver­ haal. Zijn theorie over het eten van rauw vlees was leuk, maar de conse­ quentie ervan dodelijk. Ook de gnostici hielden er enkele eeu­ wen later merkwaardige gedachten over de kerstkalkoen op na. In de maag valt het vlees uiteen in duizen­ den stukken, wisten zij. Vlees rot in de darmen. Op zich was dit nog tot daar aan toe, maar omdat de gnostici erg gelovig waren en wisten dat ook Jezus at, werden zij met een merk­ waardig probleem geconfronteerd: zou de kalkoen ook in de maag van Jezus rotten en uiteen vallen? Of met andere woorden: heerst de dood in de ingewanden van de Here? De gnosti­ cus Valentinus bedacht een antwoord op deze brandende vragen. "Hij at en dronk maar ontlastte zich niet", schrijft Valentinus rond het jaar 150 na Christus. "De macht van zijn con­ tinentie was zo groot dat het voedsel in hem niet verteerde, aangezien in hem geen enkel bederf was." Voor de atheïst Feuerbach (1804­ 1872) waren zulke onzinnige christe­ lijke theorieën koren op zijn molen. Hij stelde dat het christendom de na­ tuurlijke schransneigingen van de

Diogenes (hier op een gravure van Jacob Jordaens), at rauw vlees mens op brute wijze onderdrukt. Ge­ lovigen hebben het aardse bestaan met haar lekkere kerstkalkoenen ver­ ruild voor 'het hogere' en, constateert de atheïst, dat is zielig voor die chris­

Voedselfilosoof van de jareii negentig wil breken met de 'minachting van de zintuigen' tenen. De contemporaine filosoof M ichel Onfray, aan wiens twee jaar oude boekje de buik van defilosoof:kritiek van de diëtische reden de bovenstaande geschiedenissen zijn ontieent en die de voedselfilosoof van de jaren negen­ tig lijkt te zijn, is het voor een groot deel met Feuerbach eens. Ook Onfray

'Bij het bereiden weet zand zicli tussen de ingrediënten t e dringen' der voor wil doen en betalen. Het groepseten van de veldwerker is derhal­ ve doorgaans pover en vergt minimale insparming. Men overleeft zo'n tijdvak door inkoop bij de poldersuper van li­ terblikken wortelen en groene erwten door elkaar; blikken boterhamworst vol sponzig orgaanvlees; dozen stofdroge chemische aardappelpuree; plastic kui­ pen campingmargarine. Even geliefd zijn overjarige noodrantsoenen voor dienstplichtige soldaten (ranzige lever­ worst! bolstaande sardinenblikjes! kleffe crackers en verweerde chocolade!), bij de dumpwinkel ingeslagen. Tijdens het onhandig bereiden van deze fletse hap­ pen weet zand zich meestal tussen de ingrediënten te dringen. Men keert dus niet alleen terug met gegevens en men­ senkennis, maar ook met geschuurde kiezen (mijn tandarts keek er van op) en bovendien.... valt men af.

Maar alleenreizend in onherbergzaam gebied maak je zelf uit wat de pot zal schaffen. Weliswaar moet je zelf de fou­ rage in de rugzak meedragen, en dat noopt tot beperking. Een mooie avond­ hap kan dan komen uit het blik witte bonen met tomatensaus, gekruid met ui en knoflook, verrijkt met schijven pur porc (Franse pepermetworst) of chorizo (Spaanse paprikaworst). Als ta­ feldrank voldoet bronwater met een scheut whisky er in. Voor toe dient de onbespoten appel weggesnaaid van het erf van een leegstaande boerenhoeve. Soms dienen hoge bergen beklommen, verre dagtochten gemaakt. In de mini­ male bagage moet meestal toch water mee (zo'n plastic anderhalfliterfles is veel lichter dan glaswerk of veldfles). De klassieke chocoladereep smelt in de middagzon en bederft kaarten en pa­ pieren. Handiger is tutti frutti, pruime­

pleit voor een terugkeer van het genot van het eten. Christelijke matigheid wijst hij daarbij als 'minachting van de zintuigen' af. Er moet flink en vooral lekker gegeten worden, stelt Onfray in de conclusie van zijn boek. We leven maar een keer en het li­ chaam moeten we daarom optimaal benutten.

Vraatzucht In het voorwoord van Onfray's boek wordt duidelijk dat hij, herstellende van een haartaanval, zijn bourgondi­ sche confessie schreef. Zijn vraatzucht was hem opgebroken. Onfray blijkt evenwel niet bereid zijn vreetneigin­ gen te matigen; hij wijst zijn diëtiste resoluut de deur. Een volgende hart­ aanval neemt Onfray voor lief. Niet iedereen zal zich echter zo mak­ kelijk overgeven aan de mateloosheid die Onfray predikt. Het kerstfeest mag dan door ontkerkelijking zijn christelijke lading kwijtgeraakt zijn, mateloosheid is nog geen vanzelfspre­ kend alternatief. Maar omdat ook de christelijke matigheid niet meer van­ danten met gedroogde abrikozen. Dit spul smaakt fris in de mond, en zwelt in de maag tot veel groter volume; het hongergeoel blijft weg. Als je dan nog wat zoute pinda's meeneemt kun je ge­ rust een dag lang voortzweten in het terrein. Onvoorziene meevallers doen zich re­ gelmatig voor; de velden bosbessen en struiken vol frambozen; het nest fazan­ teneieren en de mierikswortel in de berm; het weiland vol champignons en de wilde oesters op de kust. Ook tegen­ vallers komen onverwacht maar stee­ vast. Met ongepast zelfbeklag herinner ik mij dat afgelegen rotseiland voor de Zweedse kust, waar ik versteend koraal­ rif moest bemonsterend. Een visser was na veel gesoebat bereid, mij daar voor veel geld heen te varen. De Oostzee bleek in een wilde bui; het scheepje sprong lustig op de golven, en een plotselinge aanval van zeeziekte deed mij naar de railing duiken. Ik gaf succesvol over, staande op mijn rugzak. De fles tomaten ketchup binnenin kon daar niet tegen, en mengde zich met prei en ham tot een bloedkleurige brei van glasscherven met slierten. Deze vie­ zigheid smeet ik mijn kots achterna; al­ leen de apart verpakte macaroni bleek nog in orde. Op.het eiland aangekomen

zelfsprekend is, lijkt de tijd rijp om een nieuwe theorie over het eten van de kerstkalkoen te ontwikkelen. Het kerstmaal is bij uitstek geschikt om daar eens over na te denken. Tra­ ditioneel is kerst immers een feest waarin het denken een grote rol speelt. De christenen herdenken Jezus' geboorte, de Germanen herdachten hun verbondenheid met de natuur. (Zij vereerden de heilige eik, een ge­ beurtenis die tot het verschijnsel kerstboom heeft geleid). Deze denk­ traditie lijkt nog altijd waardevol. Het vacuüm, dat door de desacralisatie van het kerstmaal ontstaan is, kan zin­ niger ingevuld worden dan door ma­ teloosheid of een terugkeer naar de vrome soberheid. Bron: Mic hel Onfray: De buik van de filosoof: kntiek van de dietische rede. Ambo, Baam, 1991. ISBN 9 a 263-1047-1.

weigerde mijn primus te branden. De pijpen macaroni weekte ik in Oostzee­ water om ze als avondeten naar binnen te werken. Tijdens de tweede dag werd mijn aanwezigheid opgemerkt door een biologische eilandboswachter. Zijn be­ staan was mij tot op dat moment onbe­ kend gebleven, evenals de noodzaak voor een eilandvergunning. Beide nam hij mij zeer kwalijk. De functionaris verkeerde in het be­ koorlijk gezelschap van twee naturisti­ sche natuurliefhebsters, welke hij als een pitbull bewaakte. Alle drie waren veganisten, zwarte kousen vegetariërs die zichzelf en mij tracteerden op knac­ kebröd met verse bladen wier uit de brakke zee. De bewaker beschermde niet alleen de naturelle dames en de overige levende natuur, maar ook de ki­ lometers rots vol versteende koralen; mijn geologenhamer confiskeerde hij ogenblikkelijk. De zeeziekte, andermaal op de terugweg per viskotter, was een feestje vergeleken met het eilandver­ blijf. In 't geheim gingen toch stenen en grondmonsters mee terug naar de wal: van eten kwam braken, maar zand schuurt verstand. Bert Boekschoten is geoloog, bijzonder hoogleraar in Groningen en docent aan de VU. . l.­i­Ji, ivil.'* V J , ; . . l > ^ i . i ^ ^ S * t o * » .­ .­

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 253

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's