Ad Valvas 1991-1992 - pagina 316
AD VALVAS 3 0 JANUARI 1 9 9 2
PAGINA 6
Nieuwe dirigent VU-lcamerlcoor: 'lil wil altijd de baas spelen' Het vu kamerkoor onder leiding van Boudewijn Jansen zingt Engelse koormuziek uit de 16e en 17e eeuw Met medewerking van Peter van Dijk, orgel Z aterdag 1 februan 20 15 uur in De Duif, Prinsengracht 754, Amster dam Toegang fl 10, / fl 7,50
Dick Roodenburg Het vukamerkoor ging bij de keuze van een nieuwe dingent niet over één nacht ijs. De sollicitatiecommissie se lecteerde drie kandidaten, die zich in een aantal proefdirecties al of niet waar konden maken. Boudewijn Jansen liet de beste indruk achter. Onder zijn lei ding zingt het kamerkoor komende za terdag in De Duif Engelse muziek uit de 16e en 17e eeuw. Zelf kijkt hij met gemengde gevoelens terug op zijn proefperiode: "Het voordeel is dat het koor een uitgebreid beeld krijgt van de sollicitant. En omgekeerd natuurlijk, het blijft een wederzijds aftasten. Som mige koren en orkesten laten de kandi daten achter elkaar de bok op komen, dan moet je binnen een half uur de blits maken, net een concours. Dit is het andere uiterste, drie volledige repe tities. Een nadeel vind ik dat het toch een tamelijk doelloze periode blijft, want je weet niet of je wordt aangeno men. Daarbij kwam dat we op zater dagochtend moesten repeteren, omdat ik door de week met kon. Dat bleek een beetje moeizaam werken, want het koor was vaak niet compleet." Even voorstellen: Boudewijn Jansen. Vader van de tien maanden oude M at thijs, die tijdens het interview regelma tig met nog ongeschoolde stem van zijn aanwezigheid blijk geeft en aan het eind zijn luier vol heeft.
Boudewijn Jansen speelde op jonge leeftijd piano, later zijn eerste hoofdvak op het conservatorium. M aar op de middelbare school ontstond al zijn nei ging her en der muziekgroepj es op te richten en te leiden. "Blijkbaar wil ik altijd de baas spelen, ik deelde de par tijen uit en ik zei wat we gingen doen." Toen hij studeerde vormde hij koren, vooral binnen studentenverenigingen. Dat groeide alsmaar verder uit, instru menten erbij, steeds grotere projecten eromheen. Uiteindelijk besloot hij aan het conservatorium orkestdirectie als tweede hoofdvak te kiezen. "Ik vind de piano te eenzaam. Je speelt op je stu deerkamer de meest schitterende mu ziek, maar het blijft in heel sterke mate een gevecht met jezelf, zonder dat je je vreugde en verdriet met anderen kunt delen. Als je solo speelt is eigenlijk al leen het uitvoeringsmoment van be lang, terwijl tijdens een repetitie met
een koor of een orkest het hele groeps proces waardevol is." Gevraagd naar zijn muzikale voorkeu ren, laat de nieuwe dirigent zich moei lijk uit de tent lokken: "Iedere muziek waar ik induik is voor mij op dat mo ment de mooiste muziek die er bestaat. De grote namen van de muziekgeschie denis, dat IS niet ten onrechte. Vak manschap is natuurlijk altijd interes sant, je bent tenslotte zelf ook een am bachtsman." Tijdens zijn studie directie aan het conservatonum had hij twee leermeesters. David Porcelijn stimu leerde hem heel sterk in de richting van de hedendaagse muziek, Kenneth Montgomery wekte de interesse voor de opera, een tot dan toe nog onont dekt gebied. Al tijdens zijn studie werk te Jansen een jaar bij Opera Forum Jong. Later kwam hij terecht bij de Stichting Kamer Opera Nederland, waar hij nu als tweede muzikaal leider het instudeerproces en de aanname van mensen voor zijn rekening neemt en daarnaast regelmatig concerten diri geert.
Motivatie Wat de moderne muziek betreft heeft hij veel op met Nederlandse componis ten als Rudolf Escher en Ton de Leeuw: "Daar hoop ik binnenkort met het vukamerkoor wat mee te doen. Ik heb het idee dat het koor zich ooit wat heeft verbeten in het hedendaagse re penoire, dat men niet op het goede moment het goede stuk heeft gekozen. Daar moet ik dus met een zekere tact mee omgaan, dat zie ik als een uitda ging. De mensen van het koor staan open voor goede moderne muziek, dat merk ik aan de sfeer." Het komende concert met Engelse lie deren stond al vast voordat Boudewijn Jansen de dingeerstok van Sam ten Vel den overnam, maar hij is er zeer over te spreken. Hij omschnjft het programma als muziek die duidelijk het stempel draagt van een cultuur en een tijd die de onze niet is, maar waar we tegelij kertijd met veel affiniteit naar kijken. "Als je nu door de Westminster Cat hedral loopt, ieder mens wordt toch aangesproken door de uitstraling, de pure schoonheid van zo'n omgeving. Vanuit die traditie is de muziek ge schreven, allemaal zeer harmonieus, maar nooit vlak. Henry Purcell, dat was de kroon op de Engelse muziek." Het programma bestaat uit een wereld lijk en een geestelijk gedeelte, maar de wereldlijke muziek komt er een beetje bekaaid van af. Volgens de dirigent omdat daarin toch meer de kortere mopjes gebruikelijk waren, terwijl de geestelijke stukken echt monumentale werken zijn. Twee koomummers wor den begeleid door orgel, verder speelt
'Beroepsmusici zie je al gauw richting portemonnee kijken' organist Peter van Dijk tussendoor korte muziekstukken uit dezelfde perio de. Dirigent Jansen denkt dat het pro gramma een goed beeld geeft van de tijd waarin de muziek is gemaakt. Over de motivatie van het kamerkoor is de nieuwe begeleider zeer te spreken: "Ik kwam er niet onderuit om voor ko mende zaterdag nog een extra repetitie in te lassen. Gezien de wat frustrerende ervaringen tijdens de sollicitatieperiode stelde ik mijn eisen, maar iedereen zou nu komen." Het verschil in werken met beroepsmusici en met amateurs berust volgens de dirigent op een misverstand. Met profs kun je op een hoger niveau beginnen en hopenlijk op een hoger ni
veau afsluiten, maar het proces' is niet wezenlijk anders. En amateurs zijn vaak enthousiaster: "Beroepsmusici zie je al gauw richting portemonnee of richting horloge kijken". Een nadeel blijft voor lopig dat het kamerkoor wat betreft de personele bezetting nog niet compleet genoeg is, er moeten audities worden gehouden.
EUte Het kamerkoor wordt overigens niet door de leden zelf wel eens de elite van het vugrootkoor genoemd. Vol gens Boudewijn Jansen zou dat ook het streven moeten zijn. Dat houdt niet in dat het repertoir moeilijker is, maar dat
Foto Bram de Hollander
het resultaat meer uitgesproken moet zijn: "De verhouding tussen individu aliteit en collectief ligt in een klein koor anders, als je er niet bent is dat een gro ter probleem en als je iets goed doet is dat een essenti'elere bijdrage." Een grondige hekel heeft Jansen aan het zingen zonder echte betrokkenheid. "Daar ben ik misschien een beetje ope raman voor, ik geloof in de muzikale presentatie. Naast een zo groot mogelij ke perfectie qua samenklank en harmo nie, moet het ook met overtuiging de zaal ingebracht worden. Daar wil ik met het kamerkoor aan werken, het moet zich daarin onderscheiden van andere koren."
VU het meest in trek bij eerstejaars Aan de voortdurende groei van het aantal studenten begint een einde te komen Frank Steenkamp Voor het zesde achtereenvolgende jaar is in 1991 de toestroom van stu denten naar universiteiten gestegen. Het aantal eerstejaars nam met vier procent toe tot 36.141, wat vooral kwam door een groeiend aantal vrouwen. Van de universiteiten was de v u bij eerstejaars het meest po pulair. De toename was het sterkst bij de so ciale studies, terwijl de landbouwstu dies een grote teruggang kenden. Per aanstaande september wordt echter een daling in het landelijke aantal studen ten verwacht. De door het CBS verza melde '1decembertelling' van universi taire studenten toont dit jaar wellicht voor het laatst een opgaande lijn.
Gegevens over de vooraanmeldingen voor 1992 suggereren dat komend na jaar een duidelijke terugval begint. Half januari had men in Groningen zelfs 10 procent minder aanstaande eerstejaars geteld dan een jaar eerder. Maar de er varing leert dat de registratie van aan meldingen in deze tijd van het jaar nogal grillig kan verlopen. In het lopende studiejaar is de stroom eerstejaars in elk geval gegroeid. Popu lair waren vooral de sociale studies, met een gemiddelde groei "van 18 pro cent. Zo brak psychologie voor het derde jaar zijn record, met 2.497 eer stejaars (was: 2.175). Ook de letteren studies zaten voor het derde jaar in de lift, met nu 6 procent groei. Uitschie ters waren de grote studierichtingen Engels en geschiedenis, die beiden re cordaantallen noteerden.
Opvallend was verder de toename van algemene varianten bij diverse facultei ten. 'Algemene sociale wetenschappen' groeide bijna 50 procent tot 471 eerste jaars en 'cultuur en wetenschapsstu dies' kreeg als nieuwe studie direct 146 studenten. De wat oudere richting 'al gemene letteren' was opnieuw goed voor 387 eerstejaars. Uit de gratie waren dit jaar opeens de landbouwstudies met 16 procent da ling. Rechten en economie kenden elk een lichte teruggang. Bij de technische en bètastudies tenslotte was er gemid deld sprake van stabilisatie. Uitschie ters waren hier Bouwkunde en Civiele Techniek, die elk ruim twintig procent meer instroom kregen. Dat ging ten koste van de fundamenteel technische richtingen. Van de universiteiten wist de vu zijn
'marktaandeel' bij de nieuwe studenten het meest te vergroten. Het aantal eer stejaars groeide er ruim 20 procent, tot 2.971. Ook stadsgenoot UvA en de universi teiten van Delft en Utrecht waren in trek met ruim tien procent toename in instroom. Vier kleinere (en vaak jonge) instellingen moesten een stap terug doen: Wageningen en Twente kregen ruim 15 procent minder eerstejaars, Maastncht en Rotterdam krompen wat minder. Ook het totaal aantal ingeschreven stu denten nam licht toe. Rekent men toe hoorders en examenstudenten mee, dan telden de universiteiten op 1 de cember in totaal 188.571 studenten: opnieuw een groei van ruim vier pro cent. Opvallend is echter dat bijna twee
keer zoveel studenten (nu: 8.252) zich heten inschrijven als auditor, terwijl ook het aantal extraneï (9.480) fors toenam. Verklaring is het aflopen van mogelijkheden om langer als 'student' ingeschreven te staan. Het totaal van 17 duizend afwijkende inschrijvingen maakt duidelijk, dat nog steeds een groot deel van de studenten de zes jaar niet haalt. De Universiteit van Amsterdam, al jaren de grootste van het land, bereikte dit jaar een nieuw Nederlandse record wat betreft het totale aantal studenten. Dit werd, volgens de gegevens van het CBS, gebracht op 28.335 inclusief au ditoren en extraneï. Goede tweede is de Universiteit van Utrecht met 24.716 studenten. Het krimpende Wageningen is sinds twee jaar de kleinste universi teit, met nu 6.161 studenten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's