Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 321

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 321

14 minuten leestijd

AD VALVAS 30 JANUARI 1992

I PAGINA 1 1

Prof.dr. Hidde Ploegh: 'Ik ben graag met mijn handen bezig' Foto Bram de Holla nder

Waarom verkast een wetenschapper die het in Nederland naar zijn zin heeft na a r de Verenigde Staten? De biochemicus Hidde Ploegh keert per 1 juni de vu en het Nederlands Ka nkerinstituut de rug toe en gaat na a r het Center for Cancer Research van MIT in Boston. "Je kunt da a r putten uit een ongelooflijke expertise. Zo'n omgeving kun je in Nederland nooit creëren."

Oncobiochemicus Ploegh zoekt competitie in VS 'De vooruitgang gaat in zulke kleine stapjes dat het Eureka­gevoel niet zo vaak voorkomt' Frank va n Kolfschooten Het curriculum vitae van Hidde P loegh is om steil van achterover te slaan. Cum laude afgestudeerd in Gronmgen in de biochemie en de microbiologie; daarna promotie­onderzoek aan Har­ vard University; cum laude gepromo­ veerd in Leiden; professeur et ranger aan het College de France; Litchfield Lect u­ rer m Oxford, en sinds 1989 bijzonder hoogleraar oncobiochemie aan de vu. Bovendien is hij vanaf 1984 staflid van het Nederlands Kankerinstituut. En nu heeft hij, nog maar 39 jaar oud, een baan gekregen bij het Center for Can­ cer Research van het Massachusetts In­ stitute of Technology (MIT) in Boston m de Verenigde Staten. Toen dit nieuws vorige maand bekend werd, zei de jonge bestormer van de wetenschappelijke hemel dat zijn ver­ trek enige toelichting behoefde. Dat klonk veelbelovend. Was er soms ruzie geweest bij het Nederlands Kankerin­ stituut? M e t de microfoon onder zijn neus toont P loegh zich een gereser­ veerd man. Zijn antwoorden komen langzaam en met pauzes, en op zijn ge­ zicht ligt tijdens het hele gesprek een moeilijk te benoemen lichte grijns. ­ Waarom gaat u weg uit Nederland? "Ik heb deze baan aanvaard om de kwaliteit van het aanbod. Er is in de vs een aantal plaatsen waar toonaange­ vend onderzoek wordt gedaan op fun­ damenteel biologisch gebied: Stanford, Harvard, Yale, en MIT hoort daar ook bij. In die plaatsen is de grootste con­ centratie van onderzoekers die echt topklasse werk afleveren. D a t betekent dat die omgeving goede postdocs aan­ trekt, en ook studenten en promovendi die willen werken op dat gebied trekken ernaar toe. Je kunt in die centra putten uit een ongelooflijke expertise. Zo'n omgeving kun je in Nederland niet creëren. Dat heeft te maken met de manier waarop het hoger onderwijs in de VS is georganiseerd. Het is op com­ petitiever leest geschoeid. In Amerika wordt veel scherper gedifferentieerd dan hier. Het maakt daar nogal wat uit waar je hebt gestudeerd en waar je bent gepromoveerd of een postdoc hebt ge­ daan."

Onderlinge competitie ­ En levert dat bet ere wetenschap op? "De beste Nederlandse onderzoekers zijn niet slechter dan de Amerikaanse, maar de concentratie in aantal ver­ schilt. Bij het Nederlands Kankerinsti­ tuut blazen we een aardig partijtje mee op het gebied van moleculaire biologie en fundamentele celbiologie. Het lukt ons alleen niet om zo'n enorm arsenaal

van postdocs te krijgen. Het aantal goede buitenlandse onderzoekers dat bereid is een aantal jaren naar Neder­ land te komen is niet erg groot. Ameri­ kanen zijn vaak bang het contact met de arbeidsmarkt thuis te verliezen. Ze willen in de postdoctorale fase, als ze op de loer liggen voor een baan, zo dicht mogelijk bij het vuur zitten." ­ Is het door die sfeer van compet it ie niet veel gezelliger om hier t e blijven? "Zo overdreven is de competitie daar nu ook weer niet. Als je hier bij NWO een subsidie aanvraagt voor een onder­ zoeksproject dan heb je vijftien procent kans op honorering. Dat is ongeveer hetzelfde als in de vs. Wel hebben daar veel meer wetenschappers die aan het begin van hun carrière staan moeite met het verwerven van fondsen, zelfs aan de betere universiteiten. Natuurlijk speelt die onderlinge competitie een rol, maar ik heb er geen negatief beeld van. D e mensen worden in de eerste plaats gedreven door nieuwsgierigheid, ze willen weten hoe iets in elkaar zit." ­ Kun je nieuwsgierigheid kweken door goed onderwijs? "Ik heb de indruk dat de twee­fasen­ structuur met bevorderlijk is wat dat betreft;. Een van de charmante kanten van het Amerikaanse model is dat ie­ mand die nooit op hoog niveau schei­ kunde of fysica heeft gedaan toch een poging kan doen om tot een graduat e school op dat gebied te worden toegela­ ten. Dat zal met vaak gebeuren, maar het kan. Dat betekent dat iemand die zich in het begin van zijn studie interes­ seert voor zaken buiten het vakgebied dat hij uiteindelijk kiest, daartoe de kans krijgt zonder dat dat automatisch tegen hem werkt. Het curriculum ligt in Nederland vooral in de eerste fase be­ hoorlijk vast, omdat de tijdsdruk groot is. Studenten die hun loopbaan als Aio en Oio willen voorzetten worden hier gerecruteerd uit de pool van mensen die al ervaring op het gevraagde vakgebied hebben, en dat hoeft niet altijd goed te zijn. Ik vind het belangrijk dat studen­ ten al in een vroege fase van hun oplei­ ding geconfronteerd worden met do­ centen die enthousiasmerend over hun vak kunnen vertellen en leuk onderzoek doen. Je moet onderwijs niet laten geven door docenten die dat als een plichtmatige oefening zien en zich niet meer bezighouden met onderzoek. Bij het Center for Cancer Research is iede­ re onderzoeker verantwoordelijk voor een groot stuk onderwijs, niet alleen aan promovendi maar ook aan jongere­ jaars studenten.

Profijt voor studenten Ik heb bijna vijf jaar rondgelopen in Harvard. Daar kreeg je met alleen col­

leges, maar er werd ook met een t ut orial system gewerkt. Dat vnl zeggen dat elke student wordt toegewezen aan een meer ervaren persoon, met wie hi) een aantal problemen uit het vakgebied be­ studeert. Dat contact is zeer intensief, en daarom kan de t ut or heel genchte, op de persoon toegesneden adviezen geven. Bijvoorbeeld in welk lab je het beste kunt gaan werken of welke onder­ zoeksrichting veelbelovend is. Daar kunnen studenten profijt van hebben. In Nederland rollen studenten vaak van de ene laboratoriumstage in de andere, zonder dat ze vooraf goed zijn geïnfor­ meerd over wat hun te wachten staat. Daardoor halen veel studenten niet uit h u n stage wat ze ervan hadden ver­ wacht." ­ Wat maakt iemand een t op­onderzoeker? "Er zijn wetenschappers die weinig pu­ bliceren maar een grote invloed hebben op hun omgeving en dientengevolge mensen met wie ze in contact komen tot grote prestaties kunnen aanzetten, en daarom zeer waardevol zijn. Er zijn ook wetenschappers die niets anders doen dan experimenten uitvoeren en daarin een grote mate van expertise ontwikkelen, ook die zijn zeer waarde­ vol. En dan zijn er natuurlijk weten­ schappers die met grote regelmaat ideeën aandragen, een nieuw gezichts­ punt bieden voor een bepaald pro­ bleem. Iemand die al die eigenschap­ pen in zich verenigt komt ver in de we­ tenschap. Maar dat sluit niet uit dat ie­ m a n d die maar op een van die punten hoog scoort niet even ver kan komen." ­ Waar ligt uw eigen kracht ? "In het leggen van connecties tussen verschillende disciplines. Mijn onder­ zoek beweegt zich op het grensgebied van biochemie, celbiologie, immunolo­ gie, en daar is het vrij makkelijk leentje­ buur spelen. D e laatste paar jaar was het veld van de biochemische eigen­ schappen van transplantatie­antigenen, waar ik al sinds mijn promotie aan werk, zeer vruchtbaar. D e toepassing van celbiologische inzichten bij immu­ nologische problemen werkt verhelde­ rend. Iemand die zich uitsluitend en al­ leen met immunologie bezighoudt kan die grens minder makkelijk overschrij­ den dan iemand die tussen twee disci­ plines zit. Als ik iets zou moeten aan­ wijzen dat mijn verbinding met MIT heeft mogelijk gemaakt, dan is het dat." ­ Heeft u bij uw onderzoek wel eens het Eureka­gevoel gehad? "Ik denk dat de vooruitgang in zulke kleine stapjes gaat dat dat gevoel niet zo vaak voorkomt. Maar het komt wel eens voor, bijvoorbeeld bij het kloneren

van genen in de moleculaire biologie. Bi) het bepalen van de structuur van een DNA­fragment kun je die gewaar­ wording wel eens hebben op het m o ­ ment dat je de nucleotide sequentie af­ leest en weet welk eiwit erbij hoort. Het geeft een plezierig gevoel als je dan een oude bekende tegenkomt of op grond van andere gegevens weet dat die se­ quentie inderdaad de correcte is. Dat is iets wat je van het ene moment op het andere ervaart, maar doorgaans gaat de vooruitgang in zulke kleine stapjes dat er geen emoties aan te pas komen. Ik doe zelf helaas geen experimenteel werk meer. Ik ben langzaam in een positie gerold waarin ik dat minder en minder kan, en me bezig gaan houden met het verwerven van fondsen, het draaiend houden van liet lab, besprekingen van het lopend werk en het tseoordelen van

manuscnpten. ­ Wat IS er zo leuk aan het doen van expe­ rimenten? "Ik ben graag met mijn handen bezig. Bovendien zit er een esthetische kant aan het proeven doen. Het produceren van een mooie gel of een perfect plaatje van een eiwitstructuur vind ik een es­ thetisch genoegen. Het is prachtig om te zien hoe zo'n structuur m de ruimte gevouwen is." ­ Knjgt u daar ook religieuze bijgedacht en van? Er zijn wet enschappers die er met hun verst and niet bij kunnen dat een der­ gelijke schoonheid op micro­mveau is aan te t reffen. "Nee, nooit, nooit. Dat zijn zeker niet de dingen die mij bezighouden. Ik ben al lang blij met wat ik zie."

Transplantatie-antigenen

H

idde P loegh h o u d t zich bezig m e t t ransplant at ie­ant igenen, ook wel MHC­moleculen g e n o e m d . D a t zijn de moleculen die verantwoordelijk zijn voor de afstotingsverschijnselen bij bijvoorbeeld n i e r t r a n s p l a n t a ­ ties. D e algemene biologische functie v a n deze antigenen is h e t b i n d e n van moleculen die d o o r h e t i n u n u u n s y s t e e m als v r e e m d worden h e r k e n d . D i t kan tijdens een virusinfectie zijn, tijdens de aanwezigheid van een v r e e m d m o l e ­ cuul of de eerste a a n z e t tot maligne t ransforma t ie, h e t eerste stadiiun van de kankercel. Die t r a n s p l a n t a t i e ­ a n t i g e n e n b e s t a a n in soorten en m a t e n . S o m ­ mige zijn gespecialiseerd in w a t b i n n e n de cel gebeurt, en r a p p o r t e r e n voort­ d u r e n d a a n het i n u n u u n s y s t e e m welke v e r a n d e r i n g e n b i n n e n de cel zijn opge­ t r e d e n . E r zijn ook antigenen die m e e r geconcentreerd zijn o p wat e r o m de cel heen g e b e u r t . Die k o m e n in actie bij een infectie m e t een b a c t e r i e . D e cel­ len van h e t i n u n u i m s y s t e e m n e m e n eerst m a t e r i a a l v a n b u i t e n op, verwerken h e t en r a p p o r t e r e n d a a r n a p a s a a n h e t i n u n u i m s y s t e e m via deze tweede soort van t r a n s p l a n t a t i e ­ a n t i g e n e n . P loegh: " D i e verschillende fimcties m o e t e n e r ­ gens een oorzaak h e b b e n en d a t is een van de dingen die we h i e r b e s t u d e r e n . H o e valt te verklaren d a t één type t r a n s p l a n t a t i e ­ a n t i g e n zich richt o p wat in de cel zelf g e b e u r t en een a n d e r type zich m e e r c o n c e n t r e e r t op wat v a n b i n t e n w o r d t aangeleverd en dit d a a r n a p a s a a n h e t i m m u u n s y s t e e m p r e s e n t e e r t ? " D i t vraagstuk bevindt zich op h e t niveau van de celbiologie. H e t is gebleken d a t dit functionele verschil zijn weerslag vindt in de wijze w a a r o p de cel deze t r a n s p l a n t a t i e ­ a n t i g e n e n b e h a n d e l t en t r a n s p o r t e e r t . D e r o u t e waarlangs d e moleculen in elkaar w o r d e n gezet en o p de plaats v a n b e s t e n u n i n g w o r d t afge­ zet, verschilt in beide gevallen. P loegh wil ook begrijpen hoe die t r a n s p o r t e n van de a n t i g e n ­ p r o d u k t e n b i n n e n de cel v e r l o p e n . " Zijn onderzoek speelt zich nog een niveau lager af. " W e willen ook uitzoeken hoe de r o u t e van de MHC­moleculen precies in elkaar zit, en welke rol de eiwit­ fragmenten spelen bij h e t p r e s e n t a t i e p r o c e s in de cel. H e t is al gebleken dat h e t t r a n s p l a n t a t i e ­ a n t i g e n een soort presenteerblaadje is voor h e t i m m u u n s y s ­ t e e m . Het MHC­molecuul ziet eruit als een s t r u c t u u r die een klein fragment v a n een eiwit t u s s e n d e kaken geklemd heeft, e n h e t zo a a n d e cellen v a n het i m m u u n s y s t e e m a a n r e i k t . We vidllen weten welk m a t e r i a a l e r precies in die groeven past; a a n welke regels h e t m o e t voldoen, hoe de belading v a n de MHC­ moleculen m e t de fragmenten van h e t eiwit plaatsvindt, w a a r in de cel d a t ge­ b e u r t , en hoe we h e t k u n n e n bdmvloeden J ' . . _ ­ . .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 321

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's