Ad Valvas 1991-1992 - pagina 188
PAGINA 16
AD VALVAS 7 NOVEMBER 1991
Kejje die mop van Huygens? Selma Schepel Constantijn Huygens was een veelzij dig mens. Naast zijn werk als staats man musiceerde en componeerde hij zeer verdienstelijk en correspondeer de hij met vrijwel alle grote weten schappers en kunstenaars. In de schaarse momenten dat hij niets te doen had, schreef hij epigrammen. Tineke ter Meer heeft haar proef schrift gewijd aan die vele honderden puntige versjes die Huygens nagela ten heeft. Hij blijkt een obsessief dichter geweest te zijn, leed sterk aan een soort nuttigheidssjmdroom: hij scheen geen minuut van zijn leven te • kunnen verbeuzelen, ook vrije tijd
Killimg me softly: gitaar, viool en dwarsfluit wekken een intieme kampvuur-sfeer op moest hij rendabel maken. Huygens beschrijft zijn hersenen als molenste nen die iets te malen moeten hebben om niet zichzelf te vergruizen. In onze tijd zou hij misschien verslin gerd zijn geraakt aan cryptogrammen of computerspelletjes, maar in de ze ventiende eeuw was dichten en de clameren de geëigende uitlaatklep voor rusteloze geesten. Een buitenlandse bundel, waar Huy gens veel van zijn ideeën uit putte, noemt zulke versjes Konversationshüfen. Ze werden geschreven en rond verteld om te amuseren, ze hadden de functie die een goeie grap nu nog steeds in gezelschap heeft. Ze prikke len, stippen fijntjes een misstand aan, shockeren, maar nooit te erg want Huygens was een braaf calvi nist. Zijn spelling, van ruim voor de tijd van De Vries en Te Winkel, vergt enige leesinspanning, maar de versjes van Huygens zijn een stuk piniger dan die van zijn beroemde tijdge noot, de flauwe Cats. Terwijl Cats nog steeds door vervelende ouders geciteerd wordt. Deze studie maakt vooral duidelijk dat Huygens in het kiezen van zijn thema's niet erg origineel was. Hij ontleende het meeste aan de Ro meinse en Griekse klassieken en aan grote, meestal buitenlandse tijdgeno ten en voorgangers. Voor het genie ten van zijn epigrammen is dat juist geen belemmering. Die wijsheden zijn van alle tijden, omdat menselijke domheid en slechtheid ook van alle tijden is. Het sorteer en telwerk dat de pro movenda met betrekking tot de bronnen verricht heeft is indrukwek kend, daar zal wel een van de leukere predikaten op van toepassing blijken. Er is door een paar instellingen wat geld in het onderzoek gestopt en dat is aan het boek te zien. Men is niet zuinig geweest bij de papierkeuze en de katerntjes zijn netjes genaaid. Het boek valt prettig open, zonder heel modem na twee keer bladeren uit z'n kaftje te donderen. Een nog groter genoegen beleef ik aan 't feit dat het gewoon in het Nederlands geschre ven is. Dat kan ook moeilijk anders: studies op het gebied van de Neder landse taal en letterkunde zullen de enigen zijn die gevrijwaard blijven van de Engelse taalbulldozer waar de wereld der wetenschap voor door de knieën is gegaan. Tineke ter Meer, Snel en dicht, uitg Ro do pi, Amster dam Pro mo tie, donderdag 7 november, 15 30 uur _in het audito rium
Foto Bram de Ho llander
Dichters in PH'31 geven hun visitekaartje af Dick Ro o denburg Vier weken terug lagen erproppen pa pier op het podium. Ditmaal heeft de decorontwerpster van PH'31 enkele kus sens schuimplastic geleegd. Aan het plafond hangen watten wolkjes en een maan van karton completeert het beeld. Op de voorgrond staan de Tafel en de Stoel, want er gaat een viertal dichters optreden. "Die tafel is te hoog", hoor ik iemand naast me fluisteren. Het blijkt de dichteres Manon Verheijke. Zij treedt pas volgende maand op, maar komt nu alvast poolshoogte nemen. "Jij moet staan", meent haar vriend, die zichzelf blijkbaar tot haar persoonlijk adviseur benoemd heeft. Hij schuift mij zijn visitekaartje toe, het eerste van van avond. Beiden zijn het er over eens dat PH'31 een uitstekende ruimte is voor beginnende dichters: niet te groot, een soort huiskamer. Klokslag negen uur springt organisator Johan de Graaf, een jongeman met een motoriek die het midden houdt tussen een punker en een blijde christen, op het podium. Hij schreeuwt ons allen van harte welkom toe, vertelt met be zorgde blik dat de dichter Albert van Veen niet kwam opdagen ('Het gaat niet goed met die jongen') en kondigt het eerste optreden aan. Even wennen, die Johan, maar als je van de eerste schrik bekomen bent begin je z'n en thousiasme toch te waarderen. Poëzie of performance, het gaat op een avond
als deze om de presentatie. Bovendien steeg Johan sterk in mijn achting toen hij er aan het einde van de avond ver na twaalven alsnog in slaagde al die verende stukjes schuimplastic in één vuilniszak te persen. Dat van die presentatie heeft Ronald Hamming niet begrepen. Gestresst voor zich uit kijkend draagt hij, sommi ge woorden half inslikkend, zijn werk voor, om na elk gedicht op zijn horloge te constateren dat er nog geen halve minuut verstreken is. Ik moet denken aan de eerste keer dat ik op de middel bare school les gaf en binnen een kwar tier door mijn stof heen was. Later op de avond krijgt Hamming van collega Brigitte Hacham aan de bar een paar welgemeende adviezen. Het publiek beloont zijn optreden met een beleefd applaus. "Waardeloos", vindt een manspersoon dat zich onder het mom van 'ken ik je niet uit de bus naar Parijs' tussen mij en m'n buur vrouw heeft weten te nestelen. Tot mijn ergenis blijkt ze echt in die bus gezeten te hebben. Meneer doet volgens zijn vi sitekaartje iets met media concepts, ver telt dat hij vroeger filmrecensies voor een dagblad schreef en bovendien di recteur van het Holland Festival was. Ik besluit hem niet te geloven en ga nog wat te drinken halen. Tijdens het tweede optreden begin ik een beetje in de stemming te komen. Gebogen over de tafel leest Yvonne van Ravestein enkele gedichten voor over
JOOL HUL
schreeuw de hond tot een enthousiast weerwoord te verleiden. Tijdens het verdrietige gedicht Dingetjes doen hangt Victor wat apathisch over de tafel, maar wanneer hij het agressieve Hoop voor draagt, loopt hij driftig heen en weer tussen de twee microfoons. "Poëzie is acteren, een eenmansvoorstelling", ver telt hij later aan de bar. Las hij voor uit zijn eigen bundel? "Ja, stom, dat had ik natuurlijk moeten zeggen, dat ze die kunnen kopen." Wat schuchter haalt hij de publikatie O Hemelbeest door Victor Vos te voorschijn. De flaptekst van het boekje bevat een aanbeveling van nie mand minder dan de onvermijdelijke Simon Vinkenoog. In een opwelling van liefde voor de poëzie besluit ik de bundel te kopen, in de hoop dat ik hem bij mijn werkgever kan declareren. Als laatste treedt Brigitte Hacham op. Ze straalt een rust uit die na Vos een hele verademing is. In haar gedicht over lijn 10 glimlacht ze even naar Ronald Hamming, die eerder op de avond de zelfde tram berijmde. Mooie poëzie maakt Brigitte, waarin persoonlijke be levenissen op een soms komische ma nier veralgemeniseerd worden. Moe derschap is volgens haar "bij een seri euze vergadering jezelf betrappen op het fluiten van Sesamstraat". Tot slot bestormt Johan nog een keer het podium. Hij bedankt dichters en hond voor hun bijdrage. De hond had geen visitekaartje, maar heette Garbage.
door Aad Meijer \Y^ BEDO EL, BUITEN;
DIE NiÊüwe. DocENr ?
verbroken relaties en vertelt zij een ver haal over ene Claudio. "En nu nog zo'n gedichtje dat ik schreef toen ik weer eens met liefdesverdriet op bed lag te janken." Ze voelt zich duidelijk meer op haar gemak dan haar voorganger: qua literair gehalte zijn de gedichten mis schien minder, maar ze komen beter over. Het publiek klapt al wat enthou siaster, reden voor de in de zaal aanwe zige hond om mee gaan te blaffen. Tijd voor een muzikaal intermezzo, ver zorgd door drie dames uit Delft. O p hun visitekaartje lees ik dat Karin Marion Marjolein Nederlands en Engelstalige luisterliedjes zingen en daar is niets van gelogen. Met gitaar, viool en dwarsfluit weten ze een kamp vuursfeer op te wekken die goed aan sluit bij het intieme karakter van de poëzie. Kitting me softly, een liedje van Jaap Fischer, Sealed with a kiss, ik voel een aanval van nostalgie opkomen, maar wordt gestoord door de bus naar Parijs die me vertelt dat hij over een paar weken in PH gedichten van Gorter gaat voorlezen. Na de pauze is het woord aan Victor Vos. Tijdens een vorige poëzieavond speelde de musicus piano, maar nu neemt de dichter achter de tafel plaats. Hij kondigt aan vanwege het najaar een wat zware selectie uit zijn werk gemaakt te hebben, maar dat mag de pret niet drukken. Hier is de ware performer aan het woord: hij fluistert als er gefluisterd moet worden, maar weet met zijn ge
ü/^r
HH ZICH NIET BEHoo^itjIC KLE£C>r . .
%0 10^J^£Lu|^ WAAR,OVeR. ZtyiLEN/ WE HET
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's