Ad Valvas 1991-1992 - pagina 411
AD VALVAS 12 MAART 19921
PAGINA 7
E!«w*»W9^'wV
'Mannen zijn bang voor alles wat naar vrouwelijkheid riekt'
**
f*stf
k '^
De traves tieartieste Dolly Belle fleur vroeg tijdens liaar optreden op de Inter nationale vrouwen dag aan de v u de me dewerking van het pu bliek. Het werd een dolle boel
Het 'thuisfront' van het VU personeel speelt een belangrijke rol in de kansen die vrouwen krijgen. Daar heeft de universiteit te weinig aandacht voor. Dat vindt hoogleraar vrouwenstudies Jeanne de Bruijn. VU bestuurder Donner wil zich echter niet b emoeien met wat de werknemers thuis doen. JanJaap Heij
"We make the rules as we go along." Internationale Vrouwendag, 8 maart jongstleden, werd aan de Vrije Univer siteit gevierd met een themamiddag over de vraag of er aan de universiteit een mannencultuur heerst. Het ant woord dat prof. J. de Bruijn, hoogleraar vrouwenstudies aan de sociaalculturele faculteit, tijdens een debat die middag gaf, doet vermoeden dat de vuheren inderdaad de universitaire cultuur be heersen. 'We', dat zijn immers vooral op de hoge posten allemaal mannen. Als zij de dagelijks gang van zaken be palen, zijn hun denkbeelden dominant. Het feit dat er zo af en toe een maatre gel met een emancipatoir karakter wordt afgekondigd doet daar niets aan af. Kinderopvang, zwangerschapsverlof, vertrouwensvrouwen, het zijn en blijven lapmiddelen zolang er geen vrouwen tot (de top van) het mannenbolwerk worden toegelaten. Het bestaan van die mannencultuur blijkt onder meer uit het gebrek aan aandacht dat de universiteit heeft voor de gang van zaken op het thuisfront van haar personeelsleden, zo meende De Bruin en met haar de zaal. Mannen wensen niet in deeltijd te werken of met ouderschapsverlof te gaan, omdat dat slecht is voor hun carrière. Alle verant woordelijkheid voor kinderen en het huishouden komt daardoor op de schouders van vrouwen terecht. De universiteit heeft een taak op dit punt, zo vond De Bruijn. Mannen moeten gestimuleerd worden thuis meer verzor gende taken op zich te nemen. "De universiteit moet bijvoorbeeld uitdra gen dat het ook voor mannen normaal is dat ze na de geboorte van een kind vrij nemen van hun werk om daar tijd in te steken." Collegelid Donner, die het bestaan van
Martin Ens erink
Hoe suggestief is het taalgebruik in de Nederlandse kranten? De stu dent Nederlandse Taalkunde J an Jaap Kleinrensink werkte zich door 505 kranten heen en turfde sugges tieve woorden en zinnen. In koppen is de metafoor een geliefde vorm van suggestief taalgebruik, consta teert hij. En in het redactioneel commentaar is de retorische vraag populair, vooral bij het ochtendblad Trouw. Krantekoppen hebben een eigenaardig soort grammatica, waarin lid en werk woorden zonder problemen weggelaten mogen worden om de boodschap comp acter te formuleren. Dat kan iedereen dagelijks constateren. Minder bekend is dat de noodzaak veel te zeggen in weinig woorden er ook voor zorgt dat bijna de helft van alle krantekoppen een of ande re metafoor bevat. Zo grijpen talloze koppen terug op.oorlog en strijd {Kabi net in de aanval) en op sport (Bush stevig op kop); en ook de personificatie van groepen en partijen {WD slikt volksverze kering) is een veel gebruikte vorm van metaforiek. Metaforen in koppen vormen een ty pisch voorbeeld van suggesdef taalge bruik, stelt Jan Jaap Kleinrensink in zijn afstudeerscriptie Tussen de regels, waarin hij het suggestief taalgebruik in de dag bladpers aan een onderzoek onderwerpt. Voor zijn onderzoek nam hij vijf lande lijke dagbladen onder de loep in de pe riode van 5 september tot 31 december 1988; in totaal 505 edides. Met sugges tief taalgebruik is op zich niets mis, aldus de onderzoeker; het is zelfs een zeer alledaags en springlevend verschijn sel. Maar waarom, gebruik^kraptet) , .
een mannencultuur aan de universiteit niet ontkende, zag voor zijn organisatie echter geen rol weggelegd als mannene mancipator. Hij toonde zich gaarne be reid allerlei belemmeringen voor vrou wen weg te nemen, maar weigerde het mannelijk personeel aan de verzorgende taken te zetten. "De organisatie mag niet ingrijpen in het persoonlijke leven van haar werknemers. Iedereen moet aan de universiteit gelijke kansen krij gen, maar wij bemoeien ons niet met wat de werknemers thuis doen."
Slappeling De vuheren zouden een dergelijk in grijpen van hun werkgever waarschijn lijk ook niet op prijs stellen, zo legde de psycholoog Paul Vennix, verbonden aan het Nederlands Instituut voor Soci aal Sexuologisch Onderzoek, later in de middag uit. Mannen hebben 'jurk angst', aldus de psycholoog. Ze zijn bang voor alles wat naar vrouwelijkheid riekt, waaronder werk in het huishou den en zorgen voor kinderen. "Mannen hebben vrouwelijke eigenschappen, zoals vrouwen mannelijke eigenschap pen hebben. Beide seksen onderdruk ken traditioneel echter de eigenschap pen die aan de andere sekse worden toegeschreven. Vrouwen hebben de af gelopen twintig jaar, onder invloed van het feminisme, hun mannelijke kanten 'teruggehaald'. Ze zijn bijvoorbeeld veel carrièrebevsoister geworden. Hun sta tus is daardoor gestegen; van oudsher worden mannelijke eigenschappen na melijk hoger gewaardeerd dan vrouwe lijke. Juist om die reden hebben man nen iets dergelijks niet gedaan. Mannen zijn bang voor hun vrouwelijke kanten, omdat hun status daalt als ze die naar boven halen." De angst om voor slappeling te worden uitgemaakt, verhindert mannen om "toe te geven aan hun verlangen naar
Foto Nico Boink, AVC/VU
zorg, emotionaliteit en intimiteit", zo meende Vennix. Dat maakt het meteen begrijpelijk waarom de vu het bevorde ren van vrouwenemancipatie anno 1992 niet zo'n probleem vindt, maar zich niet aan mannenemancipatie waagt. Zou de universiteit dat wel doen, dan zou ze het overgrote deel van haar personeel degraderen tot slappe ling. Professor de Bruijn constateerde een vergelijkbare oorzaak van de angst van
Internationale Vrouwendag discussieerde over de rol van de VTJ als mannenemancipator mannen voor emancipatie. Zij noemde mannen "eendimensionale persoon lijkheden", waar vrouwen meerdere di mensies zouden hebben. "Mannen bouwen hun hele identiteit op macht, geld en hun carrière. Voor vrouwen zijn ook relaties en verzorgende taken van belang." Wanneer mannen besluiten om meer tijd en energie te steken in het huishouden, doen ze afbreuk aan hun carrière en daarmee aan hun identiteit.
Geen wonder dus dat ze zulks weige ren. Hoe die "eendimensionaliteit" veran derd kan worden, bleef op de thema middag onopgehelderd. Van de vu hoe ven de vrouwen niets te verwachten en de mannen niets te vrezen. Vennix wist ook geen oplossing. Hij suggereerde slechts "betere voorlichting". In het licht van de recent gerezen twijfel over het nut van campagnes als 'Vrij veilig, stop AIDS' en 'Kies exact' was die sug gestie uit de mond van een psycho looog op zijn minst merkwaardig. Ge drag van mensen verandert nauwelijks door allerlei al dan niet vrolijke filmpjes over het TVscherm te laten glijden. De mannen aan de universiteit zijn nog niet zo doordrongen van het feit dat ze met zijn allen een mannencultuur in stand houden. "Ik zou meer aan sport doen en minder werken", zo antwoord de collegelid Donner op de vraag of hij zijn carrière nu anders in zou vullen dan toen hij er aan begon. Voor de kin deren zorgen deed hij namelijk altijd al, deelt hij mee, dus meer oog voor huis houdelijke taken zou niet nodig zijn. Gegnuif uit de zaal was zijn deel. Een tijdens de dag vertoonde video van de emancipatiecommissie, waarin per soneelsleden onder meer de vraag werd voorgelegd of zij de vu 'mannelijk' von den, leverde voornamelijk reacties van het tjfpe "ach, ik weet het eigenlijk niet" op. Cor Jansen, het hoofd van het
Suggestief taalgebruik van kranten moet aandacht trekken suggestieve taal? Kleinrensink onder scheidt onder andere het aandachttrek ken (de sensatiefunctie) en het overreden van de lezer (de persuasiefunctié). In zijn onderzoekje richtte hij zich dan ook op de openingskoppen van de kranten aandachttrekkers bij uitstek en de re dactionele commentaren, waarin de (hoofd)redactie een mening verkondigt en dus wellicht probeert de lezers te overtuigen.
Avondbladen Van de vijf onderzochte dagbladen maakt Trouw in haar openingskoppen het meest gebruik van metaforen (56 keer in de 101 onderzochte koppen), ge volgd door De Telegraaf (50 keer), de Volkskrant (46), NRC Handelsblad (41) en het Algemeen Dagblad (40 keer). Behalve de metaforen mrfde Kleinrens ink nog een aantal andere eigenschap pen van de koppen, zoals het aantal woorden en lettergrepen en de leesbaar heid, gemeten volgens de Fleischlees baarheidsformule. Het AD blijkt niet al leen de kortste (gemiddeld drie woor den) maar ook de eenvoudigst leesbare koppen te produceren, gevolgd door Trouw, dat ook een voorkeur heeft voor korte, makkelijke koppen. De koppen van NRC en Volkskrant zijn niet alleen twee keer zo lang als die in het AD, maar ook aanzienlijk 'moeilijker'.
nig over de mate van suggestiviteit van koppen. Om die te bepalen moet im mers het effect op de lezer worden vast gesteld. Kleinrensink legde dan ook een aantal koppen voor aan een populatie proefpersonen, met de vraag welke kop pen het sterkst een mening bevatten. Helaas is dit het zwakste onderdeel van het onderzoek. De steekproef is weinig representatief: alleen letterenstudenten aan de vu kregen een vragenformulier toegezonden, en de respons bedroeg slechts 11,5 procent. Bovendien nam Kleinrensink alleen de koppen van be richten die op één dag in alle vijf kran ten de opening vormden. Op zichzelf een loffelijk streven zo worden geen appels met peren vergeleken maar aan gezien kranten niet altijd hetzelfde nieuws het belangrijkste vinden, en avondbladen zelden dezelfde opening hebben als ochtendkranten, deed deze simatie zich in de hele periode maar vijf keer voor. De conclusie dat het AD de meest sug gestieve koppen heeft, gevolgd door Trouw, De Telegraaf, de Volkskrant en NRC Handelsblad, is dus maar geba seerd op vijf koppen en daardoor aan vechtbaar.
Tiran
Behalve in zinnen kan suggesdef taalge bruik ook in de keuze van woorden zit ten. Veel woorden hebben een positieve , Al 4sze gegevens zeggep ec^hter PQg,w,ei . of negatieve lading. Zo waren in de re
dactionele commentaren veertig syno niemen en afgeleiden van het woord po liticus te vinden van uitgesproken ne gatieve als dictator tot neutrale of posi tieve als ministerpresident en oppositie leider. Vooral in het grijze tussengebied bevinden zich interessante termen die veelvuldig gebruikt worden om iets te suggereren. Zo heeft het woord 'macht hebber' iets negatiefs men zal eerder lezen over de 'machthebbers in Birma' dan de 'machthebbers in GrootBrittan nië'. Ook het woord regime zal niet snel in verband met de Amerikaanse regering worden gebruikt, maar wel met die van Saddam Hoessein. Kleinrensink legde de veertig woorden aan zijn proefperso nen voor en vroeg hun naar de gevoels waarde ervan. De woorden met de meest negatieve connotatie (despoot, tiran, dictator) bleken de woorden die de dagbladen het minst gebruiken. Ver trouwde en vaak gebruikte Haagse ter men als bewindsman, kamerlid en mi nister, hebben een neutrale of positieve connotatie. Suggestief taalgebruik kan ten slotte ook op het niveau van de tekst voorkomen. Kleinrensink demonstreert dat aan de hand van de retorische vraag in redac tionele commentaren. Menig commen taarschrijver bouwt in zijn stukje een vraag in waarop slechts één, of zelfs he lemaal geen antwoord mogelijk is. 'Maar is dat een reden te blijven zwijgen?' peinsde de'NRC bijvoorbeeld in' 1988
Onderwijs Voorlichtingscentrum, trok een vergelijking met andere universitei ten. Daar zou het nog erger zijn. "De UVA en de Rijks Universiteit Groningen zijn veel masculiener. Daar wordt het conflictmodel gehanteerd: als er ruzie is, slaat men met de vuist op tafel. Hier hecht men veel meer waarde aan nette omgangsvormen en onderlinge harmo Veel hechter dan aan andere universi teiten is het mannenbolwerk aan de vu, het gereformeerde verleden ten spijt, in ieder geval niet. Er werken ongeveer evenveel vrouwen als landelijk gebrui kelijk. Het positieveactiebeleid dat dient om meer vrouwen te benoemen steekt niet gunstig of ongunstig af bij de concurrentie. Drs. H.J. Brinkman, voorzitter van het college van bestuur, wees er in de video van de emancipatie commissie op dat de situatie bovendien geleidelijk verbetert. Meer vrouwelijke studenten tegenwoordig ontloopt hun aantal het aantal mannelijke studenten nauwelijks meer betekent op den duur meer vrouwelijk personeel, zo stak hij de bestrijders van de mannencultuur een hart onder de riem. De vraag 'vumacho's. Bijzonder?', die de aankondigingen voor de themamid dag sierde, kan dan ook met 'nee' be antwoord worden. Vumacho's zijn niets bijzonders. De universiteit is een heel normaal mannenbolwerk. over het lot van de Koerden. 'Dan rijst de vraag: Wie is er nu gek?' vroeg Trouw zich af Trouw is verreweg de kampioen retori sche vragen stellen. In elke 1000 zirmen redactioneel commentaar bleek de krant 33,3 retorische vraag te hebben gestopt, tegen 12 tot 14 in NRC, Volkskrant en Telegraaf Het AD bevatte slechts 3,1 vraag per 1000 zinnen. Om de retorische kracht nog te vergro ten gebruikt de redactie dikwijls woor den als werkelijk, echt, en toch. (Trouw: 'In volle ernst kan de WD to ch niet zom aar naar believen ministers laten bunge len?') Alle dagbladen doen dit ongeveer even veel, concludeert Kleinrensink. Welke krant bedient zich nu het meest van suggestief taalgebruik? Daar valt ei genlijk nog geen zinnig woord over te zeggen. Jan Jaap Kleinrensink doet wel een voorstel voor een 'suggestiemeter' waarbij een gewogen gemiddelde wordt genomen van het aantal woorden met een sterke connotatie, het aantal meta foren en het aantal retorische vragen; maar ten eerste bhjft volstrekt onduide lijk waar de gehanteerde weegfactoren (respectievelijk 5, 3 en 2) vandaan komen; en bovendien zijn met deze drie de mogehjkheden tot suggestief taalge bruik niet uitgeput. Bovendien: ook in de onderwerpkeuze en de manier waarop onderwerpen be licht worden kan de krant proberen de lezer te bewerken. Een volstrekt eenzij dig artikel waarin met het principe van hoor en wederhoor is gespot, kan ver schoond zijn van retorische vragen, me taforen en woorden met eea sterke ge voelswaarde, en zo een nul scoren op de 'suggestiemeter'. Tussen de regels. Een onderzoek naar suggestief taal gebruik m de landelijke dagbladpers. Doctoraalscriptie 'Nederlandse taalkunde van Jan Jaap Kleinrensink.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's