Ad Valvas 1991-1992 - pagina 547
AD VALVAS 21 MEI 19921
PAGINA 5
'é^' Nieuwe hoogleraar oecotoxicologie richt zich op het haalbare
'Veel mensen vinden mij pragmatisch en daardoor ei^ irritant'
Tienduizenden vreemde stoffen komen door toedoen van de mens in de bodem terecht. Omdat niet voor al die stoffen vast staat wat hoe giftig ze eigenlijk zijn, loopt het overheidsbeleid juridisch vast, zegt de hoogleraar oecotoxicologie Nico van Straaien. Zijn oplossing: meer onderzoek naar wat milieuvreemde stoffen eigenlijk doen, en een goede inschatting van de eruit voortvloeiende risico's. "Het is een kwestie van statistiek: van een concentratie c van een stof in de grond heeft x procent van de beesten wel last en y procent niet." martin Enserink "Een wetenschapper moet af en toe stelling durven nemen m het maat schappelijk debat. Dat deed mijn voor ganger, professor Joosse, ook al. Je bent het m m of meer verplicht, vind ik: de maatschappij steekt veel geld m je on derzoek, dus kun je niet m je ivoren to rentje blijven zitten. Ik zit bij voorbeeld in de Technische Commissie Bodem bescherming, die de minister adviseert. Zo heb je invloed op belangrijke beslui ten." Dr. Nico van Straaien is sinds een half jaar hoogleraar oecotoxicologie aan de faculteit der biologie. Zijn onderzoeks groep, gespecialiseerd in het bestuderen van het leven van bodemdieren als pis sebedden, regenwormen en insekten, onderzoekt tegenwoordig vooral het ef fect van milieuvreemde stoffen op die beestjes. Sinds in de jaren tachtig dui delijk werd welke omvang de bodem verontreiniging heeft aangenomen, is dat ook voor de overheid een interes sant vakgebied, iets dat van veel andere oecologische terreinen niet gezegd kan worden. "Natuurlijk, speelt die over heidsinteresse mee," zegt Van Straaien. "Groepen die zich nu niet richten op milieuproblemen, hebben lastige over levingskansen."
Maïsakkers In zijn inaugurele oratie, een paar weken geleden, stelde Van Straaien dat het oecologisch onderzoek ten behoeve van het milieu nog verder uitgebreid moet worden. Zo niet, dan dreigen er
voor de overheid zelfs juridis che proble men. Van Straaien licht toe: "Wanneer noem je iets een milieuprobleem en neem je maatregelen om stoffen te ver bieden? Alleen het feit dat er nu een stof in de bodem zit die er vroeger niet zat, is niet genoeg. Je moet ook aanto nen dat die stof schade aanricht. Daar voor moet je wetenschappelijk sterk m je schoenen staan, anders loop je vast." "Dat is bij voorbeeld gebeurd bij be strijdingsmiddelen. De overheid heeft een zeer ambitieus programma om het gebruik daarvan terug te dringen. Maar de fabrikanten gaan daartegen in verzet: die zien zich geschaad in h u n economi sche belangen. Neem atrazin, een stof die wordt gebruikt om onkruid op maïsakkers te bestrijden. Dat komt in het grondwater terecht, soms in hogere concentraties dan in drinkwater is toe gestaan. D e overheid verbood het ge bruik, maar de fabrikant heeft met suc ces beroep aangetekend bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven: want op dit moment weet niemand wat de schade precies is. Zo loopt je beleid dus vast. Als je niet kunt aantonen dat een stof onaanvaardbaar is in het milieu, kun je hem ook niet verbieden, anders werk je jezelf in de nesten." En hoe toon je dat aan? "Ik denk dat er meer aandacht moet komen voor 'oecologische receptoren'. Stoffen die een gevaar opleveren voor het milieu doen dat doordat ze ergens, in een organisme, aangrijpen op een re ceptor, en daardoor een proces versto ren. Daarvoor is nog niet zo veel aan
Verkiezingstijd is voor een politicus wat de oogst tijd is voor de boer en de decembermaand voor de poelier: hard aanpoten en flink smoezen met als beloning een hoge omzet. Helaas ben ik te ver ver wijderd van de universiteit om de koorts te peilen van de jongste URverkiezingen waarvan u intus sen de uitslag weet. Ik gok erop dat het een tamme verkiezingsstrijd is geweest ("tijdens het slotdebat zaten er meer mensen achter de tafel dan ervoor"), gevolgd door een wederom tegen vallende opkomst (ik zet in op dertig procent) waarbij de P KV een stapje terug moest doen ten fa veure van de Vuso of hoe de tegenhanger van de ' PKV tegenwoordig heten mag. Ik heb er eens wat P haretra's uit 1977 en 1978 (het onvolprezen onafhankelijke studentenblad van weleer) op nageslagen om te reconstrueren hoe destijds de URverkiezingen verliepen en werd daarbij bevangen door het gevoel met terugwer kende kracht toeschouwer te zijn van een groot en overbodig iets. Als redactie van het geheel onaf hankelijke P haretra kregen wij elk voorjaar van de SRVU opdracht een verkiezingsnummer te maken met als enige boodschap Stem P KV, de geheel on afhankelijke kiesvereniging. Ik weet nog goed dat wij daar flink de smoor over
Piui.üii. iiicu vdii ^ii-aaien: 'ue enige manier om wat tegen net autoverkeer te doen, is het gewoon in de soep te laten lopen' Foto Nico Bomk, AVC/VU
dacht. Het gaat tot nu toe vooral om wat we de 'stoffenkant' noemen: weten om welke stoffen het gaat en in welke hoeveelheden. Maar je moet ook het ef fect ervan onderzoeken. Als je daar meer over weet, kun je tot een zinnige verdeling komen: deze stoffen willen we gewoon helemaal niet meer in het mi lieu; aan andere stellen we een aantal beperkingen; weer andere veroorzaken eigenlijk geen schade, dus die laten we toe. D a n kun je een verbod ook beargu menteren, en hoef je niet in het wilde weg iets te gaan verbieden." Dat zal in de praktijk met meevallen. Niet alleen zijn er tienduizenden s toffen, maar er ztjn ook nog eens duizenden plante en diersoorten die er mogelijk las t van hebben. Als u hebt gevonden dat pissebedden van een stof geen las t hebben, zegt dat toch mets over die duizenden andere bees ten? "Nee, daar zit inderdaad een moeilijk heid; maar daar hebben we wat op ge vonden. Dat is een extrapolatiepro bleem. Wat die plante en diersoorten betreft, bij voorbeeld: het is bekend dat als je van alle soorten de gevoeligheid zou onderzoeken, je een verdeling op een logaritmische schaal zou krijgen. In werkelijkheid'onderzoek je natuurlijk een beperkt aantal soorten, maar op basis daarvan kun je wel een onder grens en een onzekerheidsmarge aange ven. Daarmee kun je het beleid wel de gelijk adviseren. Het is een statistische benadering: van een concentratie c van een stof in de grond heeft x procent van de beesten wel last en y procent niet. Die manier van denken sluit aan bij de
Stephen Steinmetz
—Poppenkast met stembussen en UR in hadden en terwille van onze onafhankelijkheid de naam P haretra weglieten en ook de roemruchte schimprubriek 'Kandie?' van de achterzijde plaats lieten maken voor het wat suffige rubriekje 'Lijs tenbrij'. O p de voorkant stond heel eenvoudig een foto van een tiental kandidaten met erboven vet gedrukt "Stem P KV, lijst 2, voor een progressief beleid" en eronder in dezelfde zestig punts Kabel Bold de tekst 'voor een demokratische universi teit'. We schaamden ons ervoor als inktkoelies te
risicofilosofie die in het milieubeleid veel gehanteerd wordt: er komt een fa briek op X kilometer afstand; dat mag alleen als de kans op milieuschade klei ner dan zo en zoveel is." Dat hjkt me een nogal pragmatische oplos sing. Het betekent dat s toffen waarvan nog nooit IS aangetoond dat ze s chade berokke nen, rus tig in grote hoeveelheden in de bodem terecht mogen komen. "Op zichzelf is dat waar, maar zoals ik al zei: als je je normen niet kunt onder bouwen loop je in elk geval vast. Dat signaleer ik gewoon. D u s je moet met argumenten komen. "Lucas Reijnders (hoogleraar milieu kunde aan de UVA, red.) heeft fel stel ling genomen tegen deze filosofie. M a a r wat dan het alternatief zou moeten zijn, werd mij niet helemaal duidelijk. Een nultolerantie, waarbij je zegt: 'We wil len geen enkele milieuvreemde stof in de bodem', dat is gewoon niet haalbaar. Bovendien: een strikte toepassing van deze statistische benadering zou al tot • een behoorlijke aanscherping van de normen leiden. "Maar inderdaad, veel mensen vinden mij te pragmatisch en daardoor erg irri tant." Het onderzoek waarvoor u in uw oratie pleit, dat ts vooral het s oort onderzoek dat u zelf doet? "Natuurlijk, ik preek een beetje voor eigen parochie. Maar het ging mij niet alleen om mijn eigen onderzoeksgroep: ik vind ook in het algemeen dat de po sitie van oecologen in het milieubeleid
worden ingezet om op honderd manieren 'Stem PKV' te formuleren. In gesprekjes met kandidaten poogden we een sfeer van openhartigheid te creëren die ons door de gestaalde kaders met in dank werd afgenomen. Zo kon de kandidaat van de scheikundigen P eter Luyten (nu trouwens in dienst van P hilips) rustig zeggen: "Toen liet ik me strikken voor de beleids raad van de SRVU, maar daar snapte ik weinig van dus dat hield vrij snel op." Wij spanden ons ook erg in om de Vuso belachelijk te maken. De goed koopste middelen werden daarbij niet geschuwd: lijsttrekkers werden vanwege naam of uiterlijk ko lommen lang bespot. Daarnaast stonden dan seri euze artikelen waarin onophoudelijk zelden wer den planken van dikker hout gezaagd het beleid van de Vuso aan de linkse SRVUkaak werd ge steld. D a n krijg je dus alinea's als deze. Zet u schrap: "Andermaal is deze motie een bewijs van de onwil van vele URleden mee te helpen aan een oplossing voor de werkelijke problemen van de RSA. Het is droevig te moeten konstateren dat een kiesvereniging die zich een kiesvereniging voor studenten noemt hierin een trieste hoofdrol speelt." Moeten, kunnen, droevig, triest, onwil, wij waren
groter moet worden. Omdat momen teel de 'stoffenkant' nog zo belangrijk is, zijn het vooral de chemici die zich ermee bezig houden." Bent u optimistisch over de redding van het milieu? "Nee, eigenlijk niet. Ik ben behoorlijk pessimistisch. Het probleem is dat, als je iets aan milieubeleid wilt doen, je ei genlijk een groot aantal dingen zou moeten verbieden. Maar dat is strijdig met het individuele streven naar wel vaart en geluk dat bij een democratie hoort, en waar ook ik niet vanaf wil. We kunnen mensen geen zeer drasti sche beperkingen in hun vrijheid gaan opleggen. "Aan de andere kant vind ik dat activi teiten die zéér milieubedervend zijn wel onmiddellijk gestopt moeten worden en er zou zeker geen subsidie aan verleend mogen worden. Ik vind het bij voor beeld belachelijk dat in Nederland nog steeds nieuwe snelwegen en tunnels worden aangelegd. Daar moeten we om te beginnen mee stoppen. Daarna moe ten we op die snelwegen busbanen maken. De enige manier om wat tegen het autoverkeer te doen, lijkt mij, is het gewoon welbewust in de soep te laten lopen. Als mensen dan nog auto willen rijden dan kunnen ze dat, maar ze staan er wel voor in de file. Dat lijkt me beter dan zo'n nieuw plan voor een spitsvig net, waarvan je nu al kunt voorzien dat het veel te ingewikkeld is."
altijd blij als die poppenkast weer voorbij was en we weer gewoon konden doen. Hoe zou het be halve met P eter, want die volg ik toevallig van een afstandje, met al die andere P KVers van toen gaan? Van sommige Vusoleden weet ik het. Robin Linschoten bijvoorbeeld, die was TOEN al zo'n te jonge corpsbal en is geslaagd in de missie die zovelen vergeefs nastreven, namelijk vijftien later nog steeds te jong zijn. Van de P KVers zullen velen nu leidinggevende banen in het bedrijfsleven hebben en wat geeft het? D e hardste krakers van tien jaar geleden spelen nu ook toeter met begelei ding van de ME. De fanfare die de stoet Ajaxsup porters vooraf ging op weg naar het Leidseplein nadat Ajax de UEFAcup had veroverd, bestond namelijk grotendeels uit voormalige stenengooiers uit de Staatsliedenbuurt. Verkiezingsrituelen. Het verbaast mij dat de uni versiteit die poppenkast met UR en stembussen nog altijd opvoert. Ooit bevochten is het nu een vast onderdeel van de universiteitsbureaucratie ge worden. Een verloren zaak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's