Ad Valvas 1991-1992 - pagina 468
PAGINA 8 I
In Tilburg mislukte het aanscherpen van de katholiciteit Eens verkwanselde de Kathol ieke Universiteit Brabant zijn katholieke signatuur. Vervolgens deed de tijdgeest de rest. De universiteitsraad heeft inmiddel s tot niet meer dan een Stiltecentrum gesloten, ondanks de roep om meer levensbeschouwing van de roomse bestuurders.
Gerard Rutten
I
n de schaduw van de onlangs officieus in ge bruik genomen htghtóc/zbibliotheekop de campus van de Katholieke Universiteit Bra bant (KUB) vemjst een opmerkelijk gebouw tje. Het betreft het zogenoemde Stiltecentrum dat op initiatief van het Centrum voor Wetenschap en Levensbeschouwing (CWL) tot stand komt. Het Stiltecentrum en het cwL zijn zo ongeveer de enige tastbare exponenten van de kathoheke signa tuur van de Tilburgse universiteit. De katholieke signatuur van de universiteit mani festeert zich low profile. OfBcieel heet de instelling een 'open' katholieke signatuur te hebben. Dat houdt in dat behalve katholieken ook aanhangers van andere gezindten in alle rust aan de universi teit moeten kunnen werken, studeren of een be stuurlijke fimctie vervullen. Met deze omschrijving lijkt een ieder op de universiteit vrede te hebben, hoewel het Stichtingsbestuur af en tóe iets pro beert. Dit hoogste bestuurlijk orgaan van de uni versiteit, waarvan de leden benoemd worden door de Nederlandse bisschoppen, werpt zich spora disch op als bewaker van de katholieke identiteit. De theologische faculteit staat overigens los van de KUB.
Bokkesprong Met de oprichting in 1927 van de Rooms Katho lieke Handelshogeschool (later Katholieke Hoge school Tilburg en nu KUB) kreeg de instelling de taak mee om te ijveren voor de emancipatie van het katholieke volksdeel in Nederland. Toen in de jaren zestig duidelijk werd dat deze missie is vol bracht, in combinatie met de forse toestroom van studenten én de drang van de Tilburgse hoge school om uit te groeien tot een complete universi teit, maakte het toenmalig bestuur een opmerkelij ke bokkesprong. In het midden van de jaren zestig was de hogeschool in een gevecht gewikkeld met de Eindhovense technische hogeschool om de ves tiging van de achtste medische faculteit. T oen bleek dat Tilburg alleen een kans maakt op de zo fel begeerde opleiding als de instelling de katholie ke signatuur zou laten schieten, koos het bestuur eieren voor zijn geld. Men liet de minister weten bereid te zijn de signatuur te laten varen. Het heeft niet mogen baten want uiteindelijk moesten de beide Brabantse instellingen knarsetandend toe zien dat de faculteit ten deel viel aan de universi teit in Maastricht.
Loyaliteit Op de golven van de tijdgeest ontstonden in het midden van de jaren zeventig felle discussies of de hogeschool al dan niet katholiek moest blijven. Het college van bestuur besloot tot een soort refe rendum onder medewerkers en studenten. Zestig procent van de populatie sprak zich uit voor het aan de kant zetten van de confessionele signatuur terwijl even later een nipte meerderheid in de hogeschoolraad ook van de katholieke signatuur af wilde. In weerwil van de uitkomst hield het Stich tingsbestuur vast aan de katholieke identiteit. Ook het college wrilde de signatuur niet opgeven en be dacht een compromis: voortaan zou de instelUing
een 'open' katholiek karakter dragen. Als uiterste consequentie zou het mogelijk zijn dat een nietka tholiek als rector magnificus zou worden be noemd. In de jaren tachtig deed het Stichtingsbestuur en kele al dan niet vermeende pogingen om de katho lieke identiteit van de instelling te versterken. Zo schreef dit bestuur in 1985, in een reactie op een pauselijk document over de katholieke universitei ten, dat van ieder personeelslid wordt verwacht dat de eigen overtuiging 'loyaliteit ten opzichte van de signatuur' niet in de weg staan. Verder zouden er bestuurders aangesteld moeten worden die de katholiciteit daadwerkelijk willen uitdragen. De hogeschoolraad vreesde voor de invoering van een verkapte loyaliteitsverklaring. Dit in tegenstelling tot de sinds jaar en dag geldende praktijk om reli gieuze overtuiging niet mee te laten wegen. College en raad vonden elkaar door de term 'loy aal' te vervangen door 'respect', maar het Stich tingsbestuur hield vast aan de oorspronkelijke om schrijving. De raad had geen behoefte aan een nieuwe discussie over de signatuur en stelde zich uiteindelijk tevreden met de toezegging van het college dat dit niet zou leiden tot een aanscherping van het personeelsbeleid. In 1987 lekte via het Tilburgs universiteitsblad Untvers een vertrouwelijk rapport van het Stich tingsbestuur uit over de confessionaliteit. Hieruit viel op te maken dat het Stichtingsbestuur op alle fronten een versterking van de katholieke identiteit wilde. De universiteitsraad reageerde furieus en sindsdien is er op twee elementen na niets meer vernomen van de intenties om het katholieke regi me te versterken. Een ervan is de wens van het Stichtingsbestuur (en anderen) om te komen tot een centrum voor we tenschap en levensbeschouwing, wat leidde tot de oprichting in 1987 van het cwL. Dit centrum moet de signatuur een nadere invulling geven en doet dit door het organiseren en ondersteunen van acti viteiten aan de universiteit die zich richten op le vensbeschouwing en ethiek. Daarnaast is het de motor achter het Stiltecentrum. Een tweede punt uit de nota, dat later terugkomt, is de nadruk die het Stichtingsbestuur legt op de katholiciteit van bestuurders. Hierover ontstond recent enig ru mour.
Geen nieuwe discussie Medio 1991 werd de nietkatholieke prof.dr. L. de Klerk door het Stichtingsbestuur benoemd tot rector magnificus. Als dan snel daarna bekend wordt dat de voorzitter van het college van bestuur niet beschikbaar is voor een tweede termijn en er dus een nieuwe collegevoorzitter geworven moet worden, scherpt het Stichtingsbestuur de katholi citeitseis in het profiel aan. Dit leidde ertoe dat haast alle gremia van de universiteit over het Stichtingsbestuur heenvielen en uiteindelijk spoor de een unanieme universiteitsraad het Stichtings bestuur aan om de aanscherping van de katholici teitseis te laten vallen. Als dit niet zou gebeuren dan zou er opnieuw een discussie over de katholie ke identiteit van de universiteit kunnen oplaaien. Ook het Stichtingsbestuur, indachtig de slepende discussies in het verleden, had hier geen behoefte aan en zwichtte dit keer voor de druk van de uni versitaire bevolking. De 'open' katholieke signatuur blijft een span ningsveld tussen de universiteit en het Stichtings bestuur. Op een opmerking in de universiteitsraad dat er een Centrum voor Wetenschap en Levens beschouwing is om de signatuur uit te dragen, ant woordde mr. B. Schmitz, de voorzitter van dit be stuur: "Het is niet een alibi waardoor vervolgens de universitaire levensbeschouwing van de univer siteit opzij geschoven kan worden. Dat is nu geen discussiepunt, maar ik wil het voor de toekomst gezegd hebben."
'Niet minder aii bijzondere karalle Over de betekenis van de door het college van bestuur voorgestel de nieuwe sollicitatieprocedure wordt veel gespeculeerd. Prof. Tennekes analyseert de situatie en schept duidelijkheid over zijn standpunt.
J. Tennekes
D
e vraag hoe de vu in de huidige om standigheden het beste gestalte kan geven aan haar bijzondere karakter, is er een die alle leden van de organisatie aangaat, aangezien dat bijzondere karakter een deel van het bestaansrecht van de organisatie is. Immers, de enige reden waarom er binnen Am sterdam twee universiteiten zijn, is gelegen in het feit dat één daarvan een bijzondere karakter heeft. Het bijzondere karakter maakt dus onvermijdeijk deel uit van wat organisatiedeskundigen de missie van onze universiteit zouden noemen. Het bijzondere aan de vu is dat ze in onderwijs en onderzoek aandacht wil geven aan de relatie tussen christelijke geloof (of, algemener: levensbeschou wing) en wetenschap. Steeds weer dient de vu zich de vraag te stellen of ze in voldoende mate en op de juiste wijze gestalte geeft aan haar bijzonder ka rakter. De huidige discussie over een nieuw aan stellingsbeleid moet in dat kader worden geplaatst.
Gerard Rutten ts redacteur van Univ ers, het weekblad Christenen van de Kathoheke Universiteit van Brabant. De beleidsformule waarop de vu tot nog toe heeft gezeten, is de volgende. Men ging uit van de voor ondersteling dat het bijzondere karakter van de universiteit vanzelf zou worden gerealiseerd als men er maar in voldoende mate voor zorgde dat degenen die er werkten christenen waren. Aan het bijzondere karakter van de vu werd beleidsmatig dus slechts aandacht gegeven waar het ging om het aanstellingsbeleid. Wat de aangestelden daarna
deden of niet deden aan de vragen van geloof en wetenschap, was hun eigen verantwoordelijkheid. Daarover werd ooit gesproken, noch in het be stuurlijk overleg tussen college van bestuur en fa culteiten, noch binnen de faculteiten zelf Een ieder weet echter dat deze formule niet heeft gewerkt. Het benoemen van christenen garandeert niet dat de vragen van geloof en wetenschap ook inderdaad systematisch aan de orde worden ge steld. Dat betekent echter dat de grote aandacht die er beleidsmatig werd gegeven aan de input zijde (dat wil zeggen voor de vraag van instem ming met de doelstelling tijdens de benoemings procedure) op geen enkele wijze werd gerechtvaar digd door de output die men van betrokkenen ver wachtte. In feite kwam de instemmingsprocedure vaak neer op het opsnuffelen van wat nestgeur.
Ombuiging Er is alle reden voor een nieuwe beleidsmatige operationalisering van het bijzondere karakter. Die operationalisenng dient zich mijns inziens langs twee lijnen te ontwikkelen, namelijk een verande ring in de benoemingsprocedure én een ombuiging van de huidige facultaire beleidslijn ten aanzien van doelstelling (namelijk het niet ontwikkelen van enig beleid op dat problematische terrein). Beide zaken liggen in eikaars verlengde. De voorgestelde verandering van de wijze waarop het bijzondere karakter van de vu aan de orde komt bij benoe mingen impliceert logischerwijze ook een verande ring van het nu gebruikelijke facultaire abstinentie beleid. Als ik het goed begrijp is het de bedoeling in de toekomst niet langer meer op een benoemingsfor mulier in te vullen stemt in / stemt niet in, maar in de plaats daarvan aan sollicitanten de vraag te stel len wat ze vinden van de missionstatement van de vu, met name van de passage die betrekking heeft op het bijzondere karakter. Ik heb bij de door het college van bestuur aan de faculteiten voorgelegde Aanwijzingen voor gesprekken met sollicitanten over het bijzondere karakter van de Vnje Universiteit een tweetal opmerkingen. Ten eerste vind ik dat de vragen die volgens dit stuk 'in elk geval' aan de orde dienen te komen ge deeltelijk nog steeds te zeer in de sfeer van een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's