Ad Valvas 1991-1992 - pagina 318
PAGINA 8 I
Publieke bemoeienissen van geletterde personen
?£?'.:-:j!~i~5fc.'*ïi-1ST*'*'
Intellectuelen, haast een eeuw maakt men er nu gewag van en nog steeds zijn ze niet populair. Want ze bemoeien zich met zaken die hen niet aangaan. Zo raakten zij in opspraak door de verheerlijking van communistische regimes. Maar als propagandist van de Parijse mei revolutie in 1968 steeg hun ster. Daarna werd het weer stil rond de intellectueel. Andermaal werden de wonden gelikt van de gemaakte fouten. Maakt de intellectueel in de jaren negentig een opgang of is zijn plaats definitief ingenomen door de deskundige academicus?
Dirk de Hoog Studenten, geleerden en kunstenaars lagen de afgelopen e e u w r e g e l m a t i g in d e c o n t r a m i n e : p a m f l e t t e n e n later l u i d k e e l s o p s t r a a t p r o t e s t e r e n . I n F r a n k r i j k w e r d e n ze, a a n h e t e i n d van de vorige eeuw, smalend de intellectuelen g e n o e m d . H e t politieke e n g a g e m e n t b e l e e f d e in m e i ' 6 8 in Parijs e e n h o o g t e p u n t . Al snel v o l g d e n overal in E u r o p a d e m o n s t r a t i e s e n a c ties in u n i v e r s i t e i t s s t e d e n . M a a r d e afgelopen d e c e n i a lijken d e i n t e l l e c t u e l e n w e e r d e r u s t van de studeerkamer te h e b b e n opgezocht. Prof.dr. A.F.van Oudvorst, docent vergelijkende literatuurstudies aan de Vrije Universiteit m Brussel, schreef onlangs een lijvig boek over de geschiedenis en de rol van intellectuelen. Hij plaatst twee Russiche schnjvers, Toergenjew en Dostojewski, en twee Nederlandse auteurs, D u Perron en T e r Braak, tegen de achtergrond van een historisch-sociologische beschouwing van het verschijnsel intellectueel. Volgens de 43 jarige Van Oudvorst speelt deze nauwelijks te definiëren bevolkingsgroep een doorslaggevende rol in de geschiedenis van de laatste twee eeuwen. Zij immers waren de grondleggers van zowel het liberalisme, het socialisme en het nationalisme. Ook bij de beeldenstorm van Parijs 1968 liepen ze voorop. Net als bij de recente omwentelingen in Oost Europa. Sartre noemde hen mensen die zich bemoeien met zaken die hen niet aangaan en Alberto Moravia vergeleek hen met een uitstervende diersoort. Een vraaggesprek met de auteur. -Hoe bent U bij het onderwerp intellectuelen terecht gekomen? "Via M e n n o ter Braak, ik ben tenslotte literatuurwetenschapper. Ik schreef in Nijmegen een doctoraalscriptie over deze 'politicus zonder partij', zoals één van zijn boeken heet, en ik beschouwde hem als woordvoerder van de intellectuelen, die voor d é oorlog stelling namen tegen het fascisme. Die scriptie schreef ik eind jaren zestig. H e t waren toen hectische tijden op de universiteit na de studentenopstand in Parijs van mei '68. Net als in de tijd van T e r Braak ontkwam je niet aan een politieke stellingname. Maatschappelijk engagement was vanzelfsprekend. Je moest kiezen, links of rechts, rood of zwart. Schipperen kon nauwelijks."
Gevestigde orde -Was u zelf actief betrokken bij studentenacties in die jaren? " N o u , ik was vooral verstandelijk betrokken, een typisch intellectueel verschijnsel. Het was een tijd van ontwaken. Dat is de overgang van middelbare school naar universiteit voor de meeste mensen toch al, maar in die tijd had het ook een sociale en politieke dimensie. In heel Europa leek iets nieuws op til te zijn. Het was een geweldige schok dat de gevestigde orde, met president de Gaulle als symbool, wankelde. Het idee dat de gevestigde orde niet eeuwig onaantastbaar is en door een totaal andere kan worden vervangen, bracht een geweldige opwinding teweeg. Als je je er dan in gaat verdie-
'Waarden verdedigen tegen de bedreiging door actuele gebeurtenissen' pen kom je er achter dat in de jaren twintig na de Russische revolutie en in de jaren dertig, tijdens de opkomst van het fascisme, dat thema ook sterk speelt bij schrijvers, kunstenaars en wetenschappers. Door de Parijse lente van '68 verruimden veel studenten en docenten h u n eigen blikveld. "In de literatuurwetenschap kwam bijvoorbeeld meer aandacht voor een sociologische benadering, inplaats van alleen de auteur als individu centraal te stellen. In de literatuur zie je ook zulke schommelingen. De tachtigers waren hyper individueel bezig met esthetiek, maar na een tijdje komt er toch een meer ethische kijk op kunst en maatschappij, met Gorter en Henriëtte Roland Holst. Dat is een zelfde soort ontwikkeling. Ook werden als het ware andere bevolkingsgroepen ontdekt, zoals de arbeidersklasse en de armen in derde wereld. "Je kunt stellen dat door het studentenoproer het intellectueel engagement weer in de belangstelling stond. Want er was weinig werkelijk contact met de onderdrukte groepenngen. Slechts een enkeling verliet de universiteit om in de fabriek te gaan werken. Maar de roep om een maatschappij-relevante wetenschap, voor een politiek engagement inplaats van een ivoren toren, was luidt te horen. Ach, voor een deel was het ook een reactie op het schuldbesef over de gepriviliseerdheid van de eigen jeugd."
Standpunten innemen -Wat ts nu een intellectueel? "Ik vind het een begrip dat je bij voorkeur in meer-voud moet gebruiken: de intellectuelen. Het is meer een maatschappelijke collectiviteit dan een kenmerk van één persoon. Doorslaggevend daarbij is een sociaal, politiek of maatschappelijk engagement. Er zijn omstandigheden die vragen om een publieke reactie. D a n zie je schrijvers, professoren en journalisten in het openbaar standpunten innemen, petities ondertekenen en publiceren over omstreden onderwerpen. " O m het uit te leggen gebruik ik vaak een beeld uit de biologie. Het genotype bevat de potentieel erfelijke eigenschappen, maar die uiten zich pas bij het fenotype, als de bloem gaat bloeien. D e genotypische intellectuelen vind je natuurlijk aan de universiteit en bij aanverwante academische beroepen en bij kunstenaars. Maar van fenotypische intellectuelen is pas sprake in de sociale en politieke context van een manifestatie of een protest waarbij waarden in het geding zijn, die bij uitstek door intellectuelen worden gevoeld als normatief voor hun beroepsactiviteiten. Waarden, waarvan men vindt dat die verdedigd moeten worden tegen de bedreiging door een actuele sociale of politieke gebeurtenis. Bij zo'n openlijke stellingname vervullingen intellectueel geschoolden de publieke rol, die hen tot intellectuelen maakt. Maar niet ieder-
een, die zo'n werkkring vervuld, speelt die rol. Het is een keuze." -Waarom maken sommige mensen die keuze wel en anderen met? "Ik denk, dat dat in de eerste plaats een kwestie is van aanleg en karakter. D e één legt zich makkelijker neer bij de gegeven werkelijkheid dan de ander. Daarnaast speelt idealisme een rol. Niet alleen in de alledaagse betekenis van het woord, maar vooral als een wijsgerige traditie. M e n benadert de zaak bij uitstek vanuit de geest en niet alleen vanuit een materieel standpunt. Voor die richtingen die vooral een beroepsopleiding beogen te zijn, zoals voor ingenieurs, tandartsen en advocaten, geldt dat misschien in mindere mate. Wetenschappers, die kiezen voor maatschappelijk engagement, zijn vaak gevoelig voor de humanistische achtergrond van de universiteit en hechten veel waarde aan individuele ontwikkeling door middel van wetenschap, literatuur en kunst. H e laas wordt op de universiteit de ruimte daarvoor steeds minder door de strakke studieduur en de nadruk op kwantificeerbare rendementscijfers." -Het engagement vloeit voort uit een gevoel voor rechtvaardigheid? "Redelijkheid en rechtvaardigheid, die combinatie kan je illustreren aan de hand van de zaak Dreyfus. Het ging de intellectuelen, die hun handtekening plaatsten onder het manifest 'J'accuse' van Zola, niet om een andere maatschappij. Welnee, het ging erom dat de grondwet op iedere burger, ongeacht ras, geloof en rang van toepasing was. Terwijl het in de traditie van Frankrijk ging om de eer van het leger, politici en andere zaken die in het licht van de grondwet niet door de beugel konden. Het ging erom dat Dreyfus geen rechtvaardig proces had gekregen. D u s men protesteerde eerder tegeii onrecht dan voor een andere maatschappij. O p de achtergrond speelt natuurlijk wel mee dat een ideale maatschappij geen onrecht kent, of althans probeert te bestrijden."
Dissident -Men vereenzelvigt intellectueel engagement vaak met links. Marxisme als opium voor intellectuelen. Klopt dat beeld? "Die stelling heb ik in mijn boek voldoende weerlegd. Intellectuelen kunnen net zo goed vereenzelvigd worden met rechts. Het gaat niet om een bepaalde politieke richting. Het hangt natuurlijk ook van het historisch tijdstip af. In Europa heeft de laatste honderd jaar de tegenstelling links-rechts een grote rol gespeeld. N u kun je constateren, dat die tegenstelling achterhaald is. Niemand had dat zo snel verwacht. In de vorige eeuw was een belangrijke tegenstelling die tussen liberalen en con-
servatieven. Ik heb met opzet auteurs geciteerd die intellectuelen graag omschrijven als mensen met oorspronkelijke ideeën, die anders denken, per definitie dissident zijn en niet dogmatisch aan een partijstandpunt hangen. D e intellectuelen zijn een vernieuwende laag in de maatschappij. Dat kan zowel vooruitstrevend zijn als juist teruggrijpend op oude waarden." -Kan je zeggen dat intellectuelen producenten zijn van ideologieën? "Ja, als ze creatief zijn, scheppen ze niet alleen wetenschappelijke theoriën, maar ook maatschappelijke en politieke. Het zijn de politieke partijen en sociale organisaties, die oorspronkelijke ideeën institutionaliseren. Daarmee geven ze enerzijds de geschiedenis dynamiek, denk maar aan vakbonden en de rechten die zij hebben veroverd en verdedigd. Anderzijds fixeert die institutionalisering ook dingen. D e creatieve dynamische factoren stollen langzaam maar zeker en worden verworvenheden die onderdeel uitmaken van de gevestigde orde." -Hebben intellectuelen daardoor vaak een afkeer van organisaties? "Dat hangt eerder samen met het individualisme waarmee een creatieve roeping gepaard gaat. Vrijheid van geest kan nogal snel in conflict komen met de behoeftes en de belangen van organisaties. In een organisatie is saamhongheid en compromisbereidheid belangrijk en er bestaat een eigen dynamiek van waardenpatronen. Dat is voor sommige intellectuelen teveel gevraagd. Ze zouden het liefst allemaal h u n eigen partij hebben. "Organisatievormen van intellectuelen zijn vaak heel los en bestaan maar een korte tijd. Via tijdschriften, forums, platforms, ad hoc comité's en dergelijke, wordt een bepaalde opvatting wereldkundig gemaakt. Het vormen bruisende elementen in vaste maatschappelijke structuren, die echter vaak verstarren in de traditie en bureaucratie van bestaande organisaties."
Deskundigen - Wetenschappers beslissen steeds meer over vragen van leven en dood. Denk maar aan abortus en euthanasie en de hele ontwikkeling van de biotechnologie. Ze zijn zelf partij geworden. Kunnen zij dan nog wel onpartijdig waken over algemeen geldende waarden in de samenleving? "De wetenschap heeft in bepaalde zm de basis gelegd voor de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, maar het waren de politici en de generaals die beschikten over leven en dood. Bij elke nieuwe ontdekking die gedaan wordt, en de meest spectaculaire is de ontrafeling van de structuur van DNA, kan de wetenschapper alleen maar afgaan op zijn eigen verantwoordelijkheid. De werkehjke verant-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's