Ad Valvas 1991-1992 - pagina 197
I PAGINA 9
'De vergadering verkeert in groote geestdrift' Honderd jaar geleden startte Abraham Kuyper de christelijk sociale strijd
H
onderd jaar geleden begon m e n de ergste uitwassen van de i n dustriële revolutie te bestrijden. Zo was in 1874 het kinderwetje van de liberaal Van H o u t e n door het P a r l e m e n t aanvaard. Maar de werkman m o e s t zich nog een behandeling laten welgevallen die zelfs in die tijd als onaanvaardbaar werd gezien.
Tom de Greet "We weten, dat in het decennium om 1900 heen de belangstelling voor de 'sociale kwestie', zoals men destijds het arbeidersvraag stuk in burgerlijke kringen noem de, die nooit geheel ontbroken had, al was zij uitzonderlijk geble ven, evenzeer, zo niet nog meer toeneemt." Dit schreef de histori cus Jan Romein. Om de werking van het kinderwetje na te gaan, maar ook om de situatie van de arbeiders in fabrieken en werk plaatsen te onderzoeken, besloot de Tweede Kamer in 1886 tot het houden van een parlementaire en quête. In mei 1887 rapporteerde de en quêtecommisie. vu hoogleraar Kimman vatte onlangs in een arti kel de resultaten samen. "Arbei ders hadden het niet best in Ne derland. Ze moesten lang en hard werken, vaak ook nog 's nachts. Werkweken van zestig tot zeventig uur waren geen uitzondering en er waren arbeiders die alleen op eer ste kerstdag vrij waren. Ook jon geren, van twaalf tot zestien jaar, werkten 's nachts en op zondag. Het werk was dikwijls gevaarlijk en ongezond... Het werk werd bo vendien slecht betaald. L onen werden regelmatig verlaagd. Bij te laat komen en bij slecht werk wer den er boetes uitgedeeld. Daar de arbeiders niet zeker van hun baan waren accepteerden ze dit alles."
mmoproer
Verlaagd tot koopwaar
Hdl^Tweede Kamer lijs t van de Antirevolutionaire Partij. En Abraham Kuyper
Abraham Kuyper, de voorman en emancipator van het gereformeer
de volksdeel, had in het door hem geredigeerde dagblad De Stan daard al in 1872 onder de titel De sociale kwestie een elftal artikelen geschreven. Volgens Kuyper was de loonarbeider tot koopwaar ver laagd en verkeerde hij in materiële ellende. Opmerkelijk voor die tijd was, dat hij het recht op staken verdedigde. Arbeiders waren in die dagen slecht tot niet georganiseerd. In 1871 was het Algemeen Neder landsch Werkliedenverbond opge richt. Hoewel bepaalde christelijke zeden niet werken en vergaderen op zondag werden gerespecteerd, verlieten orthodoxe leden in 1873 het verbond. Een steen des aan stoots was ook dat het verbond niet bereid was samen te werken met de patroons. In zijn boek over de geschiedenis van de vu schetst Stellingwerfif het decor van de ontstaansgeschiede nis: "De timmerman Bart Poesiat en de ontwikkelde metselaar Klaas Kater werkten bij de bierbrouwerij De Gekroonde Valk, waarvan Wil lem Hovy directeur was. Zij be hoorden tot de negen mannnen die op 3 januari 1876 aan de L inden gracht in Amsterdam Patrimoni um hebben opgericht. Kuyper was daar niet bij en Kater moest hem twee jaar later schrijven: 'Draagt dan Dr. Kuyper volstrekt geene kennis van het Nederlandsch Werkliedenverbond Patrimoni um?'" Twee opmerkelijke feiten: direc teur Hovy was bij de oprichting in 1880 een van de financiers van de Vrije Universiteit. Maar Hovy was ook lid van Patrimonium, want naast de werkUeden traden ook de patroons tot het verbond toe. Daardoor steunde Hovy Kuyper bij de oprichting van de vu, maar stond hij aanvankelijk tegenover hem in de Patrimonium kwestie.
Gemor Eind jaren tachtig van de vorige eeuw eisten de Friese afdelingen van Patrimonium een sociaal pro gram en meer sociale actie. Ver der was er gemor binnen de orga nisatie dat de Antirevolutionaire Partij te weinig arbeiders kandi daat stelde voor de Tweede
Kamer. Voorzitter Kater en zijn mensen voelden aanvankelijk wei nig voor een meer actief optreden, waardoor een splitsing dreigde. Patrimonium kwam er zelf niet uit en men vroeg daarom de Antire volutionaire Partij een sociaal congres te organiseren. Het lei derschap van Abraham Kuyper betekende dat hij met het idee op de loop ging.
Fameus Op 9 november 1891 opende Kuy per in een zaal aan de Kloveniers burgwal het Christelijk sociaal congres met de rede Het sociale vraagstuk en de Christelijke reli gie. Tot op de dag van vandaag wordt de rede opgesierd met het epitheton/a»neMS. Kritiek op de positie van de arbeiders werd in gebed in een algemene kritiek op de samenleving: "...wie van een sociale kwestie spreekt, bedoelt hiermee in algemene zin dat er een ernstige twijfel is gerezen aan de deugdelijkheid van het maat schappelijk gebouw, waarin wij wonen; en dat er dientengevolge in de publieke opinie strijd wordt ge voerd over de hechtere grondsla gen, waarop een doelmatig maat schappeUjk gebouw, en dat beter bewoonbaar, valt op te trekken. Een sociale kwestie bestaat voor u dan eerst, zo ge architectonische kritiek oefent op de menseUjke so ciëteit zelf, en dientengevolge een andere richting van het maat schappeUjk gebouw gewenst en mogelijk acht."
Eeuwfeest Kuyper sprak ook het slotwoord. Volgens De Standaard geraakte de zaal in grote opwinding. "Toen bij het eeuwfeest van de Fransche omwenteUng in 1889 de sociaUsten bijeen waren, ging over de wereld hun kreet uit: proletariërs van alle landen vereenigt U! Laat bij het sluiten van dit congres het worden uitgeroepen: Protestantsche Christenen v an Nederland, al thans wat de sociale noden be treft, v ereenigt ofhereenigt U! Dat geven de Heere." De Standaard tekende de sfeer: "Enthousiasti sche toejuichingen, de vergadering verkeert in groote geestdrift."
De VU is als wericgever geen pantoffellield Modern sociaal christelijk personeelsbeleid brengt lasten en lusten
H
et is moeilijk een helder beeld te krijgen van de term ' m o d e m personeelsbeleid', zo betoogde mr. Donner anderhalve maand geleden in een commissie van de universiteitsraad. Maar voert de VU dan geen m o d e m beleid was toen zijn vraag die in de lucht bleef hangen. Wellicht, zo ver onderstelde hij, zou het Christelijk sociaal Congres 1991 een en ander kunnen concretiseren. Een eerste poging van een bestuurder die zich sinds de zomer aan het warmlopen is.
J. Donner
Aan de voorbereiding van het Christe lijk sociaal Congres is veel tijd en aan dacht besteed. Het basisdocument Be dreigde verantwoordelijkheid is door velen becommentarieerd en vormt het ver trekpunt voor discussie op het congres over de vier verzamelthema's: menselij ke arbeid, voorzieningen voor partici patie via sociale zekerheid, de positie van de Derde Wereld en het milieu. Zowel bij het eerste congres van 100 jaar geleden als ook bij dat van deze week is de vu zijdelings betrokken.
Kennelijk is dat de aanleiding geweest voor de redactie van Ad Valvas om een nieuw aangetreden lid van het college van bestuur te vragen op persoonlijke titel en nog nauwelijks behept met enige kennis van zaken iets over het congres van deze week te schrijven. De thema's 'De positie van de Derde wereld' en 'Het milieu' laat ik geheel buiten beschouwing, omdat anderen binnen de vu de Dienst Ontwikke lings Samenwerking en het Instituut voor Milieuvraagstukken daartoe beter in staat zijn. Als middelgrote werkgever met ongeveer 3.500 mede werkers kan de vu namelijk al met voldoende belangstelling uitzien naar de resultaten van de discussies op voor al dinsdag 12 november over de sociale kwesties en wel onder het thema "De erflatingvan 1991".
De VU als werkgever De VU is een bijzondere universiteit met een eigen doelstelling. Die doel stelling schept rechten en verplichtin gen voor de instelling en allen, die er werken. De vaststelling, dat een groot deel van de studenten aan de vu niet meer de klassieke binding met de doel stelling heeft of althans meent te heb ben, betekent niet, dat daarom de in de doelstelling uitgesproken verwachting in het dagelijks functioneren van en aan
de universiteit terzijde gezet mag wor den. Het Christelijk sociaal Congres 1991 zou, integendeel, al heel geslaagd zijn, wanneer het in staat zou blijken om ons voor dat dagelijks fijnctioneren een aantal praktische aanbevelingen te doen. In de 2.500 volledige banen bij de Vrije Universiteit zijn op dit moment onge veer 3500 mensen werkzaam. T erwijl de rechtspositie van universitaire mede werkers in Nederland in het algemeen wordt beheerst door de overheid en in de nabije toekomst vermoedelijk door de gezamenlijke Nederlandse universi teiten, voor deze gelegenheid verenigd in een werkgeversvereniging, in het Rechtspositie Reglement Wetenschap pelijk Onderwijs kent de vu als enige universiteit een eigen CAO. In juridische zin rechtvaardigt het bij zondere van de vu de eigen CAO; maar niet alleen dat. De vu onderscheidt zich in meerdere opzichten van andere Nederlandse universiteiten: een goed voorbeeld is de aanstaande instelling van een Ondernemingsraad (OR). Met de instelling van een OR wordt voldaan aan de bepalingen van de Wet op de Ondernemingsraden. Maar aan de in stelling van een OR aan de vu ligt de ge dachte ten grondslag, dat de OR een voor de gehele instelling waardevol or gaan zal zijn. De oude monistische
visie, dat de OR bij uitstek het orgaan van de werknemers is, doet geen op geld, wel de dualistische opvatting, dat de OR er is voor werknemers en instel ling beide. In zoverre beoogt de OR ook uitdrukking te geven aan het 'wijge voel', dat ik in de eerste maanden van mijn flmctioneren bij de vu toch heel sterk ervaar en waar vele andere werk gemeenschappen ons om benijden. De OR geeft dan ook meer ruimte voor (mede)verantwoordelijkheid, waarvan in de commentaren op het basisdocu ment Bedreigde verantwoordelijkheid sprake is.
Lusten en lasten De instelling van de or leidt overigens ook tot de voor sommigen ogenschijn lijke paradox, dat de Universiteitsraad die blijkens een met de grootst mogelij ke meerderheid aanvaarde motie con structief mee wenst te werken aan de instelling van een OR nu niet alleen impliciet maar ook expliciet en naast het college van bestuur in de werkge versrol moet worden gezien. In de over legvergadering tussen de OR en de vu als werkgever zal het werkgeversstand punt mede in overleg met de UR gestal te moeten krijgen: de UR in de rol van werkgever, de OR in de rol van instel lingsorgaan. In het Werkboek Christelijk sociaal
Congres 1991 wordt geconstateerd, dat "in onze complexe samenleving veel nadruk valt op institutionele verant woordelijkheid, met veronachtzaming van de persoonlijke verantwoordelijk heid". Met instemming kan ik dan ook het commentaar citeren, dat "er meer terugkoppelingsmechanismen in de structuur van de samenleving moeten worden ingebouwd: confrontatie van lusten en lasten, rechten en plichten, 'boter bij de vis' enz. De andere kant van de medaille is de visie op verant woordelijkheid als gave, als (voor )recht, als 'mogen'." In praktische termen betekent dat, dat de vu als werkgever bereid moet zijn een modem, sociaal christelijk perso neelsbeleid te voeren met alle lusten en lasten van dien. Maar deze werkgever kan geen pantoffelheld zijn, die zijn medewerkers alleen rechten en geen verantwoordelijkheden verschaft. In die zin geeft het Christelijk sociaal Congres 1991 aanleiding mee te denken over het evenwicht tussen de eigen rechten, verplichtingen en verantwoordelijkhe den van de universiteit en die van allen die daar werkzaam zijn. Het zou een bijdrage aan discussies binnen de vu kunnen zijn, wanneer het Congres 1991 erin slaagt doen en denken over sociaal beleid richting te geven en te beïnvloeden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's