Ad Valvas 1991-1992 - pagina 282
I AD VALVAS 16 JANUARI 1992
PAGINA 6 I
Strijd om Troje duurt voort Homerostentoonstelling in het Allard Piersonmuseum Erno Eskens "Thersites, de bemoeial, was het, die als hij de gelegenheid schoon zag om zijn edele meesters te tarten aan geen gemene grappen gebrek had. L eeghoof dig en laagbijdegronds inderdaad, maar toch naar de smaak van de goed lachse soldaat. Van allen die naar Troje kwamen, was hij de allerlelijkste mank aan een been, het andere krom, met af gezakte schouders en een kippeborst, daarboven een hoofd als een ei met recht overeind een paar stekelige haren erop." Dat schrijft Homeros een kleine duizend jaar voor Christus over de rebel en communist avantlalettre Thersites. Thersites wil de strijd om Troje staken omdat zijn Griekse bevel voerders alle buit uit de oorlog, waar onder een hoop mooie vrouwen, voor zichzelf houden. Maar het lot heeft be schikt dat Troje moet vallen. De goden grijpen in en de kromme rebel wordt genadeloos afgetuigd, met als gevolg "dat Thersites ineen kromp en in tra nen uitbarstte". Het zijn deze levendige beschrijvingen die er voor hebben gezorgd dat Home ros' Ilias, bestaande uit duizenden dichtregels, de tand des tijds hebben overleefd, terwijl het toch al weer een kleine drie millennia geleden is dat het door hem beschreven Troje door de Grieken werd ingenomen. Al in de Griekse tijd was Homeros verplichte
Af en toe staken ze de zee over om her en der plaatsjes te plunderen
leerstof voor scholieren en ook nu nog staan de verhalen van de blinde dichter op menig curriculum. Het Allard Piersonmuseum wijdt mo menteel een kleine tentoonstelling aan Homeros en de door hem beroemd ge worden strijd om Troje. Bij de ingang staat een mooi belichte Homeroskop, de ogen blind en emotieloos in het gladde marmer, die voor de gelegen heid van het Vossiusgymnasium is ge leend. Verder hangt er veel tekst en uit leg, maar het aantal uitgestalde objec ten is ronduit teleurstellend. Die objecten hebben bovendien slechts heel in de verte iets te maken hebben met Homeros, zo vertelt vuarcheoloog en Homeroskenner dr. D.G. Yntema, die met Ad Valvas een kijkje nam in het museum. "Er is vooral aardewerk uit de Griekse bronstijd uitgestald, de tijd waar Homeros over schrijft. Jammer genoeg is er maar één vitrine die recht streeks met Troje te maken heeft en die bevat slechts een paar schamele scher ven." Desondanks is de tentoonstelling een bezoekje waard, want een diashow en de nodige tekstbordjes geven inte ressante informatie die in hapklare brokken aan de bezoeker wordt opge diend.
Tot 2 februari wijdt het Allard Pierson-museum een tentoonstelling aan de Ilias van Homeros, een verslag van de Trojaanse oorlog. 3.000 jaar na dato vormt die oorlog nog altijd een bron van conflicten. De locatie van Troje nooit met zekerheid vastgesteld. Zelfs het bestaan van Homeros wordt door sommigen betwijfeld.
Dodenmaskers De tentoonstelling wijdt veel tekst aan het verloop van de Trojaanse oorlog. Daardoor komt de vraag of de in Tur kije gevonden stadsresten daadwerkelijk het Troje van Homeros zijn niet expli ciet aan de orde, en dat terwijl die vraag al meer dan een eeuw de gemoe deren verhit. Het was de Engelsman Frank Calvert die rond 1870 bij het plaatsje Hissarllk de eerste stenen blootlegde van wat hij voor Troje aanzag. Omdat Calvert geen geld had om de hele heuvel bij Hissarlik af te graven, tipte hij multimiljonair en amateurarcheoloog Heinrich Schlie mann, die de grote graafwerkzaamhe den startte. Schliemann, een pure romanticus, wilde de door Homeros beschreven gouden dodenmaskers van de Trojaan se krijgers vinden en groef haastig grote gangen door de heuvel. Muren die de Grieken tijdens hun tien jaar lange be legering niet stuk hadden gekregen vie len daarbij om, maar dat mocht de pret niet drukken. De dodenmaskers wer den gevonden en Schliemann wist het zeker: dit was het hoog ommuurde Troje, de plaats waar eens de geschaak te Helena gevangen werd gehouden, de plaats waar tien jaar gevochten werd door goden en mensen. Niet iedereen was echter even over tuigd als Schliemann. Het gevonden goud bleek namelijk bij nader onder zoek van vóór de Trojaanse oorlog. Bo vendien werd duidelijk dat de muren van het vermeende Troje door een aardbeving waren omgevallen. Van een heroïsch, handmatig slopen van de
'Er zal best iemand bestaan hebben die de verhalen aan elkaar heeft gelast' muur, zoals Homeros dat beschrijft, was dus geen sprake. De grote verwar ring sloeg toe en alleen de toeristengid sen nemen sindsdien nog een duidelijk standpunt in. Zij zeggen dat Troje au thentiek is. Wetenschappers houden echter hun bedenldngen. Deze bedenkingen geven de laatste jaren voedsel aan de meest merkwaardi ge theorieën. Zo %chreef Ernst Gideon een paar jaar gelecféh een boekje met de titel Troje lag in Engeland; Odysseus landde in Zeeland. "Dat Troje in Enge land zou liggen is een gezellig scenario om bij de open haard te lezen," zegt Homeroskenner Yntema, "maar het slaat natuurlijk als een tang op een var ken. Dat idee berust op onzinnige ety mologie. Bij Homeros is er sprake van een mevrouw die Circe heet. Sommi gen vinden dat dat erg op 'Zierikzee' lijkt. Ze denken dan dat de Grieken in Zeeland zijn geland. Leuk gevonden, maar onzin. Dat de Grieken af en toe de Egeïsche Zee overstaken en her en der plaatsjes in KleinAzië plunderden, is veel aannemelijker." "Maar of Troje echt Troje is... Ach, dat is zo'n controverse waar je nooit uit komt. Pas als je een bordje 'hier is Troje' vindt, weet je het zeker. Pro bleem is dat de mensen in de Homeri sche tijd nog niet konden schrijven. Dat bordje vinden we dus nooit. Het is voor 95 procent zeker dat Troje echt het
Troje van Homeros is. De opgraving heeft alle elementen van de plaats die Homeros beschrijft: lastig te veroveren, met hoge muren, en scherven die wij zen op handelsbetrekkingen met de Grieken." Een andere theorie, die luidt dat Ho meros niet echt heeft bestaan, is vol gens Yntema ook onaannemelijk. "Er zal best iemand bestaan hebben die de mondeling overgedragen verhalen een beetje aan elkaar heeft gelast. Die per soon is Homeros geweest. Taalkundi gen kunnen dat zien omdat de 'lassen' tussen de verhalen later zijn aange bracht. Je kunt het ook zien aan het feit dat in de tussenstukken over ijzer ge sproken wordt. De strijd om Troje vond plaats in de Griekse bronstijd. Er was toen nog helemaal geen ijzer. Die tussenstukken zijn dus van latere oor sprong." "Zoals ik het zie, is er een historische gebeurtenis geweest die grote indruk heeft gemaakt. Daar omheen zijn later allerlei heldenverhalen geborduurd. Je moet je voorstellen dat die verhalen bij een knappend houtvuur aan een lokaal stamhoofd worden voorgedragen. De bard kietelt ook het stamhoofd even onder de kin door diens opa in het ver haal te laten optreden. Opa's belevenis sen worden deel van het verhaal en
worden overgegeven aan de volgende generatie zangers. Het is dus een ver haal waar enige honderden jaren cre atief aan is gewerkt, een verhaal met een eigen leven." De Grieken beseften overigens al dat Homeros' verhalen niet voor de volle 100 procent betrouwbaar waren, weet Yntema. "Er is bijvoorbeeld ruzie ge weest tussen de stad Athene en de plaats Megara over een regel in Home ros. De Atheners zeiden dat Homeros al vermeldde dat het eiland Salamis bij Athene hoorde, maar de mensen uit Megara zeiden dat de Atheners de be wuste zin zelf aan Homeros hadden toegevoegd om zich het eiland te kun nen toeëigenen. Al driehonderd jaar voor Christus hebben Griekse weten schappers vastgesteld dat Megara waar schijnlijk gelijk had." Om een einde te maken aan het gekib bel over Homeros, besloot de Atheense tiran Peisistratos in de zesde eeuw voor Christus een standaardtekst van Home ros op te stellen, waaraan iedereen zich had te houden. Tot op de dag van van daag wordt deze tekst, met de bewuste zin over Salamis, als standaardtekst ge bruikt. Het Allard Piersonmuseum heeft een oud fragment van deze Homerostekst aan de wand hangen. Wie Grieks leest, kan zich tot twee februari aan een vert aling wagen.
Het Historisch Nieuwsblad heeft 25.000 gulden per jaar tot zijn beschikking. In de huidige opzet speelt het blad al met 900 abonnees quitte. Palm: "Neder land is een van de dichtst beblade lan den en het uitgeven van een blad is een groot risico. Je moet vrij snel over een kritisch punt heen zijn." Schrijven voor het blad (er werken vijftien mensen aan mee) wordt niet betaald. Het nulnummer is een met steunkleur gedrukt magazine op A4formaat. Het bevat artikelen over onder meer 'de toekomst van de geschiedkunde' en 'Dickens in Bronkhorst'. Een deel van het blad is ingeruimd voor een agenda, recensies, vacatures en informatie over exposities. Opvallend is de combinatie van een professioneel uiterlijk en een sobere uitvoering en layout. "Het is lowbudget", zegt Palm. Maar hij is te vreden en schaamt zich er niet voor dat het magazine, zoals hij dét uitdrukt,'
'\,l»!iMJlli!.'» naar krant ruikt. "Dat hoort." De eerste reacties zijn bemoedigend. "Veel positieve geluiden. Ik heb wel ge hoord dat er meer geschiedenis en min der cultuur in zou moeten. En op de layout wordt heel verschillend gere ageerd. Sommigen vinden het blad mooi en anderen juist heel verwarrend. Zo zijn er wel meer reacties gekomen. De redactie zal daar in al zijn wijsheid over beslissen. Het blad moet nog groeien." De omschakeling van *hobbyisme naar het uitgeven van een (semi) professio neel blad verloopt voorlopig goed. Palm was van de redacteuren het meest journalistiek ervaren en werd hoofdre dacteur. Hij dacht wel dat het "een heel gedoe" zou worden en is nu onge veer vijftien tot twintig uur per week kwijt aan het Historisch Nieuwsblad. "Zo gaat dat: het wordt toch altijd meer dan je van tevoren denkt", relativeert hij.
Houtvuur
Nieuws uit liet verleden Historisch Nieuwsblad wil historici op de hoogte houden i,^f ^iv ijw.'
Jurjen Boorsma Afgelopen maand 'verscheen het nulnummer van het Historisch Nieuwsblad, een nieuw tweemaan deUjks magazine voor historisch ge schoolde academici. Wetenschap pelijke pretenties heeft dit tijdschrift niet. Het wil naar krant ruiken. Het nieuwe blad zegt wat het is al in duidelijke bewoordingen in het redac tioneel op pagina 2: niet het zoveelste wetenschappelijke tijdschrift. Het is een nieuwsblad. Maar waarom is het wat het is? Hoofdredacteur Jos Palm haast zich te zeggen dat er natuurlijk niets kwaads schuilt in wetenschap. Alleen wil zijn blad zich niet toeleggen op publikaties over wetenschappelijk werk, maar op "redelijk vlot geschreven, journalistieke artikelen, die berichten over historisch
onderzoek, projecten en maatschappe lijke onderwerpen." Een blad dus "dat je kunt lezen voor het slapen gaan." Zo'n blad bestond nog niet op de le zersmarkt. Palm: "Het is bovendien zo dat er te genwoordig heel anders geschoolde his torici van de universiteit komen. Ze komen niet meer alleen in het onder wijs of de wetenschap terecht, maar ook in bijvoorbeeld de reclame, het be drijfsleven en de media. Ze hebben niet meer de gelegenheid om alle vaklitera tuur bij te houden. Het Historisch Nieuwsblad houdt ze op de hoogte van wat er gaande is in het historisch be drijf." De plannen voor het blad zongen al twee tot drie jaar rond in de redactie van Palaver, de directe voorganger van het blad. Palaver was het verenigingsor gaan van de Stichting Vakgerichte Be langenbehartiging Historici (SVBH).
"Klein, op half A4formaat, en aan dacht voor de layout was er eigenlijk niet. Iedereen schreef vooral over zijn eigen hobby. Ik ben geïnteresseerd in kerkgeschiedenis. Als ik wat informatie bijeen had, plaatste ik weer een artikel. Zo ging dat met iedereen. L angzamer hand is dat geen uitdaging meer. Dus gingen we nadenken over iets anders", verklaart Palm. De beslissing om een nieuw blad uit te brengen viel m maart. Vervolgens zocht de redactie met een redactionele for mule in de hand contact met verschil lende uitgevers, maar alle besprekingen ketsten af. "Hoewel geïnteresseerd, waren zij uiteindelijk toch niet in staat zo'n uitgave te realiseren", licht Palm toe. Het blad heeft nu onderdak gevon den bij het aan de vu gevestigde Histo risch Platform, een uit de SVBH en twee andere historische organisaties voortge komen stichting. • ' . , , , .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's