Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 430

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 430

8 minuten leestijd

AD VALVAS 1 9 MAART 1 9 9 2

PAGINA 1 2

Een schijntje in het licht der eeuwigheid Selma Schepel

Sommige boeken doet men zeer tekort door ze te bespreken in een klein rubriekje als dit. Ik is anders, een bundel opstellen over de autobiografie in verschillende culturen, is er zo een. Twintig hoofdstukken leiden je langs de meest uiteenlopende egodocumenten, uit diverse continenten en van antiek tot modem. Eenvoudige rechttoe rechtaan verslagen van mensen die hun leven zo uniek en belangrijk achtten dat hel schriftelijk voor de eeuwigheid bewaard moest blijven, zijn een typisch 'westerse' aangelegenheid, en bestaan pas sinds Petrarca. Naast zijn berichten voor het nageslacht, hield hij voor zichzelf een 'zondenboek' bij, waarin hij zijn ver-

grijpen minitieus noteerde in de hoop dat de innerlijke morele druk zo groot zou worden dat hij zijn leven zou beteren. Veel oudere, christelijke egodocumenten hebben als doel de eigen zielsontwikkeling te doorgronden. En bij de oudste vormen kun je niet echt spreken van een autobiografie. Horatius weefde verhalen uit zijn eigen leven door zijn werk enerzijds om te pochen over zijn enorme ontwikkeling, anderzijds waren zelfspot en zelfverkleining voor hem middelen om de hogere standen onaardige boodschappen in te kunnen peperen. Autobiografieën hebben het aura ooggetuigeverslagen uit de eerste hand te zijn, dus 'waar gebeurd'. Het is spannend om hier te lezen hoe velen die waarheid manipuleren. Vaak uit koketterie, of gewoon omdat de levensfeiten moeten rijmen met geloof, wensbeeld of conventie. Schrijvers van autobiografieën waren meestal beroemdheden in hun tijd. Pas in onze eeuw ontstond er een hausse in de ikvorm van 'gewone' mensen, van doorkijkjes in het sociale leven van een slaaf, een boerin, een oorlogsslachtoffer, een kankerlijder. Ook de opkomst van psycho-analyse en psychotherapie heeft bijgedragen aan deze enorme stroom van zelfbeschouwingen, vaak ook verkapt in de hij- of zijvorm en onder het mom van een roman. De meeste hoofdstukken in Ik is anders-, zijn kleine aanradertjes, zeker waar het minder bekende schrijvers betreft. Het is een boek dat aanzet tot het lezen van andere boeken; tot een stuk of tien autobiografische geschriften minstens, en vervolgens misschien ook tot de verdere pennevruchten der besprokenen. Maar dan ben je wel enige maanden volgeboekt. Toen ik als kind pas leerde lezen, was ik daar zo verrukt van dat ik me voornam in mijn leven alle boeken te gaan lezen die er op de wereld bestonden. De teleurstelling later, om te ontdekken dat het er daarvoor tevéél waren, en dat ik de meeste ook nooit zou kurmen begrijpen, alleen al omdat ik nooit alle talen van de wereld zou kunnen leren, was hevig. Het aantal boeken dat een mens überhaupt kan lezen, is relatief klein. Als je bij voorbeeld tachtig jaar oud wordt, dan kun je in een netto lezend bestaan van een jaar of zeventig, a drie boeken per week, m totaal hooguit 11.000 boeken lezen. En ben je een zeldzaam type dat echt elke dag een heel boek leest, dan kom je nog maar tot 25.000. Een aantal dat de vu-bibliotheek alleen al per jaar aan nieuwe titels aankoopt. En al zou je die boeken mijden die elkaar overlappen of waar grote onzin in staat, dan blijft de kennis die we maximaal tot ons kunnen nemen, in het licht der eeuwigheid en van het totale wereldbibliotheekbestand toch maar een schijntje. Ik is anders, red Mineke Schipper en Peter Sch mitz ISBN 90 263 1137 O, ƒ 39,50

'Op een dag smolt het gouden hartje van prins Propje'

Foto Bram de Hollander

'Over onderwerpen als seks praat ik liever in de vorm van een sprookje' Diana Doorenbal

Verhalen vertellen is in. Steeds vaker worden schrijvers uitgenodigd om voor te dragen uit eigen werk. Voorleesgroepjes en cursussen 'verhalen vertellen' bloeien op. In De Balie was twee maanden geleden een groots opgezet vertelfestival waar geïnteresseerden naar verhalen konden luisteren uit de hele wereld. En wie de Amsterdamse zender Radio 100 aanzet, kan regelmatig de prachtigste hoorspelen volgen. Misschien worden we een beetje televisie-moe, of zijn er veel mensen die hun bloedstollende verhalen niet bij een uitgever kunnen slijten. In PH 31 was afgelopen zondag een sprookjes-vertelavond. Studenten en bekende of minder bekende schrijvers konden hun verhalen voorlezen voor een gezellig gevulde zaal. Paul Biegel was de klapper van de avond. Een meesterverteller die eigenlijk machinist wilde worden, maar besloot z'n fantasie de vrije loop te laten in talloze boeken, met De kleine kapitein als de bekendste. Biegel las een paar hoofdstukken voor uit Nachtverhaal een boek dat rond september zal verschijnen. Een wereldprimeur dus. Het is een echt sprookje. Met een zenuwachtige kabouter die niet weet dat feeën zo doorzichtig als glas kunnen worden. Sprookjes gaan er altijd in. Ze zijn bedoeld voor kinderen. Ze worden doorverteld van grootmoeder op kleinkind. Andere kinderlectuur past vaak bij een

JOOL HUL

generatie, eeuwenoude sprookjes blijven altijd geliefd. Kinderen indentificeren zich met de gevoelens van de hoofdpersoon. Met de angstgevoelens om in de steek gelaten, geplaagd of niet bemind te worden, of om te verdwalen, want daar gaan de meeste sprookjes over. In Scandinavië is sprookjesonderzoek al vanaf 1840 een serieuze wetenschap. Sprookjes zijn er een belangrijk onderdeel van de volkscultuur. Op de Noorse middelbare scholen lezen kinderen sprookjes voor de literatuurlijst. Hoe kun je de Middeleeuwen immers bestuderen zonder kennis van ballades, sprookjes en mythen? Het leuke is dat sprookjes ook nog steeds actueel zijn. Een voorbeeld: ook in 1992 is het verlangen naar de pnns(es) op het witte paard er nog volop. ^ Natuurlijk zouden volwassenen veel meer sprookjes moeten lezen. En vooral: erin geloven. Dan zou de wereld veel leuker worden. Met de kleding van Assepoester of Doornroosje, en met huizen zoals die in Hans en Grietje staan beschreven. De architect Gaudi was daarmee trouwens al een eind op weg. Het zijn toch immers je eigen overtuigingen die je werkelijkheid vormen? Het leven zien als een sprookje, is dus geen gek idee. Een van de vertellers, Bert Wagenaar van Rreveld, heeft daar ervaring mee. Hij dacht zelfs een tijdje dat hij zelf een sprookje was. Dat hij

kon toveren, dat hij een speciale band met de zon en de regen had en meer was dan De Werkelijkheid. Sprookjes spelen een belangrijke rol in zijn leven. "Ik praat bijvoorbeeld graag in metaforen, als ik iets wil vertellen aan een vriendin. Sommige onderwerpen,-seks bij voorbeeld, zijn moeilijk om in gewone taal over te praten, dan vertel of schrijf ik dat in de vorm van een sprookje." Bert vertelde in PH 31 over pnns Propje met het gouden hart. Zijn ouders hadden er lang voor gespaard, maar er zat een nadeel aan dat hartje van goud: hij kon er niet mee huilen. Op een dag trof prins Propje een huilend prinsesje - die huilde voor de mensen die dat niet konden - in zijn bed aan. Toen smolt zijn hartje van goud. Bert schnjft zo nu en dan verhalen en gedichten in de kantlijn van z'n schrift. Hij besloot een van die verhalen voor te dragen omdat hij het leuk vindt om ze met anderen te delen. "Het contact met het publiek is leuk. Schrijven en voordragen horen een beetje bij elkaar, vind ik." Mia van der Lugt, die na Bert aan de beurt was, hield het niet bij voorlezen. Ze maakte er een onewoman-show van met allerlei attributen van het Waterloopplein. Het was een lange, leerzame avond. Vanwege het volle programma, met trouwens bijna geen vu-studenten, waren de vertellers verdeeld over twee zalen, beide omgetoverd in een sprookjesachtige ambiance. In de ene zaal zat

de verteller in het bos. De takken rondom de tafel suggereerden dit in ieder geval. De tafel in de andere zaal was versierd met rozenslingers en zilveren kralensnoeren, er op een lief clowntje en er achter een blauwe sterrenhemel. Toch waren de meeste verhalen geen echte Er was eens-sprookjes. Ze bestonden uit een mix van absurdisme, fictie en realisme. Zoals het verhaal van poppenspeler Dick van Schalk over de Commissie Onbekommerd Leven die de dood wilde afschaffen. Later bleek de verteller wel degelijk gek op sprookjes te zijn, vooral die uit Irak en Iran, omdat daar vaak kamelen en fantasiebeesten in voorkomen. In de fabel van Rosan Dieho, in het dagelijks leven scenario-schrijfster, waren een panter en een leeuw de hoofdrolspelers. De moraal van het verhaal: laat nooit een belofte zwaarder tellen dan de gevoelens voor een vriend. Ze schreef het verhaal ook daadwerkelijk voor een vriend, met de bedoeling om een ruzie tussen hen op te lossen. Rosan: "De vriend had hetzelfde arrogante karakter als de leeuw in m'n verhaal." Die vriend sloeg de moraal van de fabel helaas in de wind. Het opsturen van het verhaal betekende het einde van hun vriendschap. Dat is een afloop die nog tragischer is dan de fabel zelf. Rosan: "Hij woont vlak in de buurt, maar ik zie hem nu nooit meer. Maar mijn dochtertje van tien heeft genoten van het verhaal."

door Aad Meijer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 430

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's