Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 467

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 467

9 minuten leestijd

AD VALVAS 9 APRIL 1992

PAGINA 7

Ook in het Westen moet de rol van de overheid terug 'Economen moeten niet zo somber doen; ze zijn al tweehonderd jaar pessimistisch'

Edmond Malinvaud is een beroemde Franse statisticus/econoom. Al jaren wordt hij getipt als winnaar van de Nobelprijs. Eind maart bezoc ht hij twee keer de VU om er een aantal colleges te geven voor het Tinbergen instituut. Zijn faam ontleent hij aan zijn onevenwichtigheidstheone. Als de markt zijn werk doet, hoe komt het dan dat er werkloosheid is? Een gesprek op niveau over een aantal actuele ontwikkelingen. Foto Bram de Hollander

Jaap Koelewijn De Franse econoom maakt, ondanks zijn 69 jaar, nog steeds een energieke en vooral ook aimabele indruk. Met een accent dat herinnert aan dat van Peter Sellers in zijn rol van inspecteur Clouseau, beantwoordt hij met veel omhaal van woorden de vragen die hem gesteld worden. Als goed Fransman blijft hij op zijn eigen land georiënteerd. Ontwikkelingen buiten zijn eigen land lijken hem te ontgaan. Gevraagd naar de verschillen tussen Frankrijk en Ne­ derland merkt hij niet meer op dan dat in zijn land de arbeidsparticipatie van vrouwen veel groter is. Malinvaud heeft dertig jaar als statisti­ cus bij de Franse overheid gewerkt. Hij deed daar vooral onderzoek en gaf ook onderwijs. Hij werkte daarnaast aan buitenlandse universiteiten. Na zijn pensionering in 1987 ging hij bij het College de France werken, waar hij on­ derwijs geeft aan post­graduates. Daar­ naast helpt hij vakgenoten met voorko­ mende problemen en reist hij rond voor het geven van lezingen. Collega's tip­ pen hem al jarenlang voor de Nobel­ prijs. Als we hem vragen naar zijn kan­ sen, doet hij een poging zijn kandida­ tuur weg te wuiven. In de kring van beroepsgenoten is Mal­ invaud vooral bekend vanwege zijn one­ venwichtigheidstheorie. De aanhangers van deze theorie zetten zich af tegen de hoofdstroming van de economische we­ tenschap, die de evenwichtsbenadering aanhangt. Een voorbeeld kan de con­ troverse tussen de twee scholen illustre­ ren. Volgens de evenwichtsbenadering zal de prijs op een markt altijd zorgen voor het evenwicht tussen vraag en aan­ bod. Als het aanbod hoger is dan de vraag, zullen er processen in werking treden die vraag en aanbod met elkaar in evenwicht brengen. De prijs zal dalen, zodat bepaalde aanbieders zich zullen terugtrekken, terwijl de vraag zal toenemen. Anders gezegd, de economie is flexibel. Malinvaud wijst op de waar­ neming dat niet alle markten in even­ wicht zijn. Op de arbeidsmarkt zien we bijvoorbeeld dat er werkloosheid is. We zouden kunnen verwachten dat de .

lonjn JaLn, zodal vraag en aanbod beter gaan aansluiten. In de praktijk zien we dat de lonen niet, of slechts zeer langzaam, dalen. Vanuit de one­ venwichtigheidstheorie gaat men op zoek naar een verklaring voor dit feno­ meen. Zij het de vakbonden, de hoge uitkeringen, willen of kunnen de men­ sen niet werken? Met andere woorden: wie strooit er zand in de zo soepel ge­ achte economische machine?

Misère In en recent artikel signaleert u twee pro­ blemen. Aan de ene kant stelt u dat er een tekort aan hulpbronnen dreigt te ontstaan. Maar aan de andere kant ziet u de armoe­ de in de Derde Wereld als een groot pro­ bleem. Hoe denkt u dat deze armoede op­ gelost kan worden zonder het beslag op onze hulpbronnen te groot te maken? "Ik ben eerlijk gezegd nogal onzeker over de toekomst. Je kunt nogal wat re­ denen noemen om pessimistisch te zijn over de beschikbaarheid van hulpbron­ nen op termijn. Maar dit pessimisme kurmen we ook weer relativeren. Eco­ nomen zijn al tweehonderd jaar somber gestemd over de beschikbaarheid van grondstoffen. ledere keer voorspellen ze misère, maar vaak blijken hun voorspel­ lingen niet uit te komen. Dat heb ik met mijn eigen voorspellingen ook vaak gemerkt. Ik verwacht dat de groei de komende tijd niet zo hoog zal zijn, zodat de problemen in dit opzicht voor­ lopig nog wel zullen uitblijven. "Ik denk dat in de Derde Wereld de problemen veel dieper zitten. Veel lan­ den hebben een politieke en sociale structuur die de werking van de econo­ mie ernstig belemmert. We zien dat in veel landen de inkomensongelijkheid verder toeneemt, terwijl deze juist zou moeten afnemen. De gevolgen van de verkeerde structuren zijn naar mijn idee zeer verstrekkend. Als er in een Derde Wereldland een hongersnood is, dan is de oorzaak vaak een slecht werkend so­ ciaal­politiek systeem. Het gebeurt bijna nooit dat de mensen technisch niet in staat zijn voldoende voedsel te verbouwen." In de afgelopen jaren zagen we de ineen­

storting van de communistische staten in Oost­Europa. Het bleek niet mogelijk te zijn om economieën centraal te leiden. Het overheidsingrijpen in deze landen faalde volstrekt. Welke les moeten wij in het Wes­ ten uit deze ontwikkeling trekken? Denkt u dat de vrije markt niet beter in staat is de problemen op te lossen? "Ik wil u op deze vraag een genuan­ ceerd antwoord geven. De gebeurtenis­ sen in Oost­Europa hebben ons één ding heel goed duidelijk gemaakt. Als de overheid teveel gaat regelen, vallen de prikkels voor individuele personen om zich goed in te zetten weg. Op de lange termijn zal de economie dan vast­ lopen en dat hebben we in het Oost­ blok zien gebeuren. De overheid moet zich niet rechtstreeks bemoeien met de produktie, dat kan het beste aan de vrije markt worden overgelaten. "Toch kunnen we de overheid niet he­ lemaal aan de kant schuiven. Zij heeft zeer zeker belangrijke taken. Je kunt daarbij denken aan het onderwijs. Ik vind dat het verzorgen van onderwijs voor een belangrijk deel voor rekening van de overheid moet komen. Tot op zekere hoogte kunnen bepaalde onder­ wijsactiviteiten worden geprivatiseerd, maar ik denk dat we daarin terughou­ dend moeten zijn. "Een andere vraag is in hoeverre de overheid moet zorgen voor de sociale zekerheid. We zien dat we nu de grens van het overheidsingrijpen hebben be­ reikt. Er ontstaan problemen omdat de activiteiten van de collectieve sector de prikkels voor individuele mensen om zich in te zetten, wegneemt. We zien ook dat een te grote collectieve sector tot gevolg heeft, dat er een niet­efiïciënt gebruik van goederen ontstaat. We zul­ len daarom de rol van de overheid, ook in het Westen, moeten terugdringen. "De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik in dit opzicht van mening ben veranderd. Vroeger zag ik een veel rui­ mere taak voor de overheid weggelegd. Mijn generatiegenoten dachten daar meestal ook zo over. Nu zien we duide­ lijk dat een te grote overheidsinterven­ tie ook nadelen kan hebben. "Ik blijf wel van mening dat de over­ heid moet ingrijpen in. het geval de

markt faalt. Dan kun je denken aan het tegengaan van milieuvervuiling en infla­ tie. Deze verschijnselen ontstaan door­ dat het marktmechanisme tekortschiet. De overheid heeft in dergelijke gevallen tot taak om de belangen van andere partijen te behartigen."

rie hebben, daarvoor is de werkelijkheid te complex. Je kunt ook niet alles uit de beschikbare data afleiden. Een theorie moet daarom worden gebaseerd op de hypotheses die we van te voren ontwik­ kelen en die worden geconfronteerd met de data. Op deze manier kunnen we proberen modellen te ontwikkelen. Lange traditie Het is natuurlijk wel altijd zo dat de U heeft belangrijke bijdragen geleverd aan modellen een vereenvoudiging zijn van de veel complexere werkelijkheid. de ontwikkeling van de onevenwichtig­ heidstheorie. Nu kom en bij het testen van "Aan de hand van zo'n model kun je deze theorie belangrijke problemen naar proberen een verklaring te vinden voor voren. Is het niet zo datje kunt zeggen dat bepaalde verschijnselen die we om ons het denken vanuit de onevenwichtigheids­ heen zien. Dat kunnen we doen voor de theorie met zich meebrengt dat de weten­ arbeidsmarkt, waar vraag en aanbod schapper op een bepaalde manier naar de soms niet goed op elkaar aansluiten. feiten en cijfers gaat kijken en dat hij ver­ We kunnen dan proberen te verklaren volgens probeert daaruit een theorie af te waarom de kloof tussen vraag en aan­ bod kleiner of juist groter wordt." leiden, die hij er van te voren al min of meer in heeft gestopt? Met andere woorden, zou het niet beter zijn om met een bepaalde Met wat voor vragen houdt u zich nu onbevangenheid tegen de feiten aan te kij­ bezig? ken en daarna pas bepaalde verbanden te "Ik richt me maar voor een deel op gaan leggen? nieuwe vragen. Ik besteed veel van mijn tijd aan het helpen van andere mensen. "Ik denk niet dat het mogelijk is om Maar voor zover ik tijd heb voor nieuw onderzoek te doen zonder van te voren onderzoek, ligt dat op het terrein van een idee te hebben over de mogelijke de micro­economie. Ik probeer te ver­ samenhangen die er zouden kunnen klaren hoe de prijzen van bepaalde goe­ zijn. De economische wetenschap heeft in dit opzicht een lange traditie. Econo­ deren of diensten zich ontwikkelen en wat de invloed is van de prijzen op de men hebben altijd al getracht ideeën, aanwending van bepaalde hulpbron­ die ze vooraf hadden, te testen aan de hand van de feiten die ze hadden verza­ nen. Ook doe ik onderzoek naar de ma­ nier waarop in de collectieve sector het meld. Deze werkwijze vinden we terug best bepaalde projecten geselecteerd bij alle denkrichtingen in de economie. kunnen worden. Verder ben ik bezig Waar we wel voor moeten oppassen, is met de vraag hoe men bepaalde risico's dat we niet gaan werken op basis van moet waarderen." bepaalde dogmatische opvattingen. "Mijn antwoord op deze vraag is daar­ om het volgende. We hebben, als we Heeft u nog een advies voor de nieuwe ge­ onderzoek gaan doen, al een bepaalde neratie studenten? hoeveelheid kennis tot onze beschik­ "Jazeker, ik denk dat ze vooral oog king. We weten hoe mensen en organi­ moeten hebben voor de toekomstige saties zich gedragen. Ook hebben we eenwording van Europa. Ik zou ieder­ een bepaalde kennis over het institutio­ een willen adviseren op de een of ande­ nele kader van de economie. Verder re manier daar aandacht aan te beste­ hebben we de beschikking over een he­ den. Als ik jong was, zou ik zeker pro­ leboel data. We weten bijvoorbeeld hoe beren in het buitenland te gaan stude­ hoog het nationale inkomen is en hoe ren of in een Europees uitwisselings­ de prijzen zich ontwikkeld hebben. programma mee te doen. Europa, daar "Het probleem dat zich dan voordoet, ligt onze toekomst." is dat je die kennis en de feiten met el­ kaar moet gaan combineren. Je kunt Jaap Koelewijn is docent aan de faculteit niet van te voren al een sluitende theo­ economie. . .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 467

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's