Ad Valvas 1991-1992 - pagina 150
PAGINA 8 I
Decanen zijn eigenlijk vrije tijdsbestuurders. Als lioogie raar ligt hun hart bij de weten schap, maar ja, de fócuiteit moet wei een voorzitter hel> ben. Veei waardering kun je er echter niet mee oogsten, het is een hondebaan, een corvee. Veelal zijn het de lopende zatten die de aandacht vragen, maar moet een faculteit reorga niseren, dan is de decaan pas goed in de aap gelogeerd. Be stuurlijlte onverltwil(kelijl(heden liggen dan op de loer. Oe Rotterdamse bestuursty coon In 't Veld is voorstander van decanen met flink wat be voegdheden, die een integraal mandement toepassen. Trou wens, het vak kun je leren, hij geeft er les in. Alle decanen bij elkaar vormen een college. Aan de VU heeft dit genootschap de a^eiopen jaren aan invloed gewonnen. De universiteitsraad begint het een beekje af te leggen tegen de geteerde dames en heren.
De di es natali s (verjaardag) van de V U : een openbare zi tti ng vdn net college van decanen
Decanen bestuurders tegen wil en dank
Martin Enseri nk
D
e d e c a a n , w a t drijft h e m ? " C a l v i n i s t i s c h plichtbesef; i e m a n d m o e s t h e t t o c h d o e n " , zegt d e e e n . " H e t gevoel iets m e e r invloed uit te oefenen op het geheel", n o e m t e e n a n d e r . "Je v e r r u i m t je b l i k v e l d " , oordeelt een derde.
Het voorzitterschap van de faculteit is voor de meeste decanen niet meer dan een tussenstadium in een overigens wetenschappelijke carrière. En dat is begrijpelijk: uit de gesprekken met één de caan en d n e exdecanen rijst soms het beeld op van een 'hondebaan', die maar weinig erkenning oplevert. "Waardering ondervind je eigenlijk niet", zegt prof.dr. J.F. O rlebeke, sinds^ september de caanaf van de faculteit der psychologische en pe dagogische wetenschappen (ppw). "Maar eerlijk gezegd had ik die vroeger zelf ook niet voor andere decanen". Hoog in het rijtje ondankbare taken van de decaan staat vrijwel steeds de reorganisatie, waarmee sommige faculteiten jaren achtereen te kampen hebben. "Het is het ergste dat je als decaan kan overkomen", vindt prof.dr. G.E. Booij, die drie jaar decaan van de letterenfaculteit was. O nder zijn regime werd het besluit genomen de studie richting Fries op te doeken. "Mensen ontslag aan zeggen is zeer ingrijpend. Ze hebben soms een , heel stuk van h u n leven in een vak geïnvesteerd." Er zijn collega's die doen alsof ze Booij niet meer zien als hij door de gang loopt. Orlebeke deed tijdens zijn decanaat een poging de sectie sociale pedagogiek op te heffen, wat leidde tot een bittere strijd in faculteitsbestuur en raad. Ook hij wordt door sommigen niet meer gegroet. "Persoonlijke gesprekken, waarbij je zegt: 'sorry.
Foto NICO Boink, AVC/VI | '
maar dit moet afgebouwd worden', of 'kun je niet eens naar een andere job kijken', ja, dat vond ik het moeilijkste", zegt ook prof dr. N . F . T h . A n s , decaan van verreweg de grootste faculteit van de v u : geneeskunde.
Nieuwe profeet Het decanaat is de laatste jaren veranderd. Van ouds geldt de functie als een corvee, waarin de hoogleraren van een faculteit beurtelings berust ten, in het besef dat iedereen uiteindelijk aan de beurt kwam. D e belangrijkste taak was het afhan delen van de lopende zaken en het bewaren van de vrede. Voor het overige mocht elke hoogleraar zijn eigen eilandje bestieren. Maar de tijden zijn veranderd. Financiering van onderzoek door de overheid is een onzekere factor geworden, die faculteiten dwingt de markt op te gaan; rond onderzoekscholen en subsidies voor kwalitatief goed onderzoek ontstaat een felle stoe lendans; studenten komen niet meer vanzelf, maar moeten gelokt worden met een goed onderwijs programma. D e moderne decaan dient dan ook al lereerst over behoorlijke 'bestuurlijke kwaliteiten' te beschikken; hij moet een integraal management over de faculteit kunnen voeren. Prof dr. R. in 't Veld, voormalig directeurgene raal Hoger O nderwijs op het ministerie van O en W en tegenwoordig hoogleraar bestuurskunde in Rotterdam, is een van de profeten van het nieuwe denken over het facultaire bestuur. Een faculteit, zet In 't Veld uiteen, is een complexe organisatie waarin zich totaal verschillende processen afspe len: er moeten honderden studenten in vijf jaar een goed onderwijsprogramma krijgen: er zijn on derzoekprogramma's; er is dienstverlening aan derden; en er zijn wat In 't Veld noemt "schatka
mers van talent": de in de faculteit aanwezige ken nis en ervaring. "In de faculteit zitten al die dingen op elkaar geplakt, en er is vaak maar weinig aan dacht voor het management van het totaal." D e decaan, vindt In 't Veld, heeft temidden van al die processen te weinig mogelijkheden om z'n taak fatsoenlijk uit te voeren. O ver zaken als perso neelsbeleid heeft hij maar weinig te zeggen; dat wordt vaak gedaan door gespecialiseerde stafine dewerkers. "Zo maak je het decanen in feite on mogelijk h u n tent behoorlijk te runnen. Het ge volg is dat mensen in de faculteit zeggen: lazer op, met die decaan willen we niks meer te maken heb ben. D e faculteitsraad wordt ongedurig, er komt knorrepotterij over de begroting... D a n begint een faculteit weg te zakken. Iedereen trekt zich terug op zijn eigen onderzoek en onderwijs en niemand bekommert zich nog over de zaak als geheel."
Iets h i ë r a r c h i s c h e r Wil je die situatie voorkomen, dan zal er het een en ander moeten veranderen aan de positie van de decaan, vindt In 't Veld. de universiteiten moeten inzien dat de decaan een spilfunctie heeft in het bestuur. "Je moet decanen behoorlijk voorberei den, niet alleen door een opleiding, maar ook door ze uitgebreid met het bedrijf kennis te laten maken. Verder vind ik dat een decaan meer be voegdheden moet krijgen. Zo zou hij een belang rijke say op het gebied van het personeelsbeheer moeten hebben. Hij moet een beetje power kunnen ontwikkelen om z'n beleid te implementeren. De verhoudingen binnen de faculteit zouden best iets hiërarchischer mogen." Een zwakke decaan vindt In 't Veld funest voor de faculteit. D e situatie dat de hoogleraren het decanaat laten rouleren met anciëimiteit als criterium noemt hij "absoluut desastreus". Dat maakt het immers on vermijdelijk dat ook goedbedoelende maar onbe kwame bestuurders het pluche bezetten. O ok het feit dat veel faculteiten om de twee jaar van de caan wisselen, zint hem niet. "Twee jaar is veel te kort. Vier jaar is eigenhjk het minimum. Daar zou den de decanen voor moeten tekenen".
werken ongeveer een jaar vergt. Boeker wijst op zaken die hij in zijn ruime ambtsperiode van de grond heeft gekregen. Zo heeft zijn faculteit een eigen systeem voor de beoordeling van het perso neel. Als er één faculteit is waar het decanaat seneus wordt genomen, dan is dat de medische. Daar heeft men de gewoonte wat oudere hoogleraren voor het ambt aan te zoeken, die h u n wetenschap pelijke carrière met een gerust hart vaarwel kun nen zeggen. Decaan Arts heeft naast zijn decanaal geen enkele verplichting meer. "Aan het runnen van deze faculteit heb je ook een volledige dag taak", vindt hij. Arts gaat nu, op 64jange leeftijd, zijn vijfde jaar als decaan in; zes jaar acht hij een mooie periode. Beroepsdecanen fulltime bestuurders die zich niet hoeven te bekommeren om onderzoek en on derwijs bestaan in Nederland niet, al doet de si tuatie bij de medische faculteit er wel aan denken Een groot voordeel van de beroepsdecaan zou in ieder geval zijn dat hij of zij geen eigen belangen heeft in de faculteit. O rlebeke had die wel. "Dat is mijn achilleshiel geweest", zegt hij. "Bij de reorga nisatie bleef mijn eigen groep buiten schot. Daar door dachten mensen dat ik als decaan mijn eigen zaakjes zat te regelen." T o c h was het scheiden van de facultaire en zijn eigen belangen volgens O rlebeke wel mogelijk: "Als decaan trok ik me niets aan van mijn belan gen als hoogleraar. Aan de andere kant: je moet ook weer niet roomser dan de paus willen zijn. Je hoeft niet je kop in de strop te steken, zodat iederI een denkt: 'wat is die man o b j e c t i e f " ' Ook Booij, de decaan van letteren, laadde de schijn des kwaads op zich door zijn eigen onder !
denl won er te KIe b< Elke tead deel deel kon bij si sone wete situE en o
Pr< Ind flink zijn caan iens situs stuk datl culti Dat jarer wile scha hebl beet mijn katie We V
Ook deca slot niet fajn ben kost 'in st 'jeke ik Ie Aio' speh
met'
Volledige dagtaak
E. Boeker: 'In de facultei tsraad legde i k geen verantwoording af over mi jn standpunt i n het college van decanen. En als een decaan nooi t op het matje kan worden geroepen, hoe weet je dan dat zi jn taxati e i n het college van decanen jui st i s?'
J.F. Orlebeke:' Bi j de reorgani sati e bleef mi jn eigen groep bui ten schot. Dat i s mi jn achilleshiel geweest. Daardoor dachten mensen dat i k als decaan mi jn ei gen zaakjes zat te regelen. Maar als decaan trok i k me niets aan van mi jn belangen ai s hoogleraar.'
In hoeverre zijn deze nieuwe inzichten ook aan de vu doorgedrongen? Groeit het decanaat uit van het aöiandelen van de post en de lopende zaken tot een "integraal management"? De meeste deca nen bespeuren zo'n ontwikkeling wel. Maar het gaat soms langzaam. "Vaak is het toch nog vooral op de winkel passen", geeft exdecaan O rlebeke toe. "Je kunt lopende zaken op de faculteit bijstel len, maar je kunt niet alles radicaal veranderen. Die ambitie moet je ook niet hebben." P P W heeft nu al een lijstje klaar liggen met de namen van de decanen tot 1998. Ze dienen elk twee jaar. Eigenlijk te kort, vindt ook O rlebeke: "Een jaar langer had ik beter gevonden. Je komt er net een beetje in, en dan moet je weer weg. Dat is verspilling van ervaring." Prof.dr. E. Boeker heeft zijn faculteit, natuur en sterrenkunde, zes jaar gediend. In september nam hij afscheid als decaan. Hij vindt een decanaat van twee jaar maar inefficiënt, omdat alleen al het in
G.E. Booi j: 'Reorganisaties, dat i s het ergste dat je als decaan kan overkomen. Mensen ontslag aanzeggen i s zeer i ngri jpend. Ze hebben soms een heel stuk van hun leven i n een vak geïnvesteerd.'
N.F. mee denl won zake besl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's