Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 285

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 285

11 minuten leestijd

PAGINA 9

1991

Elma Verhey

Gezina van der Molen hield van lek­ ker eten en ze prikte graag een vork­ je mee. Als zij rond etenstijd bij de familie M . binnenviel ­ we schrijven de oorlogswinter van 1943 ­ schep­ te mevrouw M . bliksemsnel in elk geval de borden van de kinderen vol: alle kans dat er na Gezina's greep uit de pan niet veel meer te verdelen viel. Toch kan honger haar niet hebben ge­ dreven. Toen de familie M. (zelf gere­ formeerd en tot over de oren betrokken bij het verzet) na Gezina's arrestatie haar huis doorzocht op mogelijk belas­ tende zaken, vond ze kasten vol etens­ waar. Gezina van der Molen kende geen zelfreflectie. Ze zag domweg niet in dat anderen soms tekort kwamen door haar bovenmatig ontwikkelde ik. De anekdote is exemplarisch voor dat aspect van haar karakter, dat zich ook manifesteerde in haar werkzaamheden als voorzitster van de Commissie voor Oorlogspleegkinderen (O PK). Een func­

tie waarvan ze vlak voor haar dood schreef dat die de "zwaarste" en "moei­ lijkste" taak was geweest die zij ooit had verricht. Nachtenlang heeft ze er wakker van gelegen. Het piekeren en tobben kwamen echter niet voort uit de vraag of zij gelijk had: daaraan twijfelde Gezina van der Molen zelden. Ze vroeg zich af hoe het toch mogelijk was dat de tegenpartij dat gelijk maar niet be­ greep. Zij was er ten stelligste van over­ tuigd dat de 4.000 joodse onderduik­ kinderen die de oorlog overleefd had­ den, maar beter niet konden terugkeren naar het joodse milieu, terwijl joodse woordvoerders in de commissie OPK precies de tegenovergestelde mening aanhingen.

Wetsontwerp Aanleiding voor haar benoeming in au­ gustus 1945 tot voorzitster van de com­ missie die over de toekomst van elk in­ dividueel kind moest gaan beslissen, was haar verzetswerk. In de zomer van 1943 kwam ze in contact met een aan­ tal onderduikorganisaties die zich had­ den gespecialiseerd in het onderbren­ gen van kinderen. Ze sloot zich bij hen aan, zorgde voor tientallen onderduik­ adressen en wist in korte tijd de kinder­ kwestie naar haar hand te zetten. Zon­ der dat de anderen dat in de gaten had­ den. Voor de gemiddelde 'kinderwer­ ker' (vaak studenten) stond het alle­ daagse werk van dat moment centraal: er moesten honderden kinderen wor­ den ondergebracht of overgeplaatst, ze moesten worden gevoed en gekleed, de kinderen verkeerden elke dag in levens­ gevaar. Gezina, veel ouder, veel ervarener dan de kinderwerkers, begreep dat er een na­oorlogs probleem opdoemde: wat moest er met de kinderen gebeuren? Terug naar hun ouders? Of, als die niet meer leefden, naar familie of joodse hndertehuizen? O f was het beter dat de kinderen bi) de (vaak christelijke) on­ derduikouders zouden blijven, die zich aan de kinderen hadden gehecht? In augustus 1944 kwam er onder haar lei­ ding een wetsontwerp tot stand, waarin werd voorgesteld om alle joodse ouders die hun kind hadden laten onderduiken in eerste aanleg uit de ouderlijke macht te ontzetten. En hoewel het wetsont­ werp in deze extreme vorm nooit is goedgekeurd ­ joodse ouders die zich niet binnen een maand na afloop van de oorlog hadden gemeld bij het bu­ reau OPK werden formeel­juridisch niet

Studiemiddag Op 20 ianuari is het 100 jaar ge­ leden dat Gezina van der Molen geboren werd. De Interf acultaire Werkgroep Vrouwenstudies vu organiseert daarom op die dag een studiemiddag: aanvang 14.00 uur; plaats Auditorium vu. De Boelelaan 1105. Sprekers: Prof.dr. J. de Bruijn, Prof.dr. P.J.I.M. de Waart, drs. I. van der Coelen en mr .drs. T. Loenen. Voorstelling: Anne van Delft.

Kinderen van de Drie Prinsesjes, het observato­ rium van de commissie OPK, september 1947 Foto uit 'Om het Joodse kind'

Wat moest er met de joodse kinderen gebeuren? II

sk

uit de ouderlijke macht ontzet maar ge­ schorst ­ was daarmee de toon gezet. Nadat dit wetsontwerp m joodse kring bekend werd (in november 1944), liep het gevecht dat ongetwijfeld toch wel zou zijn uitgebarsten, pas goed uit de hand: de joodse organisaties maakten zich van hun kant op voor een felle strijd. Zo werd Gezina van der Molen mede­veroorzaker van een conflict dat ze naar haar eigen overtuiging nu juist meende op talossen. De gedachte om de kwestie te willen re­ gelen was zeker niet gek. Ook allerlei joodse organisaties ontwikkelden nog tijdens de oorlog ideeën over wat er te gebeuren stond. Honderden kinderen waren baby's toen ze werden onderge­ bracht. Zij wisten niet dat hun pleegou­ ders hun echte ouders niet waren. Zeker in het geval van weeskinderen vroegen ook joodse organisaties zich af of het wel in het pedagogische en psy­ chologische belang van het kind was om te eisen dat het onder alle omstan­ digheden moest terugkeren naar een joods milieu.

Nederlandsch Het curieuze van het wetsontwerp is echter dat daarin nauwelijks over wees­ kinderen wordt gesproken ­ die moes­ ten in de ogen van de schrijvers sowieso bij de onderduik­ouders blijven ­ maar dat alle aandacht uitgaat naar kinderen waarvan de ouders de oorlog hadden overleefd. Die moeten, zo zegt het wetsontwerp, eerst maar eens bewijzen dat zij nog wel geschikt zijn als opvoe­ ders. Ze zouden zijn "vervreemd" van de "behoede sfeer" waarin hun kinde­ ren zich tijdens de oorlog hadden ont­ wikkeld. Afgezien van de vraag of het niet bo­ venmatig hard was om de joodse ou­ ders na alles wat zij hadden doorge­ maakt ook nog eens van hun kind te willen beroven, valt de kanttekening te maken dat de omstandigheden waaron­ der kinderen ondergedoken zaten maar zelden "behoed" waren. Het onderdak geven aan joodse kinderen was bepaald niet zonder gevaar, en vooral de wat oudere en de erg 'joods' uitziende kin­ deren zijn soms wel dertig keer van on­ derduikadres verplaatst. De reden dat Gezina van der Molen er zo op gebrand was juist de kwestie van de niet­weeskinderen te willen regelen, heeft dan ook een andere achtergrond: moest er na de oorlog nog wel een joodse gemeenschap ontstaan, nu het jood­zijn bewezen had zoveel ellende te brengen? In het verzuilde Nederland was het tot ver na de oorlog gebruikelijk dat katho­ lieken zich over katholieken ontferm­ den, protestanten bij protestantse orga­ nisaties aanklopten en socialisten een beroep deden op de eigen organisaties. Dit wetsontwerp, waarin de beslissing over joodse kinderen aan een meerder­ heid van met­joden werd overgedragen, brak dan ook met alle verzuilingstradi­ .lies. Tegelijkertijd valt Gezina van der

Molen er moeilijk van te verdenken dat zij vond dat er in principe een einde moest komen aan de verzuiling in Ne­ derland.

Antisemitisme De kinderkwestie, zo schrijft: het wets­ ontwerp, is geen joodse maar een "NE­ DERLANDSCHE" aangelegenheid, die door "NEDERLANDSCHE gezinnen" in een "NEDERLANDSCHE sfeer" moest

worden opgelost. Juist met dat, stand­ punt bevond Gezina van der Molen zich op het gladde ijs van pseudo­ progressieve ideeën, antisemitisme en superieur geacht christendom. Joodse woordvoerders die in de jaren van het conflict (1945 ­ 1949) pleitten voor een joodse opvoeding, werden dan ook door alle politieke overtuigingen en reli­ gieuze gezindten aangevallen. Ze zou­ den racistische, nationaal­socialistische opvattingen toegedaan zijn, ondank­ baarheid vertonen of niet voldoende aandacht hebben voor het pedagogische en/of religieuze belang van het kind.

Nogal wat joden deelden die mening. Zij wilden ­ niet onbegrijpelijk ­ van hun joodse identiteit af en meenden dat deze prachtige assimilatiekans joodse kinderen niet mocht ontgaan. De strijd heeft voor de kinderen desas­ treuze psychische gevolgen gehad, die tot op de dag van vandaag doorwerken. Doordat de vraag centraal kwam te staan waar hun opvoeding zou moeten plaatsvinden ­ in een joods of een niet­ joods milieu ­ was er nauwelijks aan­ dacht voor de vraag hoe. Hun oorlogs­ trauma's, het verlies van ouders, familie en vertrouwde omgeving, al die juist al­ lerbelangrijkste vraagstukken verdwe­ nen naar de achtergrond. De conse­ quenties van het getrouwtrek voor de kinderen zelf werden in de hitte van het gevecht eveneens over het hoofd gezien. Dat valt uiteraard niet alleen Gezina van der Molen te verwijten: de joodse oppositie voerde de strijd minstens zo fanatiek als zij. De commissie OPK had alleen daarom al een betere voorzitter verdiend: iemand die de partijen met

elkaar probeerde te verzoenen en die het belang van het kind vanuit objectie­ ve maatstaven voor ogen hield. Daarbij was Gezina van der Molen geen peda­ goge en kinderen boeiden haar niet. Toch was er destijds niemand die haar voorzitterschap openlijk durfde te be­ twisten, op het Tweede­Kamerlid mr. B. Stokvis (CPN) na. Die vroeg zich in 1949, bij het debat over de afschaffing van het Besluit O orlogspleegkinderen, af of er niet beter een onpartijdige voor­ zitter­had kunnen worden benoemd. Alleen communisten, die zelf vooraan hadden gestaan in het verzet, konden zich veroorloven kriüek te spuien op mensen van het kaliber van Gezina van der Molen, zonder wie er tenslotte geen kind was gered. De joodse oppositie m de commissie besefte dat beter dan wie dan ook. Elma Verhey is redactrice van Vnj Neder­ land. Onlangs publiceerde zi] 'Om het joodse Kind', Nijgh Van Ditmar, f 49,50.

'Gereformeerde inslag veroorzaakte afkeer van hervormden' Emo Eskens

"Gezina van der Molen werd tij­ dens de oorlog door het rijk naar de kweekschool gestuurd waar ik op dat moment directeur was. Ze moest de examens controleren." Aan het woord is de eenentachtig jari­ ge emeritus­hoogleraar pedagogiek aan de vu, prof J.W. van Hulst. "Dat Gezina gecommitteerde was bij de examens was heel uitzonderlijk, want vrouwen werden toen zelden voor die fiinctie gevraagd. Het was nog eens extra bijzonder omdat Gezina had ge­ weigerd de Ariërverklaring te onderte­ kenen. Hoe dan ook, ik nam een exa­ men af en Gezina, die ik op dat mo­ ment nog niet kende, zat daarbij. In het lokaal er naast had ik een aantal kinderbedden neergezet voor vluch­ tende joodse kinderen. Tijdens het examen beginnen er een paar van die krengen te huilen. Gezina stapt na het examen dat lokaal binnen en zegt 'Wat zijn dat voor kinderen? Zijn dat joodse kinderen?' Ik knikte en toen sprak ze woorden die mij altijd zijn bijgebleven: 'Nu zie ik waarom God mij hier heen geleid heeft'. Twee weken later had ze al twaalf kinderen uit handen van de Duitsers gered door die onder te brengen op verschillende adressen. Daarmee heeft ze wat mij betreft de onsterfelijkheid verdient. Sinds die tijd werkten Gezina en ik samen. Geholpen door Amsterdamse en Utrechtse studenten en door de

Trouw­groep pikten we joodse kinde­ ren op vlak voor ze naar Westerbork en de vernietigingskampen werden vervoerd. De crèche waar die kinderen werden geregistreerd lag vlak naast de kweekschool. Wij haalden de kinderen uit de tuin van de crèche, brachten ze naar binnen en vervolgens gewoon door de voordeur van de kweekschool weer naar buiten. Het is een wonder geweest dat de Duitsers het pas in de laatste maanden van de oorlog door­ kregen. Waarschijnlijk hebben ze ge­ dacht dat niemand zo brutaal zou zijn. Maar Gezina was vooral een ontzet­

Van Hul st: 'Onsterfel ijkheid verdient'

tend brutale vrouw. Ze ging niemand uit de weg. Ook in het verzet, waar zij bekend was onder de schuilnaam 'tante Wilhelmina', bereikte ze daar­ door altijd wat ze wilde. Dat heeft ze later volgehouden. Maar uiteindelijk was ze natuurlijk ook maar een normale vrouw met nor­ male menselijke gebreken. Zo had ze iets dominerends en als je met haar sprak, dan was het alles calvinistisch wat de klok sloeg. Alles gebeurde zoals haar geloof dat wilde. Zo wist ze na de oorlog bijna alleen gereformeerden in de stichting Oorlogspleegkinderen te halen. Die stichting hield zich bezig met de vraag wat er na de oorlog met de joodse kinderen moest gebeuren die in pleeggezinnen waren onderge­ bracht. Haar gereformeerde inslag veroorzaak­ te ook een afl^eer van de hervormden. Er waren wel wat goede mensen onder de hervormden, vond ze, maar daar bleef het dan ook bij. Omdat ik her­ vormd was heeft ze bijvoorbeeld nooit enige poging gedaan om mij in de stichting Oorlogspleegkinderen te halen. En dat terwijl ik de enige pe­ dagoog in onze verzetsclub was. Maar ze was zo ontzettend calvinistisch. Wat mij betreft ging ze daardoor ook te veel uit van vaste ideeën bij de op­ vang van die joodse kinderen; ideeën die niet altijd goed waren voor het kind. Ze had beter ieder geval apart kunnen bekijken om te zien wat het beste zou zijn geweest voor het kind. Maar ze was zo rechtlijnig."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 285

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's