Ad Valvas 1991-1992 - pagina 349
AD VALVAS 13 FEBRUARI 1992 I
PAGINA 7
Krottenwijk in Abidjan, Ivoorkust. Onderzoek mag nooit leiden tot meer armoede, aldus minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking. Foto Jan Bogaerts (HH)
I
k heb me verbaasd over de onrust die de afgelopen maanden is ontstaan. Zitten de universiteiten mekaar niet teveel op te jutten? Want wat heb ik nu eigenlijk gezegd? Eén terloops interview, vorig jaar, met Het Parool. Ik heb toen ge zegd dat als je moet bezuinigen, ik prio riteiten wil stellen en niet de kaasschaaf erover laten schuiven. Eén van de prio riteiten is dat ik zo min mogelijk wens te bezuinigen op dat deel van de begro ting dat direct aan de ontwikkelingslan den ten goede komt. Dan is het logisch dat ik ga bezuinigen op activiteiten die hier worden uitgevoerd zoals bijvoor beeld het onderzoek."
éé
De Nederlandse universiteiten en onder zoeksinstellingen krijgen dus minder geld? "Dat zal geleidelijk gaan, maar het gaat wel gebeuren. Je zult je als universiteit meer moeten waarmaken; je zult meer moeten concurreren met ontwikke lingsrelevant onderzoek dat door de in stellingen in de Derde Wereld zelf wordt gedaan. Maar dat betekent niet dat de desbetreffende instituten en uni versiteiten daar niet bij worden betrok ken. Nee, ze worden erbij betrokken, maar niet als initiator, niet als eerste begunstigde. Als samenwerker, als me deonderzoeker." Minister drs J.P. Pronk wil alle projec ten, behalve aan de gewraakte accoun tancytoets, ook aan een aantal inhoude lijke eisen onderwerpen. "Het gaat om veel geld en de activiteiten die wij beta len, moeten de toets der kritiek kunnen doorstaan en dat is lang niet altijd het geval geweest. Ik wil dat alle projecten voldoen aan drie punten. Ze mogen niet leiden tot meer armoede, het mi lieu mag er geen schade van ondervin den en tenslotte wil ik dat er aandacht komt voor de positie van vrouwen. Meer niet, stelt Pronk. "Die drie ele menten samen noem ik ontwikkeling."
Adhoc Binnen de door hem gestelde randvoor waarden mogen de universiteiten hun eigen keuzes bepalen, meent Pronk. "Maar daarna zeggen: gegeven onze keuze moet het ministerie betalen, kan natuurlijk niet. De universiteiten zijn
'Niet de onderzoeker in de derde wereld is de counterpart van een Nederlandse deskundige, maar omgekeerd'
'-"ft**
... . . . ^ , , . s . , . ...^^ j : . . ^ ^ , . ^ ^ . ^ ^ ^ ï f i , ^ . . ; ^ ^ ' « ' Ü : > ><^'.4nr .>:
.•' >
te;»»
Pronk bezuinigt op onderzoeic in Nederland De universiteiten hebben er een potje van gemaakt. IVlet geld van ontwikkelingssamenwerking hebben ze onderzoek gefinancierd dat vooral hier in Nederland werd uitgevoerd..En dat was tegen de afspraak. De minister pikt het niet meer. "De universiteiten zijn heel knap geworden in het in rekening brengen van hun activiteiten. Ze calculeren, ik calculeer terug." Bert van Houten en Bert van der Linde
heel knap geworden in het in rekening brengen van hun activiteiten. De instel lingen calculeren, maar ik calculeer terug." "Laten we eerst maar het internationaal onderwijs bij de horens vatten. Ik heb in de jaren zeventig tegen de onderwijs instellingen gezegd: mik er nu op dat je de uitbreiding tot stand brengt in ont wikkelingslanden en niet hier. Door cursussen te organiseren vanuit de Ne derlandse instellingen in samenwerking met instellingen ter plaatse. Maar te rugkomend in 1989 kwam ik tot de conclusie dat de uitbreiding vooral hier had plaatsgevonden. Ik vond en vind dat er teveel adhoc instellingen waren gecreëerd, zoals pluimveecursussen in Bameveld, ik noem maar wat. En dat vind ik dus niet zo nodig. Mijn stelling is eigenlijk dezelfde als in de jaren ze ventig: uitbreidingen in de Derde We reld, prioriteiten stellen, oude cursus sen vervangen door nieuwe en meer sa menwerken. Dat is wat ik bedoel." Behalve cursussen van kortere duur zijn de laatste jaren ook de Engelstalige M.Sc.opleidingen flink in aantal toege nomen. Wil de bewindsman daar nu paal en perk aan stellen? Gezien de grote belangstelling voorzien ze kenne lijk in een behoefte. "Tuurlijk, maar er is behoefte aan alles. Aan noodhulp, aan kunstmest, er is een behoefte om meer landen te helpen. Je zult dus prioriteiten moeten stellen. Die koppeling van onderwijs aan een per soon met steun aan de desbetreffende instelling in de Derde Wreld is heel goed en dat model moet ook gehand haafd blijven. Maar meer samenwer king en niet alles alleen maar hier. Ik ben een groot voorstander van Zuid Zuid samenwerking, samenwerking tus sen ontwikkelingslanden. Waarom zou den studenten uit Suriname niet in Kingston kurmen studeren, aan de Uni versity of the West Indies? Een uitste kende universiteit, hét academisch cen trum van het Caraïbisch gebied. S uri name moet niet alleen maar op Neder land zijn gericht, op die Nederlandse
taal en cultuur. Er zijn talloze ontwik kelingsredenen om het evenwicht wat te herstellen." "Nou de tweede lijn. Dat is de samen werking tussen Nederlandse universitei ten en universiteiten in ontwikkelings landen. Vroeger hadden we het Pro gramma universitaire ontwikkelingspro jecten. Dat heb ik in de jaren zeventig mogen stroomlijnen; het ging toen alle maal om persoonlijk projectjes. Een lappendeken van projecten, die meer tot stand was gekomen vanuit het aan bod hier in Nederland dan vanuit de vraag in de Derde Wereld. Daar was veel kritiek op. Ik heb toen het pro gramma Universitaire samenwerkings verbanden gestart: een universiteit in Nederland had een langdurig samen werkingsverband met een universiteit in een ontwikkelingsland. En binnen die samenwerking konden talloze activitei ten plaatsvinden. Onderwijs, onder zoek, training, capaciteitsondersteu ning, maar ook materialensteun en uit wisselingen, eigenlijk kon alles in dat kader." "In 1968 beloofden de universiteiten dat zij vijf procent van de eigen capaci teit, geld en menskracht aan ontwikke lingssamenwerking zou besteden. Niet gefinancierd uit extra geld van ontwik kelingssamenwerking, want het was in het eigen belang van de universiteit om kijk te hebben op de problemen van Afrika, Azië en LatijnsAmerika. De heel idealistische universiteiten hebben heel even één procent uitgetrokken, de VU, de universiteit van Amsterdam en die in Utrecht. In 1989 kom ik terug en wat zie ik: het programma is als twee druppels gaan lijken op het programma dat we hadden afgeschaft. Er waren zo veel samenwerkingsverbanden van een heel minuscuul karakter dat het weer projectjes waren geworden." "Dus is de beleidswijziging toen z'n doel voorbij geschoten. En dat wil ik graag terug. Ik wil niet al die geïsoleer de kleine activiteitjes hebben. Ik wil een beperkt aantal langere termijn samen werkingsverbanden, waarbij niet wordt
versnipperd. En ik wil bovendien, hoe wel ik besef dat dat niet zo makkelijk is, dat de universiteiten er meer zélf aan doen. Die belofte van '68 is nooit nage komen."
Te oud "Ik ben misschien zo langzamerhand te oud dat ik het nog allemaal weet, maar de universiteiten willen het maar gauw vergeten. En dat begrijp ik ook wel door de bezuinigingen aan het begin van de jaren tachtig, dat wil ik best in aanmerking nemen. Ik ben geen ro manticus maar ik zou graag zien dat iets van die houding overblijft. Als alles moet worden betaald, betekent het dat men ontwikkelingssamenwerking als marginaal beschouwt. Als iets extra's, omdat het geld oplevert." Ook het onderzoek is veel te projectma tig georganiseerd geweest, vindt Pronk. Losse projecten, die vooral door Neder landse onderzoekers zijn aangedragen. "Ik noem ze los omdat ze vaak geen im plicaties hadden voor het beleid. Ik wil niet dat iemand in Nederland verzint wat belangrijk onderzoek is. Niet omdat het onzin zou zijn, het is vaak belangrijk onderzoek, maar de relatie met de concrete toepassing in het des betreffende land ontbreekt nogal eens. Daarom zeg ik: ik wil de zaak omdraai en. In de terminologie van ontwikke lingssamenwerking: niet de onderzoe ker in de Derde Wereld is de counter part van een Nederlandse deskundige, maar omgekeerd." "We starten bij de behoefte en dan gaat het om onderzoek naar lange termijn veranderingsprocessen in ontwikke lingslanden. Ik wil met een bepaald in stituut voor een langere periode gaan samenwerken. Daarvoor moet wel eerst een keuze worden gemaakt. Je wilt een zekere garantie dat de instelling de uit eindelijke doelstelling, de armoedebe strijding, haalt. Maar als die keuze is gemaakt, wil ik aan hén overlaten de behoefte te bepalen. Zo'n instelling moet ook 'nee' kunnen zeggen op de suggesties die vanuit Nederland worden gedaan en toch geld krijgen. Terwijl ze in de huidige situatie vaak ingefluisterd worden door deskundigen hier. Ik wil dat vermijden. Zij weten beter wat de behoefte is dan een des kundige hier, laat staan een ambtenaar op ons departement."
Bandung "Wat heb ik aan een mooi proefschrift van bijvoorbeeld een sociaalgeograaf over het industrialisatieproces op West Java. Ik ben veel meer geïnteresseerd in vijftien jaar onderzoek op het Westja vaanse platteland. Kijken hoe de situ atie van meisjes, jongens, kinderen en het milieu verandert als gevolg van die
industrialisatie. En dat onderzoek vdl ik laten uitvoeren door onderzoekers uit Bandung. De onderzoeksresultaten moeten dan leiden tot beleidsaanbeve lingen. En dan mag die sociaal geograaf ook helpen en zijn proefschrift maken. Maar de prioriteit ligt in Bandung." Bent U alleen geïnteresseerd in onderzoek naar sociale veranderingsprocessen? "Natuurlijk niet. Ik wil daar de nadruk op leggen, maar ben tegelijkertijd geïn teresseerd in technologie. Veel land bouwkundig onderzoek is technolo gisch van aard, maar ik wil het wel graag ingebed hebben in geïntegreerde plattelandsontwikkeling. Onderzoek mag geen eilandfunctie hebben, dat geldt zowel voor technologisch als soci aal onderzoek. Zelfs een proefschrift van een Indiase onderzoekster over de situatie van de vrouw op het Indiase platteland heeft, als het niet geoperatio naliseerd kan worden, geen enkele zin. Voor haar heeft het zin, maar om dat nu uit ontwikkelingsgeld te financieren, nee." "Dat heeft niets te maken met het on derscheid tussen technisch en sociaal. Onderzoek is voor mij een instrument, geen doel op zichzelf. Maar ik begrijp best dat fimdamenteel onderzoek altijd wel een eilandfunctie heeft, omdat het pas op langere termijn iets opleven. Maar waarom moet dat uit ontwikke lingsgeld worden betaald?" Is het gezien de tendens dat universiteiten zich steeds meer op fundamenteel onder zoekrichtenniet verstandiger aparte instel lingen in het leven te roepen om toegepast, op de tropen gericht onderzoek te doen? "Universiteiten hebben juist het grote voordeel dat onderzoek wordt gecombi neerd met onderwijs aan Nedelandse studenten. Dat heeft een spinoff in de vorm van beroepsopleidingen voor landbouwingenieurs, die later in Afrika kunnen werken. Daar hebben de uni versiteiten ook zelf wat aan. Daarnaast hebben de universiteiten ook een eigen taak. Onderzoek dat in ontwikkelings landen wordt uitgevoerd, heeft mis schien niet altijd dezelfde wetenschap pelijke kwaliteit als onderzoek in Ne derland. Maar het heeft in ieder geval z'n functie in de opleiding van mensen die, als ze eerunaal zijn afgestudeerd, in het buitenland gaan werken. En dus niet alleen maar aan de hand van een Nederlandse technologie, een Neder lands denkkader of een Nederlands cul tuurpatroon. Onderzoek in ontwikke lingslanden is, ook wanneer het niet he lemaal voldoet aan Westerse eisen, een investering in het onderwijs. En in die zin hebben de universiteiten het aan het einde van de jaren zestig ook begrepen: Het is voor hen van belang, zij zijn be tere universiteiten, wanneer ze interna
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's