Ad Valvas 1991-1992 - pagina 276
PAGINA 16 I
Werksters met stofkam en pincet Selma Schepel Modemisme in de literatuur is een bundel opstellen die eerder te beluisteren waren als VUSA-Iezing. Drie buitenlandse zwaargewichten en een Hollandsche dichter worden besproken door bewonderaars, na een prettig helder inleidinkje van mevrouw Ibsch. Ze kan zo citeren dat je elk boek waar ze haar betoog mee illustreert wel wilt gaan (her)lezen. Literatuurwetenschappers zijn net werksters: met stoffer en blik, of liever gezegd: met stofkam en pincet, sorteren ze de chaos die schrijvers al meesterwerken scheppend in de boekenkast creëren. Ze houden zich onledig met generaliseren en schemati-
Drs A. Levi van het bedrijf Procter Gamble neemt een sollicitatiegesprelc af seren van pennevruchten die bij h u n ontstaan helemaal geen rekening houden met die wetenschappelijke sorteerlustZ-dwang. Met humor laat Ibsch doorschemeren dat de angst dat een schrijver 'te individualistisch' of juist 'te traditionalistisch' om in een vakje geduwd te worden groot is. Zoals Van Halsema in zijn bijdrage het genoegen schetst 'schnjvers netjes onder de pannen te brengen' of 'scherp op de foto te krijgen'. M o demisme zelf bestaat dus helemaal niet, het is gewoon een van die etiketten waardoor men appels toch met peren kan vergelijken. Of Joyce met Proust met Svevo met Nijhoff. Het woord vooraf wil dat de Ulyssesbespreking 'een handvat biedt aan de welwillende lezer om van dit meesterwerk kennis te nemen'. Waarom moet de lezer welwillend zijn? Is het stukje zo beroerd dat van tevoren enige clementie gevraagd wordt? Of moet je het wegleggen als je anderswillend bent? Ongewild vond ik het 't stuk over Joyce het beste deel van het boekje, al wordt weer zoals gebruikelijk op de moeilijkheid en de ontoegankelijkheid van Ulysses gehamerd. Zou het niet zo kunnen zijn dat door de moderne opvoeding Ulysses juist steeds gemakkelijker te begrijpen wordt? Voor de doorgewinterde tv-kijker anno 1992 is het aan stukken hakken van scènes, die weer flitsend gehusseld worden met geheel verknipte andere verhaallijnen, immers doodgewoon? Joyce leent zich bij uitstek om geleerde opruimdrang op uit te leven, zoals uit een bijgevoegd schema blijkt. Svevo IS aangepakt als een huiswerkopdracht: het verhaal laat zich lezen als een uittreksel. Het stuk over Proust is alleen al knap omdat het een levenswerk van drieduizend pagina's in negen halve bladzijtjes meent te kunnen bespreken, waarvan bijna twee paginaatjes citaten. Na het grote buitenlandse trio mocht er van de VUSA ook een Nederlander aan het modemisme meedoen. D e keus viel om voor mij onverklaarbare redenen op de vervelende Martinus Nijhoff. Het zal wel niet voor niets zijn dat verschillende van de in dit artikel geciteerde modernisten, zoals Woolf en T e r Braak, zelfmoord gepleegd hebben: de modernist leeft in een wereld zonder houvast, 'de waarheid verplaatst zich telkens naar de volgende bladzijde, de bladzijde die nog geschreven moet worden'. D e enige genezing, volgens Nijhoff, brengt het geloof. Dus zijn we weer thuis: zoals het in een rechtgeaarde vusA-uitgave betaamt, komen hier de christenen onder ons aan hun trekken. Maar gelukkig alleen in het laatste hoofdstuk. Modernisme in de Literatuur, uitgave VUSA, ƒ 19,50
Foto Bram de Hollander
'Het is de kunst om goed te lubben' Gei
Erno Eskens De gebouwen liggen desolaat in de weilanden. Het regent en de wegen tussen de bouwputten rond het station Sloterdijk zijn verraderlijk glad door een laagje modder. Straatnaamaanduidingen ontbreken, maar gelukkig wijst een getimmerd bordje de weg naar de Aristozalen. Daar zijn vijfentachtig economiestudenten bijeen, hun pakken smetteloos, de opspattende modder getrotseerd, dasjes recht en de haren goed in model, want een verzorgd uiterlijk hoort er nu eenmaal bij. Het is nodig om met succes te 'lubben' bij potentiële werkgevers. "Lubben houdt het midden tussen lullen en lobbyen," vertelt Olivier Knippenberg terwijl ik mijn best doe om onopvallend de modder van mijn schoenen te krabben. Samen met enkele collega's van de internationale vereniging van economiestudenten, Aiesec, heeft hij een dag georganiseerd waar (bijna) afgestudeerde economen zich kunnen oefenen in het voeren van een sollicitatiegesprek. Vertegenwoordigers van grote accountancybureaus en van bednjven als Shell, Akzo, DSM en PTT Telecom zijn ter plekke, allen getooid met badges, folders en visitekaartjes. Ieder in een eigen zaaltje zagen zij de zenuwachtige sollicitanten door over hun motivatie, h u n studieresultaten en hun bestuurlijke ervaring. De gesprekken hebben 'een onenterend karakter', wordt mij vertelt door organisator Erik Jan van Gestel. "Desalniettemin maken
de studenten er wel werk van. Dat zie je al aan het feit dat iedereen in pak loopt. Die bedrijfsvertegenwoordigers lopen in pak lopen, dus doen de studenten dat ook." Achter hem staat een grijze massa met schoudervulling en aktekoffertjes in de nj voor een kopje tomatensoep. "Kijk, in de kappersbranche loopt iedereen met geverfd haar en m de horeca heb je ook weer specifieke gebruiken, daar is iedereen aan de cocaïne. Zo hebben wij ook onze gebruiken." "Is in de horeca iedereen aan de cocaïne?" reageer ik verbaasd, maar Erik Jan blijft bij zijn opvatting: "In de horeca is iedereen aan de cocaïne, of m ieder geval aan de drank." Tegenover mij verorbert R.J. Ekkebus op dat moment een kopje soep. Hij is van het accountancybureau 'Moret Ernst Young' en hij loopt alle dagen van Aiesec af, want hij heeft een missie: hij zoekt personeel. "De mensen die ik voor mij krijg zijn over het algemeen goed voorbereid op het gesprek en wanneer het klikt worden er verdere gesprekken op een van onze kantoren gevoerd." Verdere gesprekken? Is deze dag dan niet bedoeld als een oefening voor de studenten? "Natuurlijk," zegt Ekkebus, "maar als je iemand voor je knjgt die geschikt is.... Ik heb vanochtend al iemand voor een vervolggesprek uitgenodigd." Plotseling wordt mij duidelijk waarom de grijze pakken her en der zenuwachtig samenscholen: er zijn hier vette
JOOL HUL ! £e^/ jo^h ,00,
geluk te beproeven. In de grote zaal wordt op dat moment besproken of de baardgroei van Aiesecorganisator Olivier Knippenberg niet al te grote proporties heeft aangenomen. "Had je je nou niet even kunnen scheren?" klinkt over de tafel waar iedereen Aiesec-badges draagt. Olivier, de enige in het hele gebouw die niet van een jasje is voorzien, ziet mijn verbaasde blik en begint de verwijten van zijn collega-organisatoren direct te vergoelijken: "Misschien hebben ze wel gelijk. Als organisatie moeten wij goed overkomen bij de bedrijven." Zesdejaars economiestudent van de UVA, R.P. Ory, is wel goed gladgeschoren. Hij treft een joviale René de Schutter -"Ga lekker zitten. Wil je een glaasje jus?"- tegenover zich. Al bladerend in het grote Aiesec-boek, waar alle studenten met naam en c v . instaan, verrast de joviale bedrijfsvertegenwoordiger van DSM René door het gesprek te beginnen met de opmerking: "Zo, je mag zeggen waar we het over gaan hebben." De lichtelijk uit het lood geslagen student weet niet veel meer te stamelen dan: "Ja, eh, ik, eh, kom eigenlijk alleen om me wat te oriënteren op de arbeidsmarkt in de chemie." Dat is voor mij het sein om het luxueuze pand te verlaten. Als ik even later weer door de opspattende modder fiets besef ik dat ik één vraag met heb gesteld: hoe houdt iedereen zijn pak toch zo vlekkeloos schoon?
door Aad Meijer r
^
banen te verdelen. "Dat klopt," zegt Olivier Knippenberg. "Daarom hebben we bewust een lunch en twee theepauzes in het programma ingelast. Dat biedt de heren van de bedrijven een prima manier om te selecteren. Bij de lunch zie je wie initiatief neemt en wie wie benadert, maar je ziet ook wie de slijmballen zijn." D e bijna afgestudeerde economiestudent van de vu, T.J. Langelaar, valt niet onder die laatste categone. Als hem door Ekkebus in een kil zaaltje wordt gevraagd over zijn slechte kanten en zijn motivatie, erkent hij het maar eerlijk: "Ik aarzel te veel. Ik wil alle voor- en nadelen goed afwegen en daardoor kan ik niet snel genoeg knopen doorhakken." Ekkebus aarzelt niet: deze sollicitant wordt niet voor een vervolggesprek uitgenodigd. "Ik denk dat u eerst moet doorgronden wat u nu precies wilt," zegt hij terwijl hij een jaarverslag van zijn firma overhandigt aan de toch wat timide sollicitant. "Het initiatief laat ik verder aan u. Ik zou u nog wel dit willen meegeven: neem zelf meer initiatief bij zo'n gesprek en probeer aarzeling te vermijden. Straal zekerheid uit en probeer duidelijk aan te geven waarom u voor dit bedrijf kiest. Ik vond het verder wel aardig gaan, hoor, maar voor ons selecteurs is het in uw geval moeilijk om te zien wat voor vlees we in de kuip hebben." En daarmee eindigt het gesprek. D e sollicitant krijg ik niet meer te zien. Hij haast zich naar een ander bedrijf om daar zijn
\)^B£SrÊWE'.-
'•^^^ö/^, ;*5:
f-T^
V Va
MË De bek van ken (vsi vers de\ De< best kelij wor( keur voor der! ding
z Kï De tens 199 zoet van ,teit. )e ; leent koze versi drie TOU'
de KL ïeer vrage natui pen. wet poor In, ge VI
wn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's