Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 534

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 534

10 minuten leestijd

AD VALVAS 14 MEI 1992

PAGINA 8

Leidinggevenden liebben moeite met lianteren van conflicten 'Ze hebben aan de jaren zestig een anti­autoritaire mentaliteit overgehouden' Er wordt wat afgeruzied op kantoor. De aanleiding is vaak iets kleins: het niet dragen van de voorgeschreven stropdas of een reprimande over het gebruik van de dienstauto voor privé-ritjes. Dr. M. Euwema promoveerde onlangs op een onderzoek naar conflictbeheersing in organisaties. De sociaalen organisatiepsyc holoog vond uit dat vooral chefs moeite hebben met het oplossen van die ruzies. "Rustig blijven", is het devies, desnoods met hulp van een pilletje.

ondergeschikten, komen steeds vaker voor en ze blijken moeilijk oplosbaar. Voldoet iemand niet aan de verwach­ tingen van andere werknemers, vanwe­ ge een verkeerd gekozen stropdas of een ernstiger vergrijp tegen de bedrijfs­ mores, dan wordt hij daar op aange­ sproken. De reactie op die kritiek is vaak heftig. "Mensen worden steeds mondiger. Ze komen meer voor zichzelf op. Daardoor krijgen ze sneller ruzie met elkaar dan wanneer ze, zoals vroe­ ger, naar hun werk zouden gaan met het idee: ik moet toch ergens mijn brood mee verdienen", aldus Euwema. Hij confronteerde brigadiers van de ge­ meentepolitie met een case. De bri­ gadiers moesten een agent en een adju­ dant ­ gespeeld door acteurs ­ er voor het oog van een video­camera op wijzen dat het gebruik van dienstauto's voor andere zaken dan het vangen van boe­ ven verboden is. "Ondergeschikten ­ in dit geval de agenten ­ schieten door dergelijke kritiek in de verdediging. Ze bagatelliseren het probleem of ze gaan klagen over de bureaucratie: 'er kan hier ook nooit wat'. Vaak spelen ze de bal terug. Bij de politie bleken mensen met een boekje op zak te lopen waarin ze de fouten van hun chef noteerden. Zo hadden ze wat achter de hand als er ruzie kwam."

Lastig Jan-Jaap Heij

"Een flink deel van de conflicten in or­ ganisaties ontstaat doordat mensen af­ wijken van de regels. Collega's en chefs verwachten dat je je aan de regels houdt die in het bedrijf of de instelling waar je werkt gelden. Ze irriteren zich er aan als je dat niet doet, zelfs als het gaat om iets kleins als bijvoorbeeld het niet dragen van de voorgeschreven stropdas." De sociaal­ en organisatiepsycholoog dr. M. Euwema, werkzaam aan de Rijks Universiteit U trecht, promoveer­ de onlangs aan de vu op het proef­ schrift Conflicthantering in organisaties. Aan die keuze lag geen conflict ten grondslag, deelt hij mee. "Ik kreeg tij­ dens mijn promotie­onderzoek in Utrecht een baan, maar het lag voor de hand om mijn proefschrift aan de vu in te leveren. Daar ben ik aan het onder­ zoek begonnen." Euwema schetst een tamelijk somber beeld van de moderne werkplek: con­ flicten, zowel met superieuren als met

Dergelijke reacties zijn uiteraard niet bevorderlijk voor een oplossing van het conflict. Die oplossing wordt nog moei­ lijker doordat de brigadiers gespannen zijn tijdens een gesprek met een onder­ geschikte over diens gedrag. "Ze weten van te voren dat ze door hun kntiek in conflict kunnen komen met een agent. Dat is lastig voor een brigadier, want hij is afhankelijk van zijn ondergeschikten. Als die zich ziek melden, zit hij met de brokken, dan fiinctioneert zijn ploeg agenten niet goed meer. Door die span­ ning vooraf is er een grotere kans dat het gesprek niet goed verloopt." Verrassend genoeg blijkt de spanning van een brigadier minder te zijn als een adjudant op de functie van de dienstau­ to gewezen moet worden. Het is mak­ kelijker om de baas te corrigeren dan een ondergeschikte, constateert Euwe­ ma. De brigadier moet likken naar on­ deren, maar mag beschaafd trappen naar boven. "Ook voor een adjudant geldt dat hij afhankelijk is van zijn on­ dergeschikten. Hij is ­ net als een bri­ gadier ­ ook afhankelijk van zijn superi­ euren, maar dat blijkt voor mensen minder problematisch. Een onderge­

schikte kan in dergelijke conflicten de verantwoordelijkheid afschuiven. 'Hij is de baas; hij moet maar zorgen dat het gesprek goed verloopt'."

Aperotsje De stress van de brigadier werkt in zijn nadeel als hij een ondergeschikte tot de orde moet roepen, zo schnjft Euwema in zijn proefschrift. Zijn onderzoek wees uit dat de brigadier op zijn strepetT gaat staan omdat hij bang is om te ver­ liezen. Daardoor wordt de kans groter dat het conflict escaleert. Dreigt daar­ entegen ruzie met de baas, dan heeft hij baat bij de (geringere) stress die het ge­ volg is: de spanning noopt hem op zoek te gaan naar een oplossing. Euwema destilleert uit die meetresulta­ teh de aanbeveling dat een geïrriteerde leidinggevende "af moet koelen" voor­ dat hi) een ondergeschikte gaat onder­ houden over diens wangedrag ­ zo nodig door het slikken van kalmerende middelen. Een ondergeschikte moet "het ijzer smeden als het heet is": zit hem iets dwars, dan kan hij dat maar beter meteen zeggen. In de praktijk blijken vooral leidingge­ venden dergehjke aanbevelingen goed te ktmnen gebruiken. Euwema, die naast zijn wetenschappelijke arbeid ook cursussen 'conflicthantering' aan ma­ nagers en bestuurders bij de politie, in de gezondheidszorg en op scholen heeft gegeven, constateert dat het oplossen van conflicten leidinggevenden vaak niet goed afgaat: "Ze moeten vooral 'Het ontbreekt managers vaak aan communicatieve vaardiglieden' rustig reageren, maar mensen hebben Foto Bram de Hollander nu eenmaal de neiging om meteen in de aanval te gaan." spreken wel hoe een computer werkt en kunt dat veranderen door mensen meer Wanneer er een conflict is, geldt nog hoe ze een beleidsanalyse moeten samen te laten werken, bijvoorbeeld steeds de basisregel dat de chef uitein­ maken, maar het schort aan him com­ door alleen publikaties in teamverband dehjk beslist. Chefs hebben echter municatieve vaardigheden." toe te staan. Dat zorgt voor meer inte­ moeite om de knoop door te hakken. Met zijn cursussen kan hij dat tekort resse over en weer en voor minder Euwema: "De mensen die nu hogere slechts moeizaam aanvullen. "Je kunt agressie. Je bedenkt je wel twee keer om functies vervullen, hebben aan de jaren mensen een paar vaardigheden en tech­ ruzie met iemand te gaan maken als je zestig een anti­autoritaire mentaliteit nieken bijbrengen voor het hanteren weet dat je de komende jaren nog met overgehouden. Tegenwoordig is weer van conflicten, maar het probleem van hem verder moet." meer dan vroeger geaccepteerd dat per­ ruzies is natuurlijk dat je opgewonden soonlijk leiderschap van mensen nodig raakt en dan meteen weer vergeet wat kan zijn, vooral als er snel beslissingen je hebt geleerd. Mensen vervallen dan genomen moeten worden. Maar juist in heel primitief gedrag." degene die de beslissingen moet Een betere opleiding is niet genoeg om nemen, is nog het minst van die nood­ ruzie te voorkomen. De organisatie zaak doordrongen." moet volgens Euwema op sommige punten ook worden aangepast. "Neem bijvoorbeeld de universiteit: dat is nu Aperotsje een soort aperotsje. Het gaat er om wie Leidinggevenden hebben ook niet ge­ het meest publiceert. Dat betekent dat leerd om conflicten te hanteren, zo mensen op een negatieve manier van el­ meent hij. "Ze worden niet goed opge­ kaar afhankelijk zijn. Als de een beter is leid: het accent in hun onderwijs ligt lijken de anderen slecht te functione­ nog steeds op inhoudelijke kennis van ren, daardoor ontstaan conflicten. Je zaken. Managers weten bij wijze van

Langverwacht debat eindigt als Icluclit Criticus Vervaet hunkert naar waardering van testpsycholoog Drenth Eindelijk heeft dr. Ewald Vervaet zijn zin gekregen: Prof.dr. Pieter Drenth is in het openbaar met hem in debat gegaan over de testpsychologie. De bijeenkomst afgelopen donderdag, georganiseerd door de Faculteitsvereniging VSPVU, had meer weg van een klucht dan van een wetenschappelijk debat, ^oor Vervaet zelf was daarbij een glansrol weggelegd. Arjan Spit

'arenlang bestookte Vervaet, psycho­ oog en natuurkundige, de vspvu met iet verzoek een discussie te organiseren over de testpsychologie, waarop hij

naar eigen zeggen fundamentele kritiek heeft. Hij richtte zich hierbij expliciet op Drenth, een van de belangrijkste ne­ derlandse auteurs over testpsychologie, hoogleraar arbeids­ en organisatiepsy­ chologie aan de vu en voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Academie voor de Wetenschappen. Drenth wei­ gerde mee te werken aan zo'n debat, omdat hij het een zinloze onderneming vond: een redelijke discussie zou met Vervaet niet te voeren zijn. Van liever­ lee kwam hem echter het gerucht ter ore dat hij het gewoonweg niet aan zou durven met Vervaet in het strijdperk te treden. Om daar mee af te rekenen stemde Drenth eindelijk in met een openbare discussie.

Schijnfeiten De kritiek die Vervaet heeft op de psy­ chologische tests komt erop neer dat hij vindt dat deze niet valide zijn, niet em­ pirisch gefundeerd. Bovendien maakt hij in zijn betoog bezwaar tegen het op­ tellen van scores van sub­tests en het weergeven van de uiteindelijk uitkomst in een getal, bijvoorbeeld 'een IQ van 110'. Hij noemt dit rekenkundige feiten en psychologisch gezien schijn­feiten. Die kritiek is door Drenth en dr. Sijts­ ma, mede­auteur van zijn laatste boek,

gemakkelijk te pareren. Zij erkennen immers dat vele tests niet valide zijn: dat vormt een belangrijke reden voor het bestaan van hun vakgebied. Verder volgen de rekenkundige bewerkingen waartegen Vervaet bezwaar maakt in­ derdaad niet uit de theorie, maar zijn deze wel toetsbaar op hun bruikbaar­ heid. Tot slot erkent Sijtsma ronduit dat 'een IQ van 110' op zich geen enke­ le betekenis heeft. Om met dat getal een zinnige uitspraak te doen over de intelligentie van iemand zijn bijbeho­ rende normen nodig, het gaat om een vergelijking. Beide psychologen stellen dat ze voorstander zijn van een kriti­ sche bespreking van het testgebruik, maar m de kritiek van Vervaet zien zij niets. In het debat na de pauze wordt de sfeer steeds geïrriteerder en de discussie ver­ warder. Drenth en Sijtsma komen nau­ welijks aan het woord, terwijl Vervaet steeds opgewondener raakt en heftig gebarend over het podium heen en weer beent. Het lijkt er niet op dat de testpsychologen het een probleem vin­ den dat ze weinig ruimte krijgen: stoï­ cijns achter de tafel gezeten laten ze de woordenstroom van Vervaet over zich heen komen. Het gedrag van Vervaet wordt daaren­

tegen steeds boeiender. Hij­ beweert nu dat hij een alternatief paradigma voor de testpsychologie vertegenwoordigt. Zijn stelling illustreert hij met de be­ kende ambigue plaat waann je zowel een jonge vrouw als een oude vrouw kunt zien. "Stel nu dat de oude testpsy­ chologie de oude vrouw is", zegt Verva­ et. De zaal lacht. "Ja, want die theorie is tenslotte ouder dan mijn theorie en ook gezien onze leeftijden, professor Drenth, lijkt deze keuze mij gerecht­ vaardigd. Maar als u het er niet mee eens bent moet u het zeggen hoor, want mij maakt het niet zo veel uit..." Drenth vindt het allemaal best. De clou is uiteindelijk dat vanuit het ene para­ digma iets anders wordt gezien in de plaat dan vanuit het andere.

Mavo­niveau Maar Drenth heeft helemaal geen be­ hoefte aan een nieuw paradigma, en het is hem al helemaal onduidelijk wat Vervaets alternatief is. Daarnaar ge­ vraagd grijpt Vervaet zijn proefschrift over de ontwikkelingspsycholoog Piaget en houdt dit omhoog: "Dit is mijn al­ tematiefl En als u dat te dik vindt kunt u beginnen met mijn uittreksel op Mavo­niveau! Slechts vier­vijftig in de boekwinkel!"

Over en weer worden nog wat kleine hatelijkheden geplaatst, de zaal bemoeit zich er mee, de voorzitter probeert Ver­ vaet er toe te brengen in ieder geval te blijven zitten, maar een echte discussie komt op geen enkele manier op gang. Vervaet probeert steeds duidelijk te maken dat hij enorme kntiek heeft op Drenth, maar die vindt zijn opmerkin­ gen irrelevant. Het wonderlijke is dat Vervaet, ondanks zijn kritiek, hunkert naar waardering van de testpsycholoog. Als het debat is afgelopen richt hij zich nog even persoonlijk tot Drenth: "Ik hoop dat u begrijpt dat ik enorme be­ wondering heb voor u, en uw werk zeer waardeer. Maar ik heb ook kritiek op u. U heeft echter alleen kritiek op mij en ik vind het zo jammer dat u helemaal geen waardering voor mij heeft..." Drenth onthoudt zich van commen­

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 534

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's