Ad Valvas 1991-1992 - pagina 514
l A D V A L V A S 2 9 APRIL 1 9 9 2
PAGINA 1 6 I
Oorlogwinter en zomerstijd Selma Sch epel
U begreipt ijgeluk bezd goet wat hier gesgrefe staat, al is het niet volgens het 'groene boekje'. En begnppen naar elkaar overbrengen, daar gaat het toch om in de taal. Toch hangt er om mensen die moeite hebben met het schrijven van ABN een aura van onvolkomenheid. Mijn strenge leraar Nederlands beweerde rustig dat mensen die niet konden spellen en die geen goedlopende zinnen kon den formuleren, ook niet helder kon den denken. De angst om via een dictee betrapt te worden op dom zijn, dreef de ambitie en de onderlin ge concurrentie onder de Nederland se lessen op. 'Hardnekkige spellingfouten' heet het boek van Ria Kleijnen dat via taalktmdige benadering de mogelijk heid biedt aard en ernst van fouten
patronen en spellinggedrag van 'de zwakke speller' te classificeren, en zo de juiste remedie te vinden. Meteen denk ik: die titel deugt niet, het moet spellingsfouten zijn. Aan mijn eerste serieuze baan, correctnce bij een dagblad, heb ik nog de tic overge houden dat ik met grote regelmaat het woordenboek beduimel. Van Dale lost het raadsel evenwel maar half op: "In de Woordenlijst van 1954 worden samenstellingen met 'speUing' alleen zonder s vermeld, maar de vormen mèt s zijn de meest gangbare." Kleijnens boektitel be helst fouten met of in spelling, dus voor de duidelijkheid mag er best een genitief s tussen. Een vaste regel lijkt er evenwel niet te zijn, want je zegt bijvoorbeeld niet oorlogwinter of zomerstijd. Voor veel mensen is spellen niet het spelletje dat ik er in zie, maar een re gelrechte crime. Spellen kan een le vensgroot probleem zijn, met maat schappelijke consequenties. Eigenlijk is het, als je het hoofdstuk over de reeksen van spellingsregels leest, ver bazingwekkend dat nog relatief veel mensen het er zo redehjk vanaf bren gen, want van lang niet alle woorden kan de spelling logisch verklaard worden. En bij vele waarvan dat wel zou kunnen, moet je behoorlijk wat etymologisch speurwerk doen (hei zij: "het sgaap licht in de wij"). Vaak zie ik de woorden, terwijl ik ze denk of uitspreek, letterlijk gedrukt staan "voor mijn geestesoog, alsof ik ze oplees uit een boek dat zich vlak achter mijn ogen bevindt. Hoe zit dat eigenlijk in de hoofden van anal fabeten? Daar kan 'Hardnekkige spellingfouten' geen antwoord op geven. Wel beschrijft het spellers van twee typen aanleg: 'Chinezen' en 'Phoeniciërs'. De Chinezen ervaren, net als bij het Chinese schrift, elk woord als een beeld dat als zodanig al of niet m het geheugen gegrift wordt. De Phoemcièrs waar ik ken nelijk toe behoor zijn genoemd naar de uitvinders van ons alfabet, en spellen in letters en volgens regels. Het is geen boek voor een groot pu bliek. Met klem wordt in de inleiding gesteld dat het een studieboek is voor wie in zijn werk te maken krijgt met zwakke spellers van gevorderde leef tijd. Voor niet taalkundigen staat er achterin een verklarende woorden lijst waann zelfs uitgelegd wordt wat een vocaal of een syllabe is. Hoewel het boek gelardeerd is met duidelijke onderzoeksoverzichtjes en tabellen, lijkt het me voor mensen die wèl taalkundig onderlegd zijn ook nog vri) moeilijk. Op de meeste bladzij den staan wel een paar alinea's die ik hardnekkig meer dan eens moet lezen, voor ik begrijp wat er staat.
Ria Kleijnen Hardnekkige spellingfouten, geheel herziene en uitgebreide tweede druk, ISBN 90 265 1271 6, f 49,50
a-i'fV"
Om half twaalf gaan de lichten uit en de deur op slot
Foto Bram de Hollan der
Standaardvermaning van de wacht: 'Vergeet u de lichten niet?' Dirk de Hoog
Vrijdagavond om tien uur ligt het hoofdgebouw van de vu er donker en verlaten bij. Toch gaan de lichten pas over één uur uit en zullen de surveillan ten Erik de Langh en Mo Yakoub als laatsten het gebouw verlaten. Vrijdagavond is een stille avond, vol gens het meisje aan de receptiebalie. Ei genlijk is het elke avond na een uur of half acht stil, zegt ze. Dan zitten de avondstudenten in de collegebanken of achter de boeken. Zij vindt de avonden alleen achter de balie in de hal wel wat unheimisch, maar er gebeurt zelden iets onregelmatigs. De Langh en Yakoub komen net terug van hun buitenronde. Deze avond is er niets bijzonders te melden. Tijd voor een laatste ronde door het hoofdge bouw. Yakoub neemt de collegezalen en de bestuursvleugel voor zijn reke ning. De Langh gaat via de kelders en de mensa naar de vijftiende verdieping om dan gang na gang, trap na trap, weer af te dalen. In de kelder zit nog een groepje schoonmakers in hun schaftlokaal. Volgens de surveillant zijn het meestal dezelfde mensen, die om deze tijd op hun.kamer zitten. S ommi gen zitten er elke avond. Het zijn er nu niet veel. Op drie kamers zijn mensen aan het werk. "Vergeet u de lichten niet?", is de standaardvermaning van De Langh. Elke deur wordt gecontro leerd. Bijna alle kamers zijn op slot. Op de vijfde verdieping is het raak. Achter een niet afgesloten deur, staan dne
JOOL HUL
computers en een faxapparaat klaar om meegenomen te worden. De Langh haalt een beetje laconiek zijn schouders op, hij is eraan gewend dat mensen slordig met hun spullen omgaan. In sluipers slaan echter vooral overdag hun slag. Onlangs is er 's nachts ingebroken. Het glas van een zijdeur was ingegooid en een paar computers waren verdwenen. Nu is die deur dicht gespijkerd met ste vige platen hout. De surveillanten voe len zich niet angstig tijdens de eenzame rondes, meestal is er niets aan de hand. Er heeft een tijdje een zwerver m de trappehuizen geslapen, maar dat is al weer lang geleden. Het laatste incident was een paar weken terug. Een over spannen student vloog zijn docent aan. De jongen moest door de politie afge voerd worden, want hi) was niet tot bedaren te brengen. Om kwart voor elf galmt een doordrin gende ding-dong door de intercom: "Dames en heren, wilt u het gebouw verlaten, want we gaan om elf uur sluiten ", is de mededeling. We zijn terug bij de balie. Een laatste gast drentelt het gebouw uit. Hij is vaste klant. Al tien jaar lang komt hij drie, vier keer in de week in de mensa eten en gaat dan de kranten en tijd schriften lezen tot sluitingstijd. Dat is om elf uur als de sirene gaat loeien ten teken dat de werkdag nu écht voorbij moet zijn. Officieel is het gebouw nu leeg op de twee surveillanten en de receptioniste na. Zij mag naar huis, de surveillanten
blijven nog een half uur wachten en maken het dagrapport op. Vandaag is dat zo klaar, er is niets bijzonders te melden, om half twaalf gaat het licht uit en de deur op slot. Wisseling van de wacht. In het energie centrum is de nachtploeg aan het werk, zij zijn altijd met z'n vieren en vormen een vast team. Deze week is de beurt aan de heren Van Buiten, Bruin, Vree ken en De Groot. Buiten de werkenden in het ziekenhuis zijn zij 's nachts de enige beambten op de campus. S urveil lant De Langh draagt de wacht aan hen over. De mannen van de wacht zijn niet zo blij met hun taak als nachtportier. Chef van de wacht Van Buiten legt uit dat de mensen in het energiecentrum technici zijn, die hun handen vol hebben aan het laten draaien van het machinepark, want ook 's nachts moet de levering van warmte, stroom, water, perslucht en koude ten behoeve van de airconditio ning, doorgaan. Tenslotte zijn ze ook leverancier van het ziekenhuis en dus mag de stroomvoorziening nooit stilval len. Bovendien vragen de machines die overdag draaien veel onderhoud. Ter il lustratie van hun bezigheden volgt een twee uur durende rondleiding door de bedrijfshallen en wordt de werking van de machine's uitgelegd. We keren terug naar de regelkamer, waar om twee uur wordt geschaft. Alle vier de heren zijn het er roerend over eens dat ze 's nachts hun handen vol hebben aan hun eigenlijke taak, de techniek van het energiecentrum. Maar
als iemand een gebouw in of uit moet, of er gaat een alarm af, dan gaan zij erop af. Zo'n tocht maken ze niet graag alleen want je weet nooit wat of wie je aantreft. Met z'n tweeën gaan is echter een probleem, omdat de centrale dan snel onderbezet is. Vooral het Wis en Natuurkunde ge bouw is berucht. "Zo lek als een mandje", vinden ze allemaal. Maanden lang konden deuren van buitenaf door de brievenbus geopend worden en ook veel ramen sluiten niet goed. Gisteren nog zijn bij Biologie computers gesto len. Ze stonden er pas een dag, ter ver vanging van computers die onlangs ge stolen waren, zo wordt verteld. Bij de tweede bak kofSe komen de anekdotes los. Zoals toen op kerst avond een alarm afging van een inva lidentoilet. Een spiernaakte zwerver stond zich lekker te wassen, maar zijn kleren waren nergens meer te vinden. En ja, vroeger kwam De GaayFort man, toen hij nog de baas op de vu was, hoogst persoonlijk op nieuwjaars morgen met een kist sigaren en gebak langs. De boterhammen zijn op. De schafttijd is voorbij. De mannen m hun blauwe overalls klimmen de metalen ladders af om verder aan de machines te poetsen. Het was een rustige wacht, althans tot half drie 's nachts; op dat tijdstip stapt de verslaggever de regen in en zoekt zijn fiets op.
door Aad Meijer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's