Ad Valvas 1991-1992 - pagina 370
AD VALVAS 20 FEBRUARI 1992
PAGINA I S I
Mopperen en meeslepend vertellen Selma Schepel "De braamstruik van Mozes leeft nog tot op vandaag en maakt zelfs nieuwe takken" schrijft Egeria, een vrouw die in de vierde eeuw na Christus een pelgrimstocht maakte naar gebieden die nu Turkije, Li banon, Syrië, Israel en Egypte heten. Het verslag hiervan, in vulgair Latijn, aan haar 'geliefde dames' of 'eer waarde zusters' is een van de aller oudste verhalen die over zo'n reis be waard zijn gebleven. Geen moeite was Egeria teveel om de plaatsen die de Bijbel noemt met eigen ogen te aanschouwen en hier van nauwkeurig te berichten aan haar vermoedelijk Zuidfranse thuisfront. Of zij een non was, een
t
Folii N.LO Büini- AVC VU
'Ik had geen z in in de coi>i^^u<.éi.^^ »<>..» in Brazilië zou moeten wonen' abdis of een dame van rijke afkomst die op pelgnmstocht ging vóór ze in het klooster trad, is met bekend. Rei zen was in die tijd zwaar en gevaar lijk, en voor een vrouw iets uitzon derlijks. Men liep 30 a 40 kilometer per dag. Misschien was Egeria njk en ge bruikte een ezel of een paard, maar alleen reizen was er niet bij vanwege rovers en wilde dieren. Gelukkig waren er overal geestelijken die haar konden begeleiden, en in elke plaats treft ze wel een 'heilige man' of bis schop die haar onderdak geeft, haar vragen beantwoordt en haar de Bij belse monumenten toont. Aangekomen bij een heilige plek vol trekt zich steeds een vast ritueel: men valt op de knieën voor een dankge bed, een psalm en om de betreffende passage uit de Bijbel te lezen. Opval lend is daarnaast haar realistische verslaggeverij: "Ook de plaats waar de zuil van de vrouw van Lot is ge weest, hebben ze ons getoond. M aar gelooft mij, eerwaarde dames, de zoutpilaar zelf is met meer te zien. Men zegt dat deze door de Dode Zee IS bedekt. In ieder geval hebben we toen we de plaats zagen geen enkele zoutpilaar gezien. Daarover mag ik u geen verkeerde informatie geven." Egeria's verslag geeft ook een boei end beeld van het geloofsleven in die dagen: "Ik kwam in Cilicie bij een stad aan zee. Op een plateau, ander halve mijl daarbuiten, was een heilige kerk met niets anders dan een einde loos aantal kluizen van mannen en vrouwen. Er is een muur gezet om de kerk te beschermen tegen de Isau riërs, die zeer kwaadwillend zijn en herhaaldelijk aanslagen plegen." De vertaler, F. Ledegang vertelt in een van de vele noten die een verhel derende aanvulling zijn, dat de strooptochten van de Isauriers be rucht waren en dat de muur die ten dele IS opgegraven, een oppervlakte van 2 a 3 ha omsloot. Verder zijn er resten van een kerk uit de vijfde eeuw gevonden, die mogelijk op de zelfde plaats stond als die Egeria be zocht. Haar reis vond ten slotte al ongeveer 1500 jaar geleden plaats, dus veel van wat zij zag is uitgewist. Toch is haar taal zeer levend gebleven: ze kan mopperen maar ook meeslepend vertellen. Het is werkelijk een enig boekje voor wie meer wil weten van het leven van de vroegste chnstenen, of om mee te nemen als men zelf oostwaarts reist. Het IS nr. 4 in de sene 'Christehjke bronnen', teksten uit de vierde eeuw die nog niet eerder compleet in het Nederlands vertaald zijn. Onder re daktie van o.a. ons eigen rector mag nificus. Als pelgrim naar het Hetlige Land, drs F Ledegang, ISBN 90 242 6527 4, f 22,50
^In het begin deden we krampachtige pogingen om het geheim te houden' Erno Eskens "Veldwerk in Brazilië en verliefd wor den, wat dan?" De faculteitsvereniging Fono van de cultureel antropologen heeft er een bijeenkomst over belegd. Ellen Bruin, zesde jaars, beklimt het spreekgestoelte in een goed gevuld zaal tje ergens op de dertiende verdieping. "Op mijn twaalfde schreef ik al in mijn dagboek dat ik ooit naar Brazilië wilde," opent ze. "Ik had een oom in Brazibë en die schreef ons altijd, van daar. En vong jaar kwam het er dan van." Zeven maanden lang neemt Ellen haar intrek in Holambra, een in 1948 gestichte Nederlandse kolonie in Brazi lië, om daar antropologisch onderzoek te doen. "De naam Holambra komt van HOLland, AMenka en BRAzihe, ver noemd naar de landen die subsidie hebben gegeven aan de kolonie." Het blijkt een eenzame penode voor Ellen: de Brazilianen praten met vnj ehjk met haar en derijkeNederlanders in de kolonie houden haar scherp in de gaten. "Tot mijn grote verbazing kreeg ik een gigantisch kantoor van die Ne derlanders, vier keer zo groot als mijn huis, met een bureau in het midden en daar mocht de antropologe gaan zitten. De opzet was om mij zo te controle ren." De opzet van de Nederlanders slaagt. Het lukt Ellen met om contacten te leg gen. De eenzaamheid slaat toe, maar Ellen slaat terug. Ze besluit het zwem bad te bezoeken. "Dat zwembad was alleen toegankelijk voor Brazihanen,
dus ik sprong maar over het hek. Dat had weinig effect, want iedereen dacht dat ik in dienst was van de Hollandse coöperatie en niemand wilde met me praten. Al met al had ik bijna alleen contact met Nederlandse stagiaires en nou komen we bij het thema: ik ont moette daar mijn vriend, ook een sta giaire uit Nederland. Eerst dacht ik van 'ik weet wel waar deze liefde uit voort komt: ik zit hier moederziel alleen in den vreemde en ik moet toch wat con tacten leggen.' Maar al snel werd dui delijk dat er meer was." Omdat de moraal in Brazilië streng is, mogen de verliefden met samen gezien worden: "In het begin deden we krampachtige pogingen om het geheim te houden. Ik werd intussen aan ver scheidene Holambrese jongemannen voorgesteld door de plaatselijke bevol king, want ik was ongehuwd. M aar toen mijn ouders op bezoek waren ge weest en zij met mij en mijn vriend Wiebe waren gesignaleerd, was dat over. Ook met mijn onderzoek ging het verder goed: Wiebe had meer contacten met de Brazilianen en dat was heel sti mulerend voor mijn onderzoek." Evert Hanssen, de tweede spreker, heeft minder gunstige ervaringen met invloed van de liefde op zijn verwerk: "Mijn onderzoek is volledig de soep in gedraaid. Toen ik uit het vliegtuig stap te bleek dat ik de taal (Portugees) toch niet zo goed beheerste. Ik begreep hele maal niets. Dus besloot ik eerst maar wat te gaan reizen voordat in naar Vito
na zou gaan om daar met drie andere onderzoeksters samen te werken. In de bus van Belém naar Fortaleza trof ik echter mijn huidige echtgenote. Ik ben een week bij haar familie ingetrokken en toen bleek dat het meer was dan een verliefdheidje. En toen dacht ik van 'tja, wat moet ik daar nu eens aan doen.' Vi toria was aan de andere kant van het land, maar goed, ik wilde mijn onder zoek afmaken, dus ik verliet mijn vriendin met de belofte dat ik weer zou keren. Ik belde haar uit Vitona wel ie dere dag en mijn telefoonkosten liepen behoorlijk op. Uiteindelijk belde ik drie uur per dag en dat werd een onhoudba re toestand. Ik kwam erachter dat mijn vnendin nauwelijks meer at en alleen maar huilde. Ook haar werk leed ook onder mijn vertrek. Omdat ik mijn ge voelens ook niet kon ontkennen, ben ik na een maand toen maar teruggegaan. Ik heb mijn medeonderzoeksters in de steek gelaten en mijn begeleider een bnefje gestuurd." "Ik nam mij toen voor in Belém, een stad dichtbij de plaats waar mijn vnendin woonde, mijn onderzoek te doen, maar ook daar kwam niets meer van. Ik had alleen nog maar belangstel ling voor het familielex'en. M ijn vriend in en ik moesten in aparte kamers sla pen en ik moest mee naar de kerk ter wijl ik niet gelovig was. Uiteindelijk ben ik zelfs gedoopt en heb ik mijn eerste commtmie gedaan. En dat alleen maar om mijn vnendin mee naar Nederland te knjgen. Uiteindelijk ben ik met nul komma nul onderzoeksresultaat, maar
K^K^^ HIER.']£WöON/
"Maar Evert," vraagt een antropologe, terwijl de sfeer in het zaaltje lacheng is geworden, "wat is ex nu eigenlijk in de bus gebeurt?" "Ach ja, zij zat achterom te kijken," grapt Evert, "en we kwamen met elkaar aan de praat. Het was een lange reis. Zo lang dat het praten op een gegeven moment ophield...." Dan is het tijd voor de borrel. Voor de kaart van Brazilië wordt druk gediscus sieerd: Mocht Evert zijn collegaonder zoekers verlaten? Had hij zijn gevoelens moeten verdringen? De borrelaars komen er met uit: liefde en veldwerk, het blijft een moeizame, maar plezie rige, combinatie.
door Aad Meijer
JOOL HUL mr'vVOHU^
met een leuke vrouw naar Nederland ben teruggekomen." De sfeer is vrolijk geworden als Evert is uitgesproken. Hoe het verder gaat, wil de zaal weten. "Tja", zegt Evert, "ik ben nu maar begonnen aan een onder zoek naar overlevingsstrategieën van il legale Brazilianen in Nederland." En met de Hefde? "We gaan terug naar Belém. Ik heb altijd al in een land als Brazilië willen wonen. En wit weet ga ik er wat onderzoek doen om te promo veren," antwoordt Evert. "Ik gmg met een heel andere instelling naar Brazilië dan Evert," haakt Ellen in, nadat zij een reeks dia's over haar veldwerk heeft laten zien. "Als ik een leuke Braziliaanse jongen ontmoette die een pilsje met me wilde drinken, dan hield ik de boot af Ik had helemaal geen zin in de consequentie dat ik in Brazihë zou moeten wonen."
UlT-
ZB '^^RT^dEb De BOCHT
IN ... M Af\R, ^^H , Dfli^R, <]mr ZE,'
reiEUR^jrei/iiwc Of C/^r CEzicnr' LflTEff WE \W\ EE^^l|W?\RusTl^
f^A/\R, o , 0^ WA r PEN) , oNroR,TuiML^KE VALpflR,r3 ,
WAT MoEr£fi.op Oir M owiEk/T
BEÈLt>E4\fi\lUl/ft\/////^ EEN {£RSooM L3<(
^"^ ÖP
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's