Ad Valvas 1991-1992 - pagina 507
AD VALVAS 29 APRIL 1992 I
I PAGINA 9
Prof.mr. Heiko van Staveren: 'Ik werk het liefst vanuit de gesloten verdediging' Foto Peter Wolters, AVC/VU
Sport en Recht, zo heet de nieuwe bijzondere leerstoel van de juridische faculteit die wordt betaald door de Koninklijke Ned erland sche Wielrenunie. De oudhockeyer Heiko van Staveren moet dit nog vrij onontgonnen terrein een respectabel gezicht verlenen. Wanneer leid t een doodschop tot celstraf? En wie mag de afbeelding van topsporters commercieel exploiteren? Vragen die liggen op het grensgebied van sport en recht.
Op dit moment is hij bezig met een on derzoek naar de exploitatie van de naam, afbeelding en prestaties van de topsporter. Dat is een onderwerp met veel juridische aspecten, waarbij vooral het zogenaamde portretrecht uit de au teurswet een rol speelt. Deze wet be paalt dat een foto niet zonder toestem ming van de geportretteerde gepubli ceerd mag worden. Volgens de Hoge Raad ligt dit wetsartikel op één lijn met de bepalingen over privacy in het Euro pees Verdrag van de rechten van de mens. Dit betekent dat een sporter niet alleen bezwaar kan maken tegen de ex ploitatie van zijn portret door derden, maar ook van zijn naam. Dat betekent dat een type voetbalschoen niet zo maar 'Puma Bergkamp' genoemd mag worden. Van Staveren schetst ook nog een ander (hypothetisch) juridisch con flict, dat van conflicterende sponsoring. "Stel dat de judoka Irene de Kok een sponsor heeft die de directe concurrent is van de sponsor van de Europese Kampioenschappen judo, waar zij zich moet plaatsen voor de Olympische Spe len. Kan de Europese judobond haar dan weigeren voor dat toernooi? Dat is onduidelijk. Bij zo'n voorbeeld zie je goed waar de grenzen van de sportre gels en de rechtsregels langs elkaar gaan wrijven. Je zou dan een sporter de kans op kwalificatie onmemen door iets dat buiten de sportregels valt."
Frank van Kolfschooten n de sport gelden wonderlijke re gels. Boksers mogen elkaar de kop van de romp slaan, maar een onschuldig klapje onder de gor del is ten strengste verboden. Als Mike Tyson zijn fameuze mokerslagen aan een willekeurige voorbijganger op straat zou hebben uitgedeeld, zouden er nog eens flink wat )aren boven op de straf zijn gekomen die hij nu moet uit zitten wegens de verkrachting van een schoonheidskoningin. Op welk moment overschrijden sporters dusdanige gren zen dat de maatschappij zich met hen gaat bemoeien? Dat is een van de vra gen waar prof.mr. Heiko van Staveren zich mee zal gaan bezighouden. Hij is sinds 1 april bijzonder hoogleraar Sport Recht en is al sinds 1985 als hoofd docent sociaal recht aan de vu verbon den. Toen Van Staveren eind jaren zestig af studeerde aan de Rijksuniversiteit Utrecht haalden de deftige juristen hun neus op voor sport. Hockeyen ging nog net, en wat dat betreft zat Van Staveren goed, want hij speelde in het Neder lands elftal. Sporten had in de ogen van de weledelgestrenge heren niets met recht te maken. Sport was kinderspel, en de rechtsorde van kinderen was niet die van juristen en hoefde dan ook met bestudeerd te worden. Sommige studenten dachten daar an ders over. Vooral het voetbal stond aan het begin van de jaren zeventig in de belangstelling door de Europa Cup successen van Ajax en Feyenoord. Een aantal studenten zag in het Nederland se transfersysteem een mooi scriptie onderwerp. De Utrechtse hoogleraren gingen hiermee, onder druk van de ac tivistische tijdgeest, morrend akkoord. Dat moest Van Staveren dan maar be geleiden, want die deed tenslotte zelf aan sport, ook al was het dan hockey. Van Staveren: "Ik heb wel zes of zeven scripties over het transfersysteem in het voetbal begeleid. Dat werd dan bijvoor beeld vergeleken met de horigheid uit de middeleeuwen of met de slavenhan del." Door dit werk kwam hij in contact met de Nederlandse vereniging voor rechts vergelijking, die de beroepsvoetballer ook had ontdekt. De jurist Haak wilde een rechtsvergelijkende schets maken van de profvoetballer in binnen en bui tenland, maar had nog nooit een wed strijd gezien, laat staan tegen een bal getrapt. Van Staveren moest redding brengen. De twee maakten een taakver deling, die voor Van Staveren uitmond de in een artikel in het Nederlands Ju ristenblad over het transfersysteem. Dit artikel baarde direct opzien, omdat Van Staveren was gebleken dat het transfer systeem in strijd was met een aantal rechtsregels, zoals die van het concur rentiebeding. In artikel 1637x van het Burgerlijk Wetboek stond dat een con currentiebeding niet met minderjarigen (toen jonger dan eenentwdntig) ni9cht
Grensgeval
Wanneer leidt een doodschop tot celstraf? Bijzonder hoogleraar sport en recht: 'Ik hoop hier nu tot mijn vijfenzestigste voort te kunnen en voor enige continuïteit te zorgen' worden aangegaan en het transfersys teem paste precies in die beschrijving. Dat betekende dat voetballers tot hun eenentwintigste transfervrij waren, waardoor clubs de jonge talenten die ze hadden opgeleid voor niets moesten laten vertrekken naar een andere club.
Gesloten verdediging Van Staveren kreeg veel publiciteit door het artikel in het NJB, en overwoog of hi) in de advocatuur zou gaan met als specialisatie sportrecht. Dat durfde hij uiteindelijk niet aan, omdat hij vond dat hij nog over te weinig kennis be schikte om sporters gedegen terzijde te kunnen staan. "Ik werk het liefst vanuit de gesloten verdediging; dat ligt in mijn karakter," zegt Van Staveren met een venvijzing naar zijn hockeyverleden. Hij besloot toen een dissertatie te gaan schrijven over het voetbalcontract. Dat werd mede ingegeven door een aantal geruchtmakende transfers uit die tijd. De belangrijkste was die van Johan Cruijff van Ajax naar Barcelona. Cruijff had bi) Ajax een contract voor zeven jaar getekend en de vraag was in hoe verre hij daar onderuit kon komen. De rechter besliste dat hier sprake was van positieverbetering en voetbalminnend Nederland zag Cruijff met lede ogen vertrekken naar Spanje. Van Staveren is erg lang bezig geweest met zijn proefschrift doordat hij zich al leen met de grootste moeite kon los scheuren uit de archieven, van de KNVB
die hij daarvoor moest raadplegen. "Veel leverde dat archiefonderzoek niet op. Ik kwam wel allerlei standen en uit slagen tegen die ik ging zitten bestude ren. Als sportfanaat raakte ik ook gigan tisch veel tijd kwijt met het lezen van oude sportverslagen in de kranten over Ajax, Feyenoord en PSV. Dat zijn van meet af aan de toonaangevende clubs geweest. Het grappige is dat PSV vanaf de oprichting met Philips verbonden is, terwijl dat eigenlijk taboe was omdat het toen nog amateurvoetbal was. Feye noord IS aan de scheepswerf Wilton Fijenoord gekoppeld geweest. Tussen de wereldoorlogen zijn er felle discus sies geweest over het voeren van merk namen door clubs. PSV en Feyenoord liet men dan maar toe, omdat dat ge vestigde clubs waren."
Doorbladeren Van Staveren heeft ook veel plezier be leefd aan het doorbladeren van oude voetbalreglementen van de voetbal bond, die nog waren opgesteld door Pim Muiier en zijn vnenden, de negen tiendeeeuwse oprichters van de voet balbond. Door het inslaan van dergelij ke leuke, maar doodlopende wegen, is hij uiteindelijk pas in 1981 gepromo veerd. Van Staveren is door zijn juridische kennis een geliefd commissielid van de KNVB geworden. Eerst heeft hij in het beroepscollege van het Budgetbewa kingsinstituut gezeten, dat was opge
richt toen het Nederlandse betaald voetbal in 1978 gesaneerd moest wor den, een activiteit waar hij nu met de nodige scepsis op terugkijkt. "Rick de Saedeleer heeft daar een heel waar woord over gezegd: 'Want nochtans het betaald voetbal is net als Brazilië: altijd in het rood, maar het blijft bestaan.' Die uitspraak memoreer ik altijd als ie mand weer eens zegt dat het voetbal in Nederland naar de knoppen dreigt te gaan." Daarna kwam hij in de regle mentencommissie en in het college van scheidsmannen terecht. Dit arbitrage instituut doet uitspraak bij geschillen tussen leden van de KNVB over bijvoor beeld arbeidsrechtelijke conflicten en loonbetalingen.
Bestuurscrisis Door zijn werk voor de KNVB maakte hij kennis met professor Dijk, de inmid dels overleden hoogleraar Rechtsperso nenrecht aan de vu, wiens hulp was in geroepen toen de BCNVB met een be stuurscnsis kampte. Dijk adviseerde Van Staveren te solliciteren bij de vu, omdat daar mogelijkheden zouden zijn om onderzoek te doen op het gebied van sport en recht. Hij werd aangeno men, maar het bleek in de praktijk zwaar tegen te vallen om onderzoeks gelden los te weken bij instanties als ZWO. Bij het ministerie van wvc had hij meer succes, en die samenwerking heeft al een aantal onderzoeksrapporten op geleverd.
Een dergelijk grensgeval wordt ook zichtbaar in het zogenaamde 'Natrapar rest' van de Hoge Raad. Als een voet baller in het vuur van de strijd zijn te genstander een schop verkoopt omdat hij het met kan verkroppen dat die hem de bal heeft afgepakt, dan zal de scheidsrechter hem het veld uitsturen. Maar wat moet er gebeuren als deze te genstander hierbij zijn been breekt? Kan het slachtoffer dan bij de politie aangifte doen wegens mishandeling? Natrappen is dan wel tegen de regels, maar tegelijkertijd accepteren alle voet ballers door het beoefenen van de sport een zeker risico. Het resultaat is dan ook dat bij elke voetbalwedstnjd waar een ongeluk gebeurt de ziekenbroeders tegenwoordig worden vergezeld door politieagenten die procesverbaal op maken. Van Staveren heeft zijn benoeming tot hoogleraar overigens niet aan zijn be ^ moeienissen met het voetbal te danken. Hij is aangesteld door de Koninklijke Nederlandsche Wielrenunie (KNWU), die hem de afgelopen jaren ook regel matig om juridische bijstand heeft ge vraagd. Deze bond heeft hem onder an dere gevraagd om het licentiesysteem voor beroepswielrenners te helpen ver beteren. "In 1984 kon je_nog vrij mak kelijk professional worden. Je hoefde al leen maar een bedrijf te vinden dat een broek en een trui met opdruk voor je wilde betalen. Er fietsten daardoor ren ners mee in het peloton die niet eens sociaal verzekerd waren. Als die zwaar gewond raakten en hun vak niet meer konden uitoefenen, waren ze op de bij stand aangewezen. Dat wilde de KNWU voorkomen." Van Staveren heeft toen een nieuw reglement opgesteld waarin onder andere de eis is opgenomen dat renners pas een licentie knjgen als ze een arbeidsovereenkomst sluiten met een bedrijf voor het wettelijke mini mirailoon met bijbehorende premiebet alingen. De KNWU was hierover zo te vreden dat zij Van Staveren vroeg om (parttime) juridisch adviseur voor het beroepswielrennen te worden bij de bond. De wielerbond raakte door de di verse affaires waar zij de afgelopen jaren in verwikkeld is geweest door drongen van het belang van een serieu ze bestudering van het sportrecht en zocht contact met het Nederlands Olympisch Comité, de Nederlandse Sportfederatie en de KNVB. Deze vier instanties ondersteunen nu de leerstoel Sport Recht, maar ofScieel is Van Staveren "vanwege de KNWU" be noemd. Van Staveren (49): "Ik hoop hier nu tot mijn vijfenzestigste voort te kunnen en voor enige continuïteit te zorgen op het terrein van sport en recht. Dat moet lukken, want het hoeft niet zo'n groot vakgebied als privaat recht te worden. Het kan gek lopen: mijn eigen sport was hockey, ik ben op voetbal gepromoveerd en nu zit ik op een leerstoel van de vnelreimers."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's