Ad Valvas 1991-1992 - pagina 287
AD VALVAS 16 JANUARI 19921
PAGINA 1 1
Consumentengidsen ook voor beter onderwijs? De stroom informatie over het hoger onderwijs groeit gestaag. Nieuwe gidsen verschijnen met grote re geimaat. Ze zijn onder te verdelen in twee groepen: de ene biedt consumente ninformatie, de andere ooit oordelen van studenten over de kwaliteit van hun onderwijs. Consumentenin formatie is nuttig, zo meent Florence Pijpers Drenth, hoofd van het On derwijs Adviesbureau, maar het oordeel over kwa liteit mag niet alleen aan studenten worden overge laten. Florence PijpersDrenth
Het hoger onderwijs wordt steeds vaker voorgesteld als een produkt dat door de universiteiten en hogescholen wordt ge leverd en door de studenten wordt af genomen. De student als ondenvijscon sument. In het verlengde hiervan komt er de laatste tijd steeds meer informa tiemateriaal over het hoger onderwijs ter beschikking. Naast het gebruikelijke voorlichtingsmateriaal van de instellin gen zelf ontstaan er allerlei 'consumen tengidsen', die het maken van een opti male studiekeuze willen vergemakkehj ken. Niet alleen is het voor aankomen de studenten moeilijk om uit de veel heid van opleidingen de beste te kiezen, voor hen die al een bepaalde opleiding volgen is de keuze voor een afstudeer richting of vakkenpakket ook niet altijd gemakkelijk. Als we de op de markt gebrachte gidsen nader bekijken, blijkt dat ze sterk ver schillen wat betreft doel, doelgroep en samenstellers. Grofweg zijn de gidsen in twee categorieën onder te brengen: een groep die in de eerste plaats be doeld is als een opsomming en beschrij ving van wat er te koop is in onderwijs land en een groep die naast objectieve informatie ook nadrukkelijk kwaliteits oordelen biedt. De studiegids Hoger Onderwijs 1992 vormt het meest uitgebreide voorbeeld van de eerste groep. Deze gids bevat in formatie over alle opleidingen in het hoger onderwijs, zowel HBO als wo, en is een gezamenlijke uitgave van de HBO raad (de vereniging van hogescholen), het LDC (Landelijk Dienstverlenend Centrum voor Studie en Beroepskeu zevoorlichting) en de VSNU (Vereniging
van Samenwerkende Nederlandse Uni versiteiten). De hogescholen en univer siteiten hebben de informatie in deze
gids gecontroleerd, wat erg belangrijk is omdat de waarde van zo'n gids staat of valt met de juistheid en actualiteit van de informatie. Bij elke opleiding wordt informatie gegeven over het onderwijs programma, wordt aangegeven welke beroepen met een bepaalde opleiding kunnen worden uitgeoefend en wordt per instelling het adres en het telefoon nummer van de studiebegeleider of adviseur geleverd voor nadere inlichtin gen. Voor toekomstige studenten is de gids een goede informatiebron en der halve een must voor iedere schoolde caan. De brochures Vakwerk (TuTwente) en Bètawijzer (Wiskunde en Informatica aan de Rijksuniversiteit Groningen) zijn als het ware aanvullingen op de gewone studiegidsen. Ze zijn bedoeld als infor matiegids voor studenten die op het punt staan hun vakkenpakket te kiezen. Beide zijn door studenten samengesteld en bevatten extra informatie over de in houd van een vak, doel en opzet van de cursus, wijze van tentamineren, tips voor de aanpak van het vak enzovoort. Naast deze informatie, die eigenlijk ook in door de instelling zelf verzorgde stu diegidsen zou horen te staan, is er een element toegevoegd dat in een reguliere studiegids niet voorkomt: het oordeel van studenten over de onderdelen. Dit onderdeel is gebaseerd op, soms telefo nische, interviews of enquêtes onder studenten. De betrouwbaarheid van het studentenoordeel is niet goed te contro leren (soms wordt toegegeven dat slechts zes studenten een enquête heb ben ingevuld), maar meestal gaat het om niet meer dan globale uitspraken die hoofdzakelijk zijn bedoeld als tips voor studenten die het onderdeel gaan kiezen.
Naam en toenaam De tweede categorie gidsen beoogt niet zozeer objectieve informatie aan te dra gen als wel nadrukkelijk een kwaliteits oordeel naar voren te brengen. Het gaat om meer dan informatie verschaffen aan toekomstige gebruikers van het on denvijs. Als doelstelling wordt dan ook het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs genoemd. De titels van deze gidsen, die alle drie zijn samengesteld en uitgegeven door studentengroeperin gen, luiden dan ook heel toepasselijk: Meer dan Consumentengids, Alles over Onderwijsgids en Onderwijs Evaluatie Rapport. Per studierichting wordt de mening van de studenten over de on derdelen en de docenten (vaak met naam en toenaam genoemd) weergege ven. Soms zijn die meningen gebaseerd op enquêtes, interviews of stukjes ge schreven door een groepje studenten, waarop de docent de gelegenheid kreeg te reageren. Hoezeer het ook te prijzen is dat stu denten zich inzetten voor de kwaliteit van het hoger onderwijs, op deze ma nier van werken is toch wel wat aan te merken. Natuurlijk moeten studenten betrokken worden bij het kwaliteitsoor deel over docenten en hun onderwijs. De studenten zijn per slot van rekening degenen voor wie het onderwijs be
De kwaliteit van liet onderwijs is meer dan de kwaliteit van hoorcolleges Foto Sidney Vervuurt/AVCVU
doeld is en zij zijn ook zeker in staat een goed oordeel te geven over hetgeen de docent hun als consument heeft ge boden. Het gebruik van studentenoordelen moet echter aan bepaalde voorwaarden worden verbonden. De eerste en be langrijkste is de kwaliteit van de gehan teerde methode. Het construeren van een betrouwbare en valide vragenlijst is bijvoorbeeld vakwerk en niet iets wat een groepje studenten even kan doen. Vooral daar waar het gaat om het be oordelen van het functioneren van per
Streven naar kwaliteitsverbetering is vakwerk sonen, is het gebruik van een goed ins trumentarium een eerste vereiste. Ook het interpreteren van de uitkomsten van een enquête is niet iets voor leken, maar moet worden overgelaten aan deskundigen. Dat de samenstellers van de gidsen het met deze zaken niet al te nauw hebben genomen, blijkt bijvoor beeld uit het in het Onderwijs Evaluatie Rapport weergegeven antwoord aan een docent die opmerkt dat er wel erg wei nig studenten bij de evaluatie waren be trokken: "Het gaat om de kwaliteit en niet om de kwantiteit van de evaluatie." Als het gaat om kwaliteitsverbetering van het onderwijs, mag bovendien het oordeel van de studenten niet het enige criterium zijn. Ook het standpunt van de docent en zijn commentaar op het studentenoordeel is van belang. Wat te denken van een door de studenten ne gatief beoordeelde collegecyclus, die volgens de docent volledig zinloos werd omdat de studenten het niet adequaat voorbereidden? Naast de mening van de student en de docent over het gege ven onderwijs is informatie over de rest van het curriculum van belang. Het is heel goed mogelijk dat in het genoemde voorbeeld een ander studieonderdeel ten onrechte zoveel tijd van de studen ten opeiste dat het voorbereiden van de betreffende colleges onmogelijk werd. Al deze aspecten, maar ook bijvoor
'VU heeft centrale sturing nodig' v e r v o l g
v a n
p a g i n a
1 0
één kennen. Die andere universiteiten hebben dus veel meer dan de vu be stuurskracht om initiatieven te steunen waar meerdere faculteiten bij betrokken zijn. Het centrale vubestuur zal hier dus stimulerend moeten optreden en dat kan slechts op basis van bevoegdhe den. Het onderwijs en onderzoek op milieugebied, dat langzaam van de grond komt, is een voorbeeld van een terrein waar centrale stimulansen nodig zijn en ook inderdaad worden gege ven. Een centraal bestuur moet goed wor den gecontroleerd. Er zijn buitenlandse voorbeelden van almachtige universi teitspresidenten die snel en efficiënt kunnen handelen, maar die ook grote fouten maken. En dan zit de universi teit well fhèt de btokken. Het college
van decanen is in eerste instantie een collegiaal gezelschap waar algemene problemen worden gesignaleerd, maar waar onderlinge vetes niet worden uit gevochten. Het lijkt mij goed als ad viescollege, zeker als de notulen naar faculteitsraden worden doorgestuurd zodat decanen achteraf hun stellingna me in de faculteitsraad kunnen toelich ten. Er zal daarnaast een rechtstreeks geko zen college moeten zijn, zoals de huidi ge universiteitsraad die het college van bestuur nauwlettend volgt en waar nodig zelf initiatieven neemt. Het lid maatschap moet aantrekkelijker worden gemaakt dan thans door een meer re alistische vergoedingsregeling. Een fa culteit die een medewerker een dag per week afstaat voor raadswerk, moet op hetzelfde niveau worden gecompen seerd.
' ' '
Het lijkt mij niet goed om een facultai re vertegenwoordiging in de universi teitsraad te hebben. Ilaadsleden moe ten de belangen van de hele universiteit behartigen, al zullen ze natuurlijk de er varing uit de eigen faculteit inbrengen. Een belangrijk voorrecht van de univer siteitsraad zal blijven het vaststellen van de begroting van de faculteiten. De uit komsten van gecompliceerde verdeel modellen hangen af van de getallen die men erin stopt. De raadsleden zullen dus moeten oordelen naar recht en bil lijkheid. Ze dienen daarom niet formeel een faculteit te vertegenwoordigen, maar het oude woord van Vondel te volgen: indien 't gemeen U roept, be zorgt het als Uw eigen. Egbert Boeker is hoogleraar theoretische natuurkunde en was in het verleden een aantal jaren lid van de uni, versiteitsraad
beeld de kwaliteit en de programmering van de tentamens en de doorstroming van de studenten door het studiepro gramma moeten een rol spelen bij de zorg voor goed onderwijs. De kwaliteit van het produkt onderwijs is per slot van rekening meer dan de kwaliteit van de hoorcolleges. Dan is er nog een geval apart: de Uni versiteiten en hogescholen keuzegids, door Ritzen gesubsidieerd en in het ontwerp van het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan ("HOOP) 1992 aangeduid als onder wijsconsumentengids. Deze gids maakt gebruik van bestaande rapporten van 'visitatiecommissies', die namens de VSNU de kwaliteit van een bepaalde op leiding aan verschillende onderwijsin stellingen onderzoeken, en een enquête onder studenten. Enerzijds pretendeert deze keuzegids aankomende studenten uitputtend in te lichten over de onderzochte studierich tingen (een soort Hoger Onderwijsgids DUS), anderzijds pretendeert ze ook een kwaliteitslabel aan deze studierichtin ' gen te geven. Ook al wordt dit laatste gedaan met het doel studenten bij hun keuze de kwaliteit van het gegeven on derwijs te laten meewegen, uit HOOP wordt wel duidelijk dat de minister het ontwikkelen van deze consumentengid sen tevens ziet als een indirect middel om de kwaliteit van het hoger onderwijs te verhogen. De opsomming van de mogelijkheden binnen de verschillende instellingen le vert eigenlijk niet veel meer informatie op dan de Hoger Onderwijsgids. De ge gevens zijn iets anders gegroepeerd, maar een belangrijk nadeel van de keu zegids is dat gezien de lengte van de procedures bij een visitatie de infor matie lang niet zo actueel kan zijn als die in de Hoger Onderwijsgids. De kwaliteit van de opleidingen pro beert men duidelijk te maken met ren dementscijfers (die volgens de samen stellers zelf nogal onbetrouwbaar zijn) en door de hoeveelheid publikaties en promoties per jaar en de resultaten van de enquête onder studenten weer te geven. De vragenlijst is per instelling aan vijftig studenten (eerstejaars, ouderejaars, beide?) voorgelegd, op plaatsen waar ze snel konden worden uitgedeeld en inge vuld, zoals in aula's en bij college en studiezalen. Drie van de twaalf vragen vallen onder het kopje onderwijs: één
over de inhoud van de opleiding, één over de didactische kwaliteit van het docentencorps en één over het al dan niet frequent uitvallen van colleges. Het lijkt me duidelijk dat dergelijke gege vens niet erg veel kunnen bijdragen aan het inzicht in de kwaliteit van de ver schillende opleidingen.
Energie Betekent dit nu dat de nadruk die in het HOOP wordt gelegd op het belang van het betrekken van studentenoorde len bij de kwaliteitsbewaking overbodig is? Nee, alleen wordt de suggestie ge wekt dat dit tot nu toe niet of nauwe lijks gebeurt. Op een aantal universitei ten, waaronder de vu, bestaat al jaren een goede evaluatietraditie, waarbij het bureau dat het onderwijs ondersteunt een centrale en coördinerende rol speelt. Aan die universiteiten zijn door deskundigen betrouwbare en valide ins trumenten ontwikkeld en wordt met procedures gewerkt die de kans dat er ook werkelijk iets met de residtaten ge beurt maximaal maken. Op het Onderwijs Adviesbureau van de vu zijn bijvoorbeeld vorig jaar ongeveer 15.000 door studenten ingevulde vra genlijsten verwerkt. Het is dan ook niet toevallig dat op de universiteiten waar al lang via dit soort procedures aan de verbetering van het onderwijs wordt ge werkt, nauwelijks studentenconsumen tengidsen zijn ontstaan. De energie die studenten anders in het afiiemen, ver werken en uitwerken van enquêtes zou den moeten steken, kan daar worden gestoken in actieve deelname aan de studierichtingscommissies en faculteits raden waar de verantwoordelijkheid voor de kwaliteitsbewaking ligt en waarvan het voor een groot deel af hangt of er iets met evaluatieresultaten gebeurt. studiegids Hoger Onderwijs. 1992. Gezamenlijke uitga ve van de HBaraad, het LDC en de VSNU. Vakwerlt, keuzevakkengids 19911992. Uitgave: AGO Universiteit Twente. Bètawijzer 19911992, facultaire informatiegids Uitgave: onafhankelijke fistudenten federatie, 6staf Groningen. Universiteiten en iiogesclioien iteuzegids Uitgave: Wa terland van Wezel. Ailes over Onderwijsgids, 19911992. Uitgave: Coitrité Beter Ondenivijs van de ASVA, UvA. Meer dan Konsumentengids 19911991. Uitgave: VSSD in samenwerking met de studieverenigingen. Delft, deel 1 t/m 4. Onderwijs Evaiuatie Rapport. Uitgave: OER in samen werking met ASF, PSO, BRUG en RUU, Utrecht, 6 delen.
'Cliarters niet de oplossing' v e r v o l g
v a n
p a g i n a
1 0
de charters. Het college van bestuur moet het initiatief nemen om een char ter te ontwerpen. Vervolgens moet het college bepalen of er birmen de univer siteit voldoende draagvlak voor het ont werp is. Maar wat is 'voldoende draag vlak'? Het college moet dit bepalen en beslist dus of er een charter komt. De commissie is blijkbaar niet in staat om aan te geven wie met het ontwerp in zou moeten stemmen. Charters bieden geen oplossing voor de problemen waar het universitaire be stuur mee te kampen heeft. Zonder duidelijk aan te geven op welke punten de huidige wet tekort schiet, stelt de commissie ingrijpende wijzigingen voor. Het is een goede zaak om de uni versitaire bestuursstructuur te beoorde len, maar als niet duidelijk is op welke
punten de huidige wet niet voldoet, heeft het geen enkele zin om het moge lijk te maken van die wet af te wijken. Bovendien zou de commissie die hier over een oordeel velt representatief moeten zijn voor 'de universitaire we reld' en niet voor de helft moeten be staan uit mensen uit het bedrijfsleven! Monique Hartings is lid van de studentenfractie PKV van de universiteitsraad
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's