Ad Valvas 1991-1992 - pagina 583
ILVAS LI JUNI 1 9 9 2
PAGINA 9
^11 esthetiek ja jen
*.i52?
-.-'M-^^M
christelijke kretologie, autoritaire bang makerij, slechtheid, dwaasheid en be krompenheid. Godsdienst is heel vaak een handig instrument geweest voor ambitieuze machthebbers om (jonge mensen te indoctrineren (en is dat trouwens nog steeds). Onder het aan roepen van Gods naam en alles wat hei lig is, werden en worden maar al te vaak de intellectuele deugden en ratio nele emoties met geweld of subtiliteit onderdrukt: kritische zin, waarheidslief de, haat tegen bijgeloof en irrationele angsten, verdraagzaamheid tegenover afwijkende meningen, moed om tegen gezaghebbers m te gaan en in intellec tueel opzicht alleen te staan, maar ook om eigen ongelijk ruiterlijk toe te geven, openstaan voor logische en em pirische evidentie, acribie. D e geschie denis schrijven van dergelijke duivelse praktijken is godsdienst en draagt bij aan het heil van de wereld. T o e n ik in de jaren zeventig zelf aan de vu studeerde, stapten er nog een aantal van die machtsbeluste, eerzuchtige, lichtgeraakte, waanwijze, autoritaire, hypocriete gereformeerde mannenbroe ders zelfgenoegzaam rond, zwaaiend met hun grondslagen, doelstellingen, leerstellingen en heiligehuisjesregels, een banvloek slingerend naar een iege lijk die zich met meteen voor hen in het stof boog. Als dergelijke figuren hier nog steeds in grote getale blijken rond te lopen, zal ik weer snel naar een ande re baan moeten omzien.
^
3t-
tenschapsbeoefening is. Amateur theo logen, de leden van de sollicitatiecom missie, gaan beoordelen of een pil om homoseksuelen te genezen, een selec tieve bom die alleen slechte menseq doodt, of een marxistische interprattie van de Bijbel christelijk is. Ze zullen het wel gauw opgeven. Assyriologen, zoals ik, hebben het mak kelijk. Hoewel ook hun vak niet op een levensovertuiging gebaseerd is, kan het als achtergrondvak bij Bijbelstudie goed ingepast worden in de doelstelling. Merkwaardig genoeg echter is Bijbel studie, haast het enige vak waarmee een christelijke universiteit zich ondubbel zinnig kan profileren, niet erg populair. Liever beoefent men de feministische theologie of iets anders modems. En als milieutheologie nog niet bestaat moet er maar gauw een onderzoekschool voor opgencht worden. Dr. F.A.M. Wiggermann is als universi tair docent verbonden aan het vakgebied akkadisch, ugaritisch en de geschiedenis van het Nabije Oosten in de oudheid.
ld rs betekent girag paald onderzoek bij patiënten ethisch gezien geoorloofd? dan hoop ik niet dat bij de beoordeling daarvan de vu zich onderscheidt van andere instellin gen. Ik heb wel vast kunnen stellen dat men sen sterk kunnen verschillen ten aan zien van h u n bereidheid om in dergelij ke situaties zorgvuldig te zijn met het hanteren van normen en waarden (met niet zelden christelijke wortels). Dit geldt mutatis mutandis ook ten aanzien van onderwijs en de omgang met stu denten en collega's. De vu mag mij op die bereidheid aanspreken. Maar ik zeg daarbij dat mijn gedrag in dit opzicht niet anders zou zijn als ik elders een baan zou hebben aanvaard. Ik zal pro beren om studenten, collega's en men sen die meewerken aan onderzoek op een correcte, medemenselijke wijze te benaderen; ik zal mijn werk zo goed mogelijk proberen te doen en ik zal de naam van de vu hoog houden. Prof.dr. J.F. Orl eheke is hoogleraar in de functie en methodenl eer.
»
.
fei32%^^ - ï OiiËi^f:-2-' —t"^ i S i i i f ;!^^: riiBii «•'iiBii
Dr. J. C. Sturm is universitair hoofddocent van de sectie theoretische en historische pe dagogiek in de faculteit psychol ogie en pe dagogische wetenschappen.
okschool tteologie
— _
.**XV-^
Komt de gereformeerde groepsidentiteit in gevaar? W.Goddijn I n e e n r e c e n t i n t e r v i e w zegt p r o f . d r . D . M u l d e r bij zijn v e r t r e k als v o o r zitter v a n d e R a a d v a n K e r k e n , d a t religie overal t e r w e r e l d a a n i n v l o e d w i n t ; iets d a t h e l a a s v a a k g e p a a r d gaat m e t oplevend fundamentalis m e . V o o r o n s l a n d is d e s c h e i d e n d e voorzitter niet zo gerust o p de tradi t i o n e l e t o l e r a n t i e . W e zitten w a t d a t betreft zelfs ' o p e e n h e l l e n d vlak' e n hij d o e l t in dit v e r b a n d d a n in h e t bijzonder op de h o u d i n g van N e derlanders ten op zichte van het ' v i e r d e k e r k g e n o o t s c h a p ' , d e Isla mieten naast Hervormden, Katho lieken e n G e r e f o r m e e r d e K e r k e n . De belangstelling voor religie uit zich in een overvloed aan populaire en weten schappelijke literatuur op het terrein van theologie, bijbelwetenschap en spi ritualiteit. Vanaf de jaren vijftig werd in Nederland ook een grote hoeveelheid sociologische literatuur gepubliceerd, die in de schitterende bibliografie van het Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen werd vastgelegd. N a de in de bibliografie vastgelegde periode was er een zekere teruggang, maar nu ver schijnen er weer herhaaldelijk studies met sociologische probleemstellingen of van meer beschrijvende aard. Aan vankelijk waren de publikaties vooral sociografisch. D e categoneèn, waarin de gelovigen werden verdeeld waren betrekkelijk eenvoudig. Tussen 1950 en 1960 kwam er meer belangstelling voor werkelijk sociologische vragen. D e be roemde Franse godsdienstsocioloog Gabriel Lebras zag in de sociologische benadering ook een grote oecumeni sche betekenis, omdat onderzoekers, ook van verschillende denominaties, een geheim accoord hadden om uit te gaan van de feiten. "Romamstes, orien talistes, islamisants, peutêtre meme théologiens se querellent: les sociolo ques appliques a l'étude des religions vivent dans une emulation courtoise malgré la variété de leur methode sa et surtout, de leurs convictions" (1951). Bijna tien jaar later schreef de Ameri kaanse godsdienstsocioloog David M o berg over de godsdienstsociologie in ons land: "International influences are evident, and theories of the middle range are beginning to receive atten tion, especially in studies of seculariza tion and ProtestantCatholic relations hips. Relative to the size and wealth of the population, the sociology of religion is perhaps more advanced in the
Foto Oscar van Alphen, HH
De stille revolutie Ook de gereformeerde kerkstructuur gecentraliseerd Netherlands than in any other nation" (1960). In beide uitspraken wordt dui delijk gewezen op de mogelijkheid om via sociologisch onderzoek tolerantie te bevorderen.
Kerkelijk pluralisme Beschrijvend sociaal onderzoek lijkt thans ook weer populair. Ik wijs op het hoofdstuk over religie en kerken in het boek 'De Staat van Nederland' van Nijmeegse en Utrechtse sociologen. Meer in het bijzonder op de studie van de sociaalgeograaf van de Amsterdamse Universiteit,Hans Knippenberg, die een goede greep deed met zijn uitvoerig geïllustreerd boek 'De Religieuze Kaart van Nederland'. Knippenberg begint zijn boek met 'drie soorten Nederland', waarmee hij de protestanten, de katho lieken en de onkerkelijken bedoelt. De helft van Nederland zou naar schatting onkerkelijk zijn, maar hij schrijft bij wijze van tegenspraak: "Toch laat godsdienst Nederlanders ook in 1990 niet onverschillig." En dan bij wijze van voorbeeld: "Bij de gemeenteraadsver kiezingen van 1990 in de Overijsselse gemeente Rijssen stemde bijna de helft van de opgekomen stemgerechtigden op de Staatkundig Gereformeerde Par tij of de Reformatorisch Politieke Fede ratie. Samen met het CDA haalden deze partijen meer dan driekwart van de stemmen. In Amsterdam was de con fessionele aanhang aanzienlijk geringer: slechts twaalf procent. In de Limburgse gemeente Horst stemde tweederde van de opgekomen stemgerechtigden op het." Gerard Dekker (1931) is sinds 1970 verbonden aan de Vrije Universiteit, was directeur van het Gereformeerd Sociologisch Instituut, promoveerde in 1965 op het proefschrift 'Het kerkelijk gemengde huwelijk in Nederland' en werd hoogleraar godsdienstsociologie. Hij schreef, zoals te verwachten was, al
herhaaldelijk over de Gereformeerde Kerken in Nederland o.a. 'Gerefor meerd en gereformeerd is twee' in de bundel commentaren op het onderzoek 'Opnieuw God in Nederland' en in 'Katholiek Nederland na 1945', waarin hij de typische positie van katholieken schetst tussen reformatorische christe nen en onkerkelijken. Samen met H.Stoffels schreef hij 'Geloven van Huis uit' (1987). D e studie 'De Stille Revolutie' (Kok,Kampen, 1992, 254 blz) geeft ei genlijk een samenvatting van zijn in zichten en onderzoekingen tot nu toe. Hij doet dat op een heldere en over zichtelijke wijze en kreeg de beschik king over de recente gegevens van het Nijmeegse socoNonderzoek. Zijn pro bleemstelling heeft betrekking op de bekende vraag: bestaat er een eis tot verplichte nietaanpassing? Zijn de Ge reformeerde kerken in hun structuur en in de opvattingen van de kerkleden zo zeer door een stille revolutie heenge gaan, dat de groepsidentiteit in gevaar komt? Een keer sluit hij zelfs de moge lijke 'verdwijning' van de Gereformeer de Kerken niet uit.
Interessant Bijzonder interessant vond ik de be schrijving van de toenemende centrali satie in de kerkstructuur. Een dergelijke tendens is m optima forma bekend bij de katholieke kerk, maar dat is nu een maal een soort 'pontificale monarchie'. D a t dit soort ontwikkelingen in 'con gregationele' kerken ook zou voorko men heeft mij verbaasd. Merkwaardig vond ik zijn belangstell.ing als socio loog voor de leer van de kerken. J am mer dat hij hier niet de theorie van T h . O'Dea, die hij wel citeert, over de di lemma's van de institutionalisering be handelt. Uiterst subtiele redenenngen, die in leeropvattingen worden opgeno men, tonen vaak sporen van de con
flicten waaruit ze zijn voortgekomen. Een dergelijk sociologisch dilemma kan leiden tot ernstige scheuringen, maar is onontkoombaar. De vraag is of de stille revolutie, zoals Gerard Dekker die beschrijft, een uit gestelde revolutie is of een steeds preg nanter en urgenter wordende evolutie. Van de methodologische beperkingen van massaal opinieonderzoek worden sociale onderzoekers zich steeds meer bewust, daarom zal ik onderzoekingen, die resulteren in een vaststelling van steeds toenemende onkerkelijkheid ook relativeren. Zeker in vergelijking met onderzoek in andere landen van West Europa en in de USA. Het is te ver wachten, dat de Tilburgse onderzoeker, Frans van der Slik, in komende publi katies daaraan bijzondere aandacht gaat wijden. Dekker wijst in zijn nabeschouwing op mogelijke alternatieve vormen van godsdienstigheid, maar durft blijkbaar, ook niet bij wijze van hypothese, ken merken te formuleren voor die toekom stige godsdienst. De Braziliaanse bevrijdingstheoloog Leonardo Boff hield in oktober 1991 een toespraak aan de Universiteit van Sao Paulo en formuleerde die toekomst als volgt: " T h e sacred does not enter into a space sociologically defined as sacred, like the sanctity of a church the entire world is holy. In this way, the power of beauty has no limits, and re pression finds its denunciation. It is the work of religion to defend life. And today what is at risk is life".
Prof. dr. Wal ter Goddijn is Emeritus hoogleraar Sociologie van kerk en gods dienst aan de Theol ogische faculteit van de Katholieke universiteit Brabant. Gerard Dekker De.stilte revolutie Kok, Kampen 1992
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's