Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 580

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 580

10 minuten leestijd

AD VALVAS 11 JUNI 1992

PAGINA 6

Keuris (links) tegen Admiraal: 'Ligt het niet aan jouw kopie?' Foto Manen Abspoel

Werk in uitvoering Het VU­orkest geeft eind juni zes concerten, die voeren tot in Denemarken. Naast Bartok en Prokofiev staat een recente compositie van de Nederlander Tristan Keuris op het programma. Een Nederlandse componist die hier relatief onbekend is maar in het buitenland een naam heeft opgebouwd. Zo schreef hij in opdracht van het symphonic orkest van Houston (Texas) Symphonic Transformations. De nu 55­jarige Keuris studeerde compositie bij Ton de Leeuw en is vooral bekend om de bijzondere instrumentatie van zijn werk. Een orkest krijgt niet vaak de gelegenheid om met de componist van gedachten te wisselen over zijn wensen, ideeën en werkwijze. Dirigent Daan Admiraal en altviolist Marien Abspoel zochten Tristan Keuris op en spraken met hem in een Hilversumse achtertuin over muzikantesk speelple z ier, de grauwe Nederlandse muziek en een zonderling bestaan.

Een gesprek met componist Tristan Keuris Marien Abspoel Daan Admiraal: Jij componeert aan de piano? Tristan Keuris: Gedeeltelijk. Een hele­ boel niet. Ik wacht tot ik iets beet heb. D a t rommel ik zonder maatstrepen op papier. Maar ik probeer altijd verder te gaan. Je motoriek, de gewoontes die je hebt als je iets pakt aan de piano, mag je niet opleggen aan wat je gaat doen. Adrniraal: Maak je gebruik van toon­ reeksen? Keuris: N o u , het is eerder een bepaalde harmonie die mij zo m m ' n vingers zit, dat ik helemaal niet meer weet wat ik doe. Dat ik denk: die noot is goed, en die niet! Ik knoei altijd net zolang met het materiaal tot ik het gevoel heb, dat ik er iets mee kan. Totdat het muzikaal iets wil. H e t hoeft niet altijd snel te zi)n, maar moet een zekere kiemkracht en stuwing bezitten. Eigenlijk keer ik de tonaliteit nergens echt de rug toe. Ik heb ook nooit ge­ zegd dat ik atonaal schrijf. Ik vraag me zelfs af of dat echt mogelijk is. Zodra je een toon wat langer speelt, wat meer nadruk geeft, krijgt het toch iets van een centrum. Deze complexe toestan­ den [hij wijst in de partituur] lijken een beetje op Mahler in zijn laatste jaren. Het moet heel heftig, heel breeduit; lek­ ker gieren. H e t moet natuurlijk wel exact gespeeld worden, maar niet droog. Admiraal: Het stuk heet Symphonic Transformations, en dan is natuurlijk de vraag: wat transformeer je? Keuns: Dat weet ik ook niet, hoor, want ik heb het stuk zonder titel naar de uit­ gever Novello gebracht. Ik zei: 'Beden­ ken jullie iets voor mij. Het moet iets met symfonisch zijn, want het heeft iets van een laatromantische ouverture, een symfonisch vorm.' Maar wat het trans­ formeert, elk stuk dat ik maak zou zo kunnen heten, omdat ik altijd zo werk. Ik begin duidelijk met de kern van het hele stuk. Dat wordt op alle mogelijke manieren doorgevoerd. Admiraal: Ik vindt het een zonnig stuk. Er is zoveel grauwe muziek in de N e ­ derlandse oogst. Keuns: Ja, dat zit hem vaak in de belab­ berde instrumentatie. Ik heb het toen met vrij veel moeite geschreven. Dat was vlak na een ander heel groot stuk, en ik zat hier nog mee en ik had al ja

gezegd. Maar als je dit niet behoorlijk exact speelt, dan wordt het toch nog grauw. Admiraal: Ik vind dat wij geen excuus hebben om het niet goed te spelen. Het enige is dat bepaalde tempi vrij hoog zijn, maar dat moet wel lukken. Keuns: Ik heb jou ook door de telefoon gezegd, dat de neiging altijd bestaat om er flink onder te gaan hangen, dus dan kan ik het tempo maar beter een beetje hoog nemen. Weet je wat het is, aan je tafel weegt tempo altijd minder; je leest het door zonder dat er ook maar iets verzet moet worden. Ik pom maar wat. Admiraal: Een orkest heeft weerstand. Keuns: Ja, Die ballast heb ik dan niet. Maar er moet een lekkere vaart in zit­ ten. Manen Abspoel: Het stuk begint heftig, wild en gaat daarna steeds meer open. H e b je daar een speciale bedoeling mee? Keuns: Nee, dat is vanuit die fluitsolo zo gegroeid. Ik had een soort morgen­ stond­gevoel. Vanuit het complete duister en niet gedefinieerd. Eerst het slagwerk zonder vaste toonhoogte. Gaandeweg trekt die nevel wat op. D a n komt daar opeens die maagdelijke fluit opzetten. Door die hele sfeer zat er iets in van een enorme climax.

Zonderling Keuns: Stravinsky en Anton W e b e m zijn voorbeelden voor mij geweest. Admiraal: Er zijn ook een aantal Schön­ berg­achtige plekken, waar het orkest unisono zo'n melodie uitgilt. Keuns: Ja, dat is een beetje het Duitse expressionistische, dat ik leuk vind om te doen, omdat ik er altijd zo'n hekel aan heb gehad. In de climaxen vmd ik het fijn om door te duwen. Je hebt ie­ mand tegen een muur gedrukt, en hij moet er doorheen. Dat wil ik dan ook hoogstpersoonlijk doen. Ik ben uiter­ mate gewelddadig. Admiraal: Daar is dit orkest wel goed in. Keuns: Voor mezelf vergehjk ik klanken graag met materialen of temperaturen. Dus Ijskoude, vreselijke warme, schroeierige, je hebt ook viltig, staal. Allerlei.. Admiraal: Door een betonnen muur heen. Keuns: Ja. N o u ja, iemand erdoor Jieen. Admiraal: Vind je het gek dat ik het

stuk af en toe wat barok vmd? Keuns: N o u dat zie ik niet zo. Ligt het niet aan jouw kopie? Admiraal: Niet zozeer visueel, maar zoals het klinkt: de gedachten krullen om elkaar heen. Het heeft ook een soort gulheid, veel ornament. Keuns: Ja daar houd ik veel van. Het zijn een soort golfbewegingen. Abspoel: Bartok heeft in een interview gezegd, dat de modernen in zijn tijd zich allen afzetten tegen de negentiende eeuw. Dat was vooral de romantiek. Bij JOU zie ik zo'n afwijzing van de roman­ tiek niet. Keuns: Ik mijd wel de neoromantiek, die holle, schelle harmonieën, gezwol­ len gebaren. Kunststofklanken. Bij de Sinfoma uit 1973 wilde ik al een Mahle­ riaans stuk maken. Het werd uiteinde­ lijk meer Stravinskiaans, maar dat ver­ langen is er altijd geweest, net zoals de tonaliteit. Mijn belangstelling voor die tijd, voor componisten uit die periode, is nooit weggeweest. Mahler, en daar­ voor Tchaikovsky en later Beethoven. Admiraal: Wie vind jij goed in het N e ­ derlandse componeren? Keuns: Ik volg het de laatste tijd niet erg... Ik word misschien wel ...steeds meer een zonderling. T o e n ik op m ' n zestiende van het conservatorium kwam, dacht ik van iedere componist zo'n geelgestreepte Donemuspartituur bij zich had: God Allemachtig, die is beroemd, die is ver! Dan kijk je tegen iedereen op. Ik denk dat ik er erg buiten sta. Ik houd me van de hedendaagse componisten eigenlijk met niemand bezig, absoluut niet. Heel gek. Ik denk soms wel, dat zou ik moeten doen. Maar als ik wat opvang, valt de instrumentatie me bijna altijd tegen, ook van de grote namen. Ik luister de laatste jaren naar zulke rare muziek, voor een componist van nu. Tchaikovsky is nu weer een beetje voorbij, maar hij was een tijd een voor­ beeld voor hoe je het orkest behandelt. Voor mijn piano­trio heb ik ook naar zijn piano­trio geluisterd. Als je zelf een strijkkwartet wilt maken, kan een Beet­ hoven­strijkkwartet nooit kwaad. Als je stemmen wilt behandelen, luister je naar Verdi. Admiraal: Stravinsky speelde zich voor­ dat hij ging componeren warm met Couperin. Keuns: Ja, maar dat klinkt allemaal zo

sterk en zo gezond. Zou het waar zijn? Ik heb vroeger altijd gedacht: ik ben vast geen echte componist want ik doe dat allemaal niet. Zo'n soort vreemde ochtendgymnastiek. Net zoiets als in de winter een zeebad nemen. M e n zorgt wel voor zijn verhalen. Sommige com­ ponisten treden bijna uit en zien zich voorbij wandelen, peinzend over nieu­ we werken. Het is best mogelijk. Je hebt ze ook, die ontbijten met een fuga: elke dag moet er een fuga geschreven worden, anders kun je niet aan het werk. Zou het waar zijn? Wat heb je eraan? Admiraal: Denk je dat de muziek uit de zestiger jaren ­ Boulez, Berio en Stock­ hausen ­ standhoudt? Of is dat over twintig jaar een curiosum? Keuns: Het is natuurlijk een pijnlijke vraag. Ik denk dat iedereen er wel stie­ kem aan denkt. Je hoort: 'ja, dat vind ik fantastisch', en als je dan even door­ vraagt zegt iemand toch: 'je moet niet denken dat ik voor m ' n lol een hele avond naar Boulez ga zitten luisteren'. Ook niet als je je er op een plezierige manier voor wilt inspannen. Ik weet nog steeds met of ik het zou horen, als ik een stuk met ken: het verschil tussen goed en slecht m de muziek. Daar heb ik mij natuurlijk jaren mee trachten te troosten: 'het is toch jammer voor de goejen' Of ik dat inderdaad zou horen? ... Ik hoop het wel. ... Of het stand houdt? Admiraal: Er is natuurlijk ontzettend veel muziek geschreven, waar je je als intellectueel toe moet zetten, met de kiezen op elkaar. Keuris: N e e m nou Boulez' Pli Selon Ph. De eerste keer wist ik niet wat ik hoor­ de. Ik weet niet of een stijl of compo­ nist door zijn imitaties opgevreten kan worden; geabsorbeerd raakt in eindelo­ ze herhalingen. Rachmaninoff is niet omvergegaan door alle slappe imitaties. Dus waarom die nou niet. Ik weet het echt niet.

Treurig Admiraal: Volgend seizoen schijnt er door de grote Nederlandse orkesten vrijwel geen eigentijds repertoire te zijn geprogrammeerd. Het is natuurlijk wel treurig, dat een stuk als Symphonic Transformations alleen door een radio­ symfonieorkest en het conservatoriu­ mofkest in Groningen is gespeeld.

Keuris: Ja, Amerika en Australië, daar moet ik het van hebben. Ik word in Duitsland met het stuk voor vier saxo­ foons en orkest, dat hieraan is voorafge­ gaan, elk jaar zo'n vijf, zes keer ge­ speeld. Maar hier zal het niet meer ge­ beuren. Tenminste dat zie ik er niet van komen. Ze denken gewoon niet aan je. Abspoel: Het repeteren was op zich al een spektakel. De Symphonic Transfor­ mations is voor een orkest dankbaar om te spelen. Keuns: Het is echt de opening van een programma, een feestelijke gelegenheid. Later op de dag in een andere tuin, bij Daan Admiraal thuis, terwijl zijn drie dochtertjes in een badje spetteren, licht de dirigent zijn keuze toe. "Ik vind het komend programma van het vu­orkest met dit werk van Keuris vijftig procent aantrekkelijker. Bartok en P rokofiev zijn natuurlijk geaccep­ teerde stukken. D e Vijfde Symfonie is eigenlijk dé P rokofiev­symfonie. D e pianoconcerten van Bartok zijn mis­ schien de laatste in de grote pianocon­ cert­vorm. En hoewel ze voor een ama­ teurorkest een uitdaging zijn, is daan natuurlijk programmatisch niks span­ nends aan, zeker niet voor het Amster­ damse publiek. Zo'n stuk van Keuris wordfheel weinig gespeeld. Het is een ideale ouverture en past prachtig als opmaat voor dat pianoconcert. Het zout in de pap. Het is nog steeds een heel mooi bord pap als je alleen Bartok en P rokofiev doet, maar ik vind het een veel span­ nender concert met Keuris erbij. Als je zijn partituurbeeld vergelijkt met veel andere eigentijdse partituren, dan lijkt het wel of het met een enorme vaart is geschreven. Dat is niet zo, maar het straalt een soort muzikantesk speelple­ zier uit, en ook een behoefte aan oma­ mentale beweeglijkheid. Keuris schrijft veel noten. Zoals hij zelf aangeeft, com­ poneert hij heel erg op zijn oren, en niet procesmatig. Het heeft drama, suspen­ se. Het IS een zonnig stuk, en daarom eigenlijk ... onnederlands. Ik vind dat hij nergens in past."

Woensdag 24 juni 20 15 Geertekerk, Utrech t, zaterdag 27 juni 20 15 Concertgebouw, Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's

Ad Valvas 1991-1992 - pagina 580

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991

Ad Valvas | 614 Pagina's