Ad Valvas 1991-1992 - pagina 476
A D V A L V A S g AP RIL 1 9 9 2
PAGINA 1 6
Hoe moeilijk het is om te blijven geloven
*i^*''4'Ju:a '
•^'
' vam.
Selma Schepel 'De vu vierde feest want zij bestond 110 jaar. Men dacht dat het feestelijk was om iemand te laten spreken die vroeger wel geloofde en nu niet meer. Over hoe dat zo gekomen was. En dat hebben ze toen aan mij ge vraagd', schrijft de oudhistoricus H.S. Versnel in het boekje De Onze kere Zekerheid Des Geloofs dat naar aanleiding hiervan is verschenen. In een geanimeerde verteltrant schetst hij zijn grootste probleem: de ver meende goedheid van God die hij niet kan rijmen met de aardse ellen de. Ook andere inconsistenties z.i. gaan vrolijk over de knie. Zo vindt hij het intellectueel onfatsoenlijk van moderne theologen om de Oud Tes
tamentische God en delen van de Nieuw Testamentische ('God 1 en God 2') uit te benen, maar toch via Jezus diens autoriteit te handhaven, al was het maar uit wantrouwen te genover de massa, die een gezag gro ter dan zichzelf nodig heeft om 'telos en ethos' te kennen. Vier reacties op wat Th. de Boer in zijn bijdrage Ver snels antipreek noemt, zijn ook opge nomen. De tweede helft van het boekje be staat uit bijdragen waar Versnel niet op mocht reageren (al jeukten zijn vingers. Hij zet zijn kant van de dis cussie dan ook via andere media voort, zoals in Trouw van afgelopen zaterdag waar hij twee pagina's aan de dood van Christus als zoenoffer wfijdt, als variant op een heidense mythe, vergelijkbaar met Iphigeneia of Alkestis). De commentaren van Versnels oppo nenten wemelen van dappere voor beelden over hoe moeilijk het is om te geloven. (Maar toch!) De titel spreekt voor zich. Over de angst die mensen in de greep van het geloof houdt, en de lef om die te kunnen doorbreken, lees je niets. Het is ook niet zo eervol om je angst te ventileren. Zeker niet voor een man. En dit boekje telt natuurlijk slechts mannelijke auteurs. Dat angst een sterke drijfveer is om gelovig te blijven, begreep ik toen een oude steile tante over mijn afvalligheid zei: 'Nu ben je erger dan een heiden. Verdoemd zijn degenen die Het Woord wel gehoord hebben, maar het niet willen aannemen'. Dat had ze niet zelfbedacht. Uit nostalgie en om onder de afwas gezellig mee te galmen, luister ik graag naar radioprogramma's als Licht en Uitzicht of De Muzikale Fruitmand. Maar als ik God was, zou ik snel genoeg hebben van zulk ge fleem en gesmeek, en 'koest, af, ga in je mand!' roepen, tegen die halfzach te diarrhee van blijde boodschappen. Versnel is veel snediger en humoristi scher dan de gemiddelde christen. God zijnde zou ik denken: 'Die Ver snel mag Ik wel, die stopt zijn talent niet in de grond, die stelt zijn licht niet onder de korenmaat om mee te kruipen met Mijn slijmerige horde'. Plezierig is dat Versnels toonzetting ook voorkomt dat de overige auteurs, sommigen toch echte kruisridders, flauw of zeverig zijn. Al heeft H.M. Vroom, nomen omen est, een wat evangeliserend verhaal. Hij somt nog net niet rechtstreeks de traditionele godsbewijzen op. De bijdrage van P. Kloos had wat mij betreft veel langer mogen zijn. Scherpzinnig brengt hij juist inconsistenties in Versnels be toog aan het licht. Zo is Versnels re deneertrant zeer calvinistisch. Bo vendien richt hij een beeldenstorm aan, zonder zich om de essentie, het mysterie te bekommeren. De onzekere zekerheid des geloofs, red. M.A. Maurice en SJ. Noorda, ISBN 90 211 3564 7, f 27,50.
'Waar moet je dan anders zitten als je iets met iemand te bespreken hebt. Op koff iepunten kun je helemaal niet terecht'
Foto NICO Boink, AVC/VU
'Thuis vreet ik teveel, daarom studeer ik in de mensa' Dirk de Hoog "Studenten, die ons restaurant als stu dieruimte wensen te gebruiken, zijn van harte welkom behalve tijdens de echte lunch en dinertijden. Eigenlijk is het restaurant toch alleen maar bedoeld voor gasten die daar de lunch of het diner willen gebruiken en het is dus van de gekke, dat anderen tafels en stoelen in gebruik hebben om daar him jassen, boeken, dictaten e.d. neer te leggen". Dit schrijven siert sinds 16 maart de mensa van het hoofdgebouw die de overloop van de overvolle studiezalen blijkbaar ook niet meer aan kan. Soms zit Mary, die kunstgeschiedenis studeert, vijf dagen in de week in de mensa. Ze heeft een vast plekje bij het raam met uitzicht over het binnenter rein. "Als ik thuis zit te werken vreet ik te veel en op de studiezalen is het over vol. Bovendien heerst daar zo'n rare fluistercultuur omdat iedereen stil moet zijn. De lawaaierige achtergrond in de mensa en het heen en weer geloop van mensen vind ik juist prettig, want dan zit ik niet zo geïsoleerd." Een paar meter verderop wordt een hele tafel in beslag genomen door een groepje studenten dat de boeken en pa pieren breed uitgemeten heeft. Het blijkt een werkgroepje algemene litera tuurwetenschappen te zijn. Met z'n ne genen zitten ze luidkeels te discussië ren. Volgens hen is de mensa de enige plek in het hoofgebouw waar ze terecht
kunnen. Alleen docenten kunnen een werkgroepruimte reserveren. In de stu diezaal is al helemaal geen plaats voor hen, want daar heerst zwijgplicht. Ze zijn niet echt tevreden met de door hen gekozen accommodatie. Het is lawaaie rig en mede door de muziek uit het Grouse café is het moeilijk elkaar te verstaan. Maar een alternatief weten ze niet. Van de oproep om tijdens de etensspits niet met studiespullen de ruimte bezet te houden, zijn ze niet onder de indruk. Sommige groepsleden zitten ook wel alleen in de mensa te studeren. "Ruimte gebrek in de studie zalen, je weet wel". Hiwet is druk aan de wiskunde. "Omdat ik het voorbereidende jaar in formatica doe, moet ik het wel leuk vin den", zegt ze met een beetje zuur ge zicht. Ze studeert nu in de mensa, omdat ze met een vriend heeft afge sproken, anders gebeurt dat alleen tus sen colleges door, want ze vindt het veel te onrustig. Vooral de muziek haalt haar uit de concentratie. Om een plekje in een studiezaal te bemachtigen moet je volgens haar 's ochtends voor tienen achter^de boeken zitten en soms wel vroeger. Ze is er duidelijk niet tevreden mee: "Er is gewoon te weinig plek omdat veel studenten van buiten de vu een plaatsje bezet houden." David is toevallig neergestreken met een syllabus economie. Hij heeft een uurtje vrij tussen twee colleges door en wil zijn tijd goed gebruiken. N ormaal
OY\Df\T ££N K I N D M K / Zi£N ï>fll'^ Ï^E tt£/.£ EOEL N i£r 7
naar de vu moet om college te volgen, anders studeert ze thuis. Ze vindt het geen punt om haar spullen breed uit te meten, want overdag is er volgens haar ruimte genoeg. Alleen tijdens de lunch is het tjokvol, maar dan kan je toch niet studeren. Zij vindt overigens het geroe zemoes in de mensa wel prettig, want op de studiezalen komt ze altijd in de verleiding mee te luisteren met mensen die zitten te fluisteren. Dat briefje vindt ze maar een beetje flauw: "N iemand heeft toch last van me als ik hier zit en als het vol is schuif ik wel een stukje op." De medewerksters van de kantine heb ben het te druk om commentaar te geven. Eén wil wel wat zeggen, hoewel ze geen tijd heeft. "Je moeder werkt hier niet!", vond ze ook een aardig briefje in de mensa, want die studenten laten alles achter hun kont staan: "Ze leggen pontificaal de jas over een paar stoelen en pikken een hele tafel in met hun boeken. Ondertussen zijn ze nog te beroerd om hun plateau met vuile spul len terug te brengen en dat blijft dan uren staan. Daar wordt het ook geen schone boel van. Ik vindt het niet leuk dat ze nergens anders kunnen studeren. Net moest ik er weer een paar wegstu ren van tafels die gereserveerd zijn voor vijfhonderd congresgasten. Maar ja, we zijn nu eenmaal een restaurant en daar kom je om te eten. Je neemt je soep toch ook niet mee naar de bibliotheek?"
door Aad Meijer
JOOL HUL ^
studeert hij niet in de mensa, maar thuis. Hij vindt het wel handig om zo tussen door een broodje te eten en een kopje koffie te drinken. Arjan en Remco zitten ook al "toevallig" aan een tafeltje aantekeningen door te nemen. Nee, echte mensa studeerders zijn ze niet. Het grote voordeel van deze plek is dat je mag praten, want daar zijn in het hoofdgebouw geen voorzieningen voor. En bij het doornemen van de na genoeg onleesbare college aantekenin gen is enige toelichting wel gewenst. Ook zij ervaren dat de studiezalen bom vol zitten, hoewel enige discussie volgt of dat nu al om half tien, dan wel om tien uur het geval is. Verderop zitten nog twee studenten druk te overleggen boven hun studie boeken. Tjalling en Vanessa moeten samen een werkstuk schrijven en spre ken daarvoor zo'n twee a drie keer per week af in de mensa. Vanessa heeft het briefje van de mensaleiding zien hangen en gniffelt er een beetje om. Tjalling hoort voor het eerst van het studiever bod en kijkt wat vertwijfeld om zich heen: "Waar moet je dan anders zitten als je iets met iemand te bespreken hebt. Op koffiepunten kun je helemaal niet terecht." Ook sociaal psychologe Mariene weet van het briefje. Zij is dan ook een echte mensa tijger: "Het is lekker groot hier en je mag roken. Ik kan er niet tegen om in zo'n studiehokje te zitten." Ze komt hier een paar keer per week als ze
L[\r
üW DÜiNl H E B T "
ZB.'a, \/£R.'j£ÊT Di£ 5 ^ MMR,,
I
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's