Ad Valvas 1991-1992 - pagina 382
AD VALVAS 27 FEBR UAR I 1992
PAGINA 10
Mk wilde geen reclame, "Nu ik wegga, ga ik niet natrappen. Kritiek moet je spuien ais je er nog zit, maar ik ben niet bang voor ferme uitspraken." Hans van der l^oeden, 24 jaar geleden één van de eerste voorlichters van de VU, is een meester in het vinden van de middenweg. "Ik probeer me altijd zo goed mogelijk in beide standpunten in te leven." Over voorlichting in de kinderschoenen en de de eerste bezettingen van de universiteit: "Daar zat het bestuur, tussen de plantezaadjes in de Hortus."
V > ' •' - i V i ' '
• *' •• •'• 'il'';?
•7
- -
• -
.4. - •
"
•
^
Foto NICO Boink,AVC/VU
ik wilde PR' Vertrekkende voorlichter kijkt terug op carrière in een onderschat vak Jurjen Boorsma
Een sluitende definitie van het vak 'voorlichter' was er niet toen Van der Hoeden aantrad. "Het hangt aan de bar en het hikt. Zo stond je te boek", herin nert Hans van der Hoeden zich. Hij is vandaag voor het allerlaatst algemeen voorlichter (hij gaat met de vut). "O f zoals de schoonvader van Johan Cruijff het kon zeggen: 'Alstie moet stoppen met voetballen, kan ie nog altijd de pr in'". Wat een voorlichter doet? "Het vak werd erg onderschat", vindt Van der Hoeden. Hij weet waar hij het over heeft, hij heeft vierentvwntig jaar ge werkt in het vak. "Teleurstellend is dat het nog steeds een onderschat vakge bied is. Managers denken vaak: dat kan ik zelf ook. Bovendien vragen ze zich af wat het eigenlijk oplevert. Het Bureau Pers en Voorlichting van de VU heeft nog altijd hetzelfde budget als zes, zeven jaar geleden. Eigenlijk vind ik dat flauwekul."
Taboe In ieder geval hield een voorlichter zich aan het eind van de jaren zestig bezig met voorlichting, maar hoe dat moest en wat dat inhield wist niemand zeker niet aan de VU. "Het was in ieder geval geen PR, want dat woord was taboe in die jaren. Dat rook te veel naar rekla me." Van der Hoeden vond in ieder geval dat het wel leek op wat hij zijn vrije tijd deed, in het verenigingswerk: publiciteit verzorgen, kranten informe ren, af en toe een artikeltje schrijven. "Dat trok me wel." Toen iemand hem in 1968 wees op een advertentie van de VU, besloot hij te solliciteren. Zijn baas was er niet blij mee. "Ik had eerst ver schillende administratieve functies ver vuld. Nu ben niet zo administratief, dus heb ik vakgerichte opleidingen gevolgd die toen werden opgezet en ben ik bij Albert Heijn, waar ik toen op financiën werkte, die kennis in praktijk gaan brengen. Maar mijn chef financiën zag me liever niet gaan. Toen ze hoorden dat ik aan de VU kon komen werken, waarschuwden ze me eerst: 'Het is een enorme ambtenarentroep daar, je kunt beter in het bedrijfsleven blijven wer ken.' Waarna ze me een baan bij de re klameafdeling aanboden. Maar ik wilde geen reclame, ik wilde PR." "Aan de universiteit was ik de tweede voorlichter en verder was er een secre taresse. Samen met haar moest ik Ad
Valvas maken. Dat was een hele klus. Bovendien was het hengelen om nieuws. Het deksel zat stevig op de pot. Als er een vergadering was van een van de bestuurlijke colleges, lag mijn chef zo ongeveer voor de deur om aan nieuws te komen. Een persbericht was ook een heel probleem. Wilde ik een bericht sturen, dan moest ik de chef van de reprokamer heel lief aankijken en hem vragen of hij het bericht wilde stencilen. De boel zat potdicht." "Ik dacht dus: laat ik de faculteiten in gaan en wat contacten leggen. Mensen werden daar heel zenuwachtig van. Een keer liep ik een kamer binnen en daar zag ik een merkwaardig wetenschappe lijk instrument. 'Wat is dat?' vroeg ik. Er kwam een heel overspannen reactie: 'Dat is een promotieonderzoek. Daar mag u niks van weten.' Snel duwden ze me de kamer uit." In die situatie probeerde het bureau Voorlichting zo goed mogelijk zijn weg te vinden. Als er snel nieuws naar de kranten moest pakten ze de telefoon en gingen ze 'een rondje bellen'. Van der Hoeden legde intussen contacten met de bestuurscolleges en probeerde af spraken te maken, onder meer over de eerste editie van de studiegids, die hij in elkaar moest zetten. "Ik vroeg heel be leefd toegang bij het College van Deka nen en legde daar uit hoe de informatie aangeleverd wilde hebben. Het resul taat? Vier miljoen velletjes. We hebben het zelf moeten corrigeren. Pionieren was het, in die tijd."
Oratie Voorlichting had in die tijd namelijk zo'n ruime definitie dat vrijwel alles er onder viel. Behalve het in elkaar zetten van Ad Valvas, de redactie van de stu diegids en het versturen van persberich ten diende Van der Hoeden ook nog grafisch advies te geven aan de VU en aan professoren die een oratie wilden laten uitgeven. Bovendien was er een ander probleem dat een aanslag deed op zijn tijd: de jaren zestig waren ook aan de VU niet onopgemerkt voorbijge gaan. Van der Hoeden weet nog precies hoe de eerste bezetting van start ging. De VU stond onder toezicht van een heel stel functionarissen: een College van Curatoren, een College van Directeu ren, een College van Dekanen, het be stuur van de Vereniging die de VU had opgeneht, een gedelegeerd directeur en
secretarissen. Studenten waren niet ver tegenwoordigd. O p een dag schreef een groep studenten zich in als lid van de Vereniging, heel kort voor de aanvang van de algemene jaarvergadering. Van der Hoeden: "Moet je voorstellen, die bijeenkomsten waren vrij rustige aange legenheden, waar wat jaarstukken en notulen werden behandeld, vergaderingen die tevens een soort uitje waren voor leden uit de provincie. Opeens gingen studenten in die zaal amok maken en kritiek leveren op de stukken. Dat was de vereniging niet gewend. De vergadering liep uit de hand." De volgende dag kwam Van der Hoe den op de VU en liep recht in de armen van 'zo'n grote marechaussee'. Het ge bouw was door studenten bezet. "Ik moest me legitimeren, legde uit wat ik kwam doen en liep vervolgens om de VU heen om te zien waar ik ergens naar binnen kon. De bestuurders vond ik in de Hortus. Daar zaten ze, tussen de plantezaadjes! Ga maar zitten, zeiden ze. Het was een hectische toestand. Sommigen waren helemaal over de rooie. 'Smijt ze eruit!' Gelukkig waren er anderen met een gematigder mening op. 'Laten we eerst eens tot tien tellen en naar onze studenten luisteren'. Uit eindelijk is het gebouw toch ontruimd. De politie pakte de studenten bij hun benen en stuiterde hen de trap af. Zo ging dat in die tijd." Vanaf dat moment was het 'om de ha verklap raak'. Dan weer werd het ge bouw bezet vanwege de duizend gul denmaatregel van De Brauw en een volgende keer vanwege conflicten met de universiteitsraad in oprichting.
Trillende stem Van der Hoeden had als voorlichter uit gebreide contacten met de studenten en had ook zitting in verschillende uni versitaire overlegcommissies die als ge volg van de studentenacties ontston den. "Het vergaderen kon tot diep in de nacht duren. Er waren dan soms hoogleraren die met trillende stem ma nifesten voorlazen, terwijl studenten, met van die vieze lange haren, hardop grof gingen schelden." Als een smet op het image van de VU werden de stu dentenacties niet beschouwd: noch door Hans van der Hoeden, noch door de achterban. Van der Hoeden trok nog wel eens het land in om aan ouderlin gen te vertellen hoe de vork in de steel
zat. "Dan waren ze gerustgesteld. 'Het valt dus toch wel mee'. Natuurlijk waren er mensen uit de achterban die de protesterende studenten het liefst een koppie kleiner zouden willen maken. Maar anderen brachten daar tegen in dat 'het toch onze eigen kinde ren waren. Die hebben best wat zinnigs te zeggen'." De voorlichter had in die tijd ook het vertrouwen van de studenten, zegt hij. "Ik ben een tussenpersoon. Ik probeer me altijd in beide standpunten in te leven. Er zijn heel wat mensen bij me komen uithuilen." Af en toe als er spanningen waren belden studenten naar Van der Hoeden voor een inter view in het studentenblad, "omdat jij tenminste een eerlijk verhaal vertelt." Van der Hoeden ging daar niet altijd op in. "Eerlijkheid werkt naar twee kan ten." Ook bij Ad Valvas hield hij zich aan die lijn: de lijn van de gulden middenweg. "In die tijd waren er af en toe proble men omdat ik berichten wdlde opnemen over studentenacties. Sommige mensen waren daar mordicus tegen. Maar in jn teme communicatie moet je altijdvoor' komen dat je een spreekbuis van, het bestuur bent. Anders verlies je het ver trouwen." Later, toen Ad Valvas als gevolg van de tijdsgeest bij een onafhankelijke redac tie terechtkwam en Van der Hoeden er dus helemaal niets meer mee te maken had, werkte dat ook de andere kant op. "De toenmalige redacteur wilde een ar tikel van bezettende studenten op de voorpagina zetten. Hij kreeg een dienst bevel van mijn chef om dat niet te doen. Ik ben toen naar die redacteur toegestapt en heb hem gezegd: 'joh, zou je dat nou wel zo hoog laten oplo pen'. Maar hij had zijn journalistieke plicht, vond hij. Hij werd geschorst en kon vertrekken." Wat Van der Hoeden toch ook weer 'triest' vond. Moest dat nou zo?
Druk Ook zonder Ad Valvas, na de eerste woelige jaren en met een afgeronde stu diegids bleef Van der Hoeden het druk hebben. Het accent lag nu op de pre sentatie van de VU aan de buitenwe reld. "We wilden de VU aan de man brengen. We gingen vaak de boer op en gaven voorlichting aan mensen die naar de VU toekwamen, ouders, studenten.
We organiseerden speciale dagen, ik huurde KC07 af en sprak ieder half uur een nieuwe groep toe. Ik hou ervan om voor zaaltjes te staan, maar 's mid dags had ik geen stem meer over." Ook brachten de voorlichters van het bureau bezoeken aan café Hoppe, waar ze journalisten spraken. Van der Hoe den: "Het helpt als je ze persoonlijk kent." Zijn neus stoten deed hij ook. "Bij de opening van het Radionucleï dencentrum, waar met radioactieve stoften wordt gewerkt, twijfelden we: moesten we hier geheimzinnig over gaan doen of niet? We besloten open kaart te spelen en nodigden onder meer de Buitenveldertse Courant uit, die we uitgebreide voorlichting gaven over alle veiligheidsmaatregelen. Staat er de vol gende dag een schreeuwende kop in die krant: 'Bom in Buitenveldert!' Ik heb de bewuste verslaggever opgebeld, maar die had een bekend verhaal: het lag aan de koppenmaker. Sorry."
Specialisatie Is voorlichting anno 1992 nog steeds zo leuk als vroeger? "Wat je ziet is dat er in de loop der jaren steeds meer specia lisatie is gekomen. De grote verande ring kwam halverwege de jaren zeven tig, toen het bureau werd gereorgani seerd en er een aparte wetenschaps en bestuursvoorlichter kwam. Bovendien zijn onderdelen uitgegroeid tot aparte diensten: wetenschapswinkel, congres bureau, audiovisuele dienst. Ook liggen de accenten anders. In de beginjaren deed je alles. Later lag er onder meer een accent op weten schapsvoorlichting. Sinds kort is er een slag om de student gaande en zie je op eens paginagrote advertenties van uni versiteiten. Ik vind het trouwens goed dat die PR nu stelselmatig door de VU wordt opgepakt." "Wat ik jammer vind is dat ik de laatste jaren meer achter mijn biueau zit. Ik hou van contact met mensen. Ik ga graag de boer op. Ik heb dat mag je best weten hier de laatste periode een wat minder leuke tijd gehad omdat ik zo aan het gebouw gebonden was. Ik ben niet zo administratief." "De vooriichting laat ik niet in de steek. In het vrijwilligerswerk zal ik er nog wel wat aan blijven doen. Maar ook weer niet te veel: ik wil er ook afstand van nemen." De gulden middenweg dus weer dat is Hans van der Hoeden. (
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's