Ad Valvas 1991-1992 - pagina 376
AD VALVAS 27 FEBRU ARI 1992
PAGINA 6
Dichter Jan Kal: twee keer vier en twee keer drie De bundel Doortimmerde sonnetter) van Jan Kal verscheen bij uitgeverij Gerard Timmer Prods, ter gele genheid van het 25jarig jubileum van de sonnettendich ter. ISBN90 5142 046 3.f 24,50
Dick Roodenburg
Eigenlijk is het niet nodig Jan Kal te in terviewen. Wie zijn sonnetten leest, komt alles te weten wat je aan de dich ter zou willen vragen. Dat hij in 1946 te Haarlem werd geboren, dat hij in 1968 naar Amsterdam ging om medicijnen te studeren en dat hij in 1969 met vakan tie op Ibiza was. Van 1967 tot 1978 spelen zijn geliefde Marina en haar fa milie een grote rol in zijn gedichten, maar in 1979 is hij verliefd op ene Alet ta uit de Hartenstraat. In 1974 werd oma Kal negentig en op 5 augustus 1987 belt Jan Kal vanuit Patmos zijn vader om hem te feliciteren met zijn 69ste verjaardag. K ortom, de sonnetten laten zich soms lezen als een dagboek. Hobby's van Jan Kal zijn poëzie, sport, schaken en muziek, van Buddy Holly en Frank Sinatra aan wie hij de bun del Mijn manie r (1990) wijdde tot Chet Baker. Yvonne van Gennip vindt hij een wereldwijf. Politiek gezien zet Kal zich in 1977 aftegen de CPN en pleitte hij middels een soimet voor een tweede kabinet Den Uyl. Als dichter hecht hij weinig waarde aan het weten schappelijk bedrijf dat zich met poëzie bezig houdt: Heeft één gedicht dat op z'n poten staat, niet méér gewicht dan een professoraat? (1980) Maar het leven van een dichter gaat niet altijd over rozen: Geen krant, geen tijdschrift en geen tele foon; daaraan ben ik na twee jaar al gewoon. (1986)
Dagboek Deze week verscheen de bundel Door timmerde sonnetten 19661990, waarmee Jan Kal viert dat hij al 25 jaar sormetten schrijft. Uit elk jaar werden vier gedich ten gekozen. Bij elkaar dus honderd sonnetten, volgens de dichter ongeveer een tiende deel van wat hij tot nu toe maakte. Beschouvn Kal zijn sormetten zelf als een soort dagboek? "Je zou het zo kunnen noemen, maar 99% van mijn dag staat er niet in. J.C. Bloem zei ooit dat slechts een heel klein gedeelte van wat je bent of wat je mee maakt in je gedichten terecht komt. Zo is het bij mij natuurlijk ook. Pas in 1988 schreef ik een gedicht over Chet Baker, naar aanleiding van zijn dood, terwijl ik die muziek al tvróitig jaar re gelmatig draai. Je kunt moeilijk alles
wat je denkt en doet opschrijven, dat is niet te behappen. James Joyce heeft het geprobeerd in Ulysse s en dat was nog maar één dag uit het leven van de hoofdpersoon. De meeste van mijn sormetten zijn ei genlijk gelegenheidsgedichten. De term gelegenheidsgedicht heeft vaak een ne gatieve klank, maar ik bedoel dat ik bijna altijd met een concrete aanleiding schrijf. De dood van Chet Baker klinkt een natuurlijk stuk algemener dan de verjaardag van je oma, maar in principe maakt het voor mij niets uit. Toen Yvonne van Gennip vier jaar geleden in Lake Placid haar eerste gouden medail le won ik had 's nachts gekeken werd ik door de VARAradio gebeld om daar een gedicht over te maken. Daarna won ze weer en ik was toch bezig. En toen nóg eentje. Zo ontstond een hele serie. Albertville was een af gang. Dat begon al vlak na Lake Placid: Jos Brink, Henk van der Meijden, schaatsen aanbieden aan de paus, ik dacht 'O, Yvonne, dat gaat verkeerd'. Ze praatte te veel. Nou ja, je moet wat zeggen als je geïnterviewd wordt. Maar de volgende Winterspelen zijn over twee jaar, dan haalt ze misschien weer uit. Want zo is ze wel, denk ik."
Poezte
'Ik streef er naar zo duidelijk mogelijk te zijn'
mogelijk te zijn. Maar als jij Zuiderent gesloten noemt, ben ik het niet met je eens. In vergelijking met een hoop an dere dichters is hij goed te lezen. Het blijft natuurlijk wel een heel andere ma nier van dichten dan de mijne. Ik weet niet of ik het zo zou kunnen, een imita tieZuiderent, dat is nog niet makkelijk. Jaren geleden heeft Ad Zuiderent overi gens wel een heel aardige imitatie van mij gemaakt. Toen herschreef hij Het Uur U van Nijhoff op de manier van zes Nederlandse dichters. Dat hele gedicht heeft hij in een sormet samengevat, zo genaamd geschreven door Jan Kal. Bui tengewoon grappig, ik zou maar een paar dingen anders gedaan hebben."
M o n t Ventoux Jan Kal werkt als parttime medewerker bij de bibliotheek van de VU. Het in terview vindt plaats achter de Stand werkbalie bij de ingang van de mensa. Plotseling klinkt een gejuich uit het Bruin Café, later blijkt Bart Veldkamp een gouden medaille gewonnen te heb ben.
Goud Wat heeft een dichter op de VU te zoe ken? "Je moet ergens zijn, ergens wer ken. Maar 'de VU', wat bedoel je daar mee? Ik heb dit gebouw nog gebouwd zien worden en ik kan hier wel rondlo pen. Het benauwt me in ieder geval niet. Uit het gebouw zal ik geen inspira tie putten, maar misschien wel uit de mensen die er ontmoet. Nee, ik heb nog geen sonnettencyclus over de VU bibliotheek geschreven. Eén keer iets voor een collega, maar dat was nou écht een gelegenheidsgedicht. Weet je trouwens dat de dichter Murk Popma ook hier op de bibliotheek werkt?". Met nog een andere VUcoryfee, Ad Zui derent, is Kal niet te vergelijken: "Ik streef er inderdaad naar zo duidelijk
In de tijd dat Jan Kal aan de VU stu deerde, was hij betrokken bij de medi sche faculteitsvereniging. Rond 1973 schreef hij een sonnet over de 1000 gulden maatregel. In de vierde druk van zijn bundel Fietsen op de Mont Ve n toux staan maar liefst 33 gedichten over het studentenactivisme, maar die heb ben geen van alle de jubileumbundel gehaald. Wel een nogal cynisch sonnet uit 1990, waarin Kal de medische spe cialisten aanwrijft zelf niet in orde te zijn: De vrouwenarts heeft als jong pikkie al met meisjes stiekem doktertje gespeeld. De internist lijdt stil aan zuur of gal; de psychiater piekert wat hem scheelt. "Nou ja, dat is natuurlijk grappig be doeld. Maar het schijnt wel zo te zijn, dat artsen voor hun specialisatie hun eigen ziektebeeld kiezen". Zelf is Kal nog steeds geen arts. In 1973 haalde hij zijn kandidaats, laste een pauze van veertien jaar in en be sloot in 1987 alsnog af te studeren. De termijn om het doctoraal binnen de oude stijl af te ronden verstreek op 1 september 1989 en drie dagen voor die
deadline haalde Kal voor zijn laatste vak een 5,6. Dat tentamen kan niet meer afgelegd worden, want het be treffende vak is nu over verschillende blokken verspreid. De zaak is nog in behandeling, zoals dat heet. Intussen ontstond een wat pijnlijk misverstand. In het gedicht De naamgenoot uit 1974 beschrijft Jan Kal hoe hij in de krant een andere Kal tegenkomt. "In de oor spronkelijke versie had ik geschreven: [Daar] stond mijn naam, levensgroot tus sen de doden:/J. Kal, gynaecoloog, prak tijk hervat. Sommige mensen dachten dat ik mezelf bedoelde. Daarom heb ik de zin later omgegooid en van mijn naam een naamgenoot gemaakt. Die an dere Kal bleek later een neef in de zes tiende graad te zijn, daar gaat het ge dicht Stamboom uit 1979 over. En over toevalligheden gesproken. Praktijk her vat was ook de titel van mijn tweede bundel. Die woorden hebben precies de structuur van een sonnet: twee keer vier en twee keer drie letters. Daar kwam ik pas jaren later achter."
Foto Nico Boink, AVC/VU
over fietsen in de natuur: "Dat je de auto dus beter kunt laten staan. Voor het eerst in vijftien jaar schreef ik weer een lied, niet in sonnetvorm. Ik vond een leuke opdracht. Adèle Bloemendaal had bepaalde eisen en daar probeer je dan aan te voldoen. Met mijn andere gedichten heb ik alleen met mezelf te maken." Een direct maatschappelijk belang heb ben de gedichten van Jan Kal niet: "Nou ja, in het leven vidl iedereen wel bepaalde dingen veranderen, maar daar moet je de geëigende middelen voor kiezen. Het is natuuriijk best mogelijk dat schrijvers invloed hebben op het politieke gebeuren, dat hebben we ge zien in Tsjechoslowakije. Het tweede kabinet Den Uyl is er echter nooit ge komen. En dat het communisme in stortte, heeft vermoeddelijk weinig te maken met mijn sormetten. Maar als niemand iets zegt, is het ook niet goed."
Werkbeurs Voorlopig werkt Jan Kal met redelijk veel plezier op de bibliotheek, want van dichten leven kan niemand in Neder land: "Ik heb een werkbeurs van het Fonds voor de Letteren en ik val daar bij altijd in de laagste of op één na laag ste categorie. Vorig jaar heb ik niets ge kregen, omdat mijn vorige uitgever de vier bundels die klaar lagen steeds maar niet publiceerde. In 1986 dacht ik het even niet meer te kunnen bolwerken, vandaar die regels over mijn geldzor gen." Binnenkort verschijnt de c d . Natuurlijk Nederlands, waarop twaalf schrijvers voor twaalf artiesten een lied over de natuur geschreven hebben. Jan Kal was gekoppeld aan Adèle Bloemendaal en zijn tekst gaat hoe kan het anders
Japanse strips in lioofdgebouw De expositie van hedendaagse Japanse strips is tot er\ met 5 maart te zien op de tweede verdieping van het hoofdgebouwvan de VU, naast het auditorium. In het auditorium wordt op dinsdag 3 maart van 15.00 18.00 een aantal lezingen over de Manga gehouden.
Dick Roodenburg
Elk jaar organiseert het Algemeen Cultureel Centrum aan de VU in fe bruari een manifestatie rond een bepaald thema. Deze keer staat de' Japanse strip, de Manga, centraal. In Standwerk, het informatiecen trum bij de ingang van de mensa, hangt een aantal strips ter inzage. Op de tweede verdieping is een ex positie ingericht, d ie kort enkele thema's en stijlen van de hed en daagse Japanse strip belicht. Dins dag 3 maart vindt een bescheid en symposium plaats, waarin verschil lende aspecten van de Manga be licht zullen worden. Publicist Hans Pols, kenner van de Japanse strip, laat aan de hand van dia's zien hoe de Japanse beeld cul tuur zich in strips uit. Gert Tille kens is docent interdisciplinaire on derwijskunde aan de Universiteit van Groningen en schreef een reeks artikelen over geweld en sex in strips. In zijn lezing gaat hij in op het gebruik van strips als commu nicatiemiddel. De Japandeskundige jawel, die bestaan ook Theo Crump kdmt veitellen waaroin de'
Manga een typisch Japans ver schijnsel is. Terwijl de Japanse cinema en lite ratuur zich in het Westen een eigen plaats verworven hebben, blijft d e Japanse strip hier volstrekt onbe kend terrein. Dat is vreemd, als je bedenkt dat in Japan zelfde strips veel meer gelezen of gezien word en dan willekeurig welke roman of film. Over massamedia gesproken: Shönen Jump, het populairste stripweekblad voor jongens, had in 1980 een oplage van ruim twee en een half miljoen. In de stripboeken, die soms het for maat van een telefoonboek hebben, komen de meest diverse ond erwer pen aan bod: agressie en ed ucatie vinden naast elkaar hun plaats in dezelfde bundel, voor elke Japanner wat wils. Wie de strips, die ter inzage bij de mensa hangen, d oorblad ert, zal' zich ook verbazen over de ongelijk soortigheid van stijlen: naïef gete kende plaatjes naast barok uitge werkte kunstwerken. Geslachtsd e len mogen in Japan niet weergege ven worden, zodat op de betreffen de plaats soms een vaag niets te zien is. Verder valt het aantal blon de jongentjes en meisjes op. Aüs schien dat de Japandeskundige d aar eenVerklaringvoorheeft.'! ' '
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's