Ad Valvas 1991-1992 - pagina 247
AD VALVAS 12 DECEMBER 1991
PACINA 3
Student met werkende partner zwaarst getroffen 'Nieuwe bijverdienregeling stufi gecompliceerd en zonder folders De carrousel van de studiefinanciering draait bij de jaarwisseling weer volop. De vaste succesnummers - gebrek aan informatie en studenten die niet genoeg opletten - vallen ook nu weer in de prijzen. Maar dit keer moeten vooral samenwonende stellen geducht opletten.
In de nieuwe regeling kan een stuwmeer aan te veel verdiend geld ontstaan dat je nog maanden achtervolgt Foto Sydney Vervuurt, AVC/VU
Mark PTekker
Het steunpunt studiefinanciering aan de vu ziet het leed voor de maand januari al voor zich. Vanaf de eerste dag van het nieuwe jaar gelden op een aantal punten andere normen. Vooral het bijverdienen wordt in 1992 anders geregeld. Folders hierover heeft de informatiseringsbank nog niet gemaakt en de kennisgeving 1992, waaruit de hoeveelheid studiegeld uit Groningen kan worden afgeleid, wordt door studenten maar al te vaak slecht gelezen, weet Hans Schagen van het steunpunt studiefinanciering aan de vu. "Je zult de mensen de kost moeten geven die pas in de loop van januari ontdekken dat ze geen geld uit Groningen hebben gekregen en pas dan naar een steunpunt komen om opheldering te vragen," zegt hij. Maar geen studiefinanciering betekent ook geen ov-jaarkaart. "Die kaart moet dus voor 3 januari zijn ingeleverd bij het postkantoor anders stuurt de ov-studentenjaarkaart BV onverbiddelijk een maandelijkse giro van 330 gulden, omdat je geen recht op de kaart hebt." De nieuwe regeling treft niet iedereen even hard. Volgens Hans Schagen zijn het vooral studenten met een partner met een eigen inkomen die het zwaarst
getroffen worden door de gewijzigde regehng. "Dat is natuurlijk geen grote groep, maar de consequenties zijn voor zo'n student persoonlijk natuurlijk niet minder pijnlijk. Zeker als het te laat tot een student doordringt dat er wat gewijzigd is in de regeling.
Witn en Heleen Met een rekenvoorbeeld illustreert Schagen de gevolgen van de wijziging voor Wim en Heleen, die naar volle tevredenheid samenwonen. Heleen is 23 en studeert al vier jaar Duits. Wim heeft een inkomen van 2050 gulden netto in de maand. Heleen krijgt een basisbeurs. Daar wordt nu al ƒ 276,80 op ingehouden vanwege het inkomen van Wim. In december krijgt ze dus uit Groningen een bedrag van ƒ 293,80 aan basisbeurs en ze heeft natuurlijk recht op de ov studentenkaart. Het nieuwe jaar begint slecht voor Heleen, want ze komt tot de ontdekking dat ze geen recht meer heeft op een beurs en dus ook haar ov-kaart verliest. Onrecht, zo meent ze, want in het huishoudbudget van Wim en Heleen is niets gewijzigd. "Het verhaal dat je onder de nieuwe regeling veel meer mag bijverdienen dan in de oude regeling gaat dus niet voor iedereen op," zegt Schagen.
"Uitwonende studenten in het wetenschappelijk onderwijs met een particuliere verzekering die dit jaar alleen een basisbeurs hebben, mogen per maand ƒ 857,91 bijverdienen voordat ze gekort worden op hun basisbeurs. 25% van het extra inkomen is immers vrijgesteld (tot een maximumbedrag) en ook het (vaak fictieve) bedrag aan ouderlijke bijdrage mag in mindering worden gebracht op de inkomsten. Waarom krijgt Heleen dan geen beurs meer? Vanaf 1 januari mag je ƒ 670,= per maand bijverdienen. Om te bepalen hoe groot je beurs wordt, moet het bedrag worden bepaald dat je zelf moet bijdragen aan de studiekosten. Dat gaat met ingang van het nieuw jaar zo: van het inkomen van Wim (2050 gulden netto) wordt eerst 670 gulden afgetrokken, het bedrag dat je vrij mag bijverdienen. Van wat er overblijft, ƒ 1380,= mag Wim als 'financieel onafliankelijke partner' nog eens een bedrag van ï. 757,85 aftrekken. Het restbedrag van ƒ 622,15 geldt als eigen bijdrage. Dit bedrag wordt gekort op de basisbeurs die Heleen normaal gesproken zou krijgen. "De basisbeurs van ƒ 570 wordt m zijn geheel door de f 622,15 gekort. Daarmee verliest ze dus ook de OV-kaart," zegt Schagen.
Werkende vrouwen meer ambitie dan mannen Mannen maken de dienst uit bij Albert Heijn Diana Doornenbai
De vrouwelijke werkneemsters van Albert Heijn zijn ambitieuzer dan hun mannelijke collega's. O m die ambities echter voldoende te kunnen vervullen, zullen er meer mogelijkheden voor parttime werk, kinderopvang en verlof moeten komen. "Maar vooral mannen in de hogere kaderfuncties hebben een negatieve houding als het gaat om maatregelen op dat gebied", aldus bedrijfspsychologe dr.IJ.H. van Emmerik. Afgelopen dinsdag promoveerde zij op het proefschrift Loopbanen. Ze verrichtte onderzoek onder het personeel van het hoofdkantoor van Albert Heijn. Daar werken ongeveer duizend mensen. Van Emmerik bekeek de loopbanen van 119 mannen en 97 vrouwen. Het traditionele beeld dat mannen meer ambitie zouden hebben dan vrouwen klopt niet, zo ontdekte ze. Vooral vrouwen met een baan in het middenkader wensen bijvoorbeeld vaker een andere, 'hogere' functie dan het mannelijk personeel (respectievelijk
65 en 43 procent). En ze denken dat ze daar voldoende capaciteiten voor hebben. Van Emmerik: "Dit is natuurlijk moeilijk te meten. Maar in tegenstelling wat vaak wordt beweerd, hebben deze vrouwen in ieder geval niet minder zelfvertrouwen dan hun mannelijke collega's." Toch zijn het in de praktijk, evenals in de meeste andere dienstverlenende bedrijven, de mannen die de dienst uitmaken. Niet de mensen, maar de mannen maken de organisatie. "En dat zal pas veranderen als er wat aan de aangeboden basisvoorwaarden van de werkplek wordt gedaan. Want dat is nog steeds een struikelblok," vertelt de bedrijfspsychologe. "Je kunt wel leuke assertiviteitscursussen en speciale opleidingen voor vrouwen organiseren, maar dat zet veel minder zoden aan de dijk. Het wel of niet kiezen voor een bepaalde baan hangt bij vrouwen af van mogelijkheden die er zijn voor kinderopvang, flexibele werktijden en verlofdagen. Dat komt heel consequent steeds weer naar voren in mijn onderzoek. Het is goed dat dat weer eens op papier staat."
Afgezien daarvan speelt het volgens Van Emmerik ook mee dat de capaciteiten van vrouwen worden onderschat. "Ervaringsjaren en opleidmgen van mannen worden hoger gewaardeerd. Uit onderzoek onder analisten blijkt bijvoorbeeld duidelijk dat mensen in een bepaalde salarisschaal worden ingedeeld op grond van hun geslacht." Een somber vooruitzicht is dat juist de mannen van Albert Heijn met de hogere banen niet veel voelen voor 'positieve actie' ten aanzien van hun vrouwelijke collega's. "Eigenhjk dwarsbomen ze het beleid. Maar daartegenover staat dat er wel wordt gekeken naar de mogelijkheden van parttime werk in hogere functies. En er zijn 'gastouder-projecten', mensen die op kinderen van de werknemers passen," licht de bedrijfspsychologe toe. De onderzochtte mannen en vrouwen hechten overigens evenveel waarde aan een prettige werkplek, een goed salaris en leuke contacten op het werk, zo blijkt uit het onderzoek. Verschillende meningen hierover hebben eerder te maken met het functieniveau of de leeftijd van de werknemer dan met het geslacht.
In de nieuwe regeling mag een student ruim 8.000 gulden per jaar bijverdienen (12 x 670). Zijn de eigen inkomsten hoger dan dit bedrag, dan wordt dit in tegenstelling tot de huidige regeling eerst gekort op de basisbeurs, vervol gens op de aanvullende beurs en pas in laatste instantie op de rentedragende le ning. Het rentepercentage over deze le ning is per 1 januari vastgesteld op 11,08%. Een nouveauté in de bijverdienrege ling 1992 is dat je in één maand zoveel kunt bijverdienen dat dit ook conse quenties heeft voor je beurs in navolgen de maanden. Dit heet in de regeling overheveling van draagkracht.
Thuis wonen KeesJan, bijvoorbeeld, merkt hoe dit werkt. Hij woont thuis en studeert rech ten. Van Groningen krijgt hij een basis beurs van ƒ 235,=. Met een baantje scharrelt hij er per maand nog eens 750 gulden bij. En in mei krijgt hij zijn vakantiegeld: 700 gulden. In de nieuwe regeling kan er een stuwmeer aan te veel verdiend geld ontstaat dat je nog maanden later achtervolgt. Bij Kees-Jan gaat dit als volgt. Met zijn baantje verdient hij elke maand 80 gulden meer dan de toegestane 670 gulden. Die 80 gulden wordt in mindering gebracht op zijn beurs. Daarvan blijft dus ƒ 155,= gulden over. Dat gaat een aantal maanden goed, totdat hij in mei ook zijn vakantiegeld (700 gulden) krijgt uitgekeerd. Zijn eigen mkomsten in mei liggen dan op 1450 gulden. Dat is 780 gulden meer dan de maandelijkse vrijstelling van 670 gulden. Dit bedrag wordt gekort op de basisbeurs van ƒ 235
gulden. Daar blijft dus niets van over. Nieuw is dat het restant van het te veel verdiende geld (780 - 235 = 545 gulden) 'mee genomen' wordt naar de volgende maand. Dit bedrag, in het geval van Kees-Jan, van 545 gulden heet draagkracht. In juni verdient hij gewoon zijn 750 gulden. Hij wordt weer voor 80 gulden gekort, maar ook de 545 gulden die in mei niet konden worden gekort, omdat er maar ƒ 235,= te korten viel (meer beurs heeft Kees-Jan niet) wordt in juni verrekend. Weer geen beurs. Ook in juni houdt Kees-Jan weer draagkracht over, namelijk 390 gulden. Die wordt over juli verrekend. Enzovoorts. In de maanden mei tot en met augustus is hij - door de vakantieuitkering zowel studiebeurs als ov-kaart kwijt. En ook hier geldt weer, als je geen recht op een ov-kaart hebt, dan moet die voor de derde van de maand zijn ingeleverd. Kees-Jan moet dus anticiperen op de komst van zijn vakantiegeld, want anders is hij te laat met het inleveren van de reiskaart en krijgt hij een rekening van 330 gulden gepresenteerd. Volgens Hans Schagen is de regeling er weer een stapje gecompliceerder op geworden. Het verbaast hem dat de folders van de mformatiseringsbank die de maatregelen moeten toelichten er nog steeds niet zijn. "De steunpunten zijn dus nu zelf aan het knutselen gegaan om de regeling zo duidelijk mogelijk uit te kunnen leggen. In Tilburg heeft een steunpunt noodgedwongen zelf maar een paar folders gemaakt over de jongste wijzigingen. Maar dat kost wel geld. We raken er al aan gewend dat de folders van Groningen zelden op tijd zijn."
Urinetest voor gifopname bollenkwelcers M e t een urinetest kan nauwkeurig worden bepaald hoeveel bestrij dingsmiddelen werknemers in de bloembollenteelt hebben opgeno men. Vooral loonspuiters blijken soms te veel gif binnen te krijgen. Dat stelt de toxicoloog Ronald van Welie in het proefschrift waarop hij maandag promoveerde. Van Welie on derzocht hoe grondontsmettingsmidde len, die in de bloembollenteelt zeer veel gebruikt worden, in het lichaam worden afgebroken. Mensen die met deze stof fen in contact zijn geweest, meestal door inademing, scheiden na verloop van een aantal uren mercaptuurzuren uit in de urine. Door de hoeveelheden en chemi sche samenstelling van deze zuren te be palen, kan nauwkeurig worden vastge steld hoeveel en welk type bestrijdings middel is opgenomen, aldus Van Welie. Bij het onderzoek, dat werd gehouden
in de bollenstreek tussen Haarlem en Leiden, bleken de onderzochte perso nen vaak te veel van het gif binnen ge kregen te hebben. Van Welie richtte zich met name op 1,3dichloorpropeen, dat tachtig procent van alle gebruikte grond ontsmettingsmiddelen in de bollenteelt uitmaakt. Op dertig procent van de werkdagen werd voor de loonspuiters de wettelijk vastgelegde grens (de 'MAC waarde') voor deze stof overschreden. Tijdens sommige activiteiten, zoals het vullen en repareren van de voorraad tank, was de blootstelling zelfs zes maal hoger dan toegestaan. De promotie van Van Welie maakt deel uit van een omvangrijk onderzoek naar de effecten van bestrijdingsmidde len, uitgevoerd door de vakgroep Mole culaire T oxicologie van de vu, het aca demisch ziekenhuis in Leiden en T NO. (ME)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 19 augustus 1991
Ad Valvas | 614 Pagina's